Xerxes (eds. H.T.M. van Vliet, J.B. Robert, Jan Fontijn en Oege Dijkstra)


auteur: Louis Couperus


editeur: H.T.M. van Vliet, Oege Dijkstra, Jan Robert en Jan Fontijn


bron: Louis Couperus, Xerxes (eds. H.T.M. van Vliet, J.B. Robert, Jan Fontijn en Oege Dijkstra). Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen 1993  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 215]

Verantwoording

[p. 217]

Het is niet bekend wanneer Couperus precies aan Xerxes is begonnen. Vermoedelijk is hij op het idee voor de roman gekomen tijdens een gesprek met de schrijver Israël Querido, die hij waarschijnlijk in februari 1918 in Amsterdam heeft ontmoet. Van dat gesprek herinnerde Querido zich jaren later: ‘Wij knabbelden koekjes onder de hoogste en ernstigste gesprekken over Italië, over Dante, over de oude Romeinen en de oude Grieken. Toen kwam ik vanzelf los over de oude Perzen, over Xerxes, over heel mijn bronnenstudie, over Herodotus' Xerxes, over het gemis aan Perzische, en over het bezit van half geschonden Grieksche bronnen. Couperus geraakte in extase over mijn voorbereidend werk en over de dingen die ik hem verhaalde van Koning Xerxes. Ik vertelde hem alles met onbeperkte overgave, van mijn epos uit de oude waereld, van mijn werkplannen. Ik wees hem erop, dat ook Flaubert er naar had gehunkerd dit tijdperk der oude Perzen te mogen beelden, doch dat de geweldige voorstudiën hem afschrikten. Couperus bleek in geestdrift, doch met geen woord maakte hij melding van het feit, dat hij spoedig een paraphrase van Herodotus' Xerxes zou geven.’1

Bij het schrijven van Xerxes vormde de Historiën van Herodotos Couperus' belangrijkste bron. Hij gebruikte een Franse vertaling, want zijn kennis van het Grieks was beperkt. Op 8 november 1918 schreef hij hierover aan de classicus W.E.J. Kuiper: ‘Ik [...] moet U eerlijk bekennen, dat [...] ik de Fransche vertaling naast het Grieksch heb liggen want ik lees heusch niet vlot Grieksch. Toen ik onlangs voor mijn roman Xerxes of De Hoog-

[p. 218]

moed Herodotos moest bestudeeren, had ik (en heb ik nog voor de proeven) naast de editie van Kallenberg de vertaling liggen van Humbert: ik beken eerlijk, dat ik er anders niet komen zoû. Moge dus mijn groote liefde voor de Oudheid eenigszins vergoêlijken wat eigenlijk misschien wel een kleine zonde is.’2 Xerxes of de hoogmoed werd voorgepubliceerd in vier maandelijkse afleveringen van Groot Nederland, van september tot december 1918. Het motto van Couperus' nieuwe roman luidde: ‘Uit de Annalen der Ironische Historie; Vrij naar Herodotos’.

Eind 1918 verscheen een andere roman waarin Xerxes een rol speelde: Koningen, van Is. Querido: het eerste deel van de romanreeks De oude waereld; Het land van Zarathustra; Romantisch epos uit Oud-Perzië.3 Couperus ontving een presentexemplaar en bedankte de auteur in januari 1919: ‘Ik beschouw uw boek als het bizonderste werk, dat sedert jaren in onze letterkundige wereld aan den dikwijls zoo valen horizon is verschenen; het is een stralende zon, Ormoezd gelijk. Ik zoû u willen omhelzen voor dit werk. Maar zoo uitbundig mogen wij hier in het eeuwig mistige Noorden niet zijn.

