terug  begin  verderprepost

4
Opgang van de Vlaamse Beweging door volbardende strijd van weinigen. Volkspers, liederavonden en hogeschooluitbreiding als actiemiddelen. Belang van de Studentenbeweging

Het is nodig ook deze bijzondere omstandigheden van ideologische aard in het oog te houden, indien men volle recht wil laten wedervaren aan de mannen die, zoveel onverschilligheid, wanbegrip en verzet trotserend, de moed hebben gehad zich aan de Vlaamse strijd te wijden en niettegenstaande de vele tegenheden en geringe voldoening in hun actie hebben volhard. Zij zijn niet talrijk geweest en het zijn altijd dezelfde namen, die wij in de persverslagen zien terugkeren. Edw. Coremans, J. De Vriendt, J.

[p. 51]

Van der Linden, de gebroeders Daens(113) en later Adelfons Henderickx(114), Augusteyns(115) voor de debatten in de Kamer van de volksvertegenwoordigers, Vader De Beucker, Dr. Aug. Laporta, Dr. Van Steenkiste, Em. De Visschere(116), H. Lebon(117) en weinig later Em. Vliebergh(118) en enkele andere van katholieke zijde. Vuylsteke, Max Rooses(119), Prof. Frédericq(120), Jan van Rijswijck, Hoste(121), Reinhard(122),

[p. 52]

Hipp. Meert en weldra Lod. De Raet(123), Tack(124) e.a. aan de vrijzinnige kant, voor de actie door volksvergaderingen en het vrije Vlaamse organisatiewerk. Geen van hen heeft de volledige verovering van hun levensdoeleinden mogen beleven; maar zij mochten bemoediging putten in de zichtbare opgang welke de Vlaamse Beweging in al haar ondernemingen bij het einde van de vorige eeuw vertoonde en de gestadige uitbreiding van hare actiemiddelen.

Het Davidsfonds, dat bij de inhuldiging van het standbeeld van zijn naamgever Prof. David ongeveer achtduizend leden telde en het oudere Willemsfonds(125) dat, alhoewel minder talrijk, onder de stuwkracht van Vuylsteke zijn bloeijaren had bereikt, oefenden door hun regelmatige uitgaven en hun plaatselijke afdelingen een doorgaans stille maar opwekkende invloed uit op de belangstelling van de middenstand voor ons Vlaams cultureel leven. Het Algemeen Nederlands Verbond, dat door Hipp. Meert in 1895 werd opgericht, heeft er dank zij de taaie werkzaamheid van zijn stichter en eerste leider en door het uitstekend documen-

[p. 53]

tair werk, dat hij in het orgaan van zijn vereniging Neerlandia leverde, veel toe bijgedragen om de blik van de Vlamingen op het Nederlands taalleven over onze enge grenzen heen te verruimen en bovendien door uitstekende statistische gegevens hen gevoelig te maken voor de schadelijke gevolgen welke de verfransing van onze nationale huishouding voor hen had meegebracht. De land- en zitdagen welke buitendien door propaganda-organismen als de Vlaamsche Katholieke Landsbond(126) of de kortlevige Vlaamsche Volksraad e.a. werden gehouden, trokken gaandeweg meer belangstelling, terwijl de plaatselijke politieke Vlaamse bonden, tussen welke de Nederduitsche Bond(127) van Antwerpen een uitzonderlijke strijdplaats innam, steeds meer gehoor bij onze parlementaire vertegenwoordiging wist af te dwingen.

