G. Verwijs4
van Deventer. Ik feliciteerde hem, praatte nog wat tot bij tienen, leende toen een parapluie en stapte onder een bui en bij een opkomend onweêr naar Foudgum.
Daar vond ik Mina en Nienke reeds te bed. Maar mijn geklop deed haar mij weldra binnenlaten. Een half uur later lag ik in mijn eigen pastorie op bed, terwijl de bliksem door de reten der blinden flikkerde en de regen neerstroomde op mijn dak.
Aldus was het einde van deze beroemde reis, waarop ik een boel plezier gehad, 240 gulden verteerd en ook iets geleerd heb. Dit laatste hoop ik althans.
Uit.-