‘Misschien hebt ge opgemerkt, dat ik zelve een luchtige arabesk gaf over Xerxes of De Hoogmoed, in ons tijdschrift. Meer dan wat ik het noem is mijn werk niet.’4 Enkele maanden later publiceerde Couperus een lovende recensie van Koningen in Groot Nederland.5

Over de boekuitgave van Xerxes onderhandelde Couperus begin 1919 met verschillende uitgevers Op 14 februari schreef hij

[p. 219]

aan L.J. Veen: ‘Zoudt gij lust hebben weêr eens iets van mij uit te geven, nl. Xerxes of De Hoogmoed. [...] Nijgh en van Ditmar biedt er mij te weinig voor; hij vindt het geen zeer verkoopbaar boek, schijnt het, - een vreemde taxatie, als ik daar over stel, dat Mej. Else Otten, mijn Duitsche vertaalster, oogenblikkelijk de hand heeft gelegd op de vertalingsrechten van Xerxes, als aktuelle Stoffe, een zeer goed hon. er voor betaalde en dezer dagen - de vertaling is reeds klaar - trots revolutie en wat al niet meer, het boek in Duitschland verschijnt.’ Couperus vroeg een honorarium van ƒ2500, -. Volgens hem zou Xerxes eenzelfde debiet kunnen krijgen als Psyche, ‘nl. op Gymnasia en h.b.s.6

Veen antwoordde Couperus op 18 februari. Hij kon niet meer betalen dan ƒ1250, - voor de eerste druk met een oplage van 2000 exemplaren, ƒ625, - voor een eventuele tweede druk met een oplage van 1500 exemplaren en ƒ325, - voor verdere drukken: ‘Een andere uitweg zie ik niet.

‘Dat Nijgh niet wil uitgeven, zit m.i. niet in het boek maar voornamelijk, dat het honorarium te hoog is. Wij kunnen dergelijke honoraria niet geven. [...]

‘Jammer, dat wij beiden niet in Engeland of Frankrijk leven, dan zouden wij beter met elkander kunnen praten.’7 Couperus vroeg daarop een paar dagen bedenktijd, aangezien hij ook met de Wereldbibliotheek in onderhandeling was.8 Veen reageerde onmiddellijk in wat zijn laatste brief aan Couperus zou worden: ‘Zoo even kreeg ik je brief en verwonderde mij deze, ik had verwacht een ja of neen. Beide waren mij goed. Nu echter schrijft gij eerst nog eens bij de Wereld Bibliotheek te vragen.

‘'t Spijt mij, maar voor deze manier voel ik niet veel en zal dus de zaak maar als afgedaan beschouwen.’9

[p. 220]

Ook met de Wereldbibliotheek kwam Couperus niet tot overeenstemming. Op 24 februari 1919 sloot hij toch een contract met Nijgh en Van Ditmar.10 Voor de eerste druk van Xerxes bedroeg het honorarium ƒ1000, -. Voor elke volgende druk met een oplage van 1500 exemplaren zou Couperus ƒ500, - ontvangen. De uitgever kreeg ‘uitsluitend het recht van drukken en uitgeven van het manuscript’, dat wil zeggen het exploitatierecht, niet het copyright van de roman.

De Duitse vertaling van Xerxes verscheen vermoedelijk eerder dan de Nederlandse boekuitgave.11 In Nederland verscheen de roman in november 1919 bij uitgeverij Nijgh en Van Ditmar te Rotterdam.

Aan de voorpublikatie van Xerxes in Groot Nederland ging de volgende ‘Prologos’ van Couperus vooraf. Hij werd in de boekuitgave niet opgenomen:

