terug  begin  verderprepost

+Het tweede deel11) van de oorspronkelikheyt.12)

In dit deel wort het onderscheyt der woorden13) verhandelt.

De woorden zijn Veranderlik ofte Onveranderlik.

+De Veranderlicke woorden zijn / die men op het eynde kan buygen ofte veranderen / gelijc daer zijn de Ledekens, Naem-woorden, Voor-naemen, Werkwoorden ende Deelnemingen.

De Onveranderlicke woorden zijn / welke op het eynde niet verandert nochte geboogen en konnen worden / gelijc By-woort, Voorzettinge, Koppelinge ende Tusschenstellinghe, deze negen soorten van woorden / worden de deelen

[p. 13]

van eene reden1) genaemt / want van ofte met deze woorden worden alle redenen ghestelt2) ofte gemaekt.

+Van de Ledekens.3)

+Deze woorden De, Het, Een ende Eene worden Ledekens genaemt / om +datter by nae geen zelfstandige woorden en zijn / wel-(7)ke zonder een van deze Ledekens uytghesprooken4) konnen worden / want men en zegt niet / Dat is mensch, man, vrouwe, beest, maer men zegt / Dat is Een mensch, Een man, Eene vrouwe, Een beest, ziet hier af vorder.5)

+Van de Naem-woorden.6)

+Naem-woort7) is een woort / welk een ding benaemt.

De Naem-woorden moeten aengemerkt / worden / in haere Hoedanicheyt,8) Geslacht, Soorte, Getal, Figuyr, Geval ende Buyginge.

Vande hoedanicheyt.9)

+Een naemwoort is Eygen ofte Gemeyn / een eyghen naemwoort is / welk een ding alleen toekomt / als Petrus, Keulen, Rijn.

+Een gemeyn naemwoort is veelen dingen gemeyn / als Mensch, Stat, Revier.

Een gemeyn naemwoort is zelfstandig / ofte byvouglik.

+Een zelfstandig naemwoort10) is / welk doorzich zelf / in eene reden bestaet / als Mensch, Paert, Boom, Dier.

Een by-vouglik woort is / welk doorzichzelf niet en bestaet / maer het welk tot een zelfstandig woort / gevougt wort / als Goet, Wit, Swart, Schoon.

Om de zelfstandige vande Byvouglicke woorden te onderscheyden.

Alle naemen van die dingen welke wezen hebben11) / zijn al zelfstandige woorden.

+Men kan deze woorden ook op eene andere wijze onderscheyden12) / als tot

[p. 14]

Exempel / men begeert te weten of Goet een zelfstandig / ofte een Byvouglic woort is / stel nu het woort Goet voor eenig bekent zelfstandig woort / genomen Man zo is het te zaemen Goetman, deze woorden sluyten nu eenigsins +by malkander / daerom zo is Goet een Byvouglic woort / want twee zelfstandige woorden by malkander gestelt zijnde / en vougen geensins / het en zy datter een woort1) af gemaekt werde.

Een ander Exempel.2)

Men begeert te weeten of Rechtvaerdicheyt een Zelfstandig ofte een Byvouglic woort is / stel dan dit woort voor een zelfstandig woort / ghenomen Man, soo is het Rechtvaerdicheytman, in deser woorden koppelinge / en is nu geen gevouglikheyt3) / daerom zo is Rechtvaerdicheyt een Zelfstandig woort.

+Een Byvouglic naemwoort is Vergrootelic ofte Onvergrootelic.4)

Een Vergrootelic Byvouglic woort is / welk een grooter / ende ook een grootst woort heeft / als Geleert, Geleerder, Geleertst ofte Geleerst, dit worden Trappen der vergrootinge genaemt.

De Vergrootelicke woorden zijn Gemeyn ofte Byzonder.

+De Gemeyne zijn / welke in het grooter Er, ende in het grootste st aennemen / als Wijs, Wijzer, Wijst, Verstandig, Verstandiger, Verstandigst.

++De Byzondere vergrootelicke woorden (9) zijn die / welke haer nae die oorden5) niet en buygen / als Goet, Beter, Best. Qaaet, Erger, Ergst. Snel, Snelder, Snelst. Fel, Felder, Felst.

+De Onvergrootelicke Byvouglicke woorden zijn de deelnemingen die in En eyndigen / als Gehouden, Gekomen, Geroupen, ook alle deze namen des getals zijn onvergrootelic als Een, Twee, Drie, Vier, etc.

Ook en worden deze woorden niet vergroot / als iemant, Niemant, Al, Ider, Beyde, Geen, Ander, Alleen, Zulk, Eygen, Zelf, ende diergelijke.

+Van het geslacht der woorden.6)

Het onderscheyt des geslachts / moetmen waernemen / om de gevouglikheyt7) der Zelfstandige ende der Byvouglicke naemwoorden.

+Daer zijn drie geslachten der woorden / namelic Mannelic, Vrouwelic, ende Generley.

[p. 15]

Voor de woorden van het manlic ende van het vroulic geslacht stelt men +het Ledeken DE als De meester, De vrouwe, ende voor de woorden van het generley geslacht stelt men het Ledeken Het als Het beest, Het velt.

Het Ledeken Een behoort tot het manlic ende tot het generley geslacht / als Een man Een beest, ende het ledeken Eene behoort tot het vrouwlic gheslacht / als Eene vrouwe, Eene deucht, deze ledekens worden zeer verscheyden +na yder geslachts aert gebruykt / dat zal in de Buyginge der woorden aengewezen worden.

+Merk.1)

Eenige geleerden begeeren dat men voor de woorden van het manlic geslacht / welke met eene H ofte met eene klinkletter beginnen Den zoude +stellen / als Den outaer, Den ommegang, Den Hemel, ende alsser verscheyde byvouglicke woorden voor de zelfstandige staen / zo heeft het byvouglic woort welc by het zelfstandig woort staet / alleenlic eene N op het eynde / als de hooge ende heyligen Outaer, de schoonen Hemel.

Deze manier wort by de Grieken2) gebruykt ook schijnt het dat men Den dach ende Den douw behoort3) te zeggen.

Merk.4)

Daer zijn eenige welke achten dat men Den behoorde voor het Ledeken des mannelicken geslachts te houden / ende willen ook mede / dat alle Byvouglicke +woorden van het manlic geslacht in En behooren te eyndigen als volcht.

+Manl. Vroul. Gener.
Den, De Het
eenen, eene, een,
mijnen mijne mijn,
zijnen zijne zijn
goeden goede goet
vroomen vroome vroom.

Wij bekennen6) wel dat verscheyde buygingen der woorden den onge-

[p. 16]

leerden Nederlanders / een verziersel1) schijnen te wezen / waer van zy mede gansch geen kennisse en draegen / maer om dat zulcken manier tegenwoordig in geen gemeyn gebruyk en is / nochte ook noyt en schijnt geweest te hebben / +gelijk ons verscheyde oude schrif-(11)ten / dat met verwonderinge hebben doen gelooven / ende dat byzonderlik by die welke acht op de taele gehat hebben / zo en hebben wy ons tegens dat out ende noch het tegenwoordig gemeyn gebruyk niet dorven stellen / alhoewel het zelf eerst ons voornemen geweest is / te doen / maer door het oordeel eeniger hoochgeleerden / hebben wy bewogen geweest / dat naer te laeten / gelijk men ook ziet / dat de Geleerden Aldegonde / Wttenhove / Koornhert / Heynsius / Kilianus / ende andere ook gedaen hebben.

Eenige woorden behooren by de drie geslachten2) / ende zommige hebben een twijffelachtig geslacht / ende zommige en hebben maer een geslacht.

+Van woorden die drie geslachten hebben.3)

+By de drie geslachten behooren alle Byvouglicke woorden / als Goede, behoort tot het manlic ende vroulic geslacht / ende Goet behoort tot het generley geslacht.

Merk.4)

Eenige naemwoorden des mannelicken geslachts mogen / een byvouglic woort by haer lijden / met eene E ende zonder E5) op het eynde / te weten / als het Ledeken Een voor deze woorden komt / maer als voor die woorden het ledeken De gestelt wort / zo moeten die woorden de e op het eynde behouden.