De democratisering van ons kiesrecht, gepaard met de weldra machtig geworden organisaties van arbeiders en boeren, opende tevens - zoals we het reeds hoger hebben doen opmerken - tot dan toe voor de Vlaamse actie onverhoopte mogelijkheden, alhoewel het met leedwezen moet worden vastgesteld dat de Vlaamse socialistische arbeidersbeweging, bedwelmd door haar te strakke sociaal-economische strijdopvattingen en belemmerd door de Vlaamsvijandige gesteldheid van de overheersende Waalse partijleiding, voor het rechtsherstel en de bewustwording van ons volk niet het aandeel heeft geleverd dat rechtmatig van haar kon worden verwacht. Hoe belangrijk echter de betekenis van de meer rechtstreekse medezeggenschap van het volk in onze politieke aangelegenheden voor de bevordering van een meer rechtvaardige en doeltreffende taalwetgeving moge geweest zijn, het zou een totaal verkeerde voorstelling en voor de Vlaamse mannen die de Vlaamse Beweging tot een ware volkszaak hebben gemaakt, een onbillijke bejegening worden, indien we ons moesten inbeelden

[p. 54]

dat de toenemende vervlaamsing ons voortaan als een vanzelfs rijp geworden vrucht is in de schoot gevallen. Alleen een nog jaren volgehouden en met veel offers gepaarde actie tot voorlichting en opleiding van het volk en de vorming van een eigen stand van ontwikkelden heeft de Vlaamse Beweging op de baan van uiteindelijk beslissende overwinningen kunnen brengen.

En hier moge wel een eresaluut worden gebracht aan de Vlaamse volkspers uit die tijd en de vele, sindsdien meestal vergeten mannen die door een schaars beloonde vlijt van elke dag ons volk voor een progressieve vervreemding hebben gevrijwaard en stilaan van eigen waarde hebben bewust gemaakt. Voor een grote Vlaamse pers die zich met onze beste Vlaamse bladen op gelijke voet zou kunnen meten, was bij het begin van deze eeuw de tijd nog niet rijp. Deze moest worden voorafgegaan door een verder gedreven vervlaamsing van onze intellectuele en meer gegoede klassen en deze laatste was zelf van een ingrijpende vervlaamsing van ons middelbaar en hoger onderwijs afhankelijk. Een paar pogingen die door katholieke Vlamingen werden ondernomen, om te Brussel een groot burgersdagblad op te richten mislukten. Het Land dat in 1888 werd uitgegeven, onder de redactionele leiding van J. Ramaekers(128), later volksvertegenwoordiger voor Limburg, verdween reeds in 1890; Het Vlaamsche Volk dat verscheen onder de hoofdredactie van advocaat Pol Gisseleire(129), en dat korte tijd ook door de jonge doctor in de rechten later Professor Emiel Vliebergh werd geleid, viel eveneens na een paar jaar(130). Een eerste poging van die aard was reeds vijftig jaar vroeger

[p. 55]

ondernomen door J. De Laet(131), Sleeckx(132) e.a., die in 1844 te Brussel een Vlaamsgezind dagblad oprichtten met als titel Vlaemsch België. Het verdween na enkele maanden. Maar de tijden waren voor een zo veeleisend opzet blijkbaar nog niet rijp. Het enige Vlaamse dagblad dat met de Franse burgerbladen een eervolle vergelijking kon doorstaan, was Het Handelsblad van Antwerpen dat reeds in 1844 het licht zag en dat onder de vaardige leiding van August Snieders(133), als hoofdopsteller, sedertdien tot bloei en tot algemeen aanzien was gebracht. Het Handelsblad was het hoofdorgaan van de toen zo strijdvaardige Meetingpartij(134). Het mag voor die tijd ook als de meest trouwhartige en best ingelichte tribune van de opkomende Vlaamse Beweging worden beschouwd. Zijn jaargangen zijn een onuitputtelijke mijn van gegevens omtrent de dagelijkse Vlaamse strijd, zoals hij vijftig jaar geleden gevoerd werd; de schrijver van deze bladen heeft er ruimschoots en dankbaar gebruik van gemaakt. Maar zo we nog arm waren aan grote Vlaamse informatiebladen die konden voorzien in de behoeften ook van de intellectueel en economisch leidende burgerij, wij kwamen toen in het bezit van enkele volkse dagbladen, die omwille van hun goedkoopte en van hun maat-

