Carolina Lea de Haan, Nederlands schrijfster (Smilde 1.1.1881 - Laren 16.11.1932). Dochter van een joods godsdienstonderwijzer en zuster van de auteur Jacob Israël de Haan. Ze volgde een kweekschoolopleiding, werd onderwijzeres en huwde in 1904 de socialist Kees van Bruggen. Ze brak met haar joodse traditie en vertrok met haar echtgenoot naar Nederlands-Indië. Op Sumatra werkte ze mee aan de Deli-Courant waarvan haar echtgenoot hoofdredacteur was. In 1907 keerde het echtpaar terug in Nederland. Daar schreef Carry van Bruggen voor tal van tijdschriften, o.m. voor Groot Nederland en De Gids. Veel van haar werk werd gepubliceerd onder het pseudoniem Justine Abbing.
Intussen was Van Bruggen zich meer en meer gaan interesseren voor filosofie en daarbij vond ze steun en aanmoediging bij Frans Coenen met wie ze bevriend was geraakt. Na haar echtscheiding in 1916 - ze woonde inmiddels zelfstandig in Laren in het Gooi - hertrouwde ze in 1920 met de kunsthistoricus Adriaan Pit.
Carry van Bruggen debuteerde in 1907 met verhalen in de bundel In de schaduw, maar naar haar eigen zeggen achtte ze haar schrijverschap pas echt begonnen met de roman Heleen uit 1913. Daarin maakt het beschrijvende plaats voor het meditatieve en filosofische dat haar latere werk zou kenmerken. Dat filosofische in het werk van Carry van Bruggen vindt zijn oorsprong in het dialectische denken van Hegel. Zij paste dat denken toe op de tegenstelling tussen collectiviteit en individu. Collectieven streven naar uniformiteit, naar absolute of algemeen geldende regels en dogma's. Voor het individu daarentegen zijn er geen vanzelfsprekendheden. De rol van het individu is steeds relativering van zekerheden, twijfel aan het algemeen aanvaarde. Bij Carry van Bruggen echter is de individualist tevens de zoeker naar eenheid op een hoger niveau: in liefde, vriendschap, gemeenschapszin.
Het zijn deze ideeën die zij uitwerkt in Prometheus (1919), een boek dat wel haar hoofdwerk genoemd mag worden en dat een grote invloed heeft gehad op het denken van Menno ter Braak. Diezelfde opvattingen spelen een rol in Hedendaagsch fetischisme (1925), dat echter meer op de taal als voertuig van formuleerbare zekerheden is gericht.
Al in haar vroege scheppend proza is groepsgedrag waaraan haar personages onderworpen zijn een van haar belangrijkste thema's. Daarbij speelt ongetwijfeld Van Bruggens joodse afkomst, die zij ervoer als ‘anders zijn’, een niet te onderschatten rol. Dat blijkt onder meer uit In de schaduw en Breischooltje (1910). Maar in Eva (1927) komen al haar ideeën in romanvorm tot volle ontplooiing. Ook een onderwerp als seksualiteit krijgt in deze roman een plaats in de synthese die uit liefde en erotiek gesmeed wordt.
Lange tijd zijn de roman De verlatene (1910) en de verhalenbundel Het huisje aan de sloot (1921) het meest populair geweest (van beide verschenen meer dan 20 herdrukken). Na WO II is mede onder invloed van de tweede feministische golf en een sterker accent op Van Bruggens denkbeelden de roman Eva steeds populairder geworden en veruit haar meest herdrukte werk geworden.
Niet lang na het verschijnen van Eva begon Carry van Bruggen te lijden aan psychische problemen die haar op de rand van krankzinnigheid brachten. In november 1932 overleed ze aan een overdosis slaapmiddelen in haar woonplaars Laren.
Literatuur: BWN; Kritisch lexicon; Lexicon lit. werken; Oosthoek; WP-lexicon; M. ter Braak, ‘De bewuste vrouw en haar roman’, in: Verzameld werk (dl 1, 1950), p. 292-298; M.-A. Jacobs. Carry van Bruggen. Haar leven en literair werk (1962); M. de Haan. De kinderen van de Gazzan. Jacob Israël de Haan/Mijn broer. Carry van Bruggen/Mijn zuster (19662); R. Wolf. Van alles het middelpunt. Over leven en werk van Carry van Bruggen (1980); D. Fokkema en E. Ibsch, ‘Carry van Bruggen’, in: Het modernisme in de Europese letterkunde (1984), p. 223-251; J. Fontijn en D. Schouten (red.). Carry van Bruggen. Een documentatie (1985); G. v.d. List. Carry van Bruggen, Eva (1988); R. Wolfs. De slingerslag in Eva. Dichten en denken van Carry van Bruggen (1989); J.M.J. Sicking. Overgave en verzet. De levens- en wereldbeschouwing van Carry van Bruggen (1993).
G.J. van Bork
[nieuw, februari 2002]