‘Dit is een vreemd boek. Wàt is het? Is het een roman? Ik geloof van niet. In een roman komen vrouwen voor, als “heldinnen” en in dit boek van “Xerxes of De Hoogmoed” komen geen vrouwen voor als “heldinnen”: de vrouwen spelen er slechts bijrollen in en het boek is een liefdeloos boek: ter nauwernood komt er aan het slot een pikante epizode van enkele bladzijden slechts. Het boek is een boek van Grieken en Perzen, maar als het geen roman is, wat is het dan? Een boek van historie, al is het geen historische roman? Maar het is ook een boek van fantazie want al behelst dit boek historische feiten, er is veel in de zielen dezer zeer bekende historische koningen, prinsen en helden, dat de schrijver wel heeft moeten fantazeeren. Het is dus niet heelemaal een boek van historie, en ook niet heelemaal een boek van fantazie. Het is een vreemd boek. Ik kan u niet zeggen wat voor een boek het is: misschien is het wel - bijna - een “leesboek” voor gymnaziasten

[p. 221]

en h.b.s.-scholieren. Misschien ook niet. Hoe kómt de schrijver er toe zulk een vreemd boek te schrijven in deze “kosmische” dagen? Of is dit tóch wel12 een “kosmiesch” boek? Ik twijfel er aan. Het heeft er niet de pretentie van. Heeft de schrijver een parallel13 willen trekken tusschen onzen Oorlog en het oorlogje van Xerxes met de Grieken? Neen, héélemaal niet! Hoewel het soms toch wel schijnt, dat de eeuwen, de menschen en de dingen bijna niet veranderd zijn en misschien dààrom...

Maar dit zijn alle vragen en weifelingen. Eéne zekerheid slechts rijst uit alle deze vragen en weifelingen als een rots omhoog: dit is een vreemd boek. En waarom heeft de schrijver het geschreven? Om zichzelven pleizier te doen? Een misschien wel vreemd pleizier, misschien ook omdat hij niet anders kon?

In deze dagen moet een schrijver over oorlog schrijven. Ware deze schrijver een jonge Franschman of Italiaan of Engelschman geweest - of een Duitscher of Oostenrijker - hij had misschien in tragische loopgraaf en in de tragischere14 nachten der geteisterde slagvelden een boek zich gedacht en gedicht van moderne dagen en dingen. Maar wat kan een “neutrale schrijver”, zoo hij schrijven wil en dus wel, zijns ondanks, over oorlog gedwongen is te schrijven, anders schrijven dan een boek over een oorlogje, dat er geweest is? Eeuwen geleden... want die eeuwen kan hij wel leeren kennen en zien en zijn eigen tijd blijft voor hem het groote Onbekende, wat die vermoedelijk ook blijft voor een “niet-neutralen” schrijver...

Maar dit zijn wederom de onzekerheden...

De eenige zekerheid blijft:

Dit is een vreemd boek...

Of is zelfs die zekerheid niet zeker? En is het boek niet zoo heel vreemd, al roept het een lang verleden oorlogje weêr op in deze tijden van huidigen Oorlog??’15

[p. 222]

De vergelijking van de oorlog tussen de Perzen en de Grieken in Xerxes met de Eerste Wereldoorlog was bij het verschijnen van de boekuitgave in 1919 niet meer ‘actueel’. Waarschijnlijk om die reden is de proloog noch in de Duitse, noch in de Nederlandse boekuitgave opgenomen.

Bronnen

Voorzover ons bekend, zijn van de roman Xerxes de volgende door de auteur geautoriseerde bronnen overgeleverd:

A. een manuscript: een volledig kladhandschrift van de hand van Couperus. Het bevindt zich gedeeltelijk in de Koninklijke Bibliotheek (sig. 76 d3/7) en gedeeltelijk in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (sig. c.383 h.1), beide te Den Haag.

Het kladhandschrift bestaat uit 206 gelinieerde bladen van vrijwel hetzelfde formaat16, die eenzijdig zijn beschreven.17 Het is als volgt samengesteld: een ongenummerd blad met het opschrift ‘Prologos’, een genummerd blad 2, een ongenummerd blad met het opschrift ‘Eenige Jaartallen’, een ongenummerd blad met het opschrift ‘Xerxes of De Hoogmoed’, en genummerde bladen 2-7, 7a-100, 1-2, 101-121, 121a-199.18 Het handschrift bevat veel ver-

[p. 223]

duidelijkingen, doorhalingen, verbeteringen en toevoegingen. De ductus verschilt weinig. De bladen zijn beschreven in paarse inkt; enkele verbeteringen zijn aangebracht in zwarte inkt.

