De woorden worden (in het gemeyn) altijt met Ledekens uytgesprooken / tot Exempel als men vraegt Wat is dat, zo worter geantwoort Een mensch, Een boom, Een beest, men en zegt niet / Het is mensch, Het is boom, etc.
Een Ledeken4) word altijt voor dat woort gestelt / daer het van spreekt / als De man, Eene vrouwe, De boom.
+De woorden konnen de Ledekens in het (84) Veelvoudich dicmael naelaten / als Menschen hebben dat gedaen, Gy hebt u als Mannen gedragen.
+Als de Bywoorden van menigvuldicheyt5) voor een Zelfstandig woort komen / zo en mogen voor het Zelfstandig woort geene Ledekens komen / als Veel goede menschen, Weynich dingen die nut waeren. Daer zijn meer vroome Helden.
Deze navolgende woorden worden dikmael zonder Ledekens uytgesprooken / als God, ook Wijn, Water, Zout, Loot, Tin, Gout, Zilver, Rijkdom, Armoede, Blootheyt, Stoutheyt, ende diergelijke.
Ook worden de namen der Landen, Steden ende Koningrijken, zonder Ledekens uytgesprooken / als Het is Engelant, Vrankrijk, Schotlant, doch vintmen Het Ierusalem, Het Syon.
De namen der Maenden worden ook dikmael zonder Ledekens uytgesprooken / als In April, in Mey, Het is nu October.
Als voor een Zelfstandig woort een Byvougelic woort komt / zo mach daer altijt een Ledeken voorstaen / als De goede Ian, De reyne Susanna.
Het gebeurt ook dikmael datter geen ledeken voor eenes Persoons naem en mach gestelt worden / want men zegt / Ian is een Dronkaert, men en zegt niet / De Ian is een Dronkaert, alzo zegt men ook God is heylig, ende niet De God is heylig.
De oorzaeke waerom diergelijke naemen zonder Ledekens gebruykt +worden / schijnt te wezen / om dat de namen der Per-(85)soonen / de Persoonen ten vollen uytdrucken / maer indien men van eenen Persoon yet zeyde / ende dat men in de Persoonen zoude konnen twijffelen / om dan den rechten Persoon te onderscheyden / zo mach men een Ledeken daer by vougen / als De Ian die dat dede, De rechte Poeët1), alzo zegt men ook / De God Abrahams, Isaaks, Iacobs, om dien God van andere Goden te onderscheyden.
Men zal ook wel vinden Een Ian is een Dronkaert, hier wort het Ledeken Een tegens den voorverhaelden Regel gestelt / maer let hier op het onderscheyt / die reden2) kan van eenen Jan gezeyt worden / dienmen niet en kent / maer als men zegt Ian is een Dronkaert, dit en kan niet bequamelic gezeyt worden / zonder Jan te kennen / maer in het veelvoudich mach men de Ledekens behouden / als Al de Ians zijn goet, De Goden waeren valsch.
Als men zegt / De mensch, De boom, Het beest, zo wort onder dat zeggen begrepen / dat wy Den mensch, Boom, ofte Beest kennen ofte zien / ofte daer af reden hebben4) andersins zoudemen zeggen Een Mensch, Een boom, Een beest, onder deze manier van uytspreeken / en schuylt geen voorgaend oogmerk5) / nochte kennisse.
Als de Byvouglicke woorden voor zelf-(86)standige genomen worden7) / zo neemt men de Byvouglicke van het generley geslacht / als Het wit, voor witticheyt, Het swart voor swarticheyt, alzo ook Het goet, Het quaet, deze Byvouglicke woorden eyndigen ook dicmael in E, als Het booze, Het mijne, Het zijne, Het uwe, Het haere, Het geestelicke, Het waerelicke, Het quaetste, Het beste, Het verachte ende onedele, heeft God uytverkoren maer men zegt altijt Ik acht dat Best, Meest, Groot, Veracht, Nae het voorgaende oogmerk8) / zegt men ook Het Spaensch, Latijn, Francoys, Engels, voor De Spaensche, Latijnsche, Fransche, ende de Engelsche Spraeke.
Ook zegt men Op het Frans, Engels, Turkx, voor Op zijn Fransche, Engelsche, ende Turksche manier, men zegt ook / Op zijn Frans, Op zijn Engels, doch deze manier is plomper dan de voorgaende.
De Byvouglicke woorden / worden altijt voor de Zelfstandige (in een +geslacht2) / ende in een getal / ende in een geval) gestelt / als Een goet Man, De goede vrouwen, Den goeden Dieren.
Ook3) vint men deze manier van spreeken / Daer is ontrent twintig ofte dertich Man, Het is twee Iaer geleeden.
+Een betreckelike Voornaem / en moet4) altijt4) met het Zelfstandige woort in het geval niet4) over een komen / als De Boode welx hulpe gy gebruykt hebt, is wedergekomen.
+Als voor een Zelfstandig woort een by-(87)vouglic woort / ende oock mede een Ledeken moet komen / zo moet het Ledeken eerst ende daer na de Byvoulicke woorden / ende op het eynde moet het Zelfstandig woort gestelt worden / als De vroome godsalige Man, De geheele Wet, De gansche Nacht.
Als verscheyde Byvouglicke woorden / malkander volgen / zo wort tusschen het5) Koppelende woort Ende gestelt wort de byvouglicke woorden / zeer bequamelic / het Koppelwoordeken Ende gestelt / als De vroome ende godzalige Man.
+Twee Byvouglicke woorden / worden somtijts wel achter een Zelfstandig woort gestelt / als Het is een Man goedadig, en geleert.6)
Ook zo vintmen Beleyd door Spilbergen, Veltoverste, Door Ian van Zanten, Rechsgeleerde, Door Philips den Tweeden,7) De Nacht voorleden, Hier komen de Byvouglicke woorden achter de Zelfstandige.
+Ook wort het woort welk in den Baerer geboogen wort / voor het ongeboogen woort gestelt / als Pieters bouk, Davids Psalmen, alhoewel men dikmael (door quade gewoonte Psalmen Davids1) zegt / want dat is even zo veel / als of men zeyde Het bouk Pieters ofte Het huys Ians.
+Als voor twee Zelfstandige woorden een ongeboogen Ledeken gestelt +wort / zo moet de Baerer der twee Zelfstandige woorden achter het ongeboogen Zelfstandig woort komen / als Het bouk van Pieter, De Psalmen van David, De reynicheyt der handen.
Als twee Zelfstandige woorden by malkander gestelt worden / ende dat +het een Zelfstandig woort in den Baerer geboogen wort / ende den2) Ledeken by zich heeft / zo mach de Baerer wel achter het ongeboogen woort gestelt worden / als Liefde des Gelts, De Idelheyt des waerelts.
