|
| |
| |
| |
Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één
gemeente
Binnen de grenzen van de gemeente Venlo zijn van oudsher
twee dialecten gangbaar: het Venloos en het Blericks. Opvallend is dat veel
Venlonaren dat niet weten. Ze denken dat er maar één dialect, het Venloos, in
hun gemeente inheems is. Iemand die Blericks spreekt, heeft mij eens verteld dat
Venlonaren hem vragen: Wao kums dich vandan? Meestal
lokaliseren ze hem dan in een van de zuidelijke buurgemeenten. Op het hoe en
waarom kom ik verderop terug.
Om de verspreiding van die dialecten - vroeger en nu - in de gemeente Venlo te
beschrijven, is het nodig een blik op de kaart van de gemeente te werpen.
| |
‘Het stadsdeel Venlo’
De gemeente Venlo (kaart 1) strekt zich over twee haast even grote gebieden
aan weerszijden van de Maas uit. Het eigenlijke Venlo ligt aan de oostkant
van de Maas. Tot 1940 was dit de gemeente Venlo plus nog een kleine enclave
aan de westelijke oever, net tegenover de binnenstad. (Daar lag vroeger het
Fort Sint Michiel, een versterkt bruggenhoofd dat de stad tegen aanvallen
uit het westen moest beschermen. Nu ligt daar de Frederik Hendrikkazerne).
In het gemeentelijk spraakgebruik heet dit eigelijke Venlo, het gebied ten
oosten van de Maas ‘het stadsdeel Venlo’ (kaart 2).
Als we teruggaan in de geschiedenis, dan zien we in dit gebied tussen de Maas
en de Duitse grens een duidelijke tweedeling:
| 1) | de vestingstad Venlo (ongeveer het huidige centrum); |
| 2) | het omringende Venlose platteland, genaamd d'n
Bantoe:n (Nederlands: de Bantuin). |
Zowel in de stad als in de Bantuin spraken en spreken de mensen Venloos. Maar
vroeger waren er wel wat verschillen tussen het Venloos van de stad en het
Venloos van de Bantuin. Eind vorige eeuw werden de meeste Venlose boeren
tuinder. Het Venlose woord voor tuinder is gerdeneer.
Vandaar dat het Venloos van de Bantuin in de volksmond
Gerdeneersvenloos heet. Na 1860 zijn de stadsmuren geslecht
en vanaf die tijd heeft het centrum zich ten koste van de Bantuin
uitgebreid.
Op kaart 2 ziet u de toestand van 1866 naast de toestand van 1997. Van het
Venlose platteland is weinig meer over. Als overblijfsel van de Bantuin
geldt nu het buurstschap 't Ven.
Door die verstedelijking van het Venlose platteland zijn de typische
kenmerken van het Gerdeneersvenloos goeddeels verdwenen. Heel veel is er
niet bekend over het Gerdeneersvenloos. D.w.z. er is nog geen gericht
onderzoek naar gedaan. Hieronder kom ik op een aantal verschillen te
spreken.
| |
| |
Kaart 1: De gemeente Venlo in 1997
| |
| |
Kaart 2: Het stadsdeel Venlo
| |
| |
Kaart 3: Het stadsdeel Blerick
| |
| |
| |
‘Het stadsdeel Blerick’
Ten westen van de Maas ligt wat in het gemeentelijk jargon ‘het stadsdeel
Blerick’ heet.
Het noordelijke deel daarvan is in de jaren '90 van de gemeente Grubbenvorst overgeheveld naar de gemeente Venlo.
Daar ontwikkelt de gemeente Venlo een nieuw industrieterrein met de zeer
on-Limburgse naam ‘Tradeport West’. De 24 Grubbenvorster bewoners zijn
‘geamoveerd’, zodat het Grubbenvorster dialect er is uitgestorven.
Afgezien van dit recent aan de gemeente toegevoegde stuk, bestaat het
‘Stadsdeel Blerick’ historisch uit drie gedeelten (kaart 3):
| 1) | het dorp Blerick (Blieërik
of 't Dörp) gelegen aan de Maas; |
| 2) | het gehucht Hout-Blerick (Houblieërik); |
| 3) | het kleinere gehucht Boekend (D'n Bokend). |
Tot 1940 behoorde dit ‘Stadsdeel Blerick’ tot de gemeente Maasbree. Die gemeente Maasbree bestond uit 3 dorpen: Blerick,
Baarlo en Maasbree. Aanvankelijk was Maasbree
het grootste dorp, maar vanaf het 3e kwart van de 19e eeuw is Blerick snel
gaan groeien. Het kreeg een station, een werkplaats van het spoor en wat
industrie en werd aldus de grootste en belangrijkste kern van de toenmalige
gemeente Maasbree.
Nog rond 1900 spraken het dorp Blerick en zijn gehuchten Hout-Blerick en
Boekend een en hetzelfde dialect: het Blericks. De Maas vormde de
dialectgrens met het Venloos.
Toen Blerick-Dorp in het derde kwart van de 19e eeuw snel ging groeien,
werden de contacten met Venlo intensiever, de agrarische activiteiten
verminderden allengs en de plaats begon te verstedelijken.