Als Een goet man, ende Een goede man, Een groot meester, ende Een groote meester, ende het valt aengenamer / dat men by die woorden / altijt de e in +het byvouglic woort nalaet: De woorden des mannelicken ghe-(12)slachts / die alzoo twee verscheydene byvouglicke woorden mogen lijden / zijn deze Man, meester, Koning, Knecht, Dienaer, Discipel, Heer, Propheet, Helt, Navolger, Bouk6), Mensch, Priester, Vrient.

Om datter groote verscheydenheyt is in het onderscheyt des geslachts van de Byvouglicke woorden / zo zullen hier noch eenige dingen / tot behulp der leerlingen voorgestelt worden.

[p. 17]

+De Byvouglicke woorden eyndigen bynae in alle letteren / als Goet ofte Goed, Goede, Zalich of Zalig, Zalige, Bly, Blyde, Vry, Vrye, Deugdelic, Deugdelicke, Vroom, Vroome, Grof, Grove, Schoon, Schoone, Eerbaer, Eerbaere, Wijs, Wijze, Wit, Witte.

Daer zijn ook eenige Byvouglicke woorden die in sch eyndighen / als Philozoophsch, Romeynsch, Geldersch, welcke zeer qualic eene E op het eynde mogen hebben / als zy by de voorverhaelde byzondere woorden des mannelicken geslachts gestelt worden / als te zeggen / een Philozoophsche, Romeynsche ende Geldersche man, dit en sluyt zo wel in de ooren niet als Een Philozoophschen, Romeijnschen ende Gelderschen man, om dezen klank wat aengenamer te maeken / zoo is in het gebruyk gekomen / dat men zegt Geldersman, Duytschman ofte Duytsman, Fransman, dit is heel aengenaem / ende bevallic / maer eene diergelijke uytspraek en kan op alle naemen niet vougen / het kan wezen dat de ongewoonte onze ooren doet twijffelen.

+Alzo1) schijnt het zo wel te vallen / dat men (13) zegt Den goedertieren man, als De goedertiere man, ook Den byzonderen man, als De byzondere man, maer ick zoude voor best achten / indien wij ons gehoor na gemeyne regelen gewenden.

+Daer zijn eenige Byvouglicke woorden2) / welke by de drie geslachten (in den Noemer) zonder veranderinge gestelt worden / gelijc alle vergroote woorden / als Beeter, Beste, Wijzer, Wijste, want men zegt / Een beeterman, Een beter vrouwe, Een beter beest, ende De beste man, De beste vrouwe, Het beste beest.

+Ook worden de Deelnemingen des tegenwoordigen tijts3) zonder veranderinghe by de drie geslachten gestelt / als De loopende man, De loopende vrouwe, Het loopende beest, hier af mach men vorder4) by de Deelnemingen zien.

Ook zijn van de zelve soorte deze optellende woorden5) / als Eerste, Tweede, Derde, etc. ook De zelve, ende Het zelve.

Hoe de Deelnemingen die in En eyndigen onderscheyden worden / dat +wort by de Werkwoorden gestelt.6)

De verscheydenheyt des geslachts inde Voornaemen7) / hebben wy hier +wat breeder ghestelt / om dat die scheydinge wat duysterder valt8).

Manel.9) Vroul. Gener.
Die Die Dat
Wie? Wie? Wat?
Welke Welke Welk

[p. 18]

Manel. Vroul. Gener.
Mijn Mijne Mijn
Dijn Dijne Dijn
+V Vwe V
Onze Onze Ons
Deze Deze Dit
Geene Geene Geen.

+Van woorden die een twijffelachtig geslacht hebben.1)

De Naemwoorden die een twijffelachtig2) geslacht hebben / zijn de geene van welke twijffel is / onder welk gheslacht zy behooren / als Lof3), wil4), wagen5), tijt6), stont7), dag8), ende diergelijke.

+Van woorden die maer een geslacht en hebben.9)

Deze woorden worden door gemeyne regelen / ende ook aen haere Eyndinge onderscheyden.

1. Regel.10)

Alle woorden ofte naemen die men alleenelic den mannen geeft / die behooren tot het manlic geslacht / als Petrus, Paulus, Mars, Timmerman, Smit, werker.

2. Regel.11)

Alle naemen die alleenelic den vrouwen gegeven worden / die behooren tot het vroulic geslacht / als Maria, Venus, Moeder, Zuster, Nayster, Breyster, hier wort het wort12) Wijf, uytgenomen / welk van het generley geslacht is.

3. Regel.

+Alle werkwoorden in de onbepaelde manier / wanneer zy voor zelfstandige +genomen worden / als Werken, Loopen, Rusten, Lij-(15)den, die behooren tot het generley geslacht.

+Hier by behooren ook alle Werkstammige die met Ge, De, ofte Ver,

[p. 19]

beginnen / ende welke niet in Inge en eyndigen / als Het gewerk, Het gedraeg, Het begrijp, Het beloop, Het vermaen, Het verhael.

Ook behooren hier onder alle woorden die beyde zelfstandig ende ook byvouglic zijn / als Het Recht, Het ront, Het gelijc.

+Tot het generley geslacht behooren ook / alle Verkleynde woorden / als Manneken, Boomken, Dierken, Huysken.

Ook behooren hier by alle deze woorden des getals / in het eenvoudig getal / als Twintich, Vijfentwintich, Dertig, Veertich, Hondert, Duysent, etc.

Noch alle naemen der winden / als Noort, Oost, Zuyt, West, maer als men zegt Noortoost, Zuytwest, etc, zo worden die zonder ledekens uytgesprooken / ende als men zegt Noordenwint, Oostenwint, zo behooren die onder het manlic geslacht.

+Ook zo behooren tot het generley gheslacht de Bywoorden / als die voorzelfstandige genomen worden / als Het buyten, Het binnen, Het ja, Het neen, Het onder Het boven.

+Van de Eyndinge der woorden.

1. Regel.2)

+Alle Naemstammige woorden die in Heyt eyndigen / behooren tot het vroulic geslacht / als Wijsheyt, Schoonheyt, Goetheyt.

Ook alle werkstammige die in Inge ende isse eyndigen / als Loopinge, +Gevinge, Lijdinge, Gevangenisse, Getuygenisse.3)

+Men vint getuygenisse ook by het generley geslacht.

+Ook behooren tot het vroulic geslacht / alle Naemstammige woorden / die in de plaetse van Heyt hebben Te, dat is / als men stelt Sterkte, Groote, Scherpte, Plompte, in de plaetse van Sterkheyt, Grootheyt, Scherpheyt, Plompheyt.

+Tot het vroulic gheslacht behooren de Naemstammige woorden / welke in y eyndigen / als Brouwerij, Visscherij, Hoverdij.

Oock behooren tot het vroulic geslacht / de Latijnsche ofte Francoysche woorden / welke in ie eyndigen / als Gratie, Blamatie, Executie,4)

2. Regel.

+Tot het generley geslacht behooren de Werkstammige woorden / welke in Ment eyndigen / als Testament, Tractement, deze zijn al vreemt.

Voorts van woorden welke onder deze genaemde regelen niet en vallen / is achter een register / op het eynde des boukx gestelt.

[p. 20]

Merk.1)

Dit onderscheyt der geslachten en behouft in den rijm altijt niet nagevolgt te worden / want om die oorzaeke zouden de Rijmers al te nouw gebonden zijn / in het waernemen der voeten2) / dewijl dan dat eenen3) afbreuk van onze spraekx cierlickheyt zoude veroorzaeken / zo wort den Rijmers / eene volle vryheyt gelaten / om de byvouglicke worden4) somtijts te verkorten.

Van de Soorten der Naemwoorden.5)

++Soorte6) is hier den Aert ofte de Afkomst waer van eenige woorden komen, ofte geboogen worden.

+Daer zijn twee Soorten der Naemwoorden / de eerste soorte zijn / Eerste ofte Grontwoorden / de andere soorte zijn Afkomstige / ofte uytspruytende woorden.

