Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde


auteur: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden


bron: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Q

[Johan Christiaan Willem Quack]

Quack (Johan Christiaan Willem), 12 Juli 1826 geb. te Herveld, waar zijn vader, zoon van dns. Quack te Zetten, eerst landhuishoudkundige aldaar en later wijnkooper te Elst was, ontving zijne opleiding aan het gymn. te Wageningen, begon zijne theol. stud. 5 Maart 1845, en voltooide die bij zijne prom. ald. in Juli 1850; zijne eerste standplaats Brakel bekleedde hij van 9 Febr. 1851 en beleefde daar de watervloeden van 1855 en 1861, vertrok in 1862 naar Bemmel en is sinds 18 Juni 1876 te Ravenstein, waar in 't vlgd. jaar de bediening der gem. Dieden bijgevoegd is.

[p. 630]

Schr., behalve opstellen in den Geld. Volksalmanak, dien hij sedert 1861 alleen redigeerde, bijdr. in het tijdschr. Gelderland, in 's Levens Leerschool, De Fakkel, De Waarheidsvriend en Het Leeskabinet. Afz. verscheen: Gesch. van den watersnood in Ned. en O.-Indië, Dordr. 1861; Het licht der Kerkhervorming. Kerkelijke rede.