Cees Nooteboom. Ik had wel duizend levens en ik nam er maar één!


auteur: Harry Bekkering, Daan Cartens en Aad Meinderts


bron: Harry Bekkering, Daan Cartens & Aad Meinderts, Cees Nooteboom Ik had wel duizend levens en ik nam er maar één! (Schrijversprentenboek 40). Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen / Letterkundig Museum, Den Haag 1997  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 149]

Cees Nooteboom: een leven in data
samengesteld door Dick Welsink

1933

Cornelis Johannes Jacobus Maria Nooteboom wordt op 31 juli 1933 geboren te 's-Gravenhage, als zoon van Hubertus Maria Nooteboom, koopman, geboren te Tilburg op 13 februari 1897, en Johanna Carolina Christina Sophia Pessers, geboren te Tilburg op 29 december 1910; het gezin, waarvan ook nog een zusje deel uitmaakt, Johanna Justine Hubertha Maria (roepnaam: Hanneke), geboren 22 mei 1932 te 's-Gravenhage, woont op de Gevers Deynootweg 26

1934

verhuist 26 april naar Balistraat 32

1935

verhuist 10 december naar Sibergstraat 14

1936

verhuist 10 november naar Theresiastraat 184

1938

verhuist 16 juni naar Juliana van Stolberglaan 159 en vervolgens 1 december naar Theresiastraat 35

1939

verhuist 10 juni naar Vondellaan 41, Rijswijk

1940

verhuist 12 april naar Lijsterbeslaan 30;

ziet en hoort op 10 mei de bommen inslaan op het vliegveld Ypenburg, niet ver van de ouderlijke woning; deze dramatische gebeurtenis is een van de oudste herinneringen die hij heeft: ‘Nooit zal ik een A la recherche du temps perdu kunnen schrijven omdat die eerste zes jaar, mijn kindertijd, werkelijk perdu zijn, verloren, weggewaaid, overstemd door het geluid van Heinkels en Stuka's die het vliegveld Ypenburg vlak bij Den Haag bombardeerden’ (De ontvoering van Europa);

op 5 oktober wordt zijn broer Hubertus Jacobus Anna (roepnaam: Huub) geboren

[p. 150]

1943

op 5 augustus verlaat zijn vader het gezin en vestigt zich weer in 's-Gravenhage

1944

op 28 maart wordt het huwelijk van zijn ouders officieel ontbonden; kort daarop (4 april) verhuist de moeder met zijn zus en broertje naar Amersfoort-sestraat 128, Barneveld-dorp; zijn vader hertrouwt op 26 april met Mary Bulens; uit dit huwelijk wordt een halfbroer Hugo geboren: totdat de voedselsituatie te nijpend wordt, woont hij bij zijn vader in 's-Gravenhage, daarna wordt hij weer naar zijn moeder gebracht

1945

op 17 maart overlijdt zijn vader in Voorburg aan de verwondingen die hij heeft opgelopen tijdens het bombardement op het Haagse Bezuidenhout op 3 maart;

op 13 december verhuist zijn moeder met zijn zus en broertje naar Tilburg, Lange Nieuwstraat 123

1946

verhuist 1 februari naar Amersfoort, en vandaar op 9 juli naar Apeldoorn;

voegt zich op 25 oktober weer bij zijn moeder in Tilburg; gaat aldaar naar klas Ia van het Sint-Odulphus-lyceum

1947

verhuist 4 september naar Venray en doorloopt aldaar de klassen 2 en 3 van het door paters franciscanen geleide gymnasium Immaculatae Conceptionis

1948

zijn moeder hertrouwt

1949

verhuist 16 september naar Hilversum en bezoekt aldaar de vierde klas gymnasium van het R.K. Lyceum voor het Gooi

1950

verhuist naar Eindhoven en doet aldaar de vierde Idas over op het door paters augustijnen geleide gymnasium Augustinianum