+Maer als de Baerer in het Veelvoudich getal komt / zo valt het Cierlic dat de Baerer achter het ongebogen woort komt / als De zonde der Menschen, Den inval der Vyanden.
Deze woorden Zommiger, Eeniger, Veeler, Geener, Zoodaniger, mogen wel voor den ongebooge woorden gestelt worden / als Zommiger mannen werk, Veeler menschen hulp, Zoodaniger dingen eynde.
+Ook zo valt de Baerer in het Vroulic geslacht bequaemst3) achter het ongeboogen Zelfstandig woort / als De voorzichticheyt der Vrouwe, Het dwaeze der waerelt.
Als twee Zelfstandige woorden by malkander gestelt worden / zoo moet +het een woort altijt in den Baerer geboogen worden / (gelijk vooren verhaelt is) maer het gebeurt dikmael5) dat de byvouglicke woorden die tot de gebooge woorden behooren niet geboogen en worden / als Zijn wijfs +Zuster6), voor Zijnes wijfs Zuster, alzo Dijn (89) volk Israels eer, voor Dijnes volkx Israels eer, alzo ook De Stad Haerlems Privelegie, In zijn Vaders plaetze, Haer ooms Dochter, Zijn Moeders Zoone, Des voorleden Koning Heyndrik Grootvaders Moeder, Dat diers aert, Des Propheet Davids Psalmen, Hy heeft zijn eygen zelfs werk gedaen.
Ook vintmen deze manier van spreken Van mijn Kints wegen, ende Van wegen mijn Kint voor Van mijnes Kints wegen, ook vintmen Van weegen die Mannen.
+Als in eene Reden twee Baerers naer malkander komen / zo vougt het zeer wel / dat een Baerer het Woordeken Van voor zich heeft / als De macht
++Alle deze woorden in den Baerer / zijn in (90) het Eenvoudig getal. Gelijck begeert tot zich den Baerer ofte den Gever / als Wie is mijns gelijk, Wie is zijns gelijk? ofte Wie is hem gelijk, Zy zijn den Romeynen gelijk.
+Genouch begeert den Baerer voor zich in het Eenvoudig / als Moets genouch, Goets genouch.
+Men vint ook waerdich, by den Baerer / als Hy en is mijns niet waerdig, ook zo vintmen hz8) by den Gever / als Het en is my niet waerdig.
+De grootste9) vergrootelicke woorden / worden bequaemelic by den Baerer gestelt / als Hy is de wijste aller menschen, ofte Van alle menschen, Dat was wel de Geleerste der Grieken.
Het woordeken Wille vougt zeer wel achter den Barer / als Om des woorts wille, Om der beloften wille. Men vint ook / met den Baerer / deze manier van spreken / als Droog voets, dat is met Drooge voeten, ook vintmen bytijts, ende intijts voor ter rechter tijt.
De Byvouglicke woorden / welke eene Gelegenheyt, Nutticheyt, Naerheyt2), Vrienschap, Eygendom, Gelijkheyt, ofte yet des gelijcx / ofte het +tegendeel beteykenen / die begeeren tot hun den Gever / als Dat is my gelegen, Dat is den Vrienden aengenaem, Onaengenaem, Moeyelic, Hinderlic, Naby, uyt den weg, Gy zijt dy ende den uwen een vrient Het is den volke nut, Dat is hun swaer ende onmogelic om doen, Die hont is zijnen Heere getrouw, De Locht is allen menschen gemeyn, Hy is zijnen Vaderen gelijk ofte ongelijk, +Hy is zijnen Vrienden ende Vyanden een afgrij-(91)zen, Die zaeke is allen menschen een grouwel.
+Als / Als voor Gelijk genomen wort / zo wort het by den Gever gestelt / by Exempel Als den Regen, Als den watervloet.
Achter Die geen ofte Die geene komt altijt een betrekelicke Voornaem / als Die geen is geluckich welke Gods woort bewaert.
+Welke dient so wel tot eene Vrage / als tot eene Betreckinge / als welke Man is dit? uyt welk Lant is hy? hier wort met het welke gevraegt / maer in deze volgende dient het tot eene betreckinge / als Ik en weet niet welken het is, Daer is Ian welken gy begeerde, Daer is de Man van welken gy spraekt.
Met Wat vraegtmen zonder onderscheyt van geslacht ofte getal / als Wat soukt gy? wat doet gy? want hier onder kan verstaen worden / Ik zouk dat goet, Dien Man, Die Vrouwe ofte Die dingen, alzo worden de Voornamen +Dit ende Het mede gebruykt als Dit is het geene dat ik zocht, wort wel gezeyt voor / Het zijn deze dingen die ik zocht, ook Ik hebbe dat, Ik hebbe het, voor Ik hebbe mijnen wille ofte mijne dingen.
Het geene, wort altijt in de plaetse van Quod der Latijnen gebruykt. +Wat wort somtijts voor Welke ende Welken genomen / als Wat Man
hebt gy gesprooken, voor Welken Man hebt gy gesprooken, alzo ook Wat Vrouwe, voor Welke vrouwe, Wat Tijt, voor welke Tijt.
Wat wort ook voor Hoeveel genomen / als Wat heeft dat gekost? wat looft gy dat? voor Hoeveel looft gy dat?1)
Wat wort ook in de plaetse van Waerom gebruykt / als Wat zijt gy bedrouft, Wat wilt gy u quellen, wat quelt gy my.
+Wat is ook eene Tusschenstellinge ofte Inworp / als wat is het mogelic, wat dat gy zegt.
Wie dient tot eene Vrage / ende tot eene Wijzinge2) / als Wie heeft dat gedaen, ende Wie dat doet die zal Leven.
De oorzaeke dat het woordeken Zich zomwijlen voor Hem gestelt wort / is om deze volgende twijffelachticheden te vermijden / als Hy heeft hem daer mede gemoeyt, uyt deze woorden en kan men niet verstaen of hy eenen anderen ofte zich zelven gemoeyt / heeft / maer alle twijffel wort weg genomen / als men zegt Hy heeft zich daer mede gemoeyt, alzo ook / Hy begeert dat gy by zich3) zout komen.
Men heeft ook in de Voornamen4) eene manier van spreeken / die geheel vreemt in haer zelven is / als Tot mijnent, By mijnent, Tot onzent, Tot haerent, Tot uwent, By onzent, Over onzent, alzo ook / Om zijnent wil, Om haerent wil, etc.
+Alsser eenige Bywoorden voor de Werkwoorden komen / als Doe deden wy dat Gister waeren wy vrolic, Hier komen de Voornamen achter het Werkwoort.
