Het prieelken der gheestelyker wellusten
Katherina Boudewyns
editie Hermance van Belle
verantwoording
© 2002 dbnl
- Inleiding
-
- Het Prieelken der Gheestelyker Wellusten.
- Totten leser.
- Een gheestelyck liedeken van lyden, op de wyse, Die de werelt yet wel besiet, &c.
- Een schoon gheestelyck liedeken, op den toon O Heer wanneer sal comen: &c.
- Een schoon gheestelyc lideken van der deucht der liefde op den toon, Wie wilt hooren singen.
- Een schoon liedeken vanden Heyligen Gheest op den thoon: Noseroit-on dire, &c.
- Een ander gheestelyck liedeken, op den toon Tsomers ende swinters even groen.
- Een schoon gheestelyc liedeken, op den toon, Schoon lief ick moet u claegen, woudyt int goede verstaen zal ick noch lange iaegen, &c.
- Een schoon liedeken vander deucht der gehoorsaemheyt, op den toon: Mijn lief is my te nacht ontweken.
- Een gheestelyck liedeken, op den toon: Verstaet mijn reden &c.
- Een schoon liedeken van onse lieve vrouwe opden toon, Menschen wilt studeren.
- Een gheestelyck liedeken, op den toon, Nome digays mal ay Madre, &c.
- Een geestelyck liedeken tegen de ketters op den toon, Il y avoit une fillette, &c.
- Een gheestelyck liedeken op den toon, Helas mon poure coeur, &c.
- Een schoone liedeken op den toon, Maria Mater Gracie, &c.
- Een geestelijck liedeken op den thoon, Ghij bedructe hertekens wat moet ghij lyden.
- Een geestelijck liedeken opden toon: Era di maygio, &c.
- Een gheestelyck liedeken, op den toon: Fortune helas pourquoy.
- Een schoon gheestelyck liedeken op den toon, Het was te nacht wel alzoo zoeten nacht, &c.
- Een gheestelijck liedeken ghedicht op den thoon van de hymne, a folis, &c.
- Een gheestelijck liedeken op den thoon, Noseroit on dire, &c.
- Een schoon liedeken vant heylich sacrament op den thoon, Swinters en tsomers even groen.
- Een ander op den selven thoon.
- Een schoon gheestelyck liedeken vanden heylighen gheest, opden thoon, Ick hadde ghestelt alle myn betrouwen op eene die my bedrogen heeft.
- Een gheestelyck liedeken opden thoon van Allemande la doulce
- Een schoon gheestelyck liedeken van den peys, op den toon, Die de werelt yet wel besiet, &c.
- Een gheestelyck liedeken op den thoon: Helas mon poure coeur &c
- Een geestelijck liedeken op den toon: Swinters en tsomers even groen.
- Een gheestelyck liedeken, op die wyse No me digays, mal ay Madre.
- Een gheestelyck liedeken, op den thoon, Iay faict mon testament.
- Een gheestelyck liedeken, op den thoon, Myn lieveken es my te nacht ontweken, &c.
- Een gheestelijck liedeken op den thoon, Wie wilt hooren singen, &c.
- Een geestelijck liedeken opden toon: Noseroit on dire, &c.
- Een gheestelyck liedeken van den hemel, op den thoon van Almande d'amours.
- Een schoon gheestelyck liedeken vander Heyliger Dryvuldicheyt, op den thoon: Een ridder en een meysken ionck, op een rivierken, &c
- Een schoon benedictie opden selven toon.
- Een gheestelyck liedeken opden thoon: Het was een meysken, &c.
- Een schoon gheestelyck liedeken, opden thoon: Ick hadde gestelt alle myn betrouwen op eene die my bedrogen heeft.
- Een gheestelyck liedeken, op die wyse: Siet wat daer ghescreven staet.
- Antwoorde opden selven thoon.
- Een schoon liedeken van pacientie, opden thoon, La Benoiste Trinite.
- Een gheestelyck liedeken, op den thoon, Ie faict mon testament.
- Een gheestelyck liedeken opden thoon, Ie souffre passion, &c. oft, Iay faict mon testament.
- Een schoon liedeken vander passien ons Liefs Heeren, op den thoon, Helas mon poure coeur.
- Een schoon liedeken vant Heylich Sacrament, opden thoon: Myn lief is my ontweken, &c.
- Een excellent liedeken vander deucht der liefden, op den thoon, Die de werelt iet...
- Een gheestelijck liedeken op den thoon, Van bedructe hertekens,...
- Een gheestelyc lideken vant Heylich Cruys. Ghedicht op den toon van Crux Fidelis, &c. by c.b.
- Een gheestelyck liedeken van goede begeerten op den thoon, Het was een man hy hiet Arus, hy hadde een knecht die hiet Macharus.
- Een gheestelick liedeken, op den toon van het liedeken vande Stacade, die den prince van Parma dede maecken.
- Hiernae volghen schoone gheestelijcke leysenen, ghedicht bijder voorscreven Ioncvrouwe Catherina Boudewijns.
Een gheestelijck liedeken van onse lieve Vrouwe, op den toon van, Al tusschen tvee zeebergen daer loopt een water. &c.
- Een schoon leysen ende lof tot het kindeken Iesus, opden thoon van de Allemande, coler ne puis mon affaire, &c.
- Een schoon leysene op den thoon van Lallemande la doulce.
- Een gheestelijcke leysene opden toon: Swinters en tsomers even groen.
- Een schoon leysene opden thoon, Die de werelt iet wel besiet.
- Een schoon leysene, opden thoon, Van l'Almande iolye.
- Een schoon leysene om het kindeken Iesus te groeten, op den thoon van Het was een meysken ionck &c.
-
- Hiernae volgen spelen Van sinnen, ende gheestelyck dialogus vanden Bruygom ende Bruyt inder Cantycken, gedicht byde voorscreven Ioncfrou, ende ghespeelt ter Cameren.
-
- Een ander schoon spel van sinnen, van twee persoonen, te weten, Liefde ende Eendrachticheyt, beclagende desen deirlycken tyt.
-
- Gheestelyke veersen Ghedicht op het woort, Letare Jerusalem &c.
- Een gheestelyck refereyn, Ghedicht op het woort, Hec est dies quam fecit hominus
- Ter eeren vander blyschap van Onser Liever Vrouwen opden Paesschdach
- Ghedicht op Asscensioens Dach
- Dialogus Een schoon dichte ende veersken totten vyff wonden Christi Iesu.
- Vander heyliger doot Christi.
-
- Bijlagen
- Inhoud
|