1951

vertrekt uit huis na problemen met zijn stiefvader; om in zijn onderhoud te voorzien werkt hij bij de Rotterdamsche Bank in Hilversum; hij woont in die plaats in een pension op de Trompenburgerweg; intussen zet hij aan het Utrechtse avondlyceum zijn middelbare-schoolopleiding voort

1952

wordt, omdat hij te mager is, afgekeurd voor de militaire dienst: ‘Ik was in die dagen ontzettend mager, een soort streepje, en bovendien eigenaardig uitgedost, een kruising tussen een kunstenaar in aanbouw en het dandy-achtige dat ik op portretten van Truman Capote had bestudeerd’ (‘Een vroeger Groeneveld’, in: Groeneveld. Herinneringen aan een landhuis in Baarn 1946-1966)

1953

maakt een liftreis naar Scandinavië; in het Deense plaatsje Krusaa ontmoet hij een Française, Nicole Bouillon, met wie hij de reis voortzet; er ontstaat een uitgebreide correspondentie, zij raadt hem aan Le mas Théotime (1945) van Henri Bosco (1888-1976) te lezen; dat boek beïnvloedt hem bij het schrijven van Philip en de anderen, zijn debuut, dat in 1955 verschijnt en aan ‘Nicole’ en aan ‘notre ami aux cheveux gris’ wordt opgedragen; maakt liftend zijn eerste grote reis naar Zuid-Frankrijk; een deel van die tocht geschiedt in gezelschap van Philip Mechanicus

1954

schrijft in de leeszaal van de Openbare Bibliotheek in Hilversum het eerste deel van Philip en de anderen, en laat het lezen aan Max Dendermonde, die het vervolgens aan uitgeverij Querido geeft; van

[p. 151]

hen krijgt hij een voorschot van ƒ300,-; hij voltooit het boek op zolder bij een lid van de Zeister literaire kring, Paula van den Berg-Everse, die hij heeft leren kennen via de schrijver/notaris Han Schintz (pseudoniem: Meervenne), die vijfentwintig jaar later model staat voor Arnold Taads in Rituelen; verhuist naar Amsterdam, waar hij in de Pieters-poortsteeg op een zolder woont

1955

ontvangt een reisbeurs van ƒ2500,- van het departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen voor de uit veertien gedichten bestaande cyclus ‘kleine cantate van het voortdurend overlijden’, die later in enigszins gewijzigde vorm opgenomen wordt in zijn eerste dichtbundel, De doden zoeken een huis, die in 1956 verschijnt;

verhuist naar Rooseveltlaan 105;

schrijft regelmatig voor Het Vrije Volk, onder meer over jazz

1956

werkt als copywriter bij Interad, het bureau waar ook Hans Ferrée, Herman Pieter de Boer en Dimitri Frenkel Frank voor werken;

debuteert in maart als dichter in De Gids met vier gedichten uit de cyclus ‘kleine cantate van het voortdurend overlijden’;

vertrekt na de eerste berichten over de Hongaarse opstand naar Boedapest; zijn eerste politieke reportage ‘Moord met voorbedachten rade’ verschijnt op woensdag 7 november, een paar dagen voor de Russische inval, in Het Parool

1957

monstert aan als bediende op de Gran Rio, een schip van de Surinaamse Scheepvaart Maatschappij, met als bestemming Paramaribo;

op 3 augustus verschijnt zijn eerste bijdrage aan Elseviers Weekblad, ‘De decors van Trinidad’; tot oktober 1960 zal hij regelmatig aan dit blad meewerken;

trouwt in de herfst in New York in de Scottish Presbyterian Church on Morningside Avenue met Frances (‘Fanny’) Diana Lichtveld, dochter van de directeur van de Surinaamse Scheepvaartmaatschappij en nichtje van de schrijver Albert Helman (L.A.M. Lichtveld) - voor dit huwelijk heeft de vader geen toestemming verleend; getuigen zijn zijn neef Guus Nooteboom en Leo Vroman

