Middelnederlandse handschriften uit Europese en Amerikaanse bibliotheken


auteur: J. Deschamps


bron: J. Deschamps, Middelnederlandse handschriften uit Europese en Amerikaanse bibliotheken. E.J. Brill, Leiden 1972 (tweede druk)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 260]

94. Jan Storm, Preken

Jan Storm e.a., Preken, Zuid-Brabant (klooster Jericho te Brussel), 1466 en 1467.

Papier en perkament; 2 + 331 + 1 bll.; blad en bladspiegel 212 × 145 mm en 145 × 85 mm; 1 kol., 29 of 30 rr. per kol. Oude foliëring met rode Romeinse cijfers; moderne potloodfoliëring. Eén hand (littera bastarda), behalve twee later ingevoegde bladen (fol. 315 en 316), die door een zestiende-eeuwse hand (littera textualis) zijn geschreven. Een opengewerkte blauwe initiaal met rood penwerk; rode lombarden en titels. Op fol. 299ro, door de kopiiste, rood onderstreept: Hier ynden die sermoenen ons Eerweerdeghen paters welke ic van velen een weynich uergadert hebbe tot mijns selfs orbore ende der gheendere dier in belieuen sal te studeren Ende sij waren volscreuen int iaer ons heren .M.iiijc. ende lxvj. op sinte laureis des gloriosen maerteleers dach voer vesperen; op fol. 330vo, door de kopiiste, rood onderstreept: Dit boeck was volscreuen Jnt iaer ons heren doemen screef. Dusent. vierhondert. seuen ende tsestich. des sesten daeghs in septembri. op enen sondach; op fol. 1vo, door de kopiiste, rood onderstreept: Dit boeck hoert te bruesele der rosen gheplant in iherico tonser lieuer vrouwen. Soe wie dat ontleent oft vent hi bewaert ende gheeft weder in rechter trouwen. Oorspronkelijke bruin kalfsleren band; voor- en achterplat met losse stempels en drievoudige filets versierd; sporen van twee riemsluitingen; rug en hoeken vernieuwd.

 

Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 4367-68.

 

Dit handschrift bestaat uit twee delen. Het eerste deel (fol. 3ro-299ro) bevat 78 preken van Jan Storm, omstreeks 1425 te Brussel geboren en in 1488 aldaar overleden. Eerst was hij procurator en later prior van de priorij Onze-Lieve-Vrouw-ten-Troon te Ouwen-Grobbendonk bij Herenthals. In 1457 werd hij commissaris en later rector van het klooster Jericho te Brussel. Gedurende 31 jaar was hij de geestelijke vader van deze gemeenschap. Van de preken, die hij op zon- en feestdagen placht te houden, is slechts een gedeelte bewaard gebleven. Zij komen in twee bundels voor. De eerste bundel bestaat uit 78 preken, gehouden in 1459-1464, die door zuster Maria van Pee, zijn geestelijke dochter en later priores van het klooster, uit zijn mond zijn opgetekend. Hij is in twee handschriften bewaard gebleven: het hier besproken handschrift en hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, IV 402. De tweede bundel bevat 43 preken, gehouden in 1468-1470, die door een niet genoemde zuster zijn samengebracht. Zij maakte gebruik van ‘rollen, brieven en oude quaternen, ghescreven metter hant’ van Storm zelf en van aantekeningen van zuster Barbara Cuyermans. De tweede bundel is slechts in hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, II 298 bewaard gebleven; wel bevinden er zich nog drie preken uit de tweede bundel in hs. Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit,

[p. 261]

902. Het tweede deel van het hier besproken handschrift (fol. 300ro-330vo) bevat 8 preken, die in het klooster Jericho door andere predikanten dan Storm zijn gehouden: één preek van Godevaert Kemp, die ‘onse eerste pater’ wordt genoemd; twee preken van een minderbroeder-observant en vijf preken van Broeder Aert (Frater Arnoldus), de eerste subprior van het dominika-nenklooster te Brussel. Al de bovengenoemde handschriften zijn in het klooster Jericho geschreven en hebben tot de bibliotheek van dit klooster behoord.

Het hier besproken handschrift, waarvan het eerste deel op 10 augustus 1466 en het tweede op 6 september 1467 is voltooid, bleef in het klooster Jericho, totdat het in 1783 door Jozef II werd opgeheven. Na de opheffing werd het, samen met de handschriften uit Jericho en de andere afgeschafte Brabantse kloosters, naar de lokalen van het Comité de la caisse de religion in het nieuwe gebouw van de Rekenkamer te Brussel gebracht. Een deel van de aldaar samengebrachte handschriften werd in 1785 en 1786 aan de Chambre héraldique te Brussel geschonken; een ander deel werd in 1794 door de Franse commissarissen in beslag genomen en naar Parijs gevoerd; een derde gedeelte, waaronder zich het hier besproken handschrift bevond, werd omstreeks 1800 in de Bourgondische Bibliotheek, thans Koninklijke Bibliotheek, te Brussel geplaatst.

 

J. Van den Gheyn, Catalogue des manuscrits de la Bibliothèque royale de Belgique, III, Brussel, 1903, p. 232-235; St. Axters, Bijdragen tot een bibliographie van de Nederlandsch Dominikaanse vroomheid, III, Ons Geestelijk Erf, 7 (1933), p. 16-17, nr. 231; F. Prims, Drie ascetische schrijvers der Troonpriorij, Jan Storm (1488), Jacob Roecx (1527) en Cornelis Bellens (1573), Verslagen en Mededeelingen der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde, 1932, p. 265-273; Vijftien jaar aanwinsten. Sedert de eerstesteenlegging tot de plechtige inwijding van de Bibliotheek, Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1969, p. 120-122, nr. 95; St. G. Axters, Bibliotheca Dominicana Neerlandica manuscripta 1224-1500, Leuven, 1970, p. 31 (Bibliothèque de la Revue d'histoire ecclésiastique, 49).