Remco Campert: al die dromen al die jaren


auteur: Aad Meinderts, Erna Staal en Daan Cartens


bron: Daan Cartens, Aad Meinderts en Erna Staal, Remco Campert: al die dromen al die jaren (schrijversprentenboek 46). De Bezige Bij Amsterdam / Letterkundig Museum Den Haag 2000


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 144]

Verantwoording en noten

Lijst van geraadpleegde collecties bij personen en instellingen

Remco Campert, Amsterdam

Jan Cartens, Etten-Leur

Leo Klatser/Giny Oedekerk, Amsterdam

Guus Luijters, Schagerbrug

Eddy Posthuma de Boer, Amsterdam

Simone Sassen, Amsterdam

 

Algemeen Rijksarchief, Den Haag

De Bezige Bij, Amsterdam

Gemeentearchief Amsterdam

Gemeentearchief Den Haag

Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

Letterkundig Museum, Den Haag

Spaarnestad Fotoarchief, Haarlem

Bij de bijschriften

Tenzij anders vermeld zijn de illustraties afkomstig uit de collectie van Remco Campert.

Bij het biografisch overzicht door Daan Cartens

Met dank aan Remco Campert, Hans Keller, Miep Kievenaar en Martin Mooij.

Tenzij anders vermeld zijn citaten afkomstig uit dag- en weekbladen, knipselarchief Letterkundig Museum.

Bij citaten uit het werk van Remco Campert wordt telkens verwezen naar de eerste druk.

Geraadpleegde literatuur:

J. Bernlef en K. Schippers, Wat zij bedoelen, Amsterdam 1965.

Jan Brokken, Schrijven, Amsterdam 1981.

H.J.A. Hofland en Tom Rooduijn, Dwars door puinstof heen, grondleggers van de naoorlogse literatuur, Amsterdam 1997.

Wim Wennekes, Geert Lubberhuizen, uitgever, Amsterdam 1994.

Annejet van der Zijl, Jagtlust, hoe in een Goois buitenhuis de wereld openging, Amsterdam 1998.

Bij het artikel van Ton Anbeek

Gebruikte literatuur

Michel Dupuis, ‘Neo-realisme en experiment in verhaalvormen: Remco Camperts schijnbewegingen.’ In: Spiegel der letteren 17 (1975), pp. 81-112.

Bij het artikel van Ellen de Bruin

Met dank aan Remco Campert, Ewoud Sanders, Rob Tempelaars en de medewerkers van het Letterkundig Museum.

Citaten zonder bronvermelding zijn afkomstig uit een gesprek met de schrijver, dat plaatsvond op 20 maart 2000.