Vanaf het begin van de 20e eeuw zien we de invloed van het Venloos toenemen.
In dialectenquêtes vanaf 1930 tot 1970 is duidelijk zichtbaar dat het
Blericks sterk staat in Hout-Blerick en Boekend. Maar in Blerick-Dorp
vertoont het dialect steeds sterkere Venlose trekken.
In 1940 wordt Blerick-Dorp samen met Hout-Blerick en Boekend overgeheveld
naar de gemeente Venlo. Na de oorlog verrijzen er veel nieuwe wijken in
Blerick waar ook veel Venlonaren gaan wonen. Blerick wordt in feite een
voorstad van Venlo. Van het agrarische karakter is niet veel meer over. In
1997 kent Blerick nog maar 1 boerenbedrijf. Het Blericks verliest in Blerick
steeds meer aan terrein en in de jaren tachtig sterft het Blericks als
gesproken taal in Blerick zelf uit wanneer de laatste geboren en getogen
dorpelingen, die de taal actief beheersen, sterven. Wél leven er nog
Blerickenaren die in hun jeugd Blericks hebben gepraat. Maar nu spreken ze
een soort Venloos met Blerickse invloeden. Wie erop let, hoort bij mensen
van echte Blerickse komaf soms een ander woord of een iets afwijkende
uitspraak. Maar al met al is het Venloos nu de taal van Blerick en heel veel
Venlonaren en zelfs Blerickenaren weten niet dat er een paar generaties
aanzienlijke verschillen bestonden | |
| |
tussen het dialect van Venlo
en Blerick.
Hout-Blerick en Boekend hebben hun agrarische karakter nog niet helemaal
verloren. Ze zijn inmiddels uitgegroeid tot dorpen. Hout-Blerick kreeg in de
jaren '30 een eigen kerk, Boekend in de jaren '50. Er kwamen eigen schoten
en de kinderen hoefden niet meer in Blerick-Dorp naar school. Het is niet zo
dat elke Hout-Blerickenaar of Boekender nog ‘zuiver Blericks’ spreekt, maar
wel leeft daar het dialect nog dat in het dorp is uitgestorven.
Toch is het begrijpelijk dat niet elke Venlonaar weet dat er in zijn gemeente
nog een ander dialect wordt gesproken. Want het percentage dat Blericks
spreekt is erg laag. Zelfs als we er voor het gemak van uitgaan dat elke
Hout-Blerickenaar of Boekender Blericks spreekt, dan ligt het percentage
Blerickssprekenden op de totale bevolking tussen de 3 en 4%.
| |
Stadsdialect en dorpsdialect
Voordat ik inga op de verschillen, wil ik wijzen op het verschillende
karakter van de dialecten. Het Venloos is het dialect van een oude stad. Het
Blericks is net als alle dialecten van Venlo's buurplaatsen een
dorpsdialect.
Wat wil dat zeggen? Een stadsdialect als het Venloos is meer beïnvloed door
de standaardtaal. Er was meer invloed van buiten. Van verre kwamen
handelaren naar de stad en ook de garnizoensoldaten die minstens twee jaar
in de stad gelegerd waren kwamen meestal van buiten. Verder waren er nogal
wat Venlose handelaren die in den vreemde en in contact kwamen met andere
dialecten. Het is dan ook geen toeval dat het Venloos vaker andere
woord(vorm)en heeft dan de naburige dorpsdialecten.
De dorpelingen kwamen veel minder in aanraking met mensen van verweg en
daarom bleef hun dialect conservatiever. Die conservatieve trekjes binden
die omringende dorpsdialecten t.o.v. het stadsdialect. Het Blericks vertoont
vaak meer overeenkomsten met het dialect van een ander buurdorp van Venlo dan met het dialect van Venlo.
Dus als ik zo dadelijk Blerickse woorden met Venlose ga vergelijken, dan
gelden (of golden) die Blerickse meestal ook voor de dialecten van andere
buurdorpen, met name Velden en Tegelen. Het Blericks dient dus als vertegenwoordiger van de
rond Venlo gesproken dorpsdialecten.
| |
Enkele overeenkomsten tussen het Venloos en het Blericks
Maar eerst wil ik nog op een paar belangrijke overeenkomsten tussen het
Venloos en het Blericks wijzen:
| |
kaart 4: Isoglossen in Noord-Limburg. Bron: Pieter
Goossens, Isoglossen in Noord-Limburg (in: Houx e.a., Tegels Dialek,
Maastricht 1968)
| |
| |
| |
tabel 1
|
Blericks
|
Venloos
|
| Ouk ik stóng mich
dao |
Ouk ik stónd mich
dao |
| veur de schoeël te wachte |
veur de schoeël te wachte |
| |
|
| ouK - iK; (st;
ng); sch |
ouK - iK; st; nd; sch |
| ng ⇔ |
nd |
| |
Ürdinger Linie |
| ouCH-iCH; (st;
ng); sj |
ouCH-iCH; sjt; ng; sj |
| st ⇔ |
sjt |
| |
|
|
Baarloos
↕ |
Tegels
↕ |
| |
|
| Ouch ich
st
óng mich dao |
Ouch ich sjting/
sjt
óng mich |
| veur de sjoeël te wachte |
dao veur de sjoeël te wachten |
| - | Beide dialecten liggen dus net ten noorden van de Uerdinger
Linie: ik, ouk. |
| - | Beide liggen in het mich-kwartier: mich |
| - | Beide dialecten liggen net ten noorden van de sch-sj-grens:
Blerick - Venlo: Ik staon veur de schoeël
Baarlo: Ich staon veur de sjoeël
Tegelen: Ich sjtaon veur de sjoeël |
In Noord-Limburg zijn in de regio rond Venlo sommige van deze
isoglossen de afgelopen honderd jaar stabiel gebleven. De Uerdinger
Linie en de sch-sj-grens. Maar voor een medeklinker staat de sj
onder druk. De vorm mich staat nog altijd zeer
sterk en doet in Sevenum zelfs het
oorspronkelijke meej sterke concurrentie aan.