[p. 56]

schappelijke bestemming eenvoudig en sober van inhoud moesten worden gehouden, maar die door hun gemakkelijke verspreiding vrij spoedig een aanzienlijke invloed op ons volksleven hebben uitgeoefend en met de stijgende macht en ontwikkeling van onze arbeidende standen progressievelijk tot bloeiende en algemene persondernemingen zijn uitgedijd. Ik noem De Gazet van Antwerpen, gesticht in 1890, Het Nieuws van den Dag en Het Laatste Nieuws beide uitgegeven te Brussel in 1885, De Nieuwe Gazet verschenen te Antwerpen in 1897, en die merkwaardigerwijze nog steeds een van haar eerste opstellers, Aug. Monet (135), aan het hoofd van haar redactie heeft, nadat reeds in 1890 Het Volk als orgaan van de christene democraten en in 1884 Vooruit als tolk van de jonge socialistische partij werden uitgegeven te Gent, waar het katholieke Fondsenblad reeds in 1870 de taak had overgenomen van de makkere Beurzen-Courant die in 1856 door de katholieke en Vlaamsgezinde bankier Aug. Daele(136) was ondernomen. Voor het overige werd de Vlaamse strijd gevoerd in en door een zeker aantal weekbladen welke zoals Ons Recht te Antwerpen en het liberale Volksbelang te Gent bijzonder met het oog op de Vlaamse strijd gesticht waren en door hun merkwaardige polemische artikelen veel hebben bijgedragen tot de ontwaking van de Vlaamse geest bij onze burgerij(137).

Zo hebben de actiemiddelen van de Vlaamse Beweging zich progressievelijk uitgebreid. De al te begrijpelijke grieven van de Vlamingen kregen meer bekendheid, de tergende en steeds weerkerende taalincidenten drongen verder door in de schoot van het volk, dat ook de maatschappelijke nadelen van de stelselmatige verfransing van de hogere standen en van de algemene achteruitstelling van de Vlaamse gemeenschap begon te begrijpen. De politieke evolutie van de volksmacht bracht van zelfs mede dat aan

[p. 57]

deze uitzichten van de Vlaamse taalstrijd voortaan ook door de Vlaamsgezinde strijders een meer nauwkeurige aandacht werd gewijd. Het was voor hen ook een troostelijk en bemoedigend bevinden, hoe de gewone mensen, van wie men had kunnen denken dat zij alleen om hun stoffelijke belangen begaan waren, met een spontaan en fris enthousiasme hun sprekers beantwoordden, wanneer zij de snaar van hun Vlaamse fierheid aanraakten. De liefde voor de eigen taal- en volksgemeenschap is een te natuurlijk gevoel dat zelfs een langdurige overheersing van een vreemde geest deze zou kunnen uitdoven. Deze aangeboren trouw is zelfs heiliger bij de arbeidende klasse dan bij de meer begoeden, omdat zij door de mindere bewogenheid van haar gemoedsleven de aangewezen reservekamer zijn voor de traditionele eigenschappen en oorspronkelijke deugden van elk volk.

Het kon en het mocht evenwel niet blijven bij loutere taalpropaganda met politieke inslag, hoe dringend ook een actieve en doortastende medehulp van de wetgevende en bestuurlijke machten van node was. De politiek kan hinderpalen wegnemen, zij kan ruimte schaffen, zij kan hulp verlenen, maar zij kan het leven zelf niet vervangen en slechts in bijkomende mate aanwakkeren. De grote en ook de meest eisende taak van de Vlaamse Beweging, zelfs in de periode van haar opkomst, was Vlaams leven te scheppen, in de huiskring, in de samenleving, in de uitoefening van het beroep en het bedrijf. Het moest voor de meesten een als wanhopig te beschouwen onderneming schijnen, om dit zonder de voorafgaandelijke vervlaamsing van ons openbaar en bestuurlijk leven te hebben verwezenlijkt. Maar het leven begint steeds met uiterlijk onaanzienlijke krachten; wanneer het bestaat uit gezonde kernen, kan het door eigen uitzettingsvermogen wonderbaarlijke gestalten aannemen. Het mostaardzaadje dat een boom wordt, op wiens takken de vogelen komen rusten. En zo is het gebeurd met twee initiatieven die, hoe bescheiden ook van opzet en doelstelling, niet weinig hebben bijgedragen om de vervlaamsing van ons maatschappelijk leven te bevorderen en tevens de liefde voor en het vertrouwen in de bereikbaarheid van ons Vlaams volksideaal te spijzen: de Vlaamse liederavonden en de Hogeschooluitbreidingen, die beide te Gent en te Antwerpen hun oorsprong en hun grootste ontwikkeling hebben gevonden.

