|
|
|
| |
| | | |
Tradities van het grasvolk
| | | |
| |
tweede lied van de sjamaan
the age demanded an image (E.P.)
| |
1
Weer vroeg de tijd om een beeld;
door om- en afzetbarbaren beheerst
die ook plaveien de snottige paden
breekt het morsige moeras
machteloos, want medeplichtig
toezien hoe slechte buiksprekers
onder het krapzittend pak
werkelijk maar niet werkzaam
werkzaam maar niet werkelijk
| | | |
| |
2
maar doet voor de leugen niet onder
steeds meer met steeds minder
de stem op haar timbre en toon
met de moed van een dwerg
| | | |
| |
3
en niet in het dwingend gesprek
langs gelikte gazons van vernuft
van de zomerse schorre en lichte sluimer
in het ongeschoren rietland van de slaap
zojuist weer zijn vorm heeft gevonden
| | | |
| |
een saluut aan het genootschap vrienden van het hollandse realisme*
het woordenboek gaf geen verklaring
voor hitsig, hoereren of ejaculatie;
de bijbel bevatte een hooglied
tussen voorspel en nagalm
op het harmonium van godsvrees
| | | |
en peddelden heen op de stang
bruine boezem van dikke berta
gouddelvers smoesden reeds
terwijl een pacifist bij spijkerboor
de spade in de bagger stak
werd met het eerste schot
| | | |
| |
een man die gaat
maar nu het licht van de namiddag weegt
door zoveel makers van kunstgras en bakkers
| | | |
nooit een klimmer en nu stijgt hij,
aan de voet van zichzelf,
in het uitgelezen landschap
van nog ongeschreven weten
| | | |
waar schemer met zweepregen
schuimvlokken scheert van mors land
de polder, een trage geboorte,
keert weer terug tot de zee
het springtij met doods mis-
nadert hij bevuild, vol slijm en wier de zee
zonder tover, maar tollend
door zeegras en zilte grond-
in de beschutte windingen
|
*tekst uit de nalatenschap van de betreurde Hannes van Oudemoer (1939-1972)
|
|