Als voor een Werkwoort twee Voornamen komen / zo moet Ik, Gy, Gylij ofte Zy, altijt voorstaen / als Wy die dat gedaen hebben, Gy die daer zijt. Hier in wort dikmaels gedoolt.7)
+Hier naer zal dikwils van den gront1) des Werkwoorts gesprooken worden / daerom zullen wy beschrijven / wat dat by ons voor den gront van het Werkwoort genomen wort.
De gront van het Werkwoort / is het geene daer de Werkinge op spreekt2) / als Ik doe dat, hier is / Dat de gront van het Werkwoort / ende als men zegt Ik beminne alle menschen, hier is Alle menschen de gront van het Werkwoort.
De gront van het Werkwoort / wort na het Werkwoort gestelt3) / in den +tegenwoordigen ende onvolmaekten tijt / als
Ik hebbe werk,
Gy hebt wijsheyt,
Wy hebben alle dingen.
++Maer in den voorleden / meer dan voorle-(94)den ende toekomenden tijt / zo wort de gront van het Werkwoort / tusschen het Werkwoort gestelt4) / als
Ik hebbe gelt gehadt,
Ik hadde wijsheyt gehadt,
Wy zullen alle dingen hebben.
Alsser eenige Persoon ofte eenig ding gestelt wort / aen welken yet gegeven ofte gebrocht wort / zo wort de Persoon voor den gront van het Werkwoort gestelt / als
| Hy gaf, | Hem | Dat werk? |
| Ik geve, | Allen menschen, | Die zaeke te kennen |
| Ik hebbe, | Een ygelic. | Het zijne gegeven. |
+Somtijts worden deze plaetsen verandert om de reden5) aen eene andere te vougen / als Hy en zal niet ongestraft houden, die zijnen naeme misbruykt, dit behoorde andersins te zijn. Hy en zal die niet ongestraft houden, welke zijnen name misbruykt.
Indien men by een Werkwoort den persoon ofte eene zake stelt / daer de gront van het Werkwoort afkomt7) zo wort de naem van dien Persoon ofte van die zake / achter den gront van het Werkwoort gestelt / als
| werk | van hem | |
| Ik hebbe het | goet | van mijne Ouders, |
| quaet | van de vyanden. |
+Als by een Werkwoort / de manier gestelt wort / waer door ofte waer mede het werk gewrocht wort / zo wort die manier ofte de werkende oorzake achter den gront van het Werkwoort gestelt / als
| +Ik gaf1) | dat werk | met mijne handen, |
| Ik doe | die zake | door mijne vrienden, |
| Ik hebbe | alle dingen | voor mijn gelt. |
Als men eenen Persoon stelt aen welken men yet geeft / zo wort de manier / daer door ofte waer mede men het geeft achter den gront van het Werkwoort gestelt / als
| hem | Dat werk | door myzelven | |
| Ik geve | allen menschen | die zaeke | door andere |
| een ygelic | het zijne | door mijne vromicheyt. |
Ende als men eenen Persoon yet neemt zo wort de manier waer door ofte waer mede men het neemt / achter des Persoons naem gestelt / als
| Ik neem het | werk | van hem door myzelven, |
| Ik neeme het | goet | van mijne Ouders door andere, |
| Ik hebbe het | quaet | van mijnen Vyant voor mijne vromicheyt. |
Als by een Werkwoort de tijt wanneer het gewrocht is / gestelt wort / zo mach de tijt voor ofte naer den gront van het Werkwoort gestelt worden / als
| nu | ||
| Ik doe, | altijt | Dat |
| in deze daegen | ||
| in dit Iaer, |
| Ofte | ||
| nu, | ||
| Ik doe | dat | altijt, |
| in deze daegen, | ||
| in dat Iaer. |
+De loochenende Redenen volgen de gestelde manieren / behalven dat de +Koppe-(96)lingen in haere plaetsen / tusschen gestelt worden / als
Ik en2) doe nu dit niet,
Ik en geef hem dat werk niet,
Ik en neem dat werk van hem niet.
De plaetse van het Werkwoorts gront verandert in de Gebiedende manier veelerley / als
Hebbe gy gelt,
Dat hy gelt hebbe,
Dat wy gelt hebben,
Hebbet gylij gelt,
Dat zy gelt hebben.
Hier wort de gront van het Werkwoort altijt achter de voornamen gestelt.
De gront van het Werkwoort / wort in de wenschende ende in de ondervouglicke manier achter de Voornamen gestelt / als
+Och dat ik dat hadde,
Och dat gy gelt had,
Op dat ik gelt hebbe,
Als ik dat hebbe,
Als ik dat zoude hebben,
Als zy dat zouden gedaen hebben.
+Somtijts gebeurt het dat deze stellinge verandert wort / om de voorgaende reden aen de volgende te koppelen1) / als Och dat ik hadde het gelt, te weten / Dat hy my belooft heeft.
+Somtijts gebeurt het ook datmen stilswijgende yet wil te kennen geven2) / als Och dat ik hadde dat goet, als namelic / Dat ik gehat hebbe.
+De deelnemingen van den tegenwoordigen tijt / woorden3) in verscheyde plaetsen verandert / als
Begeerende, dat werk door mijne vrienden,
Dat werk begeerende door mijne vrienden
Dat werk door mijne vrienden begeerende
Maer het schijnt dat de plaetse der deelnemingen / haer voor ofte achter de reden schikt.
+Het Werkwoort van de onbepaelde manier in eene reden komende / zoo is dat Werkwoort het eynde van de reden / als
Begeerende u te spreeken,
Ik sal dat met mijn quaet hooft doen,
Ik quam om hem dat te vergelden.
Op dat ick gaen zoude,
Als gy dat doen zult,
Om dat wy wat geven zouden.
Maer als de voorgenaemde woorden Zal, Zullen, Zoude, Zouden, by twee Werkwoorden komen / zo worden die woorden voor de Werkwoorden gestelt / als
Op dat ik dat zoude gaen doen,
Als gy dat zult gaen doen,
Om dat wy zouden loopen jaegen.
+Deze genaemde woordekens / Zal, zoude, zouden, worden ook achter de Werkwoorden gestelt / als in de reden / een Betreckelike Voornaem komt / als
+Die dat doen zal,
Welke dat volbrengen zullen.
+Als twee Werkwoorden in de Onbepaelde manier by malkander staen / zoo is het laetste Werkwoort / het meeste begrijp der reden2) / als men zegt Ik zal dat laten maeken, dat is by naer zo veel / als Ik zal dat maeken, zommige zouden hier voor eene cierlikheyt zeggen / Ik zal dat maeken laten, het welk eygentlik is te zeggen3) / Ik zal dat maeken naer laten, ofte Ik en zal niet meer maeken.