[p. 58]

De liederavonden ontstonden eigenlijk maar in het begin van deze eeuw en later dan de hogeschooluitbreidingen. Ik wens ze echter nu reeds te vermelden, omdat de behandeling van de hogeschooluitbreiding niet kan worden afgescheiden van twee andere onderdelen van de Vlaamse Beweging uit de jongste vijftig jaren, de opbloei van de studentenbeweging en de progressieve vervlaamsing van ons wetenschappelijk leven met als einddoel en bekroning de vervlaamsing van ons hoger onderwijs, welke beide als de meest ingrijpende en afdoende krachtvormen in onze Vlaamse heropleving kunnen worden beschouwd. Peter Benoit had door zijn grote musicale scheppingen, zijn hardnekkige strijd voor het Vlaams muziekonderwijs aan de Vlaamse muziekbeweging een stuwkracht en een luister gegeven, welke door geen tweede werden geëvenaard en voor welke het Vlaamse land zijn erkentelijkheid niet was schuldig gebleven. Verschillende van zijn liederen - zijn ‘Strijdlied’, zijn ‘Beiaardlied’, zijn ‘Moederspraak’ e.a. - konden bij geen Vlaamse betoging of feestelijkheid worden gemist. Maar het inrichten van avonden voor het stelselmatig aanleren en uitvoeren van Vlaamse liederen door het volk is pas na zijn dood tot stand gekomen. Het begon op 23 november 1903 in de schoot van het Gentse Willemsfonds, met Flor. Van Duyse(138); in april 1904 werd het voorbeeld gevolgd te Antwerpen door de plaatselijke tak van het Algemeen Nederlands Verbond. De bijval was ongemeen en het Vlaamse lied werd weldra over geheel Vlaanderen een eigene bron van Vlaams leven en gezelligheid. Oude Vlaamse liederen werden opnieuw uitgegeven; nieuwe werden door onze meest populaire toondichters in grote verscheidenheid voortgebracht. Weldra zou Em. Hullebroeck(139), wiens eersteling ‘Moederke alleen’ na vijftig jaar van zijn eenvoudige bekoorlijkheid nog niets heeft verloren, met zijn blijde en geestige liederen

[p. 59]

die ontelbare reeks van liederavonden ondernemen, die van hem gedurende tientallen jaren de meest gevierde volkszanger en liederdichter van geheel Nederland hebben gemaakt en tevens een onschatbare bijdrage hebben geleverd voor de vervlaamsing van ons gezelschapsleven. In Antwerpen zijn de liederavonden onder de leiding van Edw. Keurvels uitgegroeid tot een echte massabeweging, en in de jongste jaren is nog gebleken welke opwekkende Vlaamse kracht er van het lied voor ons volksgemoed is blijven uitgaan.

