Het oude Nederlandsche lied. Deel 3


auteur: Florimond van Duyse


bron: Florimond van Duyse, Het oude Nederlandsche lied. Derde deel. Martinus Nijhoff / De Nederlandsche Boekhandel, Den Haag / Antwerpen 1907


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 1975]

510. O nacht, o blyde nacht.

Melodie naar J. Harduyn, 1620.



illustratie

 
1.
 
O nacht, o blyde nacht,
 
o nacht vol wonderheden!
 
Messias lang verwacht
 
komt nu tot ons getreden;
 
hy omkleedt zijnen troon,
 
hy komt uit 's hemels woon
 
hier op het aerdsche dal,
 
voor onze zonden al.
 
 
 
2.
 
Maria, zuivre maegd,
 
in weenen en in zuchten
 
heeft naer logiest gevraegd
 
(ze en wiste niet waer vlugten);
 
te Bethleëm in den stal,
 
voor ons verlossing al,
 
gebaerd heeft een klein kind,
 
in grooten kouden wind.
[p. 1976]
 
3.
 
Joseph heeft dan met vlijt
 
voor onzen grooten koning
 
een krebbeken bereid
 
al in een beesten woning;
 
op een weinig hooi en strooi,
 
tusschen ezel en koei
 
lag 't kindje Emmanuël,
 
de vorst van Israël.
 
 
 
4.
 
De herderkens verheugd
 
van vreugde zy opsprongen,
 
zy hebben daer met vreugd
 
den gloria gezongen;
 
drie koningen van ver
 
gekomen door een ster,
 
zy hebben met ootmoed
 
het kindeken gegroet.

2, 7-8. Aangeh. door M. Verkest, Tentoonstelling van Vlaamsche Primitieven, 1903, bl. 89; zie bl. 1877 hiervoren, aant. op str. 6, v. 5.

Tekst.

Willems, Oude Vl. ldr., 1846, nr. 191, bl. 422, met deze aanteekening van Snellaert: ‘Dit lied wordt thans in de omstreken van Gent onder de kersmis gezongen’, hierboven weergegeven; - Hoffmann v.F., Niederländische Volksldr., 1856, nr. 185, bl. 326, naar Willems; - Fr. de Potter en J. Broeckaert, Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, VIII, bl. 158.

De tekst is eene geestelijke omwerking van het lied van Ph. Desportes: ‘O nuict ialouse nuict, qui contre moy iurée’, in het Nederlandsch nagevolgd door Iacques Immeloot; zie hiervoren I, nr. 165, bl. 615.

Melodie.

Justus de Harduyn, Goddelicke lof-sanghen, Gent 1620, zie hiervoren I, bl. 618. - In La pieuse alouette, Valencienne, 1619, I, bl. 117 vlg., komen twee kerstliederen voor, met aanvang: ‘O nuit, heureuse nuit, nuit par trop honnorée’, en ‘O nuit, heureuse nuit, ja long tans desirée’, met aanduiding van een dertigtal wijzen ontleend aan wereldlijke liederen, waarvan de eerste: ‘O nuit, jalouse nuit contre moy conjurée’, slaat op Desportes' tekst; daarbij deze variante van de melodie:



illustratie

[p. 1977]


illustratie

 
O nuit, heu - reu - se nuit,
 
nuit par trop hon - no - ré - e
 
En - tre tou - tes les nuits,
 
qui ja - mais ont é - té,
 
Tu re-çois en ton sein le Sei - gneur,
 
dont l'en - tré - - - e
 
A fait naítr' i - cy bas
 
sa sain - te pi - é - té.

De hiervoren I, bl. 622, vermelde lezing uitgegeven door F.A. Gevaert, Collection de choeurs sans accompagnement, is, voor den tekst, ontleend aan beide voornoemde Fransche kerstliederen, voor de melodie, aan J. de Harduyn. - In onze Verhandeling: Het eenstemmig ... lied, Gent 1896, bl. 278, hebben wij de overeenkomst doen uitschijnen van de melodie: ‘O nuict’, enz. met den zang: ‘Adoro te devote, latens Deitas’, door de hymnologen aan den H. Thomas van Aquinen oegeschreven.

Ook in Hier. Sweerts, Innerlykke ziel-tochten (Amst. 1673), Amst. 1702, bl. 113 en 156, vindt men lezingen van deze melodie.