Dit handschrift heeft niet als kopij gediend voor de tijdschrift-publikatie van de roman. Het vertoont niet de vouwen of de zwarte vegen die gewoonlijk op de zetterij ontstonden. Waarschijnlijk is het overgetypt en heeft dit, niet overgeleverde, typoscript als kopij gediend voor Groot Nederland.19 De tekst van het handschrift wijkt inhoudelijk nauwelijks af van de gepubliceerde versie van de roman. Het gaat om enkele, in hoofdzaak stilistische, varianten.20 Deze veranderingen zal Couperus bij de correctie van het typoscript of van de drukproeven hebben aangebracht.

B. een voorpublikatie in Groot Nederland 16 (1918). Dl. 11 [september-december], p. 233-276, 349-392, 469-520, 613-650.

C. een uitgave in boekvorm: Louis Couperus: Xerxes of de hoogmoed. Rotterdam, Nijgh & Van Ditmar's Uitgevers-Maatschappij, [november] 1919.

Hoewel er geen correspondentie is overgeleverd tussen Couperus en Nijgh en Van Ditmar over de produktie van Xerxes, staat het vast dat de tijdschriftpublikatie als kopij voor de boekuitgave heeft gediend. Een aantal zetfouten komt zowel in Groot Nederland als in de boekuitgave voor. Deze fouten moeten uit Groot Nederland zijn overgenomen en door Couperus over het hoofd zijn gezien. Bovendien had Couperus de gewoonte de gedrukte voorpublikaties van zijn werk als kopij naar de uitgever te sturen of de desbetreffende nummers van het tijdschrift door de uitgever te laten aanschaffen.

Couperus heeft zelf de proeven van de boekuitgave gecorrigeerd, want verschillende wijzigingen in de tekst van de eerste druk ten opzichte van de tijdschriftversie kunnen onmogelijk aan

[p. 224]

de zetter of de corrector van de drukkerij (of van de uitgeverij) worden toegeschreven. Couperus stond er trouwens altijd op de proeven van de voorpublikatie en van de eerste druk van zijn boeken zelf te corrigeren. Er zijn geen aanwijzingen dat hij voor de eerste druk van Xerxes van deze gewoonte is afgeweken.

De oplage van de eerste druk van Xerxes was 1500 exemplaren.21 De roman werd tijdens Couperus' leven niet herdrukt. Nog in 1927 waren er exemplaren van de eerste druk verkrijgbaar.22

Tekstkeuze

Voor deze uitgave van Xerxes is de eerste en enige tijdens Couperus' leven verschenen druk als basistekst gekozen: hij vertegenwoordigt de laatste door de auteur actief geautoriseerde versie. Couperus heeft de kopij ervan geleverd en de proeven ervan zelf gecorrigeerd. Voor de tekstsamenstelling is gebruik gemaakt van het exemplaar van de eerste druk dat zich bevindt in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag.

Correcties

In de tekst van deze uitgave zijn, mede op grond van een woordvoor-woord vergelijking van het handschrift (h) met de tijdschriftpublikatie (gn), en van de tijdschriftpublikatie met de eerste druk van Xerxes, de hieronder volgende correcties aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer wordt eerst de verbeterde versie gegeven; na de ‘Duitse komma’(/) volgt de oorspronkelijke, foutieve lezing van de eerste druk. De laatste is voorzien van een asterisk (*) als zij in alle genoemde versies voorkomt. Indien dit niet het geval is, worden ook de lezingen van de vroegere versies vermeld. Hierbij is de volgorde gn, h

