Het oude Nederlandsche lied. Deel 2


auteur: Florimond van Duyse


bron: Florimond van Duyse, Het oude Nederlandsche lied. Tweede deel. Martinus Nijhoff / De Nederlandsche Boekhandel, Den Haag / Antwerpen 1905.  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 1287]

358. Sint Anna-dag is deure.



illustratie

 
1.
 
Sint Anna-dag is deure,
 
'k ben mijn geldetje kwijt;
 
nu zit ik hier en treure
 
met kleinen appetijt;
 
'k en heb geen zin van werken,
 
het werken doet my pijn;
 
'k wilde dat 't heele dagen
 
Sint Anna mogte zijn.
 
 
 
2.
 
De schoolvrouw komt te vragen:
 
‘wel duiv'l, hebt gy geen zin?
 
Een perkment in acht dagen,
 
is dat geen schoon gewin?’
 
- ‘Mijn kussen aen de galge,
 
mijn boutjes aen 't perlorin;
 
'k wilde, dat 't heele dagen
 
Sint Anna mogte zijn.’

2, 3. Perkment = perkament = het kant-patroon. - 2, 6. D.C. vertaalt terecht ‘mes fuseaux au pilori.’ De zin is: ‘mijn kantkussen aan de galg! Mijn klos aan da kaak!’

Tekst en melodie.

Willems, Oude Vl. ldr., nr. 257, bl. 531; in 1840 medegedeeld aan W. door de Coussemaker, die later het lied opnam in zijne Chansons pop. des Flam. de France, nr. 98, bl. 315, zie ook bl. 313. - Vgl. hierna de melodie: ‘Maestricht, gy schoone stede’. - Snellaert op W., t.a.p., teekent aan: ‘Ook in de omstreken van Kortryk is het eerste couplet bekend, doch op de kermis toegepast.’