1958

verhuist naar Michelangelostraat 46;

ontvangt op woensdag 12 februari uit handen van de staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, mr. R.G.A. Höppener, de Anne Frank-prijs 1957 voor Philip en de anderen; hij deelt de prijs met Harry Mulisch; leden van de jury zijn Adriaan van der Veen, Emmy van Lokhorst en S.F. Witstein;

van de op 10 oktober als eerste druk in de Salamander-reeks verschenen verhalenbundel De verliefde gevangene zijn aan het eind van het jaar ruim zestienduizend exemplaren verkocht

1959

op 18 april gaat in de Stadsschouwburg te Amsterdam zijn toneelstuk De zwanen van de Theems in première, met als acteurs onder anderen Ellen Vogel en Joan Remmelts; de regie is in handen van Han Bentz van den Berg; een bewerking van Dimitri Frenkel Frank zal later twee keer op de tv uitgezonden worden

1960

krijgt voor De zwanen van de Theems de Visser Neerlandia-prijs, hij moet die delen met Abel J. Herzberg en Jan Staal; leden van de jury zijn Pierre H. Dubois, F. Koote (voorzitter) en B. Stroman;

krijgt voor zijn ‘Ibicenzer gedicht’ de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam, gedeeld met Paul Rodenko en Chr.J. van Geel; juryleden zijn Jan G. Elburg, Gabriël Smit en Bert Voeten

[p. 152]

1961

op 4 januari verschijnt zijn eerste column voor de Volkskrant, ‘Ook de klant aan tafel’; tot medio augustus 1968 blijft hij vaste medewerker

1962

schrijft voor de eerste maal een songtekst, ‘Iedereen, iedereen twist (je wordt er gek van)’, die wordt uitgebracht op single, uitgevoerd door Paul Gimbel met Twistin' Jackie and his Gang (Jack Bulterman), Simon Vinkenoog plaatst deze song, samen met het door de zanger uitgebrachte ‘Hoea hoea hoea’ als serieuze poëzietekst in Randstad; in de jaren zestig en zeventig schrijft en vertaalt hij vele chansonteksten, in hoofdzaak voor Liesbeth List;

is van 20 tot en met 24 augustus als verslaggever te gast op een International Writers' Conference in het Schotse Edinburgh waar H. Gomperts, G.K. van het Reve, H.J. Friedericy, Jacques den Haan en Harry Mulisch de Nederlandse vertegenwoordiging vormen; tijdens de conferentie ontmoet hij de Amerikaanse schrijfster Mary McCarthy (1912-1989), met wie hij in de Mop van de jaren een intensieve vriendschap zal onderhouden;

is een van de 65 ondertekenaars van het op 12 december aan de overheid gerichte manifest waarin het ‘in hoge mate onvoldoende beleid ten aanzien van de letterkunde’ aan de kaak wordt gesteld; deze actie, bekend geworden als het Schrijversprotest, heeft uiteindelijk geleid tot de oprichting van het Fonds voor de Letteren

1963

de Commissie voor Schone Letteren, bestaande uit Ad den Besten, Pierre H. Dubois, Ed. Hoornik, G.P.M. Knuvelder (voorzitter) en B. Stroman, draagt de jaarvergadering van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde De ridder is gestorven voor ter bekroning met de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs; op zaterdag 13 juli wordt hem de prijs door de leden aanwezig op de jaarvergadering te Leiden met 38 stemmen vóór, 1 tegen en 18 onthoudingen toegekend;

bezoekt van 2 tot 7 september voor de tweede maal de International Writers' Conference in Edinburgh

1964

scheiding van Fanny Lichtveld

1965

schrijft op woensdag 17 februari in de Volkskrant een recensie over een voorstelling in het Amsterdamse Rembrandttheater van Ramses Shaffy en zijn groep, waarin hij zeer lovende woorden wijdt aan het optreden van Liesbeth List;

speelt mee in Een zondag op het eiland van de Grande Jatte, een in opdracht van de cpnb door Frans Weisz naar een idee van Anton Koolhaas gemaakte film, voor het eerst vertoond op de gala-avond ter opening van de Boekenweek, donderdag 13 mei;