[p. 225]

aangehouden, omdat de tijdschriftpublikatie als kopij voor de eerste druk heeft gediend.23

21,18 gevalle/gevallen (gevallen gn, gevalle h)
22,17 uìtstekende/uitstekende (uitstekende gn, uìtstekende h)
23,12/13 Artachaies/Artachaios (Artachaios gn, Artachaeos h)
29,24-26 zij - [...] trouwt - /zij... [...] trouwt, (zij... [...] trouwt, gn, zij - [...] trouwt - h)
30,1 spon/af spon (af spon gn, spon h)
38,3 boodschapper,/boodschapper*
41,13 schuiven./schuiven: (schuiven: gn, schuiven. h)
43,25/26 Honigkaravaanaanvoerder/Honigkaravaan voerder*
46,3 rivier!'/rivier!*
47,16/17 in het,/in, het (in het gn, h)
50,12 [alinea] Dan/Dan (Dan gn, [alinea] Dan h)
50,18 Nizaïsche/Nizaische (Nizaische gn, Nizaïsche h)
50,27 Vlakte/vlakte (vlakte gn, Vlakte h)
55,24 hèbt/hebt (hebt gn, hèbt h)
56,7 hèm zijn/hem zijn (hem zijn gn, hèm zijn h)
61,11 [alinea] De/De (De gn, [alinea] De h)
61,14 wilde-beestenvellen/wilde beestevellen (wilde beestevellen gn, wilde-beestenvellen h)
62,28/29 tienduizend/tienduizenden (tienduizenden gn, tienduizend h)
64,10 hen/hem (hem gn, hen h)
67,18 teekenden/teekende*
70,25 - De/De (- De gn, h)
72,30 Thasiër/Thrasiër*
73,13 naderde;/naderde: (naderde: gn, naderde; h)
73,33 volkeren/veldheeren (veldheeren gn, volkeren h)
75,4 hij/[alinea] hij ([alinea] hij gn, hij h)
75,20 des/der (des gn, h)

[p. 226]

77,13 Orakel/orakel (orakel gn, Orakel h)
77,25 Kekrops'/Kekrops (Kekrops' gn, Kekrops h)
78,25/26 deugd. Vaderlandsliefde sloot liefde voor andere landen uit. Vaderlandsliefde in Athene/deugd. Vaderlandsliefde in Athene (deugd. Vaderlandsliefde in Athene gn, deugd. Vaderlandsliefde sloot liefde voor andere landen uit. Vaderlandsliefde in Athene h)
86,14 onthelmde/omhelmde (omhelmde gn, onthelmde h)
86,17 athletiesch/athlethiesch*
90,12 uìtstekenden/uitstekenden (uitstekenden gn, uìtstekenden h)
95,23 Abrokomas/Abrokomes*
95,28 Abrokomas/Abrokomes*
103,13 Grieken,/Grieken (Grieken, gn, h)
103,27 broeders...'/broeders...*
107,14 spookte/spookten*
107,20/21 Pronaia/Pronoia (Pronaia gn, h)
108,3/4 bovennatuurlijk/bovennatuurlijke (bovennatuurlijke gn, bovennatuurlijk h)
110,12/13 drie-honderd-acht-en-zeventig/drie-honderd-acht-en-veertig (drie-honderd-acht-en-veertig gn, drie-honderd-acht-en-zeventig h)
112,28 alléén/aléén (alléén gn, h)
115,18 beduidt/beduidde (beduidde gn, beduidt h)
115,30 mannen.../mannen.. (mannen... gn, h)
121,16 riffen.../riffen.. (riffen... gn, h)
125,32 uìtstekende/uitstekende (uitstekende gn, uìtstekenden h)
133,2 van/na (na gn, van h)
135,24 tragediën/tragedieën (tragedieën gn, tragediën h)
136,35 Agamemnoôn/Agamemmoôn (Agamemnoôn gn, h)
141,15 Mardonios/Mardonis (Mardonios gn, h)
141,30 dezen/dézen (dézen gn, dezen h)
142,30 Xerxes zoû/Xerxes zou*
146,2 zij,/zij (zij gn, zij, h)
150,9 Macht/macht (macht gn, Macht h)

