terug  begin  verderprepost

Leiden, dinsdag 6 mei 1834

Leiden Dinsdag 6 Mei248

Kopij van Walter Scottiana voor het 4de stukje van Westerman begonnen.249

 

Leiden, donderdag 8 mei 1834

 

Leiden 8 Mei. Hemelvaartsdag. In de vroegte, met Gewin en Hasebroek in een bootje den Rijn afgevaren, tot voorbij 't Haagsche Schouw. Ontbeten in den Rijnkom, tegen den oever onder 't overhangend lommer. Onder begunstiging van 't heerlijkste weder van daar voortgeroeid tot voorbij Rijnsburg, waar wij ons opnieuw versterken onder 't geboomte van eens anders mans hof. Eindelijk tot Katwijk binnen geroeid. De Kerk bezocht. Gewandeld naar Katwijk buiten. Met H. een bad genomen in de open zee. Te Katwijk-buiten gedineerd. Teruggewandeld naar Katwijk-binnen. Partij billiard. Tegen zes uren weggeroeid. Op dezelfde plekjes als 's morgens vertoefd. Dag van weelde en genot. Allerliefelijkst weêr; bloeiende natuur rondom ons; innige vriendschap en eenstemmigheid onder ons. De woorden van Tollens op onze lippen en in ons hart:

 
O God, wat is Uw schepping schoon,
 
Wat zijn Uw werken wonder!250

en

 
Gij hebt deze aard zoo schoon gemaakt
 
En mij zoo rijk in zegen.251
[p. 71]


illustratie
19. Rijnkom bij het Haagsche Schouw, met de hofstede Rhijnhof.

249Verschenen als Verzameling van Voortbrengselen van Uitheemsche Vernuften , Vierde Stukje, Amsterdam 1834.
250Deze regels zijn afkomstig uit Tollens' gedicht ‘Aardsgezindheid’; de tekst luidt daar: ‘o God! wat is uw schepping schoon, / Wat zijn uw werken wonder!’ in: Nieuwe Gedichten II, 's-Gravenhage 1828, p. 65.
251Hetzelfde gedicht; de tekst luidt: ‘Gij hebt ook de aard zoo schoon gemaakt, / En mij zoo rijk aan zegen!’, p. 68.
prepostterug  begin  verder