Alle dobbele Werkwoorden / die met eene losse voorzettinge gekoppelt zijn / die scheyden haer in veele tijden van malkander / als in het volgende exempel te zien is.
Ik doe op,
Ik dede op,
Ik hebbe opgedaen,
Ik zal opdoen.
Doe gy op, Dat hy op doe, Dat wy op doen, Dat gyly op doet, Dat zy op doen.
+Inde wenschende ende inde ondervoug-(99)licke manier / blijven de dobbele / Werkwoorden zonder scheyden / als
Och of ik op dede,
Och of gy overdroegt.
+De dobbele Werkwoorden / woorden1) altijt in het Loochenen gescheyden / als
En doe dat niet op,
En gae daer niet over.
Als men by een Werkwoort yet vraegt / zo komt de voornaem achter het Werkwoort / als Wat denck ik? Wat deden zy?
+Inde Onpersoonelicke Werkwoorden / valt de veranderinge der stellinge / zeer verscheyden / al behouden de woorden den zelven zin / gelijkmen aen deze Exempelen kan zien.
Het gebeurt hem nu, Nu gebeurt het hem, Hem gebeurt het nu.
Men zegt wel / Ik hebbe dat gezien, maer men en zegt niet / Ik hebbe dat gezien doen, maer men zegt / Ik hebbe dat zien doen, dit gebeurt altijt / als +een Werkwoort inde Onbepaelde manier / het Werkwoort des Voorleden tijts volght.
Als men yet zegt gebeurt te zijn / in eenigen tijt / maenden ofte dagen / ofte als men den tijt met Gister laet, Des avonts, Daer te vooren, doen3) ofte diergelijke Bywoorden bepaelt / zo stelt men daer gemeynelick den onvolkomen Voorleden tijt by / als Ik ging Gister wandelen? Daer te vooren ++wonnen zy, (100) wy verhuysden in Mey, wy quamen te laet.
Als men yet zegt Stracx, Terstont, Huyden, van Daeg, ofte nu gebeurt te zijn / zo stelt men dat gemeynlic in den voorleden tijt / als Het is strakx ofte Terstont gevallen, Ik ben huyden ofte van daeg gekomen, Nu zijn zy wech gevaren.
Somtijts en worter geenen tijt uytgedrukt / dan alleenlic met het Werkwoort / +als Hy is gekomen, Hy is verslagen.
Men vint dikwils een Werkwoort in den Tegenwoordigen tijt / in plaetse van den Onvolkomen ofte Voorleden tijt / als Ik spreke voor Ik sprak, ofte Ik hebbe gesproken, alzo ook / Hy en spreekt niet wat men hem vraegt, voor Hy en sprak niet.
Ook wort het woordeken Ons, in plaetse van Ik, voor eene cierlikheyt gebruykt / alzo ook V Lieden1) voor Gy.
Hier worden de woordekens Om te, altijt voor het Werkwoort gestelt
+De Gerundia in Do, ende de deelnemingen des tegenwoordigen tijts / worden op eene manier6) gebruykt / als 1. Hy spreekt slapende, ofte Hy spreekt al slapende. 2 Hy gaet zingende, ofte Hy gaet al zingende. 3 De menschen leeren niets doende, quaet doen.
De Gerundia in Dum, worden gelijk de Gerundia in Di, beschreven7) / als Hy stont op om te spreeken, Surrexit ad dicendum,8) Wy moeten al sterven, Moriendum est omnibus, Dat zal ons staen te doen, Hoc nobis faciendum erit,9) Men moet de jeucht gebruyken, Vtendum est aetate.9)
+Wy en hebben geen Supina, ende gebruyken in de plaetse van de Supina in tum, een onbepaelt Werkwoort / als Laet ons gaen speelen, Eamus
ambulatum, gaen jaegen, Venatum, gaen visschen, Piscatum,1) alzo gebruyken de Latijnen somtijts ook haer Infinitivum.
+Voor de Supina in tu, gebruyktmen altijt een onbepaelt werkwoort / de woordekens Om ofte Om te ofte Te, daer vaer2) voor stellende / als Ik en weet niet wat best is om te doen, Nescio quid optimum sit factu,3) Het is schande te zeggen Turpe dictu,3) Het is lichter te zeggen, dan te doen, Dictu facilius est, quam factu,3) Het is waerdig gelezen te worden, Dignus lectu.4)
De deelneminge des tegenwoordigen tijts / komt met het8) Subjunctivus der Latijnen / met een Adverbium temporis, over een / als In die plaetse +wezende, In loco isto cum essem Het Futurum participium, der Latijnen in Rus, dat wort door den toekomenden tijt in de verkondigende manier uytgedrukt9) / als Ik hoope dat hy komen zal, Spero eum venturum. Ook wort het Futurum participium, der Latijnen / inde ondervouglicke manier +uytgesproken / als Hy heeft belooft dat hy dat doen zoude, Promisit sed10) id facturum.
Ook zoo wort het met het onbepaelt Werkwoort uytgesprooken / met het woordeken Te, als Hy heeft het belooft te doen.
Dit heeft ons goet gedocht / van de Oordeninge der Werkwoorden aen te wijzen / op dat de naerstige toezienders / in dit oogmerk (welk gansch +zeer verswijmt11) wort) eenen bereyden weg / tot naesporinge hebben zouden / hier af mach men ook in de Vervougingen der Werkwoorden vorder zien.
Genadig zijn ende ontfermen, Begeeren tot haer den Baerer / als Ik ben uwer gedachtig, Ontfermt dij onzer, Hy heeft onzer ontfermt.
+Vergeten, wort ook somtijts by den Baerer gestelt / als Gy vergeet onzer, ook vintmen Gedenken ende Troosten, byden Baerer / als Ik en Gedenke uwer niet, Die zich stelens troost, Troost zich der galge.
+Als het Zelfstandig Werkwoort / voor Toebehooren genomen wort / zoo volgt de Baerer dikwils het werkwoort / als Wy zijn des Heeren, dat is / Wy behooren den Heere toe, alzo ook / De aerde is des Heeren, Ik ben mijns ofte mijnes zelfs, Het is Ians, ziet hier af vorder.5)
+Ook zo worden de grootste vergrootelike woorden by den Baerer gestelt / als Hy was haerer allen meester, Dat is de wijste der Geleerden, Dat was wel de stoutste der Romeynen.
Men zegt Gode zy lof, maer men en zegt niet / Den goeden Gode zy lof7), maer de laetste E wort van het woort Gode afgenomen alsser een Byvouglic woort ofte een Ledeken by komt.