+De Grontwoorden zijn / welke van geen woorden en komen / als Steen, Yser, Kalk.

+De Afkomstige woorden zijn / welke van een ander woort komen / als Steenachtig, Yserachtig, Kalkachtig.

+Daer spruyten eenige woorden van Naemwoorden ofte van Werckwoorden.

+Van de Naemwoorden / spruyten vijfderley woorden / als 1. Vaderstammige, 2. Volkstammige, 3. Ervende, 4. Verkleynde ende 5. Naemstammige.

Van de Vaderstammige.7)

De Vaderstammige worden genaemt / welke van de Vaders ofte Ouders afkomen / ende beteykenen de Zonen ende Dochters / Nichten ofte Neven ende de nakomelingen / als Aeneadische8), dat beduyt een van AEneas geslacht / alzo ook Een Christen, ook Een Ciceronische, een Platonische, doch deze laetste woorden / worden in onze taele / voor zulke persoonen verstaen / die den naem harer meesteren draegen.

+Van de Volckstammige.9)

De Volkstammige woorden zijn / welke een Vaderlant ofte een Volk +beduyden / (18) als Romeyn, Spartiaen, Israelijt, Nassouwer.

[p. 21]

+Van de Ervende woorden.1)

De Ervende woorden zijn / welke eenen Ervelicken naem / van de woorden daer zy af komen / ontfangen / als Koninglic, van Koning, Vaderlic van Vader, Broederlic van Broeder.

+Van Verkleynde woorden.2)

Verkleynde woorden zijn / welke eene Verkleyninge van de woorden daer zy af komen / beduyden / als Steenken, Bouksken, Herteken, Armken.

+Van Naemstammige woorden.3)

De Naemstammige woorden zijn / welke van Naemwoorden komen / ende het en zijn geen Vaderstammige / noch te Volkstammige / nochte Ervende / nochte ook Verkleynde woorden / als Gerechticheyt, welk komt van het Naemwoort Gerechtig Zalicheyt van Zalig, Goetheyt van Goet.

+Van de Werkstammige woorden.4)

Van de Werckwoorden / spruyten de Werkstammige woorden / als Lezinge, ende Gelees, van Leezen, Loopinge ende Geloop, van Loopen, Bereydinge, Bereytsel5), van Bereyden, Schijninge, Schijnzel, ende Geschijn, van Schijnen.

+Van het Getal.6)

+Daer zijn twee namen des Getals / te (19) weeten / het Enkel ende het Veelvoudig.

+Het Enkel ofte Eenvoudig Getal is / het welk van een ding spreekt / als Mijn Vader.

+Het Veelvoudig Getal is / het welk van veele dingen spreekt / als Onze Vaders, onze Landen.

Merk.7)

Eenige woorden en worden in het Veelvoudig Getal niet uytgesprooken / als

[p. 22]

Aerde, Etter Krijt Onrecht Slaep Toorn
Adel Gelt Leet Onwil Slijk Troost
Baet Gist Lijm Pap Slijm Tucht
Bloet Glans Lijt5) Pracht Smaet Vaek
Cijs1) Gom2) Look Raet Snap Venijn
Deeg Gras Lucht Recht Snic Vlouk
Doop Grouw3) Meel Regen Snot Vlas
+Doot Heyl Melk Roet Solfer (20) Vlijt
Dorst Honger Merg Rom6) Spec Vorst Frigus
Dooy Huysraet Mest Room Spijt Waen
Douw Iemant Min Roest Spoet Wensch
Dronk Ys Moetwil Rust Spot Wolle
Druc Int4) Moes Salaet Stank Wouker
Echt Ioc Iocus Niemant Schamp Stof Zeep.
Ernst Kley Nijt Schric Strooy  
Eysch Kout Noen Schijn Sweet  

+Hier by behooren ook veel Werkstammige woorden7) / die met GE, BE, ende Ver beginnen / als Geklap, Verhael8), Bedrog ende diergelijke.

Hier by behooren ook de naemen der Metaelen / als Gout, Zilver, Loot, Tin.

Ook veele naemen der Vruchten / als Rogge, Geerst, Haver, Linnen, Hooy, Riet, Oeft.

Ook eenige naemen van Vochtige waeren / als Melc, Honich, Azijn, Boter, Pek, Oly.

De naemen der Steden / Landen ende Revieren / en mogen niet wel in het Veelvoudig uytgesprooken woorden / als Roomen, Rijn, Leyden, Amsterdam.

Alzo ook veel vreemde namen / als Paulus, Petrus, Christus, Barnabas.

Daer zijn eenige woorden in het Veelvoudig getal / welke in het Enkel getal niet uytgesprooken en worden / als Ouders, Voorouders, Herzenen, de Lieden ofte Luyden.

+Van de Figuyr des Naemwoorden.9)

In de woorden komen driederley Figuyren / als Enkele, Dobbele, ofte Gekoppelde, ende Drievoudige woorden.

++Een Enkel Naemwoort is / het welc van geen twee woorden te zamen Gekoppelt en is / als Ziel, Mensch, Beest, Goet.

[p. 23]

+Een Dobbel woort is van twee woorden te zamen gekoppelt / als Groot-moedich, God-zalig, Lief-hebber.

+Een Drievoudig woort komt van een Dobbel woort / zommige der Drievoudige woorden zijn Afkomstige / als Grootmoedicheyt, Godzalicheyt, ende zommige zijn van drie verscheyde woorden te zamen gekoppelt / als On-her-varen, On-ver-winnelic, On-be-zorgt.

+Van het Geval.2)

+Daer zijn zes Gevallen der Naemwoorden / als Noemer, Baerer, Gever, Aenklager, Rouper, Ofnemer, van deze Gevallen worden de Noemer ende de Rouper / rechte gevallen3) / maer de andere worden gebogene gevallen genaemt.

De Noemer is een geval in het welk / een ygelic Naemwoort niet gebogen en is / als Vader, Mensch, Hemel, Goet, Swart, Beesten, Vrouwen.

+In den Baerer is eene buyginge / welke uyt de Naemwoorden spruyt4) / als Des Vaders, des Hemels, der Vrouwe.

+In den Gever is eene buyginge / welke geschiet in het woort / aen het welk iet gegeven wort / als Ik geeve den Man, Men geeft den armen Dieren.

+In den Aenklager / is eene buyginge / welke geschiet in het woort / aen het +welk eene werkinge / gedaen wort / als Hy sloug (22) den goeden Man, Ick hieuw den Boom ter Neer.

+In den Rouper blijven de woorden onverandert / gelijc in den Noemer / als ô Mannen, ô Vrouwen.

+In den Ofnemer / worden de woorden geboogen / met de Voorzettinge Van, als vanden Man, van den Velde, in het vervolg zullen deze Gevallen / met haer gebruyk in het lang5) verklaert worden.

Merk.

+Alle Zelfstandige woorden / worden alleenlic in den Barer gebogen / in het Eenvoudig / maer in het Veelvoudig en worden die in geen geval geboogen.6)

[p. 24]

Behalven.

God heeft somtijts in den Gever Gode, ook zijnder eenige woorden des generley geslachts / die in den Gever gebogen worden.1)

+De Byvouglicke woorden van het Manlic geslacht / worden in den Baerer / Gever / Aenklaeger ende Ofnemer gebogen / ende de Gever / Aenklager ende de Ofnemer zijn den Baerer gelijc.

+De Byvouglicke woorden van het Vroulic geslacht / en worden in het Eenvoudig / in geen Geval geboogen.

De Byvouglicke woorden van het generley geslacht / en worden niet dan in den Baerer geboogen.

Behalven.

Eenige worden ook in den Gever ende Ofnemer geboogen / door oorzaeke +van eenige Voorzettingen.

++In het Veelvoudig.2)

+Als de Byvouglicke woorden voor Goden, Engelen, Menschen ofte Booze geesten, genomen worden / geen Zelfstandige woorden by haer hebbende / zo hebben die in Noemer3) eene N op het eynde / als de Dooden, de Edelen, de Boozen, de Zotten, de Heyligen, de Swarten, maer alsser by de Byvouglicke woorden Zelfstandige komen / zo eyndigen die in den Noemer in E, als De Doode, Menschen, de Edele mannen, de Booze geesten.