Vormen als stóng zijn inmiddels uit sommige
dialecten verdwenen. Daarop kom ik later nog te spreken.
| |
De verschillen1)
Als we het zinnetje Ik stond scheef met de noordelijke en
zuidelijke buurdialecten vergelijken, dan valt op dat Venlo relatief
geïsoleerd ligt. Het Blerick verschilt op 2 punten van zijn zuidelijke buur,
maar verschilt op 0 punten van de noordelijke buur Grubbenvorst en zelfs van Velden. Venlo verschilt op 4 punten
van zijn zuidelijke buur Tegelen en op 1 punt van noordelijke buur Velden.
| |
| |
| |
Tabel: 2 Venlo en Blerick en hun noordelijke en zuidelijke
buurdialecten rond 1900:
| |
Grubbenvorst
|
|
Velden
|
| |
Ik stóng scheif |
⇐ 0 verschillen ⇒ |
Ik stóng scheif |
| |
|
|
|
| 0 verschillen ↕ |
|
|
↕ 1 verschil |
| |
|
|
|
| |
Blerick
|
|
Venlo
|
| |
Ik stóng scheif |
⇐ 1 verschil ⇒ |
Ik
stónd
scheif |
| |
|
|
|
| 2 verschillen ↕ |
|
|
↕ 4 verschillen |
| |
|
|
|
| |
Baarlo
|
|
Tegelen
|
| |
Ich stóng sjeif |
⇐ 1 verschil ⇒ |
Ich
sjtóng
sjeif |
Nogmaals: het Venloos blijkt wat geïsoleerd. Concentreren we ons op de
verschillen tussen het Venloos en het Blericks, waarbij het Blericks
meestal overeenkomt met de genoemde dorpsdialecten bij Venlo. Het lijkt
erop dat er invloeden vanbuiten, hier van de Nederlandse standaardtaal,
het eerste zijn opgetreden in het Stadsvenloos. Een paar voorbeelden:
| |
Tabel 3: Tegenstellingen Gerdeneersvenloos en
Stadsvenloos rond 1900
|
Blericks
|
Gerdeneers-Venloos
|
Stads-Venloos
|
Nederlands
|
| get/ wet |
wet (1914) |
wa(a)t |
iets/ wat |
| herd |
herd (1914) |
hard |
hard |
| melder |
melder, merdel |
maelder |
merel |
| ? |
Bantoe:n |
Bantuin |
Bantuin |
| kerboe:t |
kerboe:t |
balkebrij |
balkenbrij |
Duidelijk blijkt dat de vernieuwingen het eerst in het Stadsvenloos
optreden en dat het Gerdeneersvenloos langer vasthield aan de
oorspronkelijke vormen. Maelder beschouw ik als
een mengvorm van melder en merel.
| |
| |
| |
Verschillen tussen de klinkers in beide dialecten
De onderstaande voorbeelden laten een volgende fase van de ontwikkeling zien:
de Nederlandse woordvormen hebben ook in het Gerdeneersvenloos de oude
verdrongen. Die oudere zijn nog wel in het Blericks bewaard:
| |
Tabel 4: Tegenstellingen Venloos-Blericks
|
Blericks
|
Venloos
|
Nederlands
|
| |
|
|
| troew |
trouw |
trouw |
| |
|
|
| doewe |
douwe |
douwen, duwen |
| |
|
|
| aegers |
ekster |
ekster |
| |
|
|
| doow/dich bis |
dich bis |
[jij bent] |
| |
|
|
| doe/doow dougniks [+] |
doe dougniks [+] |
[jij deugniet] |
| |
|
|
| daag |
daag |
dag |
| ß |
ß |
ß |
| maondig |
maondaag |
maandag |
We hebben tot dusverre alleen naar een paar losse woorden gekeken. Ook in
de vervoeging en verbuiging van woorden zijn er opvallende verschillen.
