De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 425]

Oorschot, Geert van

Eig. Gerardus Adriaan, ps. R.J. Peskens, Nederlands dichter en prozaschrijver en uitgever (Vlissingen 15.8.1909). Aanvankelijk werkzaam bij Stols en Querido als boekverkoper en sinds 1945 zelfstandig uitgever te Amsterdam. Hij bouwde een belangrijk literair fonds op met auteurs als Multatuli, Emants, Couperus, Leopold, Heijermans, Ter Braak, Du Perron, Hermans, Van het Reve. Daarnaast is hij uitgever van de Russische klassieken en meer moderne Sovjetschrijvers in vertaling en van essays in de Stoa-reeks. Hij behoorde tot de oprichters van Libertinage (1948-1953) en was de stichter van het door hemzelf uitgegeven en geredigeerde Tirade (vanaf 1957).

Van Oorschot debuteerde als dichter onder eigen naam in Links Richten met socialistische verzen. Zijn poëzie werd gebundeld in De turfgravers (1930) en Gevangenis (1932). Onder de pseudoniemen Kees Milot, Karel Blomkwist en R.J. Peskens publiceerde hij proza. Zijn verhalen en romans geven Zeeuwse jeugdherinneringen, waarin de krachtige en anarchistische moederfiguur een hoofdrol speelt als vormend en dominerend personage ten opzichte van de ik-figuur: Twee vorstinnen en een vorst (1975) en Mijn tante Coleta (1976), samen verfilmd door Otto Jongerius onder de titel van de eerste roman.

Werken:

Uitgestelde vragen (1964), later vermeerderd tot Mijn moeder was eigenlijk een Italiaanse (1977); De man met de urn (1981).

Literatuur:

K. Fens, in Loodlijnen (1967); H. van Buuren, `Sentimenten van een kleine man', in Ons Erfdeel, 20/4 (1977).

 

[H. Bekkering]