De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Hotz, Frits Bernard

Nederlands prozaschrijver (Leiden 1.2.1922). Debuteerde na langdurige voorbereiding met de bundel Dood weermiddel (1976), door de kritiek algemeen als een revelatie beschouwd. Vrijwel al zijn verhalen zijn de uitdrukking van een bijna illusieloze levensvisie. De mens is slechts zelden in staat zijn `beste zelf' trouw te blijven, zeker niet in het huwelijk. In de relatie tussen de seksen domineert de vrouw vaak in negatieve zin. Het verlangen naar boetedoening na (vermeende) schuld typeert vooral de mannelijke personages. Zeer opmerkelijk zijn de passages gewijd aan het kind in een wereld van egocentrische volwassenen.

Hotz toont zich een scherp en niet zelden humoristisch observator, vooral van het verleden, de tijd die zich juist in zijn voorwerpen laat kennen. Een van zijn opvallendste hoedanigheden is dan ook een liefdevolle, verstilde aandacht voor het door mensenhanden vervaardigde, die a.h.w. een indirecte mensenliefde is. In de trouw aan het voorwerp is ook een mogelijkheid van zelfvervulling gegeven, evenals in de overgave aan het ambachtelijk kunnen dat het voorwerp schept. Zonder twijfel is dit de esthetiek die aan dit met grote toewijding geschreven werk ten grondslag ligt.

Werken:

Ernstvuurwerk (1978; F. Bordewijkprijs, 1978); Proefspel (1980); Duistere jaren en andere verhalen (1983).

Uitgave:

De tramrace en andere verhalen (1982).

Literatuur:

A. Korteweg, in Kritisch lexicon van de Nederlandstalige lit. na 1945 (1980), met bibl.; W.A.M. de Moor, in Wilt u mij maar volgen? (1980); A. Truijens, Over verhalen van F.B.H. (1981); J. Brokken (ed.), Over F.B.H. (1982).

 

[J. Huijnink]