Het Venloos blijkt meestal wat eenvoudiger dan het Blericks:
| |
Tabel 5: klinkerverkortingen in het werkwoordparadigma
in het Blerickse en het Venloos
| Nederlands: MAKEN |
|
Nederlands: RAKEN |
|
| |
|
|
|
|
Venloos én Blericks
|
|
Blericks
|
Venloos
|
| |
|
|
|
| |
maake
|
raake |
raake |
|
o.t.t.
|
|
|
|
|
ik
|
maak
|
raak |
raak |
|
de
|
mAks
|
rAks |
raaks |
|
hae
|
mAk
|
rAk |
raak |
| |
|
|
|
|
we
|
maake
|
raake |
raake |
|
ge
|
mAk
|
rAk |
raak |
|
ze
|
maake
|
raake |
raake |
| |
| |
|
o.v.t.
|
|
|
|
|
ik
|
mAkde
|
rAkde |
raakde |
|
de
|
mAksde
2)
|
rAksde |
raaksde |
|
hae
|
mAkde
|
rAkde |
raakde |
|
we
|
mAkde
|
rAkde |
raakde |
|
ge
|
mAkde
|
rAkde |
raakde |
|
ze
|
mAkde
|
rAkde |
raakde |
| |
|
|
|
| |
gemAk
|
gerAk |
geraak |
De vormen van maake (maken) laten zien dat dit
patroon van verkortingen in het Venloos niets vreemds is. In het
vergelijkbare raake is het Venlose paradigma
genivelleerd. Het Blericks kent hier wel dezelfde verkortingen als
in maake.
| |
Tabel 6: monoftongering in het werkwoordparadigma
in het Blericks en Venloos
| Nederlands: MAKEN |
|
|
Nederlands: ROKEN |
|
|
Nederlands: MENEN |
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
Venloos én Blericks
|
|
|
Blericks
|
Venloos
|
|
Blericks
|
Venloos
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
maake
|
|
|
rouke |
rouke |
|
meine |
meine |
|
o.t.t.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
ik
|
maak
|
ik
|
rouk |
rouk |
ik
|
mein |
mein |
|
de
|
mAks
|
de
|
rOks |
rouks |
de
|
mEns |
meins |
|
hae
|
mAk
|
hae
|
rOk |
rouk |
hae
|
mEnt |
meint |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
we
|
maake
|
we
|
rouke |
rouke |
we
|
meine |
meine |
|
ge
|
mAk
|
ge
|
rOk |
rouk |
ge
|
mEnt |
meint |
|
ze
|
maake
|
ze
|
rouke |
rouke |
ze
|
meine |
meine |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
o.v.t.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
ik
|
mAkde
|
ik
|
rOkde |
roukde |
ik
|
mEnde |
meinde |
|
de
|
mAksde
|
de
|
rOksde |
rouksde |
de
|
mEnsde |
meinsde |
|
hae
|
mAkde
|
hae
|
rOkde |
roukde |
hae
|
mEnde |
meinde |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
we
|
mAkde
|
we
|
rOkde |
roukde |
we
|
mEnde |
meinde |
|
ge
|
mAkde
|
ge
|
rOkde |
roukde |
ge
|
mEnde |
meinde |
|
ze
|
mAkde
|
ze
|
rOkde |
roukde |
ze
|
mEnde |
meinde |
| |
|
|
|
|
|
|
|
| |
gemAk
|
|
gerOk |
gerouk |
|
gemEnd |
gemeind |
| |
| |
Overal waar beide dialecten in maake verkorten,
treden in Blerickse paradigmata met tweeklanken eenklanken op.
Maar in het Venloos verschijnt in elke vorm de tweeklank.
Hoewel in deze Blerickse voorbeelden de monoftongering is, is het
mogelijk dat het Venloos deze monoftongeringen ook eens gekend
heeft en later het paradigma vereenvoudigd heeft.
| |
Tabel 7: secundaire diftongering in het
werkwoordparadigma in het Blericks en Venloos
| Nederlands: MAKEN |
|
|
Nederlands: WONEN |
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
Venloos én Blericks
|
|
|
Blericks
|
|
Venloos
|
| |
|
|
|
|
|
|
maake
|
|
|
woeëne |
|
woeëne |
|
o.t.t.
|
|
|
|
|
|
|
ik
|
maak
|
ik
|
woeën |
ik
|
woeën |
|
de
|
mAks
|
de
|
wÓns |
de
|
woeëns |
|
hae
|
mAk
|
hae
|
wÓnt |
hae
|
woeënt |
| |
|
|
|
|
|
|
we
|
maake
|
we
|
woeëne |
we
|
woeëne |
|
ge
|
mAk
|
ge
|
wÓnt |
ge
|
woeënt |
|
ze
|
maake
|
ze
|
woeëne |
ze
|
woeëne |
| |
|
|
|
|
|
|
o.v.t.
|
|
|
|
|
|
|
ik
|
mAkde
|
ik
|
wÓnde |
ik
|
woeënde |
|
de
|
mAksde
|
de
|
wÓnsde |
de
|
woeënsde |
|
hae
|
mAkde
|
hae
|
wÓnde |
hae
|
woeënde |
| |
|
|
|
|
|
|
we
|
mAkde
|
we
|
wÓnde |
we
|
woeënde |
|
ge
|
mAkde
|
ge
|
wÓnde |
ge
|
woeënde |
|
ze
|
mAkde
|
ze
|
wÓnde |
ze
|
woeënde |
| |
|
|
|
|
|
| |
gemAk
|
|
gewÓnd |
|
gewoeënd |
In het paradigma van woeëne (wonen), zien
we hetzelfde patroon als bij rouke en meine (tabel 6): het Blericks kent in de
vaste vormen monoftongeringen. Het Venloos vertoont overal
dezelfde tweeklank.