Merk.

Deze Byvouglicke, woorden / Eenige, Zommige, Veele, Weynige, geene, Die, Deze, Wie4), Welke, Mijne, uwe, Dijne, Onze, Diergelijke, Zulke, Andere, Sodanige, vallen somtijts hart / als die met eene N op het eynde in den Noemer uytgesprooken worden / al ist dat zy in de plaetse der Zelfstandige gestelt worden.5)

+In den Baerer6) heeft het Ledeken DE eene Buyginge / als der Dooden, der Edelen, der Sotten, ende der doode Menschen, der Edele Mannen, ook zo vint men wel Der dooder Menschen, der Edeler Mannen, maer men zal deze woorden / als Eenige, Zommige, Veele, Weynige, Die, Deze, Welke, Mijne, uwe, Dijne, Onze,7) alsser geene Ledekens voor en staen / altijt met eene R +op het eynde in den Baerer vinden.

[p. 25]

In den Gever1) hebben de Byvouglicke woorden eene N op het eynde / als den dooden Menschen, den Edelen Mannen, maer indien men van de Byvouglicke ++woorden de (24) N in den Gever afnaeme / zo zoude dit Geval van de andere Gevallen / ende ook van het Eenvoudig onderscheyden zijn / dan zoudemen in den Gever hebben den goede Menschen, den Edele Mannen2), zo wort de Noemer Baerer ende Gever bynae zo wel by ons als by de Latijnen ofte Grieken onderscheyden.

Merk.

Dit waernemen der Gevallen in het Veelvoudig / is by de Ouden altijt gebruykt geweest / ook by Koornhert / Aldegonde / Grotius / Ampsingius / ende andere.

+De Ofnemer is gemeynlick den Noemer gelijk / ende somtijts den Gever.

+In het Veelvoudig zijn de Byvouglicke woorden / in den Noemer / Aenklager / ende Rouper gelijc.

+Breeder Verklaeringe3)

Van de Buyginge der woorden, ende eerst van de Buyginge der Ledekens.

Van het Ledeken DE des Mannelicken geslachts.

  Eenvoudig. Veelvoudig.
+Noemer DE DE
Baerer Des Der
Gever Den Den
Aenk. Den De
Ofn. Van den De ofte Vanden.4)

De Buyginge van het Ledeken DE des Vroulicken geslachts.5)

  Eenvoudig. Veelvoudig.
Noemer DE DE
+Baerer Der Der
Gever De ofte Der ofte Ter6) Den
Aenk. De De
Ofn. Vande De ofte Vanden.7)

Merk.

By eenige Ervarenen8) wort het Ledeken DE, des Vrouwelicken geslachts

[p. 26]

Der in den Gever gestelt / om dat het Geval van den Gever / nootzaekelic behoort uytgedrukt te worden / maer om dat het Ledeken DE, in den Baerer Der heeft / zo vereyscht de gelegentheyt der zaeke / dat de Buyginge in den Baerer ende in den Gever verscheyden zy / daerom hebben wy in den Gever Ter gestelt / alhoewel het woordeken Ter zomwijlen in eenen heelen anderen +zin gebruykt wort / gelijk men hier naer in de Tsamenvouginge1) kan zien.

De Buyginge van het Ledeken Het.2)

  Eenvoudig.3)
Noemer Het In het Veelvoudig is het Ledeken van 't Manlic / Vroulic ende generley gheslacht eveneens.4)
Baerer Des  
Gever Het  
Aenk. Het  
Ofne. Van Het5)  

De Buyginge van het Ledeken Een des Mannelicken geslachts.

Noemer Een
Baerer Eenes ofte Eens
Gever Eenen
Aenk. Eenen
Ofne. Van eenen.

+De Buyginge van het Ledeken Eene6), is alleenlic in den Baerer / ende is Eener.

+Het Ledeken Een van het Generley geslacht / heeft in den Baerer Eens ofte Eenes ende de Gever / Aenklager / Ofnemer zijn den Noemer gelijk.7)

+Van de Buyginge der Zelfstandige woorden.8)

De Zelfstandige Naemwoorden nemen in den Baerer eene S tot haer / als De Vader is in den Baerer des Vaders, de boom, des Booms.

Behalven.

+De woorden van het Vroulic geslacht / en veranderen in geen Geval / dan alleenlic in de Ledekens / ende als zy eene S aennemen / zo worter ook wel het woordeken Des voor gestelt / als des Waerelts9), des Lochts men vint ook

[p. 27]

des Wijsheyt1), deze manier en mach niet dan op zeekere Voetstappen2) der Geleerden na gevolgt worden.

Merk.3)

De Buyginge in den Baerer schijnt nae eenige Vaderstammige / ofte ook nae eenige Byvougelicke woorden te trecken / want als men zegt Vaders goet, dat is by nae zoveel als Vadersch4) ofte Vaderlic5) goet, alzo ook Waerelts verderf, dat is / bij nae zo veel als Waerelsch Verderf.

+Eenige Naemwoorden die geen S
in den Baerer aen en nemen.6)

+Hert heeft in den Baerer des Herten, God heeft Gods ende Godes, Heer, Heeren, Kruys, Kruyces, Wil, Willes, Mensch heeft Menschs Mensches ende Menschen.

+Ook hebben zommige woorden in de plaetze van de S eene X. als Volc, heeft Volkx, Lijk, Lijkx, dit schijnt te zijn / om dat de uytspraek wat lichter7) zoude vallen.

+De Zelfstandige woorden / welcke in S. eyndigen / worden bequaemelic in plaetse van den Baerer in den Ofnemer uytgesprooken / als van het Huys, van het Mes, valt in het gehoor wel zo aengenaem / als dat men zoude zeggen des Huyzes, des Messess8)

+De Latijnsche woorden die in S eyndigen9) / die mogen in den Baerer wel zonder veranderen blyven / als Paulus Brieven, Christus lijden, Herodias dochter.

De vreemde Namen die in O eyndigen10) / die nemen in den Baerer Os11), tot haer / als Pharao heeft Pharaoos, Cupido, Cupidoos, Apollo, Apolloos.

De vreemde Namen die in A eyndigen12) / die nemen tot haer Es in den Baerer / als Diana, heeft Dianaes, Iuda, Iudaes.

+Men vint ook13) dat Ian in den Baerer heeft Iannen14), Pieter, Pieteren,

[p. 28]

Vrouwe, Vrouwen, Propheet, Propheeten, Nicht, Nichten, maer deze manier schijnt verworpelic1) te wezen.

Merk.2)

Veele Geleerden / houden de Latijnsche Buygingen / in het Nederduyts voor een cieraet / ja zelf zo houden zy het naelaeten van die Buygingen voor +eene ongeleertheyt / ende woestheyt3) / daermen nochtans zonder byzondere leeringe ofte onderwijs der Latijnse spraeke die niet en kan verstaen.

+Waerom en zoudemen4) zo wel de Griekse (28) ende de Hebreeuse Buygingen in onze spraeke niet behouden / men en vint ook niet dat eenig Volk de vreemde woorden met vreemde Buygingen / in haere Taele behouden hebben / +behalven de Latijnen / welke de Griekse Buygingen / dikwils / als haere eygene gebruykt hebben / maer haere spraeken hebben in die zaeke / eene groote overeenkomende gemeynschap: Daerom zoo hebben wy hier de Buyginge der vreemde woorden na onzes spraekx aert5) gestelt.

De bleef6) van de Buygingen der Zelfstandige woorden / in het Eenvoudig / mach men uyt het volgende Voorbeelt afnemen.

  Eenvoudig.7) Veelvoudig.
Noemer de Man de Mans ofte Mannen
Baerer des Mans der Mannen
Gever den Man den Mannen
Aenk. den Man de Mannen ofte Mans
Ofn. van den Man van de Mannen ofte van den Mannen.