+Ook begeeren alle Werkwoorden den Gever by haer / welke Bootschappen, Gebieden, Gehoorzaemen, Helpen, Toestemmen, ofte het tegendeel beduyden.
De plaetse vanden Rouper valt zeer verscheyden / gelijk by deze Exempelen blijkt / O Heere weest onzer ghenadigh, Weest ô Heere onzer ofte ons genadig, ende Weest onzer genadig ô Heere.
Alle2) Werkwoorden begeeren tot hun / den Aenklager / te weten in een Byvouglik3) des Mannelicken geslachts / als Ik beminne mijnen Vader, Ik volge mijnen Meester.
+Hier worden eenige Werkwoorden uytgenomen / als Gelijken, dat is Even zijn, welke den Gever tot haer begeeren / ook zegtmen Betaelt den Deurwaerder +ofte zijn rechts hebbende, dit woort hebbende, blijft hier (105) tegens de oorden4) van den gestelden regel / zonder veranderen / alzo blijven eenige byvouglicke woorden onverandert / als men zegt Beleyt door Spilbergen Veltoverste, door Ian van Santen Rechsgeleerde, hier blijven Veltoverste ende Rechsgeleerde, zonder veranderen / de oorzaeke schijnt te wezen / om dat +die woorden geen Ledeken voor haer en hebben / ende om dat zy ook achter het zelfstandig woort staen. Men zegt ook5) Hy heeft eenen Man geslegen, maer men en zegt niet / Hy heeft eenen ofte twee Mannen geslegen, want als by het woordeken Een, een ander getal volgt / zo en verandert Een in den Aenklager niet / men behoort te zeggen / Hy heeft een Man ofte twee geslegen, alzo ook / Ik hebbe dat van een ofte twee gehoort.
Daer zijn eenige woorden van het manlik geslacht / die gevouglic eene E +in den Aenklager aennemen / als Tot den monde, Tot den Heere, Tot den strijden, Bloede, Van den mensche, In den menschen.6)
+Hier is gezeyt dat alle Werkwoorden / den Aenklager / tot hun begeeren / maer hier worden Werkwoorden Zijn, ende worden, uytgenomen / want alsser een van deze Werkwoorden / in eene reden komen / zo en is ook in +die reden geen Aenklager / het onderscheyt / mach men uyt deze volgende Exempelen afnemen / als Die goede Man is geslegen, om dat in deze reden het woordeken Is staet / daerom en is in die reden geen / Aenklager / alzo zegt men ook / Die goede Man wort geslegen, maer andersins zegtmen Hy
+heeft dien goeden Man geslegen, zo (106) dat in plaetse daer te vooren / Die goede Man, stont / Dien goeden Man, gestelt wort / dit is na de manier der Latijnen.
Eenige redenen ofte oorzaken, waerom dat het onderscheyt der ghevallen, behoort waergenomen te worden.
Hier te vooren is verhaelt / dat de Byvouglike woorden in het Veelvoudig in N eyndigen / te weten / als die voor Goden, Engelen, Menschen, ofte +Boose geesten, Zelfstandiglic gestelt worden / als De dooden, de Edelen, De Sotten, ende in het gemeynste gebruyk wort gestelt / De Edele, De dooden1) etc. de reden welke ons beweegt / het eerste aen te nemen / is op dat het enkel getal van Veelvoudig onderscheyden werde / want als men zegt / De Edele, ende De doode, zo en kan men niet verstaen / ofmen van veelen ofte +van eenen Persoon spreekt / deze dobbelzin2) wort door onzen gestelden regel geweert / dit onderscheyt wort byde Hoogduytschen neerstelic gebruykt / ziet ook hier van Ampsingius3) / in zijne Christen hoogtijden.
Als men alleen van Vrouwen4) spreekt / zo en zoudemen niet mogen zeggen / De Edelen, De dooden, De wijsen.
+Het geene5) wy ook / blat 24. vanden Gever in het veelvoudig / eene veranderinge / buyten het gemeyn gebruyk aengeteykent hebben / namelic / dat men beter zoude mogen zeggen / Het is den Edele gegeven, als Het is den Edelen gegeven, want zonder deze waerneminge / en wort niet uytgedrukt +ofmen van een ofte veele Persoonen spreekt (107) deze manier is ook by verscheyde kloeke verstanden voor goet aengenomen / welke nochtans om de vreemdicheyts wille in hare schriften dat niet en hebben dorven gebruyken.
Deze voorzettingen en hebben maer alleenlic / den Aenklager in het Eenvoudig getal van de woorden des Mannelicken geslachts.
+De voorzettingen Van, in uyt, begeeren somtijts den Ofnemer naer haer / als Van den Man, ofte Van den Vaderen, In den dag.
+Daer zijn verscheyde Voorzettingen / die eenighe byzondere eygenschappen in het spreeken hebben.
Tot1), beteykent eene beweginge na eene plaetse / als Tot het water, Tot Delft, Tot Leyden: Daer zijn eenige namen van steden die in de plaetse van Tot begeeren / Ter als Ter Goude, Ter Veer, ook zegtmen Tot der Goude, Tot der Veer.
Somtijts wort Tot voor In gebruykt / als Ik ben tot Parijs, Tot Antwerpen, +voor In Parijs, In Antwerpen, hier moeten de na-(108)men der Landen uytgenomen worden.
Tot beteykent ook Aen, als Van daer, tot daer, dat is Van daer, tot daer aen2), men neemt ook Tot voor / In zijn huys, als Tot Pieters, dat is In Pieters huys.
Tot3) wort ook in de plaetse van het ad Vsque der Latijnen gebruykt / als Tot het eynde, ad finem usque, Totter doot, ad mortem usque.
+Gae gy naer hem, dat is achter hem / maer als men zegt / Gae gy na hem, dat is na zijn doen / ofte nae zijne werken / alzo zegt men ook / Nae mijne meyninge, nae des Evangelists schrijven.
Men gebruykt Met voor Cum, als Gy gaet met hem, ook wort Met by de Werktuygen gestelt / waer mede men yet doet / als Met stocken slaen, Met swaerden vechten, Met de slinckerhant schrijven, Met slimme oogen aenzien.
Tegens5) wort altijt in vyanschap gebruykt / als Zy oorloogen tegens ons, Hy heeft zulke dingen tegens my gezeyt, dat is / met vyanschap / als men zegt / Hy zegt my, ofte jegens my zulke dingen, dat is / Hy vertelt my dat, ziet Koornhert.6)
+Tegen7) beteykent eene Ontmoetinge / als Hy quam my tegen, dat is / Hy quam my te gemoet, merk ook / als Tegen voor Ontmoeten genomen wort / zo +wort het achter de voornamen gestelt / daer het andersins vooren gestelt wort / ook en is Tegen geen voorzettinge / ziet hier af vorder.