De Vlaamse Volkshogescholen of de Hogeschooluitbreidingen zijn van een meer nuchtere opvatting uitgegaan, maar zij berusten op een niet minder edele sociale bezorgdheid, deze namelijk om het volk in zijn eigen taal en met vereenvoudigde en praktische uitdrukkingsmiddelen deelachtig te maken van de vruchten van het hoger wetenschappelijk onderwijs; een taak van maatschappelijk dienstbetoon uitstekend op de volksliefde van onze hoger gestudeerden berekend en tevens bijzonder geschikt om de wetenschappelijke opvoedingswaarde van de Nederlandse taal ook ten onzent te bewijzen. De gedachte van de hogeschooluitbreiding is niet ten onzent geboren. Het is bekend dat zij reeds een kwart eeuws tevoren aan Engelse universiteiten was in toepassing gebracht en sedertdien ook in de Skandinavische landen tot navolging had aanleiding gegeven. Maar zij was noch in Duitsland, noch in Frankrijk, noch ten onzent doorgedrongen, toen zij door twee Gentse studenten P. Tack en L. De Raet, in het Nederlandsch Museum onder de titel ‘Het University Extension Movement en zijn toepassing op de Vlaamsche Beweging’ in Vlaanderen werd aangeprezen(140). Zij vonden onmiddellijk steun en medewerking bij enkele Gentse professoren zoals Mac Leod(141), Paul Frédericq en J. Vercouillie(142), en begonnen onder het academisch jaar van 1892-1893 te Gent zelve een reeks van voordrach-

[p. 60]

ten over de geschiedenis van de Nederlandse, Engelse en Duitse Letterkunden, welke door een honderdtal toehoorders regelmatig bezocht werden. In november 1898 werd te Antwerpen in den schoot van de studentenvereniging Eigen Taal Eigen Zeden de Katholieke Vlaamsche Hoogeschool opgericht, die sedertdien haar bestaan in een onafgebroken stijgende lijn heeft voortgezet. De werkzaamheid van beide hogeschooluitbreidingen heeft zich progressievelijk over alle steden van Vlaanderen uitgebreid en andere volkshogescholen werden gesticht, welke deze vorm van volksonderwijs tot een vaste en merkwaardige instelling in Vlaanderen hebben gemaakt. De inmiddels voltrokken vernederlandsing van ons hoger en middelbaar onderwijs hebben de taak van de leiders in ruime mate vergemakkelijkt. Het ontbreekt ons niet meer aan geleerden die elk gebied van de wetenschap in onze taal op voortreffelijke wijze kunnen behandelen, maar dit was verre van een werkelijkheid op het einde van de negentiende eeuw. Menig voordrachtgever heeft zich lange opzoekingen in de Noord-Nederlandse literatuur moeten getroosten, om zich de geijkte wetenschappelijke termen eigen te maken.

Maar er was intussen door Vlaanderen een vernieuwende wind gegaan, die langzamerhand de hoogvlakten van ons geestelijk leven - onze door de universiteit gevormde wereld - bereikt had en die meer dan enige andere invloed heeft bijgedragen om aan de Vlaamse gedachte de volheid van haar inhoud en haar uiteindelijk succes te verzekeren. Ik bedoel de Vlaamse Studentenbeweging, en meer bijzonder de Katholieke Vlaamse Studentenbeweging, die de voornaamste en de krachtigste van deze jeugdstromingen is geweest. Zonder de studentenbeweging had wellicht Vlaanderen, zelfs met de hulp van de zegevierende democratische gedachte, nooit zijn volledige geestelijke herwording bereikt noch zelfs voor ogen genomen. Het spijt en het verwondert mij dat de geschiedenis van deze jeugdbeweging nog door niemand in haar geheel en met wetenschappelijke nauwgezetheid werd geschreven. Ik wens dat het nog geschieden moge, vooraleer wij ons te ver van haar meest actieve jaren hebben verwijderd. Wat hierna over haar wordt gezegd, zal beperkt blijven tot hetgene onontbeerlijk is voor de geestesgesteldheid waarin de Vlaamsgezinden van het begin van de twintigste eeuw hun werk hebben begonnen en

[p. 61]

welke niet uit het oog mag worden verloren bij de beoordeling van zekere tragische gebeurtenissen die zich later in verband met onze Vlaamse taalstrijd hebben ontsponnen(143).