  Eenvoud.8) Veelvoud.
Noemer de Vrouwe de Vrouwen
Baerer der Vrouwe der Vrouwen
Gever de Vro. ofte Ter Vro. den Vrouwen
Aenk. de Vrouwe de Vrouwen
Ofnemer vande vrouwe van de ofte den Vrouwen.

  Eenvoud.9) Veelvoud.
Noem. het Velt de Velden
Baerer des Velts der Velden
Gever het Velt ofte den Velde den Velden
Aenk. het Velt de Velden
Ofn. van het velt of vanden Velde, van de ofte den Velden.

[p. 29]

+Merk.

Daer zijn eenige woorden des generley geslachts / welke in den Gever ende Ofnemer eene E aennemen / als Velt, Velde, Hof, Hoove, Dier, Diere, ende voor deze woorden moet dan altijt het woordeken Den komen / als den Velde, den Hoove ofte van den Velde van den Hoove, van den Diere.1)

Van het Veelvoudig getal der
Zelfstandige woorden.2)

Alle Zelfstandige woorden hebben / in het Veelvoudig EN ofte S, op het eynde / als Man heeft Mans ende Mannen.

+Alle Eensilbige Naemwoorden hebben / in het Veelvoudig EN op het eynde / als Vier, Vieren, Been, Beenen, Dier, Dieren, maer zy en hebben nimmermeer eene S op het eynde / behalven Man, Wijf, Maet, ende Kok.3)

Alle Zelfstandige woorden welke in E eynden / die nemen tot haer N in het Veelvoudig / als Eynde, Eynden, Vraege, Vraegen.

De Zelfstandige woorden die voorts in F, N ende R, eyndigen4) / die eyndigen in het Veelvoudig / in S ende N, als Man, Mans,5) ende Mannen, Meesters6) ende Meesteren, Wijf, Wijfs ende Wijven, Keuken, Keukens ende Keukenen, Keten, Ketens ende Ketenen, behalven de verkleynde woorden / als Manneken, heeft Mannekens, Boomken, Boomkens7), deze hebben alleenlic eene S in het Veelvoudig.

Van de woorden welke haere laetste
Letteren op het eynde veranderen.

+De Naemwoorden welke F op het eynde in het Eenvoudig hebben / die veranderen de F in eene V8), als Wijf, Wijven, Lijf, Lijven.

Als op het eynde eenes woorts / eene Z zoude staen9) / zo wort daer eene S voorgestelt / als Wijs voor Wijz, Boos voor Booz.

+Van de woorden welke haere laetste
Letteren verdobbelen.10)

Alle Eensilbige Zelfstandige woorden welke op het eynde twee ofte meer Meklinkers hebben / die en verdobbelen haere laetste letteren niet als Bant, heeft Banden, Hant, Handen, Vlecht, Vlechten.

+Alle Eensilbige Zelfstandige woorden / welke twee klinkletteren hebben / die en verdobbelen haere laetste letteren niet / als Weer heeft Weeren, Paert, Paerden, Dwael, Dwaelen, Zaeg, Zaegen.

[p. 30]

+Alle Zelfstandige woorden van twee ofte meer silben / welke op het eynde eene korte silbe hebben / die en verdobbelen hare laetste Letteren niet / als Tafel heeft Tafelen, Wortel, Wortelen, Teyken, Teykens, Teykenen.

+Alle Eensilbige woorden / in de welke maer een Klinker en is / ende die op het eynde / maer eenen Meklinker en hebben / die verdobbelen haere laetste Letteren / als Lip, Lippen, Top, Toppen, Zin, Zinnen, Wit, Witte, Dul, Dulle.

Als de laetste silbe van eenig woort / maer eenen Klinker en heeft / ende +in C ofte K eyndigt / zo verdobbelt / de laetste Let-(31)ter in het Veelvoudig/ als Vriendelik, Vriendelikke,1) Genougelik, Genougelikke.

Merk.

Alzo zietmen dat deze woorden / de laetste Letteren verdobbelen om dat in die woorden maer een Klinker en is / ende om dat zy maer eenen Meklinker op het eynde en hebben / maer hoewel in de voorverhaelde woorden / twee Kaen behoorden gestelt te worden / zo hebben wy om die groote veranderinge des gezichts / de Letter C somtijts voor eene K gestelt / gelijk wy ook op eene andere plaetse2) gezeyt hebben.

+Indien nu eenige woorden in de laetste silben twee Klinkletteren hebben / die en zullen haere laetste Letter niet verdobbelen / ende indien de laetste silbe van eenige woort twee ofte meer Meklinkers heeft / zo en zal de laetste +Letter in het Veelvoudig niet verdobbelt worden / ende indien de laetste silbe van eenig woort lang is3) / ende niet dan eenen Klinker / ende maer eenen Meklinker en heeft / zo zal de laetste Letter altijt in het Veelvoudig verdobbelt worden / gelijc als de voorgenaemde eensilbige worden.

+Hier worden eenige woorden
uytgenomen.4)

+Daer zijn eenige woorden / die maer eenen Klinkletter / ende niet dan eenen Meklinker en hebben / welke hare laetste Klinkletter5) niet en verdobbelen / maer nemen eenen Klinker tot haer / als Dach heeft Dagen6), Dac, +Daeken, Dal, Daelen ende Dallen, (32) Gat, Gaeten, Gebet, Gebeeden, Graf, Graeven, Hof, Hooven, Hol, Hoolen ende Hollen, Lot, Looten, Lid, Leden7), Pad, Paeden, Stat, Steeden, Staf, Staeven, Schip, Scheepen, Slag, Slaegen, Slot, Slooten, Spit, Speeten, wech, weegen, vat, vaeten, Smit, smeeden, Gebod, Gebooden, God, Gooden, Glas, Glaezen, Trec, Treeken, Schof, Schooven,

[p. 31]

Zog heeft Zeugen, Vlot heeft Vlooten, weg, weegen, Spel, Speelen, Kot, Kooten.

+Daer zijn ook eenige Zelfstandige woorden1) / welke in het Veelvoudig den gemeynen Regel niet en volgen / als Kint heeft Kinderen ende Kinders, Bert, Berders ende Berderen, Blat, Bladeren ende Bladers, Kleet, Kleederen, Kleeren, Rad, Raderen, ende Raders, Liet, Liederen, Lam, Lammeren, ende Lammers, Gemoet, Gemoederen, Ey, Eyeren, ende Eyers, Runt, Runderen ende Runders, Pharizeeus ofte Pharizeer heeft Pharizeen, Meyt heeft Meyssens, Rabout, Rabouwen, Loof, Loovers ende Loveren, Kalf, Kalveren ende Kalvers.

Van de Veranderinge eeniger
Letteren in het Veelvoudig.2)

+De woorden die in ch eyndigen / veranderen in het Veelvoudig / ende ch woort3) eene G, als Heylich4), Heylige, Zalich Zalige, Goedich, Goedige.

Voorts verdobbelen de Byvouglicke woorden haere laetste Letteren / ofte en verdobbelen die ook niet / na dat hare laetste silben zijn / ende volgen daer in den Regel die van de Zelfstandige woorden / aengeteykent is.

+Daer zijn veel Byvouglicke / woorden die in het Eenvoudig eene T op het eynde hebben / in welke plaetse D in het Veelvoudig gestelt / wort. Hier af volgen eenige regelen.5)

1.

Als de T achter eene S, in het Eenvoudig komt / zo blijft de T zonder veranderen in het Veelvoudig / als Kist, Kisten, Beest, Beesten.

2.

Als achter Ch, ofte G eene T staet / zo en verandert die niet / als Iacht, Iachten, Slecht, Slechten, Velcht6), Vlechten.

Behalven.

Ieucht, Deucht, Maecht, Vreucht, Voogt.

3.

Als op het eynde eenes woorts eene T achter eene F komt / zo en verandert de T niet / als Graft, Graften, Kreeft, Kreeften.

Behalven.

Bedrouft, Bedroufde.

4.

Als op het eynde eenes woorts / achter uy ofte ui eene T staet / zo en ver-

[p. 32]

andert de T niet / als Buyt, Buyten, Ruyt, Ruyten, Fleuyt, Fleuyten, behalven Huyt, Huyden, Kruyt, Kruyden, Bruyt, Bruyden.