Gesloten gedichten wordt bekroond met de Poëzie-prijs van de gemeente Amsterdam; leden van de jury zijn Remco Campert, Hanny Michaelis en Sybren Polet

1968

in augustus verschijnt zijn eerste bijdrage in Avenue, ‘Dan zal de hele aarde schudden’, een reportage over Brazilië; in de daaropvolgende jaren maakt hij voor dat blad reizen naar Afrika, Azië, Zuid-Amerika en Australië

1969

ontvangt op vrijdag 30 mei de jaarlijkse Prijs voor de Dagbladjournalistiek voor de verslagen die hij als medewerker van de Volkskrant heeft geschreven over de gebeurtenissen tijdens de meidagen van 1968 in Parijs; leden van de jury zijn mr. F. van Thiel (voorzitter van de Tweede Kamer), dr. P. Koets (wethouder in Amsterdam), prof.dr. G. Kuypers (hoogleraar politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam), prof.mr.dr. M. Rooij (hoogleraar in de leer der communicatiemiddelen aan de Universiteit van Amsterdam) en drs. H. van Run (stafdocent aan de school voor de journalistiek)

[p. 153]

1970

verhuist naar een huis uit 1730 in de Roomolen-straat;

schrijft in opdracht van de gemeente Amsterdam een toneelstuk dat zich afspeelt in Zwitserland en gaat over een Nederlandse Nobelprijswinnaar voor literatuur; evenals het stuk ‘De Spaanse smokkelaar’ zal het nooit worden opgevoerd

1977

wordt samen met Jan Donkers redacteur van ‘Avenue Literair’; Donkers voor het proza, Nooteboom voor de poëzie

1978

leest op donderdag 15 juni op Poetry International gedichten voor uit de eerder dat jaar verschenen bundel Open als een schelp - dicht als een steen; het bestuur van de Jan Campert-stichting, bestaande uit Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan, André Matthijsse, Harry Scholten en Paul de Wispelaere, kent hem de Jan Campert-prijs toe voor Open als een schelp - dicht als een steen

1979

krijgt een anwb-onderscheiding voor zijn reisverhalen;

breuk met Liesbeth List;

leert Simone Sassen kennen, die hem bijstaat bij zijn onderzoek voor Nooit gebouwd Nederland; in de daaropvolgende jaren leven en reizen ze samen, ze maakt de foto's voor onder meer Berlijnse notities en De omweg naar Santiago

1981

het bestuur van de Jan Campert-stichting, bestaande uit Harry Bekkering, Pierre H. Dubois, Margaretha Ferguson, Han Foppe, Jacques den Haan, Anton Korteweg, André Matthijsse, Harry Scholten en Paul de Wispelaere, kent hem de F. Bordewijk-prijs toe voor Rituelen

1982

ontvangt op 31 maart uit handen van André van der Louw, minister van crm, op kasteel Duivenvoorde in Voorschoten, de Pegasus Prize for Literature voor zijn roman Rituelen; de prijs is hem toegekend op advies van een jury bestaande uit Joost de Wit, Gerrit Borgers, Anton Korteweg, Martin Mooij en Pierre H. Dubois; aan de prijs is een vertaling in het Engels en de publicatie in de Verenigde Staten van het bekroonde boek verbonden;

krijgt op 28 oktober van Nico Scheepmaker, eerste winnaar en enig jurylid van de Cestoda-prijs, deze prijs ‘wegens het moeiteloos beoefenen van de Nederlandse taal in al haar genres’

1983

vertrekt half april naar de Verenigde Staten om de publicatie van de vertaling van Rituelen te ondersteunen; Rituals wordt officieel gepresenteerd tijdens een receptie in de Regentenkamer van de New York Public Library - het boek wordt direct opgenomen in de catalogi van twee vooraanstaande boekenclubs, te weten de Book of the Month Club en de Quality Paperback Book Club;

ontvangt op 19 december te Veurne een prijs van Westtoerisme, de provinciale dienst voor het toerisme van West-Vlaanderen, voor zijn reportage ‘Schetsen van West-Vlaanderen’, gepubliceerd in de juni-aflevering van Avenue

