Chrysanten, roeiers


auteur: Hans Faverey


bron: Hans Faverey, Chrysanten, roeiers. In Hans Faverey, Verzamelde gedichten (ed. Marita Mathijsen). De Bezige Bij, Amsterdam 2000, p. 229-323  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 311]

[Eenmaal in zijn doen gekomen]

 
Eenmaal in zijn doen gekomen
 
is dat wiel niet meer te
 
houden: het boze paard
 
in hem is losgebroken.
 
 
 
Terwijl de oever
 
brandt, omdat zijn hoektand
 
brandt zolang het zegel
 
brandt, verraad ik
 
door te hoesten
 
mijn aandoening.
 
 
 
Juist een blinde moest zulke
 
mooie wimpers hebben als hij
 
zich vooroverbuigt, tastend
 
naar de halsslagader
 
in je zwanehals.