Eenige ervarenen hebben om deze oorzaeke / in het Eenvoudig / altijt zulke Letteren willen stellen / gelijk in het Veelvoudig geschreven worden / schrijvende Swaerd, Geleerd, Bemind, met eene D op het eynde / om dat men in het +Veelvoudig zegt / Swaerden, Geleerde, Beminde, maer om dat wy (34) zeer veel +swaere silben hebben / zo hebben onze Voorouders / de swaere Letteren die wy van natuyr hebben / zo veel als het lijdelic1) is geweest / altijt in lichte Letteren verandert.

De gene2) / die altijt in de woorden eene Letter in het Eenvoudig willen stellen / gelijc men in het Veelvoudig gebruykt / die willen dat men die woorden evenwel zacht uytspreekt / als tot Voorbeelt / zy willen datmen Mind, gelijc Mint uytspreekt / maer het heeft ons beter behaecht / de woorden te spellen gelijc men die uytspreekt / hier in volgen wy Pontus de Huyter / Aldegonde Koornhert / Heynsius / ende alle gemeyne oude Schrijvers.

5.

+Als achter eenen Meklinker eene T komt zo verandert die in het Veelvoudig / in D, als Bant, Banden, Hont, Honden.

      Behalven.        
Amt Bult Hert Kant Lont Poort Staert Vent
Begeert Elephant Hort4) Klont Munt Quant Swart Vilt
Blont3) Fielt Kaert Kourt5) Naekt Rent Taert Want
Bont Gort Kalant Kort Pint Smert Tent Wort3)

Hier by behooren ook alle woorden die in Ment eyndigen / als Testament, Tractement.

6.

In de volgende woorden wort de T in het Veelvoudig in eene D verandert.

+Armoet Daet Gloet Liet Out Root Vloet weyt6)
Bloet Draet Got Loot Quaet Smaet Vraet7) wijt
Broot Eet Gout Luyt Raet Strijt Vroet wreet
Breet Glat Kout Noot Riet Tijt Waet8) Zaet.

[p. 33]

7.

Ende in de volgende woorden en verandert de T niet.

Baet Geyt Herout Krijt Piloot Praet Schoot
Beet Goot Kijt Laet Placaet Privaet Sleet
Bloot Granaet Kloot Maet Pleyt Proffijt Zoet.
Boot Groot Konfijt Moeyt Plaet Quijt  
Groet Haet Kout Naekt Poot Roet  

+Van den Baerer in het Veelvoudig.

Veel Zelfstandige woorden / die in het Veelvoudig in EN ofte S eyndigen1) / die hebben in den Noemer zeer bequamelic / de woorden met eene S op het eynde / ende in den Baerer EN op het eynde / als De meesters, Der meesteren, De herders, Der herderen, die woorden luyden ook zeer wel met EN op het eynde in den Gever / welke in den Baerer eene EN begeeren.

+Vande Byvouglicke woorden in
het Eenvoudig.2)

+De Byvouglicke woorden van het Man-(36)lic geslacht nemen eene N in den Baerer / Gever / Aenklager ende Ofnemer / op het eynde / als Goede, Vroome, heeft in alle die Gevallen / Goeden, Vromen.

+De Byvouglicke woorden van het Vroulic geslacht / en veranderen niet.

De Byvouglicke woorden van het Generley geslacht / zijn in den Baerer / als den Barer des mannelicken geslachts / als Goet Vroom, heeft in den Baerer Goeden, Vroomen, voorts zo is de De3) Gever / Aenklaeger ende +Ofnemer den Noemer gelijc / maer als men in den Gever ofte Ofnemer / het Ledeken Den voor de woorden van het Generley geslacht stelt / zo moet de Gever ende Ofnemer / den Baerer gelijc zijn / gelijc men uyt de gestelde Voorbeelden mach afnemen.

Van de Byvouglicke woorden in het Veelvoudig / is boven verhaelt.4)

+Van de Voornaemen.5)

De Voornaemen zijn woorden / welke voor eenen naem ofte in de plaetse van eenen Naem gestelt worden / altijt eenen zeekeren persoon ofte ding aenwijzende / ende zijn deze / Ik, Hy, Zy, Die, Deze, Wie, Welke, Mijn, Dijn, Onze, V, Geene.

+De Voornamen worden aengemerkt in haerer Geslacht, Soorte, Getal, Figuyr, Buyginge, Persoon ende Beduydinge.6)

[p. 34]

+Van het Geslacht.1)

+Alle de Voornamen zijn van allerley ge-(37)slacht / eenige worden zonder op het eynde te veranderen in alle geslachten gebruykt / als Ik, Gy, Zy.

De geene die veranderen / zijn boven verhaelt / in het onderscheyden der geslachten / van alle de woorden in t' gemeyn.2)

+Van de Soorten.3)

Daer zijn Eerste Voornamen / ende daer zijn Afkomstige Voornamen.

+De Eerste Voornamen zijn Ik, Gy, Hy, Wie, Welke.

De Afkomstige Voornamen zijn / Onze, Mijn, Dijn, u, Deze, Zijn, deze zijn van de eerste Voornamen gesprooten.

+Van het Getal.3)

De Getallen der Voornaemen zijn twee / het Enkel als Ik, ende het Veelvoudig / als Wy.

Van de Figuyr.4)

+Een Voornaem is Enkel / als Ik ofte Dobbel / als Ik-self, Die-self, Hy-self, Sy-selve, Die-geen, Dat-geen, Het-geen.

+Van de Buyginge.5)

Om dat de Voornamen wat anders dan de andere woorden geboogen worden / daerom is hier haere verscheydenheyt wat breeder gestelt.

  Het Eenvoud. Veelv.
Noemer Ik, Ego Wy, Nos
+Baerer Mijns ofte Mijnes Onzer
Gever My Ons
Aenk. My ofte Mijn6) Ons
Ofn. Van my Van ons.
     
N Gy, Tu7) Gy ofte Gyly, Vos
B Dijns ofte Dijnes uwer ofte ulieder
G Dy u ofte u Lieden
A Dij u ofte u Lieden
O Van dy Van u ofte Van u lieden.

[p. 35]

Merk.

By onze Voorouders / zo heeft men Du1) gebruykt in de plaetse van Gy, ende het wordeken Gy, beteykende zo veel als Gy lieden tegenwoordich doet / dit gebruyk verhaelt2) de Beroemden3) Aldegonde in zijne Psalmen / waer in hy ook getracht heeft / die woorden tot haer out gebruyk te brengen / ende alhoewel zulx in reden gegront is / ende de noot zulx in onze Taele wel vereyscht / zo wort dit als verworpen / buyten het gebruyk gelaten.4)

Wij hebben hier boven Gy lij gestelt in de plaetse daer men Gy lieden is gewoon te zeggen / om dat het woort Gy lieden zeer lang by de Werkwoorden +valt / ende om dat Gy lij ook by de Oude Nederlanders gebruykt is geweest.5)

Eenvoudig. Veelvoudig.
N. Hy Ipse6) Zy ofte Zylieden Ipsi.
B. Zijns, Zijnes Haerer
G. Hem Hun7)
A. Hem Hen7)
O. Van hem Van hun.

+Eenige Geleerden willen hier in de plaetse (39) van Haerer stellen Hunner, om den Baerer des Mannelicken geslachts / van den Baerer des Vrouwelicken geslachts / te onderscheyden.

Eenvoudig. Veelvoudig.
N. Zy Ipsa8) Zy ofte Zy lieden Ipsae
B. Haers ofte Haeres ofte Heures Heurer
G. Haer ofte Heur Heur ofte Heurl.
A Haer ofte Heur Heur ofte Heurl.
O. Van Haer ofte Van heur Heur ofte Heurl.

Als men de Voornamen Hy ende Zy aldus onderscheyt / zo kan men het onderscheyt welk de Latijnen in die woorden maeken / ook mede bequaemelic onderscheyden / als Haere Vaders, Patres eorvm, Haerer Vaderen, Patrvm eorvm, Heure Vaders, Patres Earvm, Heurer Vaderen, Patrvm Earvm.

