De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Nijmeijer, (Wim) Peter

Nederlands dichter (Amsterdam 26.4.1947). Trad aanvankelijk vooral op als vertaler van poëzie, in het bijzonder van moderne dichters als Paul Célan, Hans Magnus Enzensberger en Gerrit Kouwenaar. Voor de Volkskrant schrijft hij poëziekritieken.

In 1974 bundelde hij voor het eerst eigen poëzie in De lippen van Max Ernst, die voor een deel weer werd opgenomen in zijn officiële debuut De afstand tot (1976), waarin hij gedichten verzamelde die hij tussen 1972 en 1976 schreef. Nijmeijer tracht in zijn poëzie het probleem van tijd en ruimte in taal op te lossen; in een momentopname in taal wordt tegenwoordig gemaakt wat tegelijk verleden is. Kijken of zien zijn daarbij sleutelwoorden, maar dan een kijken of zien waarbij zichtbaar gemaakt wordt wat doorgaans ongezien blijft. Zijn bundels zijn sterk geconstrueerd volgens een streng symmetrische opbouw.

Werken:

Barrage (1981), p.; De sprong (1983), p.

Literatuur:

J. Knipscheer, interview, in Hollands Diep, 2 (1976).

 

[G.J. van Bork]