begin  verder
[p. 7]

Inleiding

Ter gelegenheid van het vijftienjarig bestaan van uitgeverij Conserve - mede vernoemd naar de eerste roman van Willem Frederik Hermans - is het een goede gedachte om opnieuw kritieken en essays, die tot dusver in kranten, literaire tijdschriften en boeken over Conserve in boekuitgave zijn verschenen, te bundelen. Met in deze tweede druk een recent artikel van R. Grüttemeier. De geluiden over Conserve zijn heel divers. Vestdijk vond Conserve een ‘boeiend, maar vrij zwak debuut’, terwijl Julien Weverbergh daarentegen meent dat ‘het na-oorlogse Nederlandse proza’ steunt op twee boeken: De Avonden en Conserve.

In een interview met Arjen Schreuder in NRC Handelsblad van 23 november 1987 zegt de auteur zelf over Conserve: ‘Ik wil niet al te veel oude koeien uit de sloot halen, maar vanaf het begin van mijn carrière heb ik de grootst mogelijke moeite gehad mijn werk gepubliceerd te krijgen. In april 1940 zag ik op een avond mijn eerste verhaal “De Uitvinder” in het Algemeen Handelsblad staan. Maar ik had het anderhalf jaar eerder geschreven en het was door heel wat kranten en tijdschriften geweigerd. Nadat begin 1943 de Duitsers de universiteiten hadden gesloten schreef ik mijn eerste roman, Conserve. Dat was een raar boek en ik dacht: als ik dit na de oorlog ooit gedrukt krijg, zullen nog geen honderd mensen het lezen.’

Een beetje gelijk had Hermans wel dat hij met Conserve niet het

[p. 8]

allergrootste publiek zou bereiken, want nadat W.L. Salm & Co. te Amsterdam de eerste Hermans-roman in 1947 op oorlogspapier uitgaf, was deze nadien niet meer afzonderlijk verkrijgbaar tot het vijftienjarig jubileum van uitgeverij Conserve in 1998. Hermansliefhebbers en -bibliofiele verzamelaars tellen tegenwoordig rustig 900 gulden neer voor die eerste druk.

Wie Conserve wil lezen diende tot dusver Drie melodrama's, voor het eerst in 1957 bij G.A. van Oorschot verschenen, aan te schaffen. Conserve is daarin opgenomen, samen met De Leproos van Molokaï en Hermans is hier geweest, in een herziene editie. Hermans hierover in hetzelfde hierboven geciteerde interview: ‘Ik ben meer dan vroeger een stilist. Toen ik begon heerste er in Nederland onder invloed van Forum het idee dat je vooral spontaan moest schrijven. Léautaud deed het ook zo, die herlas nooit iets, schreef het op en hup naar de drukker. Aanvankelijk dacht ook ik dat dat zo hoorde, maar van dat idee ben ik vrij gauw, kort na 1950, teruggekomen. Conserve heb ik na een aantal jaren helemaal herschreven en uit De Tranen der Acacia's heb ik tot enkele jaren geleden nog een aantal slordigheden gehaald.’

Bij het publiceren van Conserve stuitte Hermans op een groot aantal weigeringen van het manuscript. Hij schreef mij (op 12 november 1982 bij het beantwoorden van vragen over zijn debuutdichtbundel Kussen door een rag van woorden voor het schrijversdebutenboek Mijn eerste boek) hoe het kwam dat John Meulenhoff Conserve niet wilde uitgeven: ‘Ik gaf het manuscript van Conserve in 1943, zodra het af was, aan John Meulenhoff, die het liet beoordelen door D.A.M. Binnendijk. De beoordeling was afwijzend. Zelfs nadat enkel fragmenten uit Conserve in 1945 in het door Meulenhoff uitgegeven tijdschrift Criterium waren verschenen en in sommige kranten. Het Parool o.a., waren geprezen, wilde Meulenhoff er nog niet aan. Ook De Bezige Bij (destijds Schouten, Van Blommestein en Lubberhuizen) wees het af.’

[p. 9]

Curieus is dat uitgever Geert van Oorschot in 1944 Conserve weigerde, zoals beschreven staat in het eerste deel van Hermans' boek Mandarijnen op zwavelzuur, maar tien jaar na de eerste uitgave het boek toch uitgaf in Drie melodrama's.

Uitgever W.L. Salm was indertijd wel onder de indruk van de goede persreacties op Conserve, maar het had weinig gescheeld of het manuscript was voorgoed verdwenen. Willem Frederik Hermans schreef mij over dit kleine drama: ‘Salm maakte het typescript zoek. Niet hijzelf, maar een hulpkracht die zich als bedrijfsleider voordeed, is naderhand bij mij komen vertellen dat Salm zijn tas met dat typescript erin in café Eylders had laten staan (men kwam daar niet om karnemelk te drinken) en hij vroeg me of ik er nog een doorslag van had. Deze had ik.’ En zo verscheen Conserve (gelukkig) in 1947 bij uitgeverij W.L. Salm & Co. Volgens Hermans werd de uitgeverij al een half jaar na het verschijnen van Conserve opgeheven (Mandarijnen op zwavelzuur).

 

Alle gepubliceerde kritieken en essays over Conserve, die in dit boek zijn gebundeld, zijn in chronologische volgorde van verschijnen gerangschikt en niet naar genre (kritiek in krant of tijdschrift of essay). Ter wille van de leesbaarheid zijn de noten bij (met name) de essays van Anbeek, Oversteegen, Raat en Grüttemeier achter de artikelen geplaatst.

 

Naast de medewerkers aan dit boek bedank ik de erven van schrijver Willem Frederik Hermans voor het beschikbaar stellen van zijn foto uit 1947 voor het omslag, collega-uitgever Jaco Groot van uitgeverij. De Harmonie voor diens idee om de stukken óver Conserve te bundelen, dr. Frans A. Janssen voor diens waardevolle adviezen bij het samenstellen van het boek en bibliografe Charlotte de Cloet van het Nederlands Letterkundig Museum en -Documentatiecentrum voor haar inventarisatie van verschenen secundaire literatuur over

[p. 10]

Conserve. Fantastisch dat Uitgeverij Conserve nu het romandebuut van de grote meester mag herdrukken. Ik hoop dat velen met mij van het boek zullen genieten!

 

Kees de Bakker, Uitgever Conserve.

 begin  verder