Merk.

Deze Buygingen als Heures, Heur, Heurer9), die gebruyken wy / als men

[p. 36]

van Vrouwen spreekt / maer als men van woorden des Vrouwelicken geslachts spreekt / zo steltmen de voornamen Haer, Haerer, etc.

B. Zijns ofte Zijnes Sui1)
G. Zich Sibi
A. Zich Se
O. Van Zich a Se

Deze woordekens worden alleenelic by het Mannelic ende Generley geslacht gebruykt.

Deze Voornamen des Vrouwelicken geslachts2) / als Onze, Mijne, Dijne, +Vwe, Deze, (40) Zijne, hebben in den Baerer / Onzer, Mijner, Dijner, Vwer, Dezer, Zijner, den Gever is den Noemer gelijk / ook houden eenige Ervarenen / den Gever / den Baerer gelijk / voorts en worden deze woorden des Vrouwelicken geslacht3) / in den Aenklager ofte Ofnemer niet verandert.

+Voorts heeft Die in het Manlic geslacht4) / in den Gever5) Dies ende Diens, ende Die heeft in het Vroulic geslacht Dier, ende Dat ofte Dit en veranderen in geen Geval / want men zegt Dat Diers aert, Dit Beests waerde, voorts heeft Dat in het Veelvoudig Die, ende Dit heeft Deze, het geen hier niet aengeteykent en is / wort na de gemeyne manier geboogen.

+Van de Persoonen.6)

Daer zijn drie Persoonen.

De eerste is die spreekt / als Ik.

De tweede Persoon is tot welken men spreekt als Gy.

De derde Persoon is van welken men spreekt als Hy met alle de andere Voornamen.

+Van de Beduydinge.7)

+De Beduydinge der Voornamen is verscheyden / daer zijn 1. Wijzende, 2. Betreckelicke, 3. Vragende ende Ervelicke.

Wijzende Voornamen zijn / welke eenen tegenwoordigen Persoon ofte zaeke toonen / als Ik, Gy, Hy, Die, Dat.8)

+Betreckelicke Voornamen zijn de geene / (41) die een gezeyt woort als 41 verhaelen9) als Welke, Welkers, Wiens, Die, Die geene.

+Vragende voornaemen zijn / met de welke men vraegt / als Wie? Welke? Wat? Welk?10)

[p. 37]

Merk.

Hier vooren is het woort Welke, onder de betreckelicke Voornamen gestelt / maer dat is in eene andere beduydinge.

+Ervelicke voornamen zijn / welke eene Ervinge beteykenen / als Mijn, Dijn, Zijn, Onze ende V.1)

+Van de Werkwoorden.2)

Een Werkwoort is3) een woort / welck eene Werkinge beteykent / ofte die men zelf doet / ofte die men lijd / ofte die van een ander gedaen wort.

+De Werkwoorden / moeten aengemerkt worden in Hoedanicheyt, Geslacht, Figuyr, Persoon, Manier, Tijt ende Vervonginge.4)

Van de Hoedanicheyt.5)

De Werkwoorden zijn Persoonelic ofte Onpersoonelic / een Persoonlic werkwoort wort genaemt / welc voor zich eenen zeekeren Persoon heeft / +ofte dat van eenen zeekeren Persoon spreekt6) als Ik bemin, Gy mint, Hy mint.7)

+Een Onpersoonlic werkwoort is dat voor zich zelf geene zeekere benaminge van eenen zeekeren Persoon en heeft / nochte dat van geen zeekeren Persoon en spreekt / als Het regent, Het vriest, Men zeyt, Men lijd.8)

++Daer is oock een Zelfstandig werk-(42)woort / als Wezen ofte Zijn, ende Worden, ook worden deze Werkwoorden9) ende het werkwoort Hebben, +helpende10) werkwoorden genaemt.

+Van het Geslacht.11)

Daer zijn drie12) geslachten der Werkwoorden / als Het werkende, Het

[p. 38]

lijdende, ende Het derde geslacht, yders aert wort van de Werkwoorden uytgedrukt.

+Van de Werkende woorden.1)

Alle werkende Werkwoorden / die beteykenen eene werkinge / tot eenigen Persoon ofte tot eenich ding / als Ik beminne mijnen Vader, Ik drinck Bier, Ik ploug het Lant.2)

+Van de lijdende Werkwoorden.3)

De lijdende Werkwoorden / worden altijt met het Zelfstandig werkwoort4) uytgesprooken / als Ik worde geslaegen, Ik worde geleert.

+Van de Werkwoorden des der-
den geslachts.5)

De Werkwoorden des derden geslachts6) / die en beduyden geene Werkinge nochte lijdinge als / Ik schijn, Ik blinck, Ik bloeye.

Hier by behoort ook het Zelfstandig werkwoort / met de werkwoorden Bestaen, Onstaen, Staen.7)

+Van de Getallen.8)

+Daer zijn in de Werkwoorden twee Getallen / het Eenvoudig / als Ik bemin, ende het Veelvoudig / als Wy beminnen.

+Van de Figuyr.9)

Een Werkwoort is Enkel / als Minnen ofte Dobbel / als Ontminnen, Beminnen.

+Van de Persoonen.10)

De Persoonen der Werkwoorden / zijn drie / De eerste Persoon als Ik bemin, Wy beminnen, De tweede / als Gy bemint, ende Gylij bemint, De derde / als Hy bemint, ende Zy b[e]minnen.

+Van de maniere der Vervougingen.11)

Daer zijn vijf manieren in de Werkwoorden waer te nemen / als de +De verkondigende manier / als Pieter leert zijne lesse.

De Gebiedende manier / als Leer gy dijne Lesse.

[p. 39]

+De Wenschende manier / als Och of ik mijne Lesse leerde.

De Ondervouglicke manier / als Op dat ik mijne Lesse leere, in deze manier komen altijt eenige woorden / die als eene dringende oorzaeke van het Werkwoort1) zijn / als Op dat, Om dat.

+De Onbepaelde manier is / de welke2) geen zeekeren Persoon / nochte geen getal en begrypt / als Minnen, Leeren, Draegen.

+Van den Tijt.3)

+De Tijden der Werkwoorden / zijn vijf.4)

+De Tegenwoordige tijt / als Ik werk.5)

De Onvolkomen voorleden tijt / als Ik minde.

+De Voorleden tijt / als Ik hebbe gemint.

De meer als Voorleden tijt / als Ik hadde gemint.

+De Toekomende tijt / als Ik sal minnen ofte Ik zoude minnen, maer het schijnt dat in onze spraeke een onvolkomen Toekomende tijt zoude zijn / gelijk de Grieken hebben / want als men zegt / Ik zoude minnen, dit en schijnt zo verre niet toekomende te zijn / als Ik zal minnen.

+Van de Vervougingen.6)

De Vervougingen zijn de veranderingen der Werkwoorden / welke door Manieren / Tijden ende Persoonen / geschieden.

Daer zijn vier Vervougingen.

+Van de eerste Vervouginge.7)

+De eerste Vervouginge is / als men in de Onbepaelde manier op het +eynde EN naer laet8) ende DE in de plaetse stelt / zo heeft men een woort dat den Onvolkomen tijt uytdrukt / als tot voorbeelt Bedelen is / een woort van de Onbepaelde manier hiervan de laetste EN genomen / zo is het Bedel hier dan op het eynde DE gestelt / zo is het Bedelde, dit is het Werkwoort +van den Onvolkomen tijt / in den eersten Persoon / als men ook by Bedel stelt eene T,10) zo is het Gebedelt, dit woort drukt den Voorleden tijt uyt.

+Hier volgen de Werkwoorden11) welke onder de eerste Vervouginge behooren.