(113)Voor Adolf Daens, zie hoger, noot 66. Diens broeder Pieter Daens, oAalst 10 juni 1842 †ald. 26 maart 1918, drukker en journalist, was van nov. 1904 tot zijn dood volksverteg. van de Christene Volkspartij (de zgn. ‘Daensisten’) voor het arr. Aalst.
(114)Adelfons Henderickx, oAntwerpen 7 sept. 1867 †ald. 24 juni 1949, 1888 stichter en tot 1890 hoofdredacteur van het Leuvens K.V.H.V.-blad Ons Leven, promoveerde 1890 in de rechten te Leuven, advocaat te Antwerpen, mei 1906-1919 kath. (Meeting) volksverteg. voor het arr. Antwerpen, strijdend flamingant vooral voor de Vlaamse hogeschool; na Wereldoorlog i wegens activisme tot 4 mei 1921 in de gevangenis.
(115)Leo Augusteyns, oAntwerpen 25 mei 1870 †ald. 15 dec. 1945, gemeenteambtenaar, mei 1906-1919 liberaal volksverteg. voor het arr. Antwerpen, tijdens Wereldoorlog i activist.
(116)Emiel De Visschere, oRuddervoorde 11 dec. 1861 †Brugge 14 juni 1910, promoveerde 1886 in de rechten te Leuven, advocaat de Brugge, nov. 1895-1899 kath. gemeenteraadslid aldaar, was in de jaren tachtig en negentig van vorige eeuw zeer actief in de Landdagenbeweging en in de Vlaamsche Katholieke Landsbond.
(117)Hector Polidoor Lebon, oZottegem 22 nov. 1863 †Antwerpen 27 okt. 1935, promoveerde 1886 in de rechten te Leuven, advocaat te Zottegem, later te Antwerpen en hier als Vlaamsgezind christen-democraat werkzaam, dec. 1921 tot zijn dood prov. senator voor Antwerpen.
(118)Emiel Vliebergh, oZoutleeuw 24 jan. 1872 †Leuven 6 jan. 1925, promoveerde 1896 te Leuven in de rechten en 1899 in de politieke en sociale wetenschappen, 1903 hoogleraar aldaar, 1906 medestichter van het weekblad Hooger Leven en in 1907 van de Nederlandsche Vacantieleergangen (zie hierover verder p. 64, en noot 10 aldaar).
(119)Max Rooses, oAntwerpen 10 febr. 1839 †ald. 15 juli 1914, criticus en kunsthistoricus, conservator van het Plantijn-Moretusmuseum en een der promotoren van de Tweede Hoogeschoolcommissie (zie hiervoor p. 90, noot 81).
(120)Paul Frédericq, oGent 12 aug. 1850 †ald. 30 maart 1920, liberaal Vlaamsgezind historicus, 1879 hoogleraar te Luik, 1883 te Gent en na Wereldoorlog i rector.
(121)Julius Hoste (senior), oTielt 23 jan. 1848 †Brussel 28 maart 1933, schrijver en dagbladdirecteur, sedert 1868 hoofdredacteur van het weekblad De Zweep, 1888 stichter van het vrijzinnige dagblad Het Laatste Nieuws.
(122)Frans Reinhard, oBrussel 2 maart 1850 †Heveadorp (bij Arnhem) 30 juli 1921, ambtenaar te Brussel, liberaal flamingantisch voorman o.m. als heroprichter in 1886 van de Landdagen, secretaris van de Vlaamsche Volksraad, voorzitter te Brussel van de Vlaamsche Volkspartij, enz.; na Wereldoorlog i wegens activisme naar Nederland uitgeweken.
(123)Lodewijk De Raet, oBrussel 17 feb. 1870 †Vorst (Brussel) 24 nov. 1914, studeerde met onderbrekingen te Brussel en te Bologna en werd 1899 te Brussel licentiaat in de economische wetenschappen; als Vlaamsgezinde voorzitter van de Tweede Vlaamsche Hoogeschoolcommissie (1907-1914).
