Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde


auteur: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden


bron: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Joanna Desideria Courtmans-Berchmans]

Courtmans-Berchmans (Joanna Desideria), eene burgemeestersdochter uit Oudegem in Oost-Vl., waar zij 6 Sept. 1811 geb. werd. Zij huwde in 1836 met den Gentschen onderwijzer Jan Baptist Courtmans; waardoor zij met Snellaert, van Duyse en anderen werd bevriend. In 1840 schreef zij haar eerste gedicht voor het Nederduitsch jaarboekje en zij werd meermalen bekroond. Na den dood van haar echtgenoot bleef zij nog eenigen tijd te Lier, later vestigde zij zich te Maldegem, waar zij eene kostschool oprichtte.

Zij schr.: Het blind Meisje, aen den weldadigen oogmeester van Beirvelde: M.J. Fierens, Gent 1841; Maria Theresia, lierzang, Gent 1842, bekroond te Veurne in 1841; Karel van Poucke, (bekr. te Dixmuide), 1842; Philippina van Vlaenderen, idem; Karel van Mander, historisch verhael, idem; Pieter de Coninck, bekr. te Eecloo, 1842; Margaretha van Braband (1354) in zes zangen, Gent 1843; Tuiltjes voor Godvreezenden, Mech. 1845; Belgie's eerste koningin, bekr. te Poperinge, Lier 1851; Marnix van St. Aldegonde, bekr. door de ‘Olijftak’ te Antw. 1855; Karel de Stoute, Jacob van Artevelde, Belgie's Koningin, dichtstukken; Eene handvol gedichtjes voor brave kinderen, Doornik 1855; Helena van Leliëndal, romantisch verhael, Gent 1855; Poets wederom poets, tooneelstukje, Lier 1855; Twee weken in de kostschool, tooneelstukje, Lier 1855; De Rentmeester, tooneelstuk in drie bedr., in 1856 te Antw. bekr. door Het Nederlandsch Kunstverbond; Vlaemsche Poëzy, een bundel gedichten, Lier 1856; Het Pausdom, gedicht, Roeselare 1858; De Vlaemsche Burgemeester van 1819, Gent 1861; Anna de Bloemenmaegd, Gent 1862; Edeldom, romantisch verhael, Gent 1862; De gemeente-onderwyzer, romantisch verhael, Gent 1862, 2e stuk 1863; Griselda, Gent 1863; Drie novellen: De Bloem van Cleit, De Zoon van den Molenaar, De Bondgenoot, Gent 1863; De Hut van Tante Clara, Gent 1864; De gekeerde Kazak, Kortrijk 1864; Livina, Gent 1864; De Zwarte Hoeve, Gent 1864; Het Geschenk van den Jager, bekr. met den vijfjaarlijkschen prijs van Nederl. letterk., (1860-'64), Gent 1864, 2e dr. 1866; Drie testamenten, Gent 1865; Genoveva van Brabant, Bruss. 1866; Het Plan van Heintje Barbier, Gent 1866; De Schuldbrief, Dordr. 1866; De Zaakwaarnemer, Antw. 1867; Tijdingen uit Amerika, Dordr. 1868; Moeder Daneel, eene geschiedenis onzer dagen, Antw. 1868; Nicolette, gesch. eener vondeling, Tielt 1868; Moeders spaarpot, Dordr. 1869; Eén is genoeg, Dordr. 1869; De Zoon van den Mosselman, Dordr. 1870; Bertha Baldwies, geschiedkundige roman uit de XIVe eeuw, Antw. 1871; Christina van Oosterwei, 's-Grav. 1872; Tegen Wil en Dank, Dordr. 1872; De Wees van het Rozenhof, Antw. 1872; Het Rad der Fortuin, eene gesch. onzer dagen, Antw. 1873; De Koewachter, Dordr. 1873; De verscheurde Bladen, Dordr. 1874; De gezegende Akker, Dordr. 1876; Karel de Klepperman, Dordr. 1878; Rozeken Pot, Dordr. 1879; De Hoogmoedige, Gent 1882. De meeste dezer werken werden herdrukt onder den titel: Verhalen en Novellen, Roeselare 1883-'87.