terug  begin  verderprepost

Leiden, maandag 3 maart 1834

Leiden Maandag 3 Maart 1834.128

Bij de Gelder getenteerd.129 Hij begon met een quitantie voor 't collegegeld te schrijven. 't Begin alzoo in allen gevalle cijfers en berekening. Vervolgens gaf hij mij een ☐√ te trekken. Daarna een ❒√. dit ging uitmuntend. Eene vergelijking met 1 onbekende ging vrij wel, met 2 onbekend zeer moeielijk, en van een 2e - macht-vergelijking begreep ik niets. Ik had gehoopt dat hij 't hier, wat de Algebra betrof, bij gelaten zou hebben, maar hij deed mij nog onderscheidene vragen waarop ik 't antwoord schuldig bleef; ik weet niet veel van de Algebra. Hij ging hierop tot de Geometrie over - en liep de 5 eerste boeken van zijn Leerboek alle geregeld door:

[p. 45]

ik bleef hem slechts een paar malen (waar 't formules betrof)'t antwoord schuldig; hij was hier over zeer te vreden. Hij eindigde met mij een paar stellingen ter nadere inzage tegen 't Examen aan te bevelen. Ik vroeg hem of hij dacht dat 't nog al gaan zou - ‘Ja’, zeide hij, ‘Ja dat zal wel schikken; ge begrijpt zelf wel dat ge geen overvlieger zijt.’130 Dit wist ik zoo lang als ik met cijfers en lijnen te doen gehad heb. Kwart voor 8 was 't tentamen afgelopen.

Dadelijk ging ik naar Willink131 om hem van den uitslag te informeren: hij moet morgen ten 6 ure getenteerd worden.

Van hem begaf ik mij naar de Comedie, zag het laatste bedrijf van Iflands ‘Speler’132 zeer wel uitvoeren en daarop een kleine vaudeville.133

De Heer Fleming,134 docent in 't Engelsen hier ter stede, en geboren Engelschman heeft van mijn plan gehoord om Byron bij de Holl. Natie te introduceeren, en heeft den wensch geuit bij mij geintroduceerd te worden. Hasebroek heeft het hem beloofd. Donderdag e.k.zal 't op theetijd plaats hebben. Hasebroek laat niet na mijn lof, en met veel vergrooting, overal uit te bazuinen, waar hij meent dat hij er mij pleizier meê kan doen; ik kan in hem deze zijne vreemdheid aan jaloezij en deze zijne ware belangstelling in mijnen opgang niet genoeg roemen.

128Zie bijlage nr. 2.
129Een notitie in het handschrift van De Gelder tijdens dit tentamen in UBL Ltk Beets vrl. nr. 35.
130Overvlieger: hoogvlieger, uitblinker. Het gebruikte Leerboek was: Jacob de Gelder, Beginselen der Meetkunst, ontworpen naar haren tegenwoordigen staat van vorderingen , 's-Gravenhage en Amsterdam 1829, derde geheel omgewerkte en veel vermeerderde druk. De 5 eerste boeken beslaan pp. 1-164.
131Willink woonde op de Vismarkt 20 (bestaat niet meer).
132August Wilhelm Iffland (1759-1814). Duits toneelschrijver die, net als August von Kotzebue, ook in Nederland grote bekendheid genoot. Zijn toneelstuk Der Spieler (1798) werd opgevoerd in de vertaling van D. Onderwater.
133Berquin, of de Vriend der Kinderen, vrij gevolgd naar het Frans van J.N. Bouilly en J. Pain, door C. Alex van Ray.
134William Fleming (1804-1848). Engels interieurschilder; leerling van Charles Howard Hodges. Kwam in 1821 naar Leiden, waar hij in 1842 tot lector in de Engelse Letterkunde werd benoemd.
prepostterug  begin  verder