1985

In Nederland wordt bekroond met de Multatuli-prijs, die wordt uitgereikt op 15 november in Paradiso in Amsterdam; juryleden zijn Graa Boomsma, Adriaan Morriën en Aleid Truijens

1986

op 28 december wordt De geschiedenis van een reis uitgezonden; in deze door Hans Keller gemaakte documentaire treedt hij op als verteller

[p. 154]

1987

is gedurende een halfjaar Regent's Lecturer aan de universiteit van Berkeley (Californië);

neemt begin november in Groningen deel aan de manifestatie Herfstschrift, die onder de slagzin ‘Over de grens’ is gewijd aan het reisverhaal, de buitenlandse auteur en de grensgebieden van de literatuur

1988

behalve in Avenue publiceert hij vanaf dit jaar ook (reis)verhalen in Elsevier, de Volkskrant en NRC Handelsblad

1989

gaat op uitnodiging van het uitwisselingsprogramma daad in februari naar Berlijn voor een periode van een jaar, die later wordt verlengd; maakt in Berlijn een aantal nieuwe vrienden: de filosoof Rüdiger Safranski, de huidige secretaris-generaal van het Goethe-Institut Joachim Sartorius, de essayisten Widmann en Wiegestein en de schilder Max Neumann, met wie hij Zelfportret van een ander maakt (33 tekeningen bij 33 teksten);

op 7 april gaat in Londen de film Rituelen in wereldpremière; acteurs in deze rolprent zijn onder anderen Thom Hoffman, Derek de Lint en Ton Lensink, regisseur is Herbert Curiël;

is in het najaar getuige van de val van De Muur; zijn stukken verschijnen behalve in Elsevier ook in de Berlijnse krant Tageszeitung; een aantal wordt tevens geplaatst in het Franse dagblad Libération en het Spaanse La Vanguardia;

woont afwisselend in Berlijn (Goethestrasse 34), in Amsterdam en op Menorca, waar hij 's zomers in afzondering zijn romans en gedichten schrijft

1990

in mei wordt bekendgemaakt dat hij het Boekenweekgeschenk voor 1991 zal schrijven;

leest op donderdag 21 juni gedichten voor op Poetry International

1991

ter gelegenheid van het feit dat hij de auteur is van het Boekenweekgeschenk (Het volgende verhaal) is er van 8 maart tot en met 5 mei een kleine tentoonstelling in het Letterkundig Museum over de receptie van zijn boeken in het buitenland;

in oktober steekt Marcel Reich-Ranicki, gespreksleider van het gezaghebbende Duitse literatuurprogramma Das literarische Quartett, de loftrompet over Die folgende Geschichte, dat hij een wonderschoon boek noemt; de dag na de uitzending is er een run op de boekhandel;

ontvangt op woensdag 6 november uit handen van de Franse ambassadeur Bernard in Den Haag de versierselen behorende bij het Kruis van Ridder in de Orde van het legioen van Eer, hem toegekend door de Franse regering vanwege zijn rol in de Frans-Nederlandse culturele betrekkingen;

op 29 november wordt hem in de Akademie der Künste in Berlijn de kort tevoren ingestelde Literaturpreis zum 3. Oktober uitgereikt voor Berliner Notizen; leden van de jury zijn Sibylle Cramer, Karin Lorenz, Rainer Kirsch, Lutz Rathenow en Joachim Sartorius