++Op, wort voor In gebruykt / als Op de (109) waerelt voor In de waerelt, ook zegt men / Op de Tafel, Op het Huys, Op de Zolder, Op het Paert, men zegt ook Op het Spaens,2) Op het Frans, voor Op de spaensche ende fransche manier.
+In steltmen voor de namen der Steden / Plaetsen / Landen ende Rijcken / als Ik ben in Leyden, Hollant, Engelant, Christenrijk.
Ook zegtmen Ik hebbe dat in het gedacht, In het hooft, In het verstant, In mijne borze, ook wort In, tot een ander oogmerk gebruykt / als Het is in tween, drien, vieren gedeylt, dat is in zoo veel stucken ofte deylen.
+Met uyt zegt men Hy is uyt der Stadt, Verstant, Eere, Welvaeren, ook uyt Engelant, Vrankrijk.
+Over beduyt / Aen de ander zijde, als Het is over den Rijn, Over de Maes, ook wort Over voor Boven gestelt / als Hy is over my, dat is / Boven my.
+Met Door zegt men Het gaet door mijn hert, Het breekt door alle dingen, Door beteykent somtijts eene oorzaeke / als Zy deden dat door vreeze, Daer wort veel door nijdicheyt gedaen, Door voor Over al, als Door het Lant.
+Om, beduyt eene oorzaeke / als Om die dingen, dat is / Om de oorzaeke dier dingen, ook Om den Man te helpen, Om zijnent wil, ook beduyt Om, somtijts Rontsom, als wy gingen om het Huys.
+Van beteykent de beweginge van eene plaetse / als Ik koome van Delft, Van de Kerke, Van het Gezelschap.
Geen is een Bywoort / ende heeft byna zo veel kracht als het Non der Latijnen / als Ik en hebbe geen drie Letteren geschreven, dit Bywoort Geen, behoort van het woort Geene welk een Voornaem is / onderscheyden te worden / want als men zegt / Is daer geen mensche? dat is / Is daer niet een mensch? maer als men zegt / Is daer geene mensch? dat is / Is daer die mensch? dit wort bequamelic met het onderscheyt van Geen ende Geene uytgedrukt / daer zonder dat / veel dobbelzinnicheyt zoude konnen voorvallen.
Alleen beduyt Solum, ende niet Solus, als Dijn Naeme wort alleen geert.3)
Noyt4) ende Nimmermeer, zijn zeer na by van eene beteykenisse / maer Noyt wort bequamelik / inden Voorleden tijt gebruykt als Het en gebeurde noyt, ende nimmermeer inden toecomenden / als Het en zal nimmermeer gebeuren.
Niets5) ende Niet, zijn mede verscheyden / als Ik en zie niets, Nihil
video, ende Ik en zie niet, Non video, dat is / Ik ben blicnt. Of Si1), ende ofte Vel, hebben mede verschil / als Of ik dat dede, Si hoc facerem, ende Dit ofte dat, Hoc vel illud.
Daer is ook onderscheyt tusschen Noch Etiam,2) ende Nochte neque, als Daer is noch veel meer, ende Daer is geen gelt nochte geloof.
+Het woordeken En, wort met een groot (111) onderscheyt gebruykt als / Wy zullen dat en dat doen, hier neemtmen En voor Ende, ook wort En in +verbiedende redenen gebruykt / als En doet dat niet, men zal ook gemeynelik in eene verbiedende reden / daer En gestelt wort / het woordeken Niet ofte gheen stellen / als En laet dat niet te doen, Daer en is geen hoope.
Te wort in deze redenen gebruyk4) / als Te voet, Te paert, Te scheep, ook Te Delft, voor Tot Delft, Te kennen geven, Te gemoet, gaen, Te gronde, Te lande, Te rade, Te lang, Nimis longum, Te mael, Te zeer, Te nacht, Te niet doen, voor Tot niets brengen, Te zamen, Te recht: met Ten schijnt men te willen / Tot den zeggen, als Ten oosten, Ten hoogsten, Ten minsten, Ten eersten, Ten anderen: ook Ten eenen, Ten tween, etc.5) voor Hora, Prima, Secunda. Ter gebruyktmen in Ter tafel Tertijt, Terstont, Ter Veer, Ter contrarie.
Ik wensch u alles goets, dat is de volheyt,
Hy gaet zijns weegs,6) te weten Pat,
Door den brenger deses, te weten Bevels,
Het is des Heeren7) te weten Eygendom,
Tot Pieters, Ians te weten Huys,
Des daegs des avonts voorde tijt des daegs ende des Avonts, alzoo mede / Des Zomers Des Winters, Des nachts ende diergelijke.
Werkwort Zien komen / als Aenzien Afzien, Bezien, Doorzien, Omzien, Ontzien, Ongezien, Naerzien, Verzien, Voorzien, Toezien, uytzien, Opzien, Inzien, voorts Zienlic, Aenzienlic, Ziender, Opziender, Opzicht, Ontzicht, Bezichtigen, Doorzichtig, Voorzichtig, Omzichticheyt, Voorzienicheyt, Toezicht, aldus zoudemen veel nodige ende cierlicke woorden konnen vinden: Dezer woorden veranderinge / komt meest door de Voorzettingen / ofte door de Volgers1) / die men voor ofte achter de woorden vougt / die voorzettingen zijn wel meest deze / Aen, An, Af, Be, By, Ramp, Door, Her, Ge, In, Om, On, Op, Me, Mis, Naer, Toe, Ver, Voor, uyt, Wan, de Volgers zijn Heyt, Baer, Inge, Schap, Achtig, Lic, Lijc, Lijkheyt, Zaem, Zaemheyt, Dom, Loos, Icheyt, Sel.
+Daer worden dicwils van twee Zelfstandige worden / een dobbel / ofte Gekoppelt woort2) gemaeckt / als van Meulen ende Water, komt Waeter-meulen, alzo zijn ook gekoppelt Putwaeter, Regenwaeter, Burgwal, Lantgraef, Slaepmuts, Hemtrok, Kousebant, Boomgaert, Slaepkamer, Tafelaeken. In het tsamenstellen van diergelijke woorden / worden dikwils eenige letteren van het voorste woort naegelaeten / om de uytspraeke te verzoeten / gelijk men zien kan aen Burgemeesters, Ionkvrouw, Blyschap, Vrienschap, deze woorden +zijn gestelt voor Burgenmeesters, Iongevrouw, Blydschap, (113) Vrientschap, alzo vintmen ook in de plaetse van Goedichlic, Goedelic ende Goelik, de veranderinge der Letteren is mede in in3) deze Koppelingen zeer gemeyn.