Het bijzondere van dit voorbeeld is dat de wón-vormen de verkorting van de oorspronkelijke vorm
woon laten zien. In de vaste vormen is
deze oo [o:] | |
| |
verkort (tot [o]>[q]). De vormen
die niet verkort waren, zijn later (secundair)
gediftongeerd: woon- [o:] werd woeën- [ue]. In het Venloos is het
paradigma vereenvoudigd en heeft woeën-
alle wón-vormen verdrongen. Het Blericks
toont nog de oude toestand.
Ook bij andere woordsoorten zien we in het Venloos een
eenvoudiger patroon dan in het Blericks:
| |
Tabel 8: verkorting en diftongering in
zelfstandige naamwoorden
|
Blericks
|
Venloos
|
Nederlands
|
| |
|
|
|
|
Verkleiningen:
|
bloom |
bloom |
bloem
|
| |
bl
U
mke |
bleumke |
bloemetje
|
| |
|
|
|
| |
scheep |
scheep |
schip
|
| |
schlpke |
scheepke |
scheepje
|
| |
|
|
|
| |
geit |
geit |
geit
|
| |
gEtje |
geitje |
geitje
|
Vergelijkbaar met bloom is schoon (schoen). Het verkleinwoord daarvan is
zowel in het Venloos als in het Blericks schunke.
| |
Tabel 9: verkorting en diftongering in
bijvoeglijke naamwoorden
|
Blericks
|
Venloos
|
Nederlands
|
| |
|
|
| klein |
klein |
klein
|
| klEnder |
klein(d)er |
kleiner
|
| 't klEnste |
't kleinste |
het kleinste
|
Dit paradigma heeft ook de vormen van het leenwoord
fijn3) (in de betekenis ‘mooi,
aangenaam’) beïnvloed:
|
Blericks
|
Venloos
|
Nederlands
|
| |
|
|
| fijn |
fijn |
fijn
|
| fEnder |
fijn(d)er |
fijner
|
| 't fEnste |
't fijnste |
het fijnste
|
| |
| |
| |
Tabel 10: verkorting en
diftongering in telwoorden
|
Blericks
|
Venloos
|
Nederlands
|
| |
|
|
| veer |
veer |
vier
|
| vIrde |
veerde |
vierde
|
| |
|
|
| twieë |
twieë |
twee
|
| twIdde |
twieëde |
tweede
|
De i van twidde is een echo van
de oorspronkelijke vorm *twee
- *tweede. Tweede is verkort
tot twidde. Daarna is de
klinker van *twee veranderd in
ieë: twieë.
Typisch voor het Venloos is het gedeeltelijk
samenvallen van de paradigmata van de
werkwoorden ‘liggen’ en ‘leggen’ en ‘zitten’ en
‘zetten’.
| |
Tabel 11: het (niet)
samenvallen van verbuigingsvormen van
verschillende werkwoorden
| LIGGEN en LEGGEN |
|
|
| |
|
|
| Vetgedrukt = anders dan in
bovenstaande rijtje |
|
|
| |
|
|
|
Nederlands
|
Blericks
|
Venloos
|
| |
|
|
|
ik lig
|
ik LIG(K) = |
ik LIG(K) |
|
ik lag
|
ik LOOG = |
ik LOOG |
|
ik heb gelegen
|
ik höb GELAEGE = |
ik heb GELAEGE |
| |
|
|
|
ik leg dat
neer
|
ik LEG(K) det neer1 |
ik LIG(K) det neer |
|
ik legde dat
neer
|
ik LAG det neer1 |
ik LOOG det neer |
|
ik heb dat
neergelegd
|
ik höb det neerGELAG |
ik heb det neerGELAG |
| |
|
|
| ZITTEN en ZETTEN |
|
|
| |
|
|
| Vetgedrukt = anders dan in
bovenstaande rijtje |
|
|
| |
|
|
|
Nederlands
|
Blericks
|
Venloos
|
| |
|
|
|
ik zit hier
|
ik ZIT = |
ik ZIT |
|
ik zat hier
|
ik ZOOT = |
ik ZOOT |
|
ik heb hier
gezeten
|
ik höb GEZAETE = |
ik heb GEZAETE |
| |
| |
|
ik zet dat
neer
|
ik ZET det neer1 |
ik ZIT det neer |
|
ik zette dat
neer
|
ik ZAT det neer1 |
ik ZOOT det neer |
|
ik heb dat
neergezet
|
neerGEZATTE = |
neerGEZATTE |
Alleen de invuller van de Venlose lijst van
de SGV-enquête vermeldt voor zette: zat, meestal zoot. Hij was geboren en
opgegroeid in de Bantuin en mogelijk is zat
een vorm uit het Gerdeneersvenloos4).
