Thea Beckmann-Petie, Nederlands jeugdboekenschrijfster (Rotterdam 23.7.1923). Schreef aanvankelijk artikelen voor damesbladen en voor de Haagse Post, maar debuteerde in 1957 als schrijfster van kinderboeken met De ongelooflijke avonturen van Tim Holderdebolder. Daarna probeerde ze een roman voor volwassenen met Anjers voor Adèle (1958), die echter in de kritiek slecht werd ontvangen.
Op latere leeftijd behaalde ze alsnog het atheneumdiploma en op 58-jarige leeftijd studeerde ze in Utrecht af als sociaal psychologe.
Intussen stapte ze over naar uitgeverij Lemniscaat, waarvan ze een van de succesauteurs werd. Ze schreef een groot aantal kinderboeken, zoals Met Korilu de griemel rond (1970), dat haar in 1981 een Zilveren Griffel opleverde onder de titel Zwerftocht met Korilu. Haar meest gelezen boek is Kruistocht in spijkerbroek (1973) dat bekroond werd met de Gouden Griffel in 1974 en de Europese prijs voor het beste historische kinderboek in 1976 ontving. Een eveneens veel gelezen jeugdboek van Thea Beckman is Wij zijn wegwerpkinderen (1980). Andere bekroonde boeken van haar zijn Een bos vol spoken (1988) en Het geheim van Rotterdam (1990), beide gelauwerd met de Prijs van de Nederlandse Kinderjury.
Beckman documenteert zich uitvoerig voor haar boeken. Voor Kruistocht in spijkerbroek maakte ze zelf de reis die in het boek beschreven wordt. Voor het land Thule, dat in de trilogie De kinderen van Moeder Aarde (1985), Het helse paradijs (1987) en Het Gulden Vlies van Thule (1989) beschreven wordt, stond Noorwegen model. En ook voor De doge-ring van Venetië (1994) werd de stad Venetië nauwkeurig in beeld gebracht.
Veel van Beckmans kinderboeken werden vertaald, inmiddels in zo'n twaalf talen.
Literatuur: Lexicon Jeugdlit.; WP-lexicon; R. Boswerger. Thea Beckman (1979); P. v.d. Hoven, [Over Thea Beckman] in: Grensverkeer. Over Jeugdliteratuur (1994); S. van Amelsfort en A. de Graaf, ‘Ik kan nooit doen wat iedereen doet’, interview in: Vooys 15 (1997) 4, p. 44-49.
G.J. van Bork
[nieuw, december 2002]