[p. 227]

150,27 keurleger/heirleger (heirleger gn, keurleger h)
157,9 Abrokomas/Abrokomes*
163,16 vrouwenhof/vrouwhof (vrouwenhof gn, h)
170,6 misschien/misschen (misschien gn, h)
172,25 bevelen'/bevelen*
172,26 ‘zal/zal*
179,9 Thersandros/Thersandos (Thersandos gn, Thersandros h)
185,32 tragediën/tragedieën (tragedieën gn, tragediën h)
196,30 spijzen.../spijzen.. (spijzen... gn, h)
200,14 storten/stortten*
201,13/14 vreten...!/vreten..! (vreten... gn, h)
202,27 den/des*
202,33 vernietigd.../vernietigd.. (vernietigd... gn, h)
209,28/29 eersten-tooneelspeler/eersten tooneelspeler (eersten tooneelspeler gn, eersten-tooneelspeler h)
212,26 Areiopagos-heuvel/Airopagos-heuvel*
212,28 weldra!,/weldra! (weldra! gn, weldra!, h)

Varianten

De eerste druk van Xerxes vertoont ten opzichte van de tijdschriftpublikatie (gn) en het handschrift (h) de hieronder volgende woordvarianten. Na het paginacijfer en het regelnummer wordt eerst de lezing van de eerste druk gegeven; na het ‘ontstaan-uit-teken’ (<) volgen de afwijkende, vroegere versies.

11,21 lacht < lijkt h
12,5 zeker < tevens h
12,34 Xerxes = krijger; Artaxerxes = groote krijger. < ontbreekt h
13,25 leveren < te leveren h
14,7 maken < werpen h
14,18 ten < tot h
14,27/28 voorouderen < voorvaderen h
14,33 met somber gebogen hoofd < somber gebogen het hoofd h

[p. 228]

15,7/8 wier honderd zuilen op hare < die met honderd zuilen op dier h
15,10 zijn < hare h
16,8/9 besluit < besluiten h
16,22 voor < aan h
17,2 betrachten < beöogen gn,h
17,14 deed < had h
19,4 grauw-zwarten < grauwen gn,h
19,6 voelen aan de tand < proeven op den hand h
19,21 hij legde < legde h
20,32 glimlachte < grimlachte gn,h
20,34 grijnsglimlachten < grijnsgrimlachten gn, h
23,13 konings-ellebooglengten < koningsvadem en h
24,12 in de < in h
26,17 van < om h
28,6 Ligt < Zet h
28,24 vele < wel h
28,28 der groote < de groote h
30,21 op < over h
33,15 ging < ging boos h
36,33/34 te doen proeven < te proeven h
37,29 Kambyses' < diens h
37,33 alle < al het h
40,31 eunuch < eunuchen h
40,35 door < van h
41,6 ga nu < kom nu meê h
41,9-11 af en zette er zichzelve op; [...] zij verdween pruilende < af; [...] zij verdwenen samen h
45,5 vlas < lijnwaad h
45,8 vlas < lijnwaad h
45,8 verpletterde < verpletterde gretig h
46,17 vlas < lijnwaad h
46,18/19 elleboogslengte < vadem h
47,2 der wegen < des wegs h
48,5 paar duizend < paar gn, h

[p. 229]