Er zijn maar weinig gevallen waarin het
Blericks eenvoudiger is dan het Venloos. Ik
heb er maar één kunnen vinden: het paradigma
van mótte (moeten).
| |
Tabel 12: Moeten
|
Nederlands
|
Blericks
|
Venloos
|
| |
|
|
|
moeten
|
mótte |
mótte |
| |
|
|
|
ik moet - we
moeten
|
ik mót - we mótte |
ik mót - we mótte |
|
ik moest - we
moesten
|
ik mós - we móste1 |
ik mEUs - we mEUste |
|
ik heb
gemoeten
|
ik höb 't gemós >1 |
ik heb 't gemEUs > |
| |
gemótte |
gemótte |
De eu-klank [ø:] is oorspronkelijk een
conjunctiefvorm. In de omringende
plaatsen ben ik die nergens
tegengekomen.
| |
Klinkerlengte
Het komt vaker voor dat de klinkers ie, oe en uu zijn in het Venloos voor l,
m, n vaak wat korter dan in het Blericks:
| |
Tabel 13: ie, oe en uu vóór l, m, n
|
Blericks
|
Venloos
|
Nederlands
|
| vie:l |
viel |
vijl |
| appelesie:n |
appelesien |
appelsien |
| proe:m |
proem |
pruim |
| ku:me |
kume |
kuimen [ste(u)nen] |
| |
| |
De eerste die het verschil in klinkerlengte in de regio Venlo opmerkte
was bij mijn weten opmerkte was W.
Janssen5) in 1940. Deze
constatering klopt ongetwijfeld, maar het is de vraag of al zijn
voorbeeldwoorden representatief zijn. Soms geeft hij korte Venlose
vormen, waar de Venlose Woordenlijst van Van Daele6) (uit
1937) lange geeft. Ook het Venloos Woordenboek7) en A.L.W.P. Hendrikx in
Verandering in het dialect
8) geven vaker langere vormen dan W. Janssen. Hendrikx
toont aan dat (in elk geval in de jaren tachtig) afhankelijk van de
spreker in Venlo soms ook de lange klanken gangbaar zijn. Maar als
tendens klopt Janssens constatering: in Venlo
zijn deze klinkers vaak korter dan in Blerick.
Janssen vermoedt als oorzaak het rappere spreektempo van stedelingen,
maar misschien ook invloed van het Nederlands dat in deze posities
alleen maar korte klinkers kent.
| |
Nog enkele andere verschillen in het klankkarakter
Het is moeilijk om in een kort bestek het klankkarakter van beide dialecten
te beschrijven. Ik beperk met tot een paar hoofdpunten. Het Venloos wordt
wat meer achter in de keel uitgesproken dan het Blericks.
Een sjiboleth voor mij is de wijze waarop een Venlonaar /a:/ (de lange a)
uitspreekt. In Nederlands Zuid-Limburg klinkt de lange a zeer donker [û:].
In Noord-Limburg is ze veel scherper [a:] met het Venloos als allerscherpste
variant. Een woord als laat kan soms zelfs als [la:ɛt]
klinken waarbij de [a:] in de [ɛ] overvloeit. Het Venloos, zeker van de
oudere generaties, klinkt veel trekkerig en galmender dan het Blericks. Dit
goldt vooral voor het Gerdeneersvenloos. Sleeptonen zijn aldus zeer goed
hoorbaar.
In het Blericks heb ik nog de [e], de klank tussen [l] (de i van pit) en de
[ɛ] (de e van pet) nog waargenomen. In het Venloos ontbreekt deze klank
volledig. Deze [e]-klank is het Venloos ofwel tot [l] of tot [ɛ]
uitgekristalliseerd. Omdat ik niet genoeg Blerickse gegevens heb, neem ik
een paar Tegelse als voorbeeld:
| |
Tabel 14: de Venlose parallellen van [e]
| Tegels |
Venloos |
Nederlands |
| mèt |
mit > met |
met |
| mèlk |
melk |
melk |
| kèrk |
kerk |
kerk |
| hae zjwèt |
hae zwet |
hij zweet |
| hae hèt |
hae hit > het |
hij heet |
| hae hèlt |
hae hildt > heldt |
hij houdt |
| hae wèt |
hae wit > wet |
hij weet |
| hae vèlt |
hae velt |
hij valt |
| zègke |
zegke > zegge |
zeggen |
| |
| |
In de Venlose vertaling van de parabel van de Verloren zoon van ongeveer
1800 komt de spelling sigghen (zeggen) voor. Mogelijk was de klinker
toen minder open dan nu.
De Venlose klanken zijn vaak opener dan de Blerickse:
Typisch Venloos ook dat de sjwa soms naar een [l] neigt. Boe:te (buiten)
klinkt dan als ['bu:tl], slaope (slapen) als ['slɔ:pl]. Deze extreme
variant is niet algemeen. Wel is het zo dat de Venlose sjwa vaak
palataler wordt gerealiseerd dan in de buurdorpen.
De [e:] en de [ɔ:] zijn in Noord-Limburg tamelijk gesloten. Een woord als
‘militair’ wordt in het dialect als ‘militeer’ uitgesproken; en de zeer
open o van ‘zone’ klinkt heel wat geslotener. Het Venloos realiseert
echter het woord jao (ja) en nae
(nee) echter heel open.
In het Blericks zijn deze klanken bijna net zo gesloten als in de andere
woorden.
