Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde


auteur: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden


bron: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

F

[Pieter Jacobus Faassen]

Faassen (Pieter Jacobus), zich schrijvende Rosier Faassen, geb. 9 September 1833 te 's-Gravenhage, was van 1850-'54 verbonden aan de Vaudeville Français te Amsterdam, van 1854-'61 bij Van Lier, van 1861-'75 aan het tooneel te 's Hage en daarna te Rotterdam.

Behalve een vijftigtal vertalingen naar fr. en hoogd. tooneel- en blijsp. schreef hij: Het leven van Cesar, 1865; De werkstaking, 1872; De hond van den tuinman, 1873; De koopman in oudheden, 1873; De Militaire Willemsorde, dram. schets, 1873; De broederhand, 1875; De oude kassier, 1875; Blonde Mietje, 1875, alle te 's-Gravenhage uitgegeven; De oude dienstboden, 1876; Thuis blijven, 1878; De ledige wieg, 1878; Manus de snorder, 1878; Broer Jan, 1879; Zonder naam, 1882; Zwarte Griet, 1882; Hannes, 1883; Platijn en Co. 1885; De remplaçant, 1885, alle te Rotterdam. Bovendien: De zwarte kapitein, zangspel,

[p. 246]

s Hage en Antwerpen 1877, in het Fr. opgevoerd te Antwerpen, Den Haag, Amst. en Rotterd. 1882; Anne Mie, Antw. 1878 en Rotterdam 1879, bekroond met den eersten prijs in den internat. wedstrijd en, door E. Scott vertaald, te Londen opgevoerd 1881.