48,5/6 vier-, of vijf-millioen < vier, vijf millioen h
48,8 Basileus < O Basileus h
48,18 gouden < millioenen h
48,33 zilveren talenten < een zilveren talent gn, h
49,15 met hem < met h
49,22 aan Xerxes < Xerxes h
52,2 marcheerde het < marcheerden zij h
53,1 niet < niets h
53,4/5 op hoog < maar hoog h
54,12 zich < hem h
54,17 op de < ter h
56,10 ver < wijd h
56,28 over < om h
58,5/6 lauwerfestoenen slingerden < lauwerfestoen festoende h
59,29 uit, < uit en h
60,5/6 sierlijke, langwerpige ruiten < een sierlijke langwerpige ruit h
60,21 satraap < de satraap h
61,36 huiden < vellen h
62,15 vossevellen < vossevelhelmen h
63,29/30 en dan < en h
64,10 rijen < rijden gn, h
64,35/65,1 ontscheept zich en rijdt < rijdt gn, h
65,5 leêr en < leêr; h
67,3 horizon is < horizon: dat is h
67,23 want < en h
70,14 verbeterde zich < herhaalde h
76,32 van den < van uw h
78,9 zelfder < gelijker h
81,27 grootste < meeste h
82,2 vloed en < vloed, ebbe en vloed en h
83,8 van grauwe < maar van grauwe h
83,11 maar < waar h
84,2 Leonidas! < Leonidas! Leonidas! h

[p. 230]

84,32 fier haar < fier h
85,2 melodische < Latijnsche h
89,28 engte < plek gn,h
93,19 zich, te < hem en dan te h
96,20 wringend < worgend h
98,20/21 achttienduizend < achtduizend h
99,8 wien < dien gn, h
100,8 breed bewogene < bries-bewogene h
100,20 turende naar < hoorende van h
100,27 zeeslagen [...] zouden < zeeslag [...] zoû h
101,12 werden < werd gn, h
101,24 Toch < Maar gn, h
105,22/23 Koning < Koning der Koningen h
105,23 door < na zijn neef, door gn, h
106,18 dreven < landen h
108,16 aan, den < aan met den gn, h
109,14 den < een gn, h
110,1/2 de hemel < hemel h
111,6 steile < steilste gn, h
112,21 te blijven strijden < te strijden gn, h
113,11 om < nu h
113,15 weêr < neêr h
113,26 naderenden < naderen gn, h
115,6 luisterde < uitluisterde h
116,21 den Peiraieus < Piraios gn, h
118,1/2 Xerxes... tot < Xerxes... voor h
118,10 toe, zeide Xerxes; < toe h
120,24 te < in h
121,20 op zijn < van zijn h
123,32/124,1 gesteld. [alinea] Naast < gesteld, zoo voorzienig door vroegere eeuwen tot een tribune gevormd, voor Xerxes, om te aanzien den zeeslag van Salamis. Naast h
125,19 doemde < naderde h
126,5 rollen < lange rollen h
127,28 in werkelijksten < ook in letterlijke h

[p. 231]

128,2 aan < naar h
128,4/5 slagzeizen < zeizen h
128,28 hoog gegalmde < hooger galmende gn, h
130,8 Maar het was al dat hij zeide. < Hij zeide niets meer. h
131,3 hen < hem gn, h
132,26 voet < voeten h
133,29 voor < over h
133,35 om < van gn, h
135,27/28 half steenen < steenen gn, h
135,31/32 besmeurde < besmeerde gn, h
136,3 ezel < hun ezel h
138,15/16 Met Xerxes < Xerxes h
139,27 achter haar < achter zich gn, h
140,13 ruiters aan < ruiters h
141,17 aan den < om den h
142,35/143,1 den knielenden < knielenden gn, h
143,10 veldheeren < vele veldheeren gn, h
143,18 hij wenschte < wenschte h
147,6 voor < te gn, h
147,21 Themistokles < Maar Themistokles h
147,23 Perzische vloot < vloot h
147,30 Dat alles scheen, nauwelijks < Zij waren nauwlijks h
148,10 de < dat hij de h
149,7 roeide < keerde h
149,31 aan wal < naar wal h
150,25 thorekoforen < thorekoforen1 [noot:] 1. kurassiers h
151,3 onmogelijk < onmogelijk niet gn, onmogelijk, niet h
151,23 dit < dit zelfde h
152,14 vloed < stroom h
154,33 over < door h
157,19/20 zoû Zeus toch niet zoo hebben getoornd. En dat < zoû het wel niet zijn. Dat h
157,24 Naar de < De h
163,8 nu < om h