Andersom kent het Blericks meer woorden met de open [oe] (ö) die in het
Venloos als [Y] worden uitgesproken:
| |
Tabel 15: Blericks [oe] versus Venloos [Y]
| Blericks |
Venloos |
Nederlands |
| |
|
|
| knöppe |
knuppe |
knopen |
| bös |
bus |
bus (autobus; brievenbus) |
| öm |
um |
om |
Typisch is dat er in het Blericks zuivere eenklank met naslag,
terwijl in het Venloos de lange eenklank wat minder zuiver is, maar
een naslag ontbeert. Hier lijkt me de Nederlandse invloed op het
Venloos evident.
Blericks: HermaJn, TóJn,
dooJn (doen), zeeJve
(getal 7), neeJge (negen), kepoJt (kapot).
| |
| |
Kaart 4: Het velariseringsgebied in Noord-Limburg
| |
| |
| |
Medeklinkers
Hier beperk ik me tot een verschijnsel: de velarisering. Waar in Nederlandse
woorden de klankcombinatie nt en nd optreedt, heeft het Blericks ng en nk.
Dit verschijnsel wordt velarisering genoemd.
Typisch is dat er in het Venloos nauwelijks sporen van velarisering te vinden
zijn, terwijl 100 jaar geleden vrijwel alle buurplaatsen wél velariseerden.
Een strook in Noord-Limburg maakt deel uit van een groter Rijnlands
velariseringsgebied. Een zuidelijker uitloper vindt men in oostelijk
Zuid-Limburg.
| |
Kaart 4: het velariseringsgebied in Noord-Limburg
Het afwijkend gedrag van het Venloos stelt dialectologen voor een
probleem. Er zijn twee mogelijkheden: of het Venloos heeft nooit
gevelariseerd, of het heeft die velarisering verloren. Als het Venloos
ontvelariseerd is, dan moet dat voor 1800 zijn gebeurd. Want als dan de
eerste Venlose teksten opduiken, is er geen spoor van velarisering te
ontdekken.
vēne
De Venlose dialectoloog prof. J. Schrijnen
ging van ontvelarisering uit op grond van twee gevelariseerde woorden
die toch in het Venloos te vinden zijn: stank, de gebiedende wijs van
staan (ontstaan uit *stand): stank stil! en het woord
genk (gent, mannetjegans) dat hij aantrof in genkrieje
(gansrijden).9)
Genk en stank zouden
velariseringsrelicten in het Venloos kunnen zijn. Kaart 4: het
velariseringsgebied in Noord-Limburg
Ik durf over deze kwestie geen oordeel te vellen. Wel wil ik een paar
kanttekeningen maken bij de voorbeelden die hij aandraagt. Het gaat wel
degelijk om velariseringen. Maar m.u.v. de verleden tijd lijken het
paradigma van het Venlose staon (staan) en gaon (gaan) lijken veel op elkaar:
| |
Tabel 16: deel paradigma van het Venlose staon en
gaon
| staon |
|
gaon |
|
| |
|
|
|
| ik |
staon |
staon |
|
| de |
steis |
geis |
|
| hae |
steit |
geit |
|
| we |
staon |
gaon |
|
| ge |
stót |
gót |
|
| ze |
staon |
gaon |
|
| |
|
|
|
| |
stank |
gank |
gebiedende wijs enkelvoud |
| |
stót |
gót |
gebiedende wijs meervoud |
| |
|
|
|
| |
gestaon |
gegaon |
|
| |
| |
De gebiedende wijs van het Noord-Limburgse gaon is
gank. Deze nk is niet ontstaan uit nt of nd.
Het is zou dus mogelijk kunnen zijn dat stank
o.i.v. van gank is ontstaan. Als men van
ontvelarisering uitgaan, zou men kunnen aanvoeren dat stank dankzij gank is blijven bestaan.
Typisch is dan wel dat buiten het Velariseringsgebied in en rond
Horst - zo'n 10 kilometer ten
noordwesten van Blerick - iets meer sporen van een velarisering te
vinden zijn: binge, vinge (vinden), stóng (stond). Als Venlo
ontvelariseerd is, dan is dat blijkbaar abrupter gebeurd.
Bij het woord genk is voorzichtigheid geboden. Het
gevelariseerde type genk komt ook in het Venrays
(gaenk) voor tot in de Brabante Peel aan toe.
Volgens de heer Linssen, een van de
makers van het Venrays Woordenboek, zelfs nog in Boxmeer, zo'n 30
kilometer boven Venlo.
Op zoek naar mogelijke andere velariseringen heb ik talloze
vragenlijsten doorgekeken en ben heel soms op 3 (mij onbekende)
gevelariseerde Venlose vormen gestoten. Elk daarvan steunde maar op
één informant wiens achtergrond ik ken. Een te magere oogst om er
conclusies aan te verbinden. Er is echter nog één geval van
velarisering dat Venloos zou kunnen zijn: granke
met het agens granker (Middelnl: granter =
bedelaar), dat ‘(zeurend) bedelen’ betekent. Meestal wordt het van
kinderen of dieren gezegd. Volgens sommigen is het geen Venloos,
maar het Venloos woordenboek voert granker als
verouderd op. Mogelijk is het Gerdeneersvenloos.
Zoals gezegd durf ik noch te beweren dat Venlo nooit gevelariseerd
heeft noch het tegenovergestelde te verkondigen.
