Dit was de enige keer dat ik in een discussie tegenover Einstein stond. Ik had een of twee keer naar een voordracht van hem geluisterd, maar hem verder niet ontmoet. Toen ik na de oorlog naar Princeton kwam heb ik geen contact met hem gezocht. De tragische dood van Ehrenfest had een bestaande verbinding verbroken, had een kloof doen ontstaan, en ik durfde het niet aan te trachten die te overbruggen.
Er is natuurlijk een fundamenteel verschil tussen de statistische theorieën die Einstein aan het begin van de eeuw uitwerkte en de statistische interpretatie van de quantummechanica, al kan men wel van een formele analogie spreken. Einstein kon de essentiële eigenschappen van de Brownse beweging afleiden zonder een moleculair model te preciseren. Hij moest alleen aannemen dat de waarschijnlijkheid van een toestand wordt gegeven door
W = exp (S/k),
waarbij S, de entropie, berekend kan worden uit macroscopische gegevens. De atomaire wereld komt alleen in het spel door de constante van Boltzmann, k, door Einstein geschreven als R/N (R de ‘gasconstante’ in de vergelijking pV = RT, en N de constante van Avogadro). Als k oneindig klein zou zijn of, wat op hetzelfde neerkomt, als het aantal atomen in een gegeven eindig volume oneindig groot zou zijn, dan zouden er geen fluctuaties zijn en geen Brownse beweging. Op een gelijksoortige wijze hangen alle quantumeffecten samen met de constante van Planck. Als h naar nul gaat dan verdwijnen alle quantumeffecten.
In het geval van de Brownse beweging weten we echter dat wat we waarnemen een manifestatie is van de atomaire wereld, een manifestatie waarvan de hoofdtrekken kunnen worden berekend zonder een gedetailleerd model, maar die kan worden beschouwd - en werd beschouwd - als een overtuigend bewijs voor het bestaan van atomen.
Moeten we dan niet evenzo in de quantummechanica zoeken naar een diepere, eraan te gronde liggende structuur? En is de door Einstein gelaakte ‘Härte’ (hardheid, onverteerbaarheid) niet een teken dat de theorie onvolledig is?
Ja, we moeten zoeken naar een diepere structuur, zei Einstein, en hij besteedde de laatste vijfentwintig jaar van zijn leven aan een vruchteloos zoeken naar een veldtheorie die de quantumtheorie