Het gebeurt ook in het verdobbelen der woorden / dat het woort inden +Barer gebogen wert / als Schaepsvel.
Ook worden de woorden des Vrouwelicken geslachts zomtijts in het Veelvoudich genomen / als Zonnen-schijn Herten-leet, Hoeren-loon, men zegt ook Zonne-schijn, Hoere-loon, Mane-schijn, sterre-licht, Manne-volk, deze manier van tzamenkoppelen / trekt na eenige Byvouglike woorden / als Aerden, Linnen, Gulden, beziet de Byvouglicke woorden.4)
Ebbe, Egge, ook zijnder veel onvolkome Kreeftwoorden / die verkeert gelezen zijnde / somtijts het voorige beteykenen / ende somtijts iet / welk het voorige heel tegens is / als Ai, ende Ia, An, ende Na, Klok, ende Kolk, Zak, ende Kas, Room, ende Moor, Berg ende Greb, Regel ende Leger, Pak, ende Kap, Leed, ende Deel, deze woorden hebben wy om hare vreemdicheyt aengewezen.
+Genomen1) datmen begeert te weten / of deze woorden / als Kap, Zak, Bank, Plaetse, Slaef, Haest, Ront, Blauw, Stof, Sluys, Nederduytsch zijn / ofte of zy wel van deze Francoysche / als Cappe, Sacq, Bancq, Place, Esclave, Haste, Rond, Bleu, Estoffe, Ecluse, zouden mogen genomen ofte ontleent zijn nu zijn alle de voorverhaelde woorden / by de Nederlanders eensilbig2) / dit geeft ten eersten bedenken dat het eygene woorden zijn / want als eene sprake een woort van eene andere tale ontleent / zo veranderen de geleende woorden gemeynelik op het eynde / nae den aert der spraeke / alzo maken de Francoyzen Ardent, Clement, Serpent, Obligation, Salvation, Professeur, Docteur, Humain, van deze Latijnsche / Ardens, Clemens, Serpens, Obligatio, Salvatio, Professor, Doctor, Humanus, maer de Eensilbige woorden / en konnen in dit aenzien van ontleeninge by nae niet beschuldicht worden.
Ende alsmen ook vorders bevint / dat de woorden van de welke geschil is / op veelderley manieren by ons gebruykt worden3) / als tot voorbeelt / men zegt / De kap van het Huys, ende Zy verzet haer kap, Ik kap, Kaproen gekapt, dit gebruyk betoont dat het woort Kap Nederduytsch is / alzo bevint men ook dat het gebruyk van Zac, Plaetse, Haest, Slaef, Blaeuw, in onze spraeke gegront is / als men ziet in Zacken, ende Geef hem zijnen zac, Draf-zac, ook Zitplaets, Schouwplaets, Speelplaets, Slaverny, Haesten, Haesticheyt, Blaeuwen, etc.4)
+Al waer het schoon5) dat de voornoemde woorden in sulk een vast gebruyk in eene andere Tale waren / dat en beneemt ons evenwel het eygendom niet / het kan wezen / ende men bevint het ook alzo te zijn / dat verscheyde +spraeken die heel vreemt van malkander zijn / gelijke Grontwoorden hebben / maer dat zommige Geleerden / onze Grontwoorden voor
eygene behouden / ende achten dat eenige andere Taelen die van ons zouden ontleent hebben / dat houden wy voor een verziersel.1)
Zommige woorden2) door hare natuyre onderkent / als Bastaert, dat is Een aert van den Bast, dat is / het en is den rechten aert niet / alzoo is Avontuyr, van Avont ende uyr, te zamen gekoppelt / ende Ancker van Aen, Keeren, ende Pyloot van Peylen met het loot, Boerdeel, van Boert, ende deel, ofte van Boer ende deel, Natuyr3), van Na het uyr, Gordijn van Gort, ende in Alleman, van Alle ende man.
Veel Grontwoorden drucken met den klank haerer uytspraeke eenigsins haere beduydinge4) uyt / gelijkmen ziet in Kaeuw, Swelg, Zucht, Zuyg, Slok, Gelp, Sluyp, Och, Hem, Fy, Foey, Qualster, ende Ik Grim, Bleeu5), Schreeuw, Pruyl, Preutel, Kners, Knor, Mor, Rommel, ook is het getier der Beesten6) in deze woorden / Bef, Kef, Bleet, Tjilp, Piep, Kormeeuw, Quaek ende diergelijke.
+Om eene Reden te verklaren / zo moetmen eerst de verweckende ofte de Beweegende woorden nemen / gelijk daer zijn de Tusschenstellingen8) / +ende de Wenschende / Roupende / Wijzende / Vermanende ende de Antwoordende Bywoorden / daer naer den Rouper / ende dan den Noemer / die voor het Werkwoort staet.
De Overeenkomende ofte Tsamenstemmende woorden / en worden niet gescheyden / als een Zelfstandich ende een Byvouglik woort de Noemer ende het Werkwoort.
Indien in eene reden een Onpersoonlic Werkwoort is / zo moetmen daer mede de reden beginnen.
De Nederlanders hebben (in het gemeyn) in haere schriften ende boucken / by nae eenderley Tale / gelijck men noch in de gemeyne bouken ziet / als Bybels / Historien / ook in veel schriften van Hoven ofte Steden / maer om dat het eygen gebruyk / onder yder volk / zomtijts veel verscheelt / zo zullen wy van die verscheydentheyt yet aenroeren.
In Hollant2) worden de woorden in het uytspreeken zeer verkort / zo dat bynae alle woorden in het eenvoudigh zonder E op het eynde uytgesprooken worden / zeggende Vraeg, Antwoort, Ik zeg, Ik heb, in de plaetse van Vraege, Antwoorde, Zegge, hebbe, ook neemtmen veeltijts de laetste N +in het Veelvoudig af zeggende Scheepe, (117) Huyze, Stede, Lande, in de plaetse van Scheepen, Huyzen, etc, ende Loope, Blijve, Valle, voor Loopen, Blijven, Vallen, deze verkortingen strijden tegens des spraekx natuyre.
De Vlaemsche sprake die verlangt de woorden dikwils met eene E, zeggende Loopene, Draegene, Komene, Werkene, ook zeggen zy Schuyte, Wagene, Steene,3) zo ziet men hier dat de Hollantsche ende Vlaemsche sprake zeer strijdig is / de een de woorden te zeer verkortende / ende de ander die buyten natuyr verlangende.