Inmiddels is de velarisering geheel teruggedrongen uit Velden, Grubbenvorst
en Blerick-Dorp. Dit is te wijten aan de Venlose invloed. Het feit
dat het Venloos ook in dit punt met het Nederlands overeenstemt zal
de ontvelarisering nog versneld hebben.
Het Noord-Limburgse velariseringsgebied is een uitloper van een groot
Rijnlands velariseringsgebied. Aan de Duitse kant van de grens
hebben de dialecten de velarisering niet verloren. De rijksgrens
heeft hen voor de meeste Venlose invloed afgeschermd en doordat
belangrijke steden als Krefeld, Viersen, Mönchengladbach ook
velariseren is er van de dialecten aan de Duitse kant geen
ontvelariseringsdruk geweest.
De noordelijkste plaatsen met sterk velariserende dialecten zijn nu
Tegelen-Hout-Blerick-Boekend en Sevenum. Dit wil
niet zeggen dat de velarisering in die plaatsen algemeen is. Zo
velariseren - naar verluidt - in Sevenum alleen nog leden van de
oudere generaties.10)
| |
Conclusie
Al met al: het Venlose stadsdialect staat opvallend dichterbij het Nederlands
dan omringende dorpen. Het - inmiddels vrijwel verdwenen - Gerdeneersvenloos
vertoont conservatievere trekjes dan het Stadsvenloos. Dit toont dat de
invloeden van de standaardtaal eerst het Stadsvenloos | |
| |
beïnvloedde, dan het Venlose platteland en vervolgens naar de buurdorpen
zijn overgeslagen. Het Blericks door zijn ligging vlakbij Venlo het eerste
dorp waarvan het dialect onder invloed van het Venloos kwam te staan.
De invloed van het Nederlands heeft ervoor gezorgd dat sommige typische
woordvormen uit de streek in Venlo onbekend zijn en ook niet meer zijn
opgetekend: ekster (in de streek aegers(t)). Als het om de klinkers gaat,
vertoont Venloos Nederlandse klanken (bv.trouw; streek: troew). Ook de
uitspraak van sommige lange klinkers vertonen Nederlandse invloeden: bv. een
wat onzuiver oo (dooun) tegenover zuiver oo met korte
naslag in de streek (dooJn). Het klinkersysteem hier en
daar aan het Nederlands is aangepast: een voorliefde voor korte ie, oe en uu
voor l, m, n. In de verbuiging en vervoeging tonen de Venlose klinkers zich
veel regelmatiger dan in de buurdialecten. Daar is de klinkerverkorting en
de monoftongering veel sterker dan in het Venloos een integraal onderdeel
van verbuiging en vervoeging.
Ook het medeklinkersysteem is mogelijk vereenvoudigd. Het Venloos kent
nauwelijks gevallen van velarisering. Mogelijk zijn dat relicten, maar
andere verklaringen zijn ook mogelijk.
De Venlose invloed inmiddels heeft de buurdialecten in Noord-Limburg
beïnvloed en soms - zoals in het geval van Blerick
- vrijwel geheel verdrongen. Het Blericks heeft in de voormalige gehuchten
Hout-Blerick en Boekend kunnen overleven doordat ze relatief weining contact
met Venlo hadden. Het feit dat het Venloos op meer punten met het Nederlands
overeenstemt, zal de overname van woorden en woordvormen die hetzelfde zijn
als de Nederlandse zeker hebben vergemakkelijkt.
|
1)Een uitgebreid overzicht
over de verschillen is te vinden in: F. Bakker & A.W.L.P.
Hendrikx, 't Blièriks van vruujer, Nijmegen, 1995.
2)de waarschijnlijk oude
verleden-tijdsuitgang 2 pers. o.v.t. * [de mak]des is niet in
dialectenquêtes opgetekend. Maar de inversie-vorm
met de onbeklemde vorm van het
persoonlijk voornaamwoord luidt: ['mafzdeze]. In
deze contaminatievorm is mogelijk een echo van de
oorspronkelijke vorm: *makdes de.
3)‘Fijn’ in de betekenis ‘het tegengestelde van
grof’ is in het Blericks fie:n, in 't Venloos fien.
4)De invuller van de
Venlose lijst van de SGV-enquête uit
1914 was de onderwijzer Voestermans.
Volgens zijn schoondochter is hij
geboren op de Boerendans-boerderij ten
noorden van de oude stad. De boerderij
bestaat niet meer. Thans ligt daar een
Venlose wijk.
5)W. Janssen, Venlo als
kultuurhaard (in Onze Taaltuin 10, 1941-1942).
6)J. van Daele, Venloos Waordebook, 1937 (ongepubliceerd
manuscript), Katholieke Universiteit Nijmegen (NCDN).
7)A. Alsters e.a. Venloos Woordenboek, Venlo 1993.
8)A.W.L.P. Hendrikx, Verandering in het
dialect (scriptie Nederlands M.O.-B), Hogeschool interstudie, Arnhem
1989.
9)J. Schrijnen, de isoglossen
van Ramisch in Nederland, Bussum 1920.
10)Fr. Peeters, Euver Venlo en zien
taal (in: Veldeke 195).
|