(124)Pieter Lodewijk Tack, oHumbeek 18 nov. 1870 †Nijmegen 15 maart 1943, vrijzinnig Vlaams strijder, leraar te Brussel, tijdens Wereldoorlog i activist o.m. als hoogleraar aan de vernederlandste universiteit te Gent en als voorzitter van de Raad van Vlaanderen; nadien uitgeweken naar Nederland.
(125)Het Willemsfonds was reeds in 1851 door een groep vooral liberale maar ook katholieke vrienden van Jan Frans Willems (†1846) gesticht ‘om de Nederduitsche tael-en letterkunde en al wat haer aengaet krachtdadig te ondersteunen en aen te moedigen, ter versterking van den algemeenen volksgeest in België.’ Na tien jaar had het W.F. slechts 184 leden maar met Julius Vuylsteke als secretaris, vanaf 1862, begon een zekere doorbraak. (fredericq, Schets eener geschiedenis der Vlaamsche Beweging, in Vlaamsch België sedert 1830, tweede deel, Gent, 1906, p.79).
(126)De Vlaamsche Katholieke Landsbond werd begin 1891 opgericht en congresseerde voor het eerst op 21-22 augustus 1893. Zie elias, o.c., iv, p. 251-254. (Niet te verwarren met de in 1908 herborene Katholieke Vlaamsche Landsbond). Voor de Vlaamsche Volksraad zie hoger noot 9.
(127)De Nederduitsche Bond werd maart 1861 te Antwerpen opgericht als ‘een onafhankelijke bond tot de verdediging der rechten van den nederduitschen volksstam’. Als blokvorming van Antwerpse Vlaamsgezinden werd hij een grote steun en naderhand een zelfstandig onderdeel van de Meetingpartij (zie verder, noot 134).
(128)Jan Ramaekers, oMechelen-aan-Maas 17 juli 1862 †Zelem (Diest) 28 aug. 1930, onderwijzer nadien industrieel, juni 1904-mei 1913 kath. lid van de Limburgse Provinciale Raad, mei 1913 tot zijn dood volksverteg. voor het arr. Hasselt; tijdens Wereldoorlog i in Noord-Frankrijk en er 1916-1919 voorzitter van de ‘Fédération des Comités officiels de secours aux réfugiés des arrondissements de Rouen, Neufchâtel et Yvelot’; 1888-1890 medewerker van het Vlaamse dagblad Het Land en 1914 lid van de beheerraad van N.V. De Standaard.
(129)Paul Charles (Pol) Gisseleire, oGent 17 maart 1873 †Saint-Jean-Cap-Ferrat 17 sept. 1959, promoveerde 1886 te Brussel in de rechten, tot 1937 advocaat aldaar. (Zie ook volgende noot).
(130)Het Vlaamsche Volk verscheen te Brussel als ‘katholiek volksgezind dagblad voor België’ van aug. 1894 tot april 1898; Pol Gisseleire was er 27 juni 1896-8 april 1898 hoofdredacteur van.
(131)Jan Jacob (in de literatuur vooral bekend als Johan Alfried) De Laet, oAntwerpen 13 dec. 1815 †ald. 22 april 1891, advocaat te Antwerpen, 1863-1891 kath. (Meetingpartij) volksverteg. voor het arr. Antwerpen, legde 12 nov. 1863 als eerste kamerlid zijn eed in het Nederlands af.
(132)J.L. Domien Sleeckx, oAntwerpen 2 febr. 1818 †Luik 13 okt. 1901, letterkundige, 1861-1879 leraar te Lier. Het eerste nummer van Vlaemsch België verscheen op 1 jan. 1844, het laatste op 21 nov. van hetzelfde jaar; het werd nadien als De Vlaemsche Belgen in louter katholieke handen voortgezet tot 30 juni 1845.
