De Nederlandse volksboeken


auteur: Luc Debaene


bron: Luc Debaene, De Nederlandse volksboeken. Ontstaan en geschiedenis van de Nederlandse prozaromans, gedrukt tussen 1475 en 1540. Antiquariaat Merlijn, Hulst 1977  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Pyramus en Thisbe

Een prozaroman met dit verhaal is niet bewaard gebleven.

Men raadplege de gegevens in:

Bauerhorst, Bibliographie, p. 38.

Eeghem W. van, in Rhetores Bruxellenses (15de-16de eeuw), in Revue belge de Philologie et d'Histoire, XIV (1935), (pp. 427-448), p. 441.

Ellerbroek-Fortuin E., Amsterdamse Rederijkersspelen in de Zestiende Eeuw, Groningen-Batavia, 1937, pp. 138-139.

Es G.A. van, in Geschiedenis v.d. Lett. d. Ndl., dl III, (Antwerpen-Brussel-'s Hertogenbosch, 1944), pp. 294-296 en 305.

Kalff G., Historie van Piramus en Thisbe, in Trou moet blycken. Tooneelstukken der zestiende eeuw, voor het eerst naar de handschriften uitgegeven. Groningen, 1889, pp. 27-53; zie ook pp. XIII-XIV.

Mak J.J., Pyramus en Thisbe gemoraliseerd, in NT, XL (1947), pp. 175-179.

Mierlo J. van, in Gesch. v.d. Lett. d. Ndl., dl II, pp. 59-60, 259 en 279; met op p. 76 en 270 verdere bibliographie.

Vooys C.G.N. de, Rederijkersspelen uit het Archief van ‘Trou moet Blijcken’, in TNTL, XLVII (1928), (pp. 161-201), p. 185.

ID., Twee Rederijkersspelen van Pyramus en Thisbe, in VMA, 1948, pp. 5-13.

 

Het verhaal komt uit Ovidius' Metamorphosen, IV, vss. 15 sqq.

Vives, in zijn De institutione foeminae Christianae (1523) vernoemt met andere

[p. 210]

Ndl. volksboeken ‘in hac Belgica ...Pyramus et Thisbe’ (cfr meer daarover hieronder dl II, Hoofdstuk II, b.).

Die titel vinden we ook op de lijst van Malderus (1621) (cfr hieronder dl II, Hoofdstuk III, b).

Er bestaan twee dramatische versies uit de XVIe eeuw, de ene meermaals gedrukt en aan Mathys de Casteleyn toegeschreven (oudste druk na 1540?, Antwerpen, Henr. Peetersen van Middelburch, 4o - cfr NK 0270) - volgens Van Eeghem echter kan Edw. de Dene de auteur zijn; de andere is in handschrift bewaard en uit de Amsterdamse Kamer ‘De Eglentier - In Liefde Bloeyende’ afkomstig (circa 1520-25?). De bron van beide versies is niet met zekerheid bekend. Volgens Ellerbroek-Fortuin lijkt het waarschijnlijk ‘dat beide teruggaan op een gemeenschappelijke bron, tenzij we hier met een vroeg werk van De Casteleyn (die leefde van ongeveer 1488-1550) te doen hebben, dat door den rederijker van In Liefde bloeyende nagevolgd is’ (p. 138). Mak echter gelooft niet aan éénzelfde bron, doch denkt dat het aan De Casteleyn toegeschreven stuk teruggaat op een Franse moralité van ca 1353 (p. 177).

Mag men evenwel in het licht van Vives' bewering niet veronderstellen dat er een Ndl. prozaroman (circa 1515-1520?) bestaan heeft over dit onderwerp, waaruit beide toneelstukken geput hebben? Vooral dat van De Casteleyn (of De Dene?) kan goed op die prozaroman teruggaan; zelfs de uitgaven hiervan hebben zowat het aspect van vele volksboeken, zijn in hoofdstukken ingedeeld met korte aaneenbindende stukjes proza, en er komen refreinen in voor: de rederijker kan hiervoor in ruime mate van de prozaroman gebruik hebben gemaakt om deze tot een spel van zinnen om te vormen.