Over literatuur, (de heer F. Netscher)


auteur: Lodewijk van Deyssel


bron: Lodewijk van Deyssel, Over literatuur, (de heer F. Netscher). Z.p. z.j. [1886]


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

XV.

Ik weet zeer goed het eerste, het explikatieve gedeelte van dit opstel, niet met die zorg te hebben behandeld, welke aan dergelijk werk wel zoû kúnnen worden besteed. Dit heeft twee oorzaken: Ten eerste is het werk van den Heer Netscher niet belangrijk genoeg om er heel veel tijd aan te geven en om het tot in heele kleine kleinigheden te ontleden. Ten tweede ben ik mij daarom ook al gaauw gaan vervelen, toen ik er meê aan den gang was en heb den arbeid maar een beetje bekort.

Maar mijn doel heb ik bereikt. Ik vond, dat de persoon van den Heer Netscher in de jonge literaire beweging hier te lande volstrekt ongemotiveerde proportiën aannam. Dit te zeggen op mijn manier, te zeggen wat er met betrekking tot dat verschijnsel bij mij omging en meteen de wijze min of meer aan te geven waarop o. a. in het vervolg naar mijn meening literaire kritiek moet worden geschreven, was alles, wat ik wilde.

Te beoordeelen literaire kunst maakt bij den beoordeelaar tweeërlei beweging gaande: de subjektieve, de lyrische, die hem doet zeggen wat hij gevoelt over of naar aanleiding van het werk in quaestie; en de objektieve, de analytische, die

[p. 52]

hem het werk op zich zelf doet beschouwen, en zoo te gelijk de oorzaken van zijn eigen gevoel daarover verklaart.

Beurtelings het verstand en de verbeelding van den lezer aan te doen, het kunstwerk voor hem uit elkaâr te halen, zijn verstand het te doén betasten in de onderdeelen en in het geheel, zijn gevoel te voeren door de stemmingen, die het kunstwerk bij den beoordeelaar heeft gewekt; en deze twee funktiën te verbinden tot een regelmatig geheel, tot een kompozitie met zijn effenheden, zijn rijzingen en dalingen, zijn toppunt en zijn uitvloeying, - dat is de taak van den modernen literatuurbeoordeelaar.