(133)August Snieders, oBladel (Noord-Brabant) 9 mei 1825 †Antwerpen 19 nov. 1904, letterkundige en journalist, bleef bijna vijftig jaar lang hoofdredacteur van Het Handelsblad.
(134)De Meetingpartij ontstond te Antwerpen eind 1861-begin 1862 uit volksvergaderingen die door de Commissie der Krijgsdienstbaarheden werden georganiseerd tegen de defensiepolitiek der regering. Oorspronkelijk samengesteld uit katholieken en liberalen verlieten laatstgenoemden na enige jaren de partij, zodat de Meeting, en dit tot aan Wereldoorlog i, een eigen Antwerpse vorm werd en bleef van de katholieke partij. De Meeting bestond rond de eeuwwisseling uit verschillende afdelingen, waarvan vooral de Vlaamsgezinde Nederduitsche Bond en de Conservatieve Vereeniging duidelijker afgebakend waren. (Zie ook hoger, noot 127).
(135)August Monet, oAntwerpen 18 jan. 1875 †ald. 8 okt. 1958, werd in 1897 hoofdredacteur van De Nieuwe Gazet en bleef dit tot zijn dood; was een figuur in de Vlaamsgezinde vrijzinnige studentenbeweging, maar voerde tijdens Wereldoorlog i in het Nederlandse blad De Telegraaf een anti-Vlaamsgezinde campanje, ook tegen Frans Van Cauwelaert.
(136)August Daele, bankier, 1856-1870 te Gent uitgever van De Beurzen-Courant, nadien wegens faillissement naar Amerika uitgeweken.
(137)Cfr. o.a. p. fredericq, Schets eener Geschiedenis der Vlaamsche Beweging, hoofdstuk vii, p.285-293. (Noot F.V.C.).
(138)Florimond van Duyse, oGent 4 aug. 1843 †ald. 18 mei 1910, zoon van de Vlaamse schrijver en flamingant Prudens van Duyse (o1804 †1859), promoveerde in de rechten te Gent, werd krijgsauditeur maar wijdde zich na studies aan het Gentse conservatorium vooral aan de muziek.
(139)Emiel Hullebroeck, oGentbrugge 20 febr. 1878 †Liedekerke 26 maart 1965, na studies aan het conservatorium te Gent 1904-1934 leraar aan de Rijksnormaalschool aldaar, tijdens Wereldoorlog i organisator van Vlaamse liederavonden aan het IJzerfront en in Nederland, 1930 algemeen inspecteur van het muziekonderwijs.
(140)Zie fredericq, op.cit., hoofdstuk v, p. 99-105. (Noot F.V.C.).
(141)Julius Mac Leod, oOostende 19 febr. 1857 †Gent 3 maart 1919, bioloog, 1885 te Gent hoogleraar in de fysiologie, in 1887 in de plantkunde, 1887 stichter van de Vlaamsche Natuur- en Geneeskundige Congressen; tijdens Wereldoorlog i in Engeland.
(142)Jozef Vercouillie, oOostende 20 april 1857 †Gent 4 febr. 1937, taalkundige, 1890-1920 hoogleraar aan de Rijksuniversiteit te Gent.
(143)Blijkens een hoger opgegeven schema wilde F.V.C. dus na de behandeling van de studentenbeweging ook nog handelen over de vervlaamsing van het wetenschappelijk leven in het hoger onderwijs. Dit onvoltooid gebleven stuk kan voor de historiek van de studentenbeweging gedeeltelijk worden aangevuld met F.V.C.'s bijdrage Een eregroet aan de Katholieke Vlaamse studentenbeweging, in Liber Amicorum Mier Jan Gruyters (1957), p. 481-502; voor de Vlaamse beweging van nadien met meerdere bladzijden uit de hierna gepubliceerde herinneringen uit de jaren 1910-1918.
prepostterug  begin  verder