Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland. Deel 5


auteur: Jan Pieter de Bie, Johannes Lindeboom en G.P. van Itterzon


bron: Jan Pieter de Bie, Johannes Lindeboom en G.P. van Itterzon, Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland. Deel 5. Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage 1943


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Jhr. Maximiliaan Frederik van Lennep]

LENNEP (Jhr. Maximiliaan Frederik van) Theol. Doctor, geboren te Nijmegen den 2en Sept. 1859 uit het huwelijk van Jhr. Mr. Maurits Jacob v. L., later Officier van Justitie te Amsterdam, Raadsheer in het Gerechtshof ald. en Lid van de Prov. Staten van Noord-Holland, en van Jonkvr. Carolina Wilhelmina van Loon, bezocht het gymnasium in de hoofdstad, en vervolgens van 1877 af de Gem. Universiteit ald., waarna hij zich den 3en Nov. 1879 liet inschrijven in het album studiosorum der Universiteit te Utrecht. Den 2en Febr. 1884 promoveerde hij aan eerstgen. hoogeschool cum laude tot Doctor in de Theologie op een dissertatie getiteld Gaspar van der Heyden 1530-1586 (Amst. 1884). In dit proefschrift tracht hij aan te toonen, dat aan Gasp. v.d. Heyden ‘een eerste en een eereplaats toekomt in de geschiedrol van de Nederlandsche Hervormde Kerk, van welke niemand meer dan hij de grondlegger verdient te heeten’. Daarbij gebruikte v. Lennep ook onuitgegeven bescheiden: niet alleen een brief van v.d. Heyden, die te Genève berust, maar bovendien een verzameling van 24 brieven, die te Delft worden bewaard. Die brieven zijn afgedrukt in de Bijlagen, waar men tevens bijdragen vindt voor de genealogie der van der Heydens.

Toegelaten tot de Evangeliebediening door het Prov. Kerkbestuur van Groningen den 13en Sept. 1883 werd hij den 30en Maart 1884 door Prof. Dr. J.H. Gunning bevestigd te Hoenderloo (m. Joh. X:14, 15; intr. m. 2 Cor. V:19-21). Den 2en Oct. 1887 nam hij afscheid van zijn eerste gemeente (m. Hebr. XIII:14) wegens vertrek naar Dieren, waar wederom dezelfde Amsterdamsche hoogleeraar hem den 16en Oct. 1887 bevestigde (m. 2 Tim. IV:2a; intr. m. Joh. I:35-37). Zijn derde gemeente was die te Haarlem. Hier deed hij zijn intrede den 16en Juli 1891 (m. Jes. XL:6-8) na bevestigd te zijn door Ds. P.E. Barbas, pred. ald. (m. Rom. X:15; afsch. te Dieren 7 Juni m. Fil. IV:10). Met ingang van 1 Jan. 1904 werd hem om gezondheidsredenen eervol emeritaat verleend.

Later vestigde hij zich metterwoon te Bloemendaal, waar hij gedurende enkele jaren lid van den gemeenteraad was, en vervolgens te Aerdenhout. In Apr. 1934 herdacht hij in een godsdienstoefening te Hoenderloo hoe hij een halve eeuw tevoren aldaar zijn intrede als predikant had gedaan. Den laatsten tijd van zijn leven woonde hij wederom te Haarlem, waar hij den 23en Juni 1940 overleed.

[p. 743]

Dr. van Lennep was lid van het Classicaal Bestuur van Haarlem en secundus-, later (als oud-ouderling) primus-lid van het Prov. Kerkbestuur van Noord-Holland. Gedurende dertig jaren maakte hij deel uit van het Bestuur van het Diaconessenhuis te Haarlem, achtereenvolgens als secretaris, als voorzitter en als eerelid. Meer dan een kwart eeuw lang had hij zitting in het college van Regenten van het Weeshuis te te Haarlem en tal van jaren was hij voorzitter en bibliothecaris van de afd. Haarlem van het Ned. Bijbelgenootschap. Van 1884 af behartigde hij met groote toewijding den arbeid van het ‘Nederlandsch Comité voor de Evangelisatie in Spanje’, in 1869 opgericht door Jhr. Mr. J.W. van Loon en Jonkvr. C. van Loon, resp. broeder en zuster van v. Lenneps moeder, tezamen met Dr. A. Capadose. Van dit Comité was hij jarenlang secretaris-penningmeester. Als zoodanig bezorgde hij ook de uitgave van Het Evangelie in Spanje, bevattende periodieke mededeelingen van het comité. In 1898 kwam door zijn initiatief tot stand de afd. Haarlem van den Chr. Nationalen Werkmansbond, waarvan hij eere-voorzitter werd.

Den 7en Febr. 1884 trad hij te Doorn in het huwelijk met mej. Emilie Marie Antoinette van Eeghen (overl. te Bloemendaal 14 Dec. 1925). Uit hun huwelijk werden geboren vijf zoons en twee dochters, van wie de oudste één jaar na de geboorte overleed.

Van de hand van Dr. M.F. van Lennep zag het licht: De Hervorming in Spanje in de zestiende eeuw. Amst. 1901. 8o. - Het leven van Mr. Jacob van Lennep. Amst. 1909. 2 dln. 4o (m portr., plt. en facs.).; 2e dr. ald., 1910. 4o. Voorts bijdragen in: Stemmen v. Waarh. en Vr., Marnix en De Vriend des Huizes. Gedurende ruim 30 jaren behoorde hij tot de redactie van de Zondagsbode v. Zandvoort, Bloemendaal e.o.

Litteratuur: Dagblad De Nederlander. 24 Juni 1940. - Zondagsbode v. Zandvoort, Bloemendaal e.o. (In memorium). - Ned. Adelsboek. 36e Jrg. (1938), blz. 26. - Alb. stud. Ath. Amst., blz. 254. - Alb. stud. Rh.-Traj., k. 568.