[p. 232]

164,5/6 priester hem zalfde < priesters hem zalfden h
164,27 mantel terug < mantel h
169,17 was < had h
169,31 Sparta, zóó < Sparta, aldaar de eforen, zeèr tegen Athene's muren gekant, omdat zij Athene's hegemonie in de toekomst zagen, zoó h
171,17 om < van gn, h
172,28/29 de dicht bij staande < de verre gn, h
174,24 zachte < zachtere h
175,35 rumoerige < rumoerende gn, h
176,10 naar < naarde gn, h
177,14 grootste < groote h
177,18 antwoorden echter < echter antwoorden h
178,7 Kithairon < Kithairon, in de vlakte van Plataiai h
182,14 het lijk < zijn lijk h
183,22 als die van < als de h
183,23 van Salamis < als Salamis h
185,26 deze < deze ons h
186,17 zegt < sprak h
190,16 overnachten < kampen h
191,5 eerst niet < niet h
192,7 pijlen < speren gn, h
193,14 achter-langs < achter gn, h
197,3 zij < hen h
197,11 toch in dit < in dit h
198,9 divans < zetels h
199,13/14 eindelijk de, zoo goed < de eindelijk zoo goed gn, eindelijk de goed h
201,2 het < hen h
202,7 zijn broeder Ariabignos en zijn < zijn h
202.9 bij < èn Mardonios bij gn, h
202,10 dood...! En nu Mardonios! < dood... gn, h
202,32/33 leger [...] werd < legers [...] werden h
203,7 de jonge Artabanos < Artabanos gn, h
203,17 negen < zeven gn, h

[p. 233]

204,3 negen < zeven h
204,12 zonneschijn van < zonneschijn, de zalige zonneschijn van h
204,13 zalige < zoete h
205,25 met banken < banken h
205,26 enkel steen < steen h
205,29 vinden < hebben h
208,16 die hen volgden < die zij aanvoerden h
208,21 leefde < beefde h
208,34 negen < zeven gn, h
210,22 negen < zeven gn, acht h
210,35 met de Glorie < de Glorie h
211,16 negen < zeven gn, h
212,10/11 zijn onzer smarten!' < zijn...' h
212,12 zij onzer smarten!' < zij...!' h
212,29 Negen < Zeven gn, h

[p. 234]

Afbrekingstekens

In deze uitgave van Xerxes moeten de volgende afbrekingstekens als een koppelteken gelezen worden:

9,14 willen-
10,35 bijna-
17,28 statie-
26,2 Apollo-
55,8 grauw-
59,30 éen-
73,32 mede-
74,1 twee-
84,30 ironie-
87,24 handje-
88,34 haren-
110,7 en-
110,12 en-
124,23 Noord-
144,14 koningin-
185,13 schenk-
207,21 bas-
210,6 kothurn-

* Voor de bibliografische gegevens werd onder meer gebruik gemaakt van het Bibliografisch Repertorium Louis Couperus, een door zwo gesubsidieerd project, onder redactie van G. Borgers, E. Braches, K. Reijnders, uitgevoerd door Marijke Stapert-Eggen.

Zie voor de editieprincipes van de Volledige Werken Louis Couperus: Algemene verantwoording van de Volledige Werken Louis Couperus. Utrecht/Antwerpen, 1987. De editieprincipes zijn vastgesteld door Ernst Braches, Jan Fontijn, Karel Reijnders, Marijke Stapert-Eggen en H.T.M, van Vliet.