[p. 40]

Aerzelen blaeuwen Deelen Effenen Grendelen Hinckelen16)
Aezen bobbelen Deeren Eygenen Greyden10) Hobbelen
Banketee- bollen Deyzen Eggen Grimmen Hoereeren
ren booren Delven Erven Groeyen Hoetelen17)
Baeren borgen Derven Faelen Groenen Hoyen
Babbelen bouwen Dienen Fantazee- Grollen11) Hoolen18)
Bedelen breyen Dingen ren Grouwen12) Hongeren
Baenen brieven2) Dobbelen Fatzoenee- Guyche- Hooren
Belgen brillen3) Doolen ren len13) Hoogen
Bannen broyen Donderen Flaeuwen Gunnen Hubbelen19)
Bergen brouwen Deugen Geelen Hackelen14) Huyren
Bellen bruynen Douwen5) Geeuwen Haegelen Huylen
Bernen brullen Douwen6) Gieren8) Haelen Hullen
Biezen1) buygen Draelen Glimmen Handelen Iaeren20)
Beteren buyzen4) Draeven Glinsteren Haspelen Iaegen
Bloeyen Cieren Dreygen Gloeyen Havenen15) Iammeren
bloozen Cijferen Droogen Gommen Heelen Ydelen21)
beuzelen Cingelen Droomen Gordelen Hellen Yzen
boeyen Cirkelen Dubben7) Gorgelen Heugen Innen
beven Daelen Dunnen Grabbelen Herber- Iongen
bannen Daegen Dwaelen Graeven gen Kaekelen
baekeren Dammen Eeren Graeuwen9) Hygen Kaelen
           
+Kaerden22) Keelen Ketenen Klaeuwen klooven knorren
Kalven Keeren Keuren Kleeven klouwen23) koelen
Kammen Kennen Kittelen kleynen kluyven koerti-
Kastijen Kermen Klaeren klieven knabbelen zeeren
Kavelen Kernen Klaegen klemmen knaegen koesteren
Kaeuwen Ketelen Klateren klonteren knielen koleuren

[p. 41]

kolven Leegen Luysteren Naeyen Paelen Ployen
kondigen Leemen2) Maenen Naemen5) Paeren Pluyzen
koppelen Leenen Maeyen Neyen Paeyen Plunderen
krabbelen Leeren Maelen Nestelen Paleeren7) Poogen
krackeelen Legeren Mangelen Nevelen Passeeren Poeyeren
kraeyen Loyen Meerderen Niezen Pauzeeren Popelen
krouwen1) Loeyen Meesteren Nieuwen Peelen8) Porren
krielen Looven Meynen Nouwen6) Peylen Practi-
krommen Lieven Mengen Noemen. Peynzen zeeren
kroonen Leeven Meugen Oeffenen Peekelen Prangen
kruyen Lijmen Mennen Offeren Peezen9) Priemen
kruymelen Loeren Metselen Olyen Peuzelen10) Prouven
Laeyen Loochenen Mijden Oordeelen Pijnen Puylen
Langen Loonen Minnen Ouwen of- Pijnigen Quacke-
Lasteren Looteren3) Moeyen te ouden Plaegen len11)
Laeuwen Lubben4) Morren Openen Plaesteren Queelen
Laeven Luyzen Morwen Ordineeren Plegen Quellen
Laveeren Luymen Naegelen Orgelen. Plougen  
           
+Quispelen Reynigen Rouwen16) Scheelen Schooven Schroomen
Raemen Reyen Rollen Schellen Schrabben Schuyven
Raezen Reyzen Rommelen Schemeren Schrammen Schuylen
Rammelen Recken Rompelen17) Schermen Schreeuwen Schuyffelen
Rantsoe- Rellen14) Rondee- Scherven20) Schreyen Schuyven22)
neren12) Rennen len18) Scheuren Schrobben Schuymen
Razeeren13) Resteeren Rooven Schijven Schrouven Schou-
Ratelen Rijmen Ruymen Schilderen schrompe- wen23)
Redenen Ringelen15) Runnen19) Schillen len Slabben24)
Regelen Rochelen Schaduwen Schimmelen Schrooen Slaeven
Regeleeren Roemen Schaeven Schoeyen ofte Slingeren
Regenen Roeren Schaemen Schouwen schroon21)  

[p. 42]

Slouven1) Snoeren Spiegelen Steenen11) Stouwen Swieren
Slooven Snuyven5) Spijzen Stemmen Straelen Swijmelen
Slimmen2) Sollen Spoeyen8) Steunen Streelen Taelen
Sluymen3) Soudee- Spoelen Stieren Strengen Teelen
Smallen ren6) Spooren Stijven Stronke- Teeren
Smeeren Sorteeren Spouwen9) Stijlee- len13) Tellen
Smooren Spacieren Sprenkelen ren12) Stroyen Temmen
Snaeren4) Spaeren Stallen Stillen Stroomen Termen15)
Snaeteren Spannen Stamelen Stippelen Struykelen Tieren
Sneeuwen Speelen Stapelen Stoffeeren Stuyven14) Tillen
Snellen Spellen Steenigen Stooren Swermen Timmeren
Sneeven Spennen7) Steelen10) Stormen Sweeren  
Snoeyen Speuren Stellen Stooven Swerven  
           
+Tintelen Tuygen Vijlen Vorderen waeteren weynigen24)
Touven Tuynen Vijzen19) Vormen walgen wellen25)
Toogen Tuymelen Vingeren Vraegen waggelen wennen
Tollen Twijffelen Vlammen Vredigen wallen23) wemelen
Tonnen16) Twijnen Vleyen Vreezen walmen wentelen
Toomen Vademen Vliemen20) Vryen wankelen werren
Toveren Veelen18) Vloeyen Vrougen21) wandelen wervelen
Tournoyen Veegen Vloyen Vroomen wannen werven26)
Traenen Veynzen Voederen Vuylen weegen weeven
Traegen Vellen Voeren Vullen weenen wickelen
Treuren Veylen Voelen Wackeren22) weyen ofte wiegen
Trommelen Vergen Vogelen Waegen weyden wiggelen27)
Trouwen Verwen Vollen Waeyen weyfelen wien
Truggelen17) Villen Volgen waenen wiegen willen

[p. 43]

wilderen wisselen worgen Zalven Zengen Zoomen
wimpelen woukeren worstelen Zaligen Zemelen Zuyren
winkelen1) woelen wrougen Zegelen Zoenen Zoeten.
winteren wonderen Zaegen Zegenen Zoetelen  
wispelen2) woonen Zaeyen Zeylen Zoogen  

Merk.

Alle de werkwoorden welke eenen dobbelen Meklinker hebben / die verliezen een Meklinker in den onvolkomen en in den volkomen tijt.

++Van de tweede Vervouginge.3)

De tweede Vervouginge is / als men van de onbepaelde manier / de laetste EN nalaet / ende in die plaetse Te stelt / zo heeft men een woort +dat den Onvolmaekten tijt uytdrukt / als tot voorbeelt / als men van Braeken, de laetste En ofneemt / zo is het Braek, hier op het eynde Te gestelt / zo is het Braekte, dit is een woort van den onvolkomen tijt / als men dan de E van Braekte ofneemt / zo is het Braekt, hier voor dan Ge4) gestelt / zo is +het Gebraekt,5) dit is het werkwoort van den voorleden tijt.

Onder deze Vervouginge / behooren de naervolgende werkwoorden.

Baeken6) Braeken Doopen Hissen Kicken15) Kooken
Backen Brassen Droopen11) Hoopen Kippen16) Knappen
Baffen7) Briesschen Drucken Hucken Klacken Knassen19)
Banken Brocken Duyken12) Hurten.14) Klampen Knerssen
Bassen Bruyken Eyschen Ianken Klappen Knicken
Biechten Bucken Fleuyten13) Iocken Kleppen Knippen
Blaeken Buyschen.10) Gaepen Kaetsen Kletsen Koppen20)
Bleyken Dancken Gecken Kalken Klinken17) Knoopen
Blicken Danssen Gissen Kampen Klocken Kraeken
Blocken8) Decken Glippen. Kacken Klossen Kranken21)
Blusschen Dijken Haeken Kooken Kloppen Krenken
Bocken9) Diepen Hincken Kappen Koppen18) Krochen22)

[p. 44]

++Kroppen Packen Raeken Schricken Specken Toetsen
Kruysen Pappen Raepen Schertsen Spitsen Tolken