1992

Die folgende Geschichte prijkt in februari al weken achtereen in de top-tien van bestsellers voor fictie in Der Spiegel;

wordt lid van de Akademie der Künste, Berlijn; is op vrijdag 23 oktober co-referent bij de Van der Leeuw-lezing door Hans Magnus Enzensberger in de Martinikerk in Groningen;

ontvangt op donderdag 10 december in Den Haag uit handen van de Duitse ambassadeur, dr. Klaus Jürgen Citron, het Grootkruis van Verdienste wegens zijn bijdrage aan de Nederlands-Duitse culturele uitwisseling en het wederzijds begrip;

de volgende dag wordt hem door de burgemeester van Den Haag, mr. A.J.E. Havermans, de Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre uitgereikt; leden van de jury zijn Harry Bekkering, Han Foppe,

[p. 155]

Anton Korteweg, Nicolette Smabers, Jan van der Vegt, Sarah Verroen, Paul de Wispelaere en Ad Zuiderent

1993

in augustus zijn in Das literarische Quartett de boeken Die Entdeckung des Himmels van Harry Mulisch en Rituale van Nooteboom onderwerp van bespreking; Rituale wordt door alle panelleden hogelijk geprezen; ‘Wordt het geen tijd,’ vraagt Reich-Ranicki, ‘dat Cees Nooteboom, deze grote Europese schrijver, een echt grote prijs krijgt?’;

ontvangt op zondag 19 september in Pirmasens de driejaarlijkse Hugo Ball Preis voor zijn belang als reisschrijver, als essayist met een politiek oordeelsvermogen en als lyricus in de traditie van de moderne poëzie;

op maandag 13 december wordt hem in Antwerpen, dat jaar de Culturele Hoofdstad van Europa, de Aristeion Prijs uitgereikt voor Het volgende verhaal

1994

ontvangt op zaterdag 21 mei de Premio Grinzane Cavour, de prijs voor literatuur van de provincie Turijn voor La storia seguente;

begin november maakt Gracienne Van Nieuwen-borgh, schepen van cultuur van de stad Aalst, bekend dat Het volgende verhaal wordt bekroond met de Dirk Martens-prijs; juryleden zijn Willem M. Roggeman (voorzitter), Hugo Bousset, Piet Thomas, Frans-Jos Verdoodt en Marcel Wauters

1995

verzorgt vanaf begin november tot december een reeks gastcolleges voor de studenten in de Niederländische Philologie aan de Freie Universität in Berlijn; eerder dat jaar gaf hij colleges aan de universiteit van Essen;

met Connie Palmen en Margriet de Moor wordt hij door Nederland gekandideerd voor de nieuw ingestelde International impac Dublin Literary Award

1996

verblijft in Santa Monica (Californië), waar hij zich met een beurs van het Getty Center for the History of Art and the Humanities een halfjaar lang ongestoord aan het schrijven kan wijden;

in maart wordt hem door het ministerie van Buitenlandse Zaken van Chili, samen met Hella S. Haasse en Bert Schierbeek, de Gabriela Mistral-medaille toegekend;

in april wordt hij samen met Connie Palmen en vijf anderstalige auteurs genomineerd voor de International impac Dublin Literary Award;

wordt lid van de Akademie der Künste, Beieren (München)

wordt lid van de Académie Européenne de Poésie (Luxemburg)

op 30 september maakt de Duitse regisseur Bernhard Sinkel, aanwezig op het Nederlands Film Festival, bekend dat hij het voornemen heeft Het volgende verhaal te gaan verfilmen;

in oktober krijgt hij de Internationaler Preis für Reiseliteratur des Landes Tirol voor Der Umweg nach Santiago;

brengt in december een bezoek aan Japan in verband met de verschijning van de Japanse vertaling van Het volgende verhaal;

op 28 december zendt de brtn de door Luckas Vander Taelen geregisseerde avondvullende documentaire De omweg naar Santiago uit

1997

werkt in februari op lokatie in Portugal mee aan een documentaire over Slauerhoff;

verblijft in de periode maart-mei op uitnodiging van het Getty Center opnieuw in de Verenigde Staten; wordt Honorary Member of the Modern Language Association of the United States of America;

in het Letterkundig Museum wordt op 24 oktober een grote overzichtstentoonstelling over zijn leven en werk geopend