In het verkleynen der woorden valt ook groote verscheydenheyt / als tot Exempel / men zegt in Hollant / Het mannetje, Het wijfje, Het diertje, in Vlaender zoudemen zeggen Het mannekjen, Het wijfkjen, Het dierkjen, de Brabanders hebben het beste gebruyk in het verkleynen der woorden / zeggende Het manneken, Het wijfken, Het dierken.
Deze verscheydenheyt der spraken hebben wy noodig geacht aen te roeren / om dat het tot Oordeel van eenige spraekx verschillen / kan dienen.
Op dat ook een ygelic zijn byzonder gebruyk / in de sprake behoudende de Tale in zo veel deelen niet gescheyden en werde / gelijk als die / by een yder verscheydelic gebruykt wort.
+Zulkx, wort gestelt voor Zulke dingen, als Hy heeft zulkx gedaen, dat is / +Hy heeft (118) zulke dingen gedaen, alzo steltmen ook Desgelijkx, voor Zulke, ofte Diergelijke dingen, deze manier van spreken wort gebruykt / om in het verhael der Redenen4) / het woordeken Dingen naer te laten/de wijle
het eene byzondere cierlikheyt int spreeken is een menichvuldig verhael1) der gezeyde woorden te vermyden.
Ook zegt men / In veeles2) voor In veele dingen, ende In veelen voor In veele Menschen, Van outs beduyt Van oude tijden, ook zegt men Door oorzaeke van dien, voor Door oorzaeke van die dingen, ook Dies aengaende voor Die zaeke ofte Zaeken aengaende.
Het woordeken Zelve / wort in veel verscheyde uytspraken genomen / als Hy heeft zelve, ofte Zelfs ofte Zelf ofte Zelver gedaen, alzo ook / Zy heeft zelve ofte Zelfs ofte Zelf ofte Zelver gedaen, ende het woort Zelve +heeft in den Gever ende Aenklager Zelven, in het Eenvoudig ende Veelvoudig getal / ende Zelve, heeft ook in het Veelvoudig getal / Zelve, merk het gebruyk in deze redenen / Hy heeft dat zich zelven ofte zich Zelfs gedaen, Zy heeft dat heur zelven ofte Heur Zelfs gedaen, ende Zy hebben dat haer zelven ofte haer Zelfs gedaen.
Men zegt Zulken man, ende het schijnt dat Zulken vrouw, Zulken manier +aengenamer schijnt te vougen / als dat men zeyde (119) Zulke vrouwe, Zulke manier, ook moetmen zeggen Zulken beest, het schijnt ook dat men wel zoude mogen zeggen / Zulk een Man, Zulk eene Vrouwe, Zulk een Beest.
+Het woordeken Alle mach voor alle Naemstammige worden / die in Heyt eyndigen / gestelt worden / als alle Schoonheyt, alle Goetheyt, alle Rechtvaerdicheyt, etc. Het schijnt ook / dat men voor alle Zelfstandige woorden het woordeken Alle stellen mach / als alle Man, alle Vrouwe, alle Beest, etc. Doch by veele woorden / luyt het woordeken Alle wat hart / maer wy achten / dat dit ongewoonte veroorzaekt.
Voorts mach men voor alle woorden in het Veelvoudig getal / het woordeken Alle stellen / als alle Mannen, alle Vrouwen, alle Beesten, alle Tijden, etc.
Als men zegt In allen, zo wort onder het woort Allen zeer bequamelic Menschen ofte Geesten verstaen / men zegt ook / Het is alle menschen +gegeven ofte Het is allen menschen gegeven, hier heeftmen in den Gever Alle ofte Allen, maer in de volgende manieren van spreeken / gebruykt men allenelic / het woordeken Allen inden Gever / als Het6) haer allen gegeven, ende Dit komt van haer allen.
In alles dat beduyt / In alle dingen, In omnia, ook neemt men Alles voor Alle dingen, Omnia, ook neemtmen Alles goets, voor Alle goede dingen, Omnia bona, ende voor Aller goede dingen Omnium bonorum, ende Alles +(120) quaets, dat is / Alle quade dingen, Omnia mala, ofte Aller quade dingen, Omnium malorum.
+Al, is een Bywoort / ende heeft veelerley beteykenisse/wort somtijts voor Allen Omnes genomen / als Zy waren daer al, Omnes aderant: Al wort mede voor Alles gestelt / als Hy heeft het al, Omnia habet, dat is / Hy heeft alle dingen: Al wort ook voor Gansch ofte Ganschelic, Omnino gestelt / als Het is al te vergeefs, dat is / Gansch te vergeefs.
Al wort ook voor Alrede ofte Nu gestelt / als Hy heeft het al, dat is / Hy heeft het nu: Al beduyt zomtijts Indien, Si, als Al dwaelde ik, Si errarem, dat is / Indien ik dwaelde: Al wort mede voor Al hoe wel gebruykt / als Al dwale ik, Quanquam erro, dat is / Alhoewel ik dwale.
Als men zegt Van als dat is zo veel / als Van alle dingen, ofte Soorten, hier schijnt Als voor Alles, genomen te worden.
+Als is een Bywoort / ende wort voor Doe, Cum gestelt / want men zegt / Als hy dat dede, Cum hoc faceret, dat is / Doe hy dat dede, Als wort ook voor Gelijk gebruykt / want men zegt / Dat is zo als het behoort, dat is / Dat is zo gelijk het behoort, etc.
In het Nederduyts mogen veele Bywoorden ende Koppelingen in verscheyde meyningen getrocken worden / het welk ook byzonderlik tot der spraekx cierlikheyt kan dienen / zo om het veranderen1) der woorden / als ook om de groote bequaemheyt / welk het den Rijmers geeft / om lange ofte korte woorden na haer begeeren / te verkiezen / hier van is yet2) by de +Voor-(121)namen verhaelt / dewijle daer veele Voornamen zijn / welke voor bywoorden konnen gebruykt worden / ende alhoewel wy wel achten / dat die aenteykeningen / dienstich zouden geweest hebben / zo is dat om kortheyts wille / ende ook om des werkx swaricheyt naegelaten.
Diergelijke waernemingen hebben de Latijnsche spraeke zeer verciert / ende worden van de Latijnen overvloedelik gebruykt / ende indien men hier in / het vermogen onzer Taele beproufde / het zoude zonder twijffel / zeer groot bevonden worden.
Hier volgt eene Tafel der Zelfstandige woorden / welker geslacht in de voorverhaelde regelen niet aengeteykent en is.
Als by een woort eene M staet / dat beduyt Mannelic, V Vrouwelic, ende G, dat is Generley geslacht.
| A. | Aeker, M.2) | Aenwas, M. | Almanak, M. |
| Abberdaen, M | Ael, M. | Aert, M. | