De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Defresne, August

Eig. Marie Antonius Andreas Augustus, Nederlands proza- en toneelschrijver (Maastricht 6.11.1893-Amsterdam 2.4.1961). Studeerde Nederlandse letteren te Amsterdam en wijdde zich sedert 1916 aan scheppend werk. Vooral in de jaren dertig gaf hij met Albert van Dalsum stuwing en richting aan het toneel in Nederland, door zijn opkomen voor het getuigende eigentijdse toneel. Als schrijver voor het theater staat hij tussen het naturalisme en het expressionisme in. Met het ene verbinden hem zijn sociaal-politieke bedoelingen en zijn dialoogkunst, met het andere zijn vragen naar het Ik, dat geplaatst is tussen zijn menszijn en de eeuwigheid. Vele van zijn stukken werden met succes opgevoerd, sommige ook in het buitenland.

Behalve enkele minder belangrijke romans, zoals Een avond in Amsterdam (1946) en Professor Kasper (1950), schreef hij veel gelezen politieromans en detectives als Moord (1941) en De inbreker (1961).

Werken:

De psychologie van `Van den vos Reynaerde' (1920); Moordromance (1921), t.; De woonschuit (1924), t.; Lord Lister legende (1925), t.; De uitvreter (1926), t.; Andere leiders (1928), t.; Het eethuis (1931), pr.; De wonderlijke familie (1937), pr.; Het onbewoonde eiland (1941), t.; Pension Rustig (1942), onder ps. W. Burgers, pr.; De naamlozen van 1942 (1945), t.; Het eeuwige toeval? (1958), t.; Het gehucht (1958); `Iets over de psychologie der toneelspelers', in Nederl. Tijdschr. voor de psychologie (1962); Het toneel tussen waarheid en schoonheid (1964).

Literatuur:

W.Ph. Pos, De toneelkunstenaar A.D., toneelschrijver, regisseur, toneelleider (1971); A. Visser, in 3 klassieken uit de Nederl. misdaadlit. (1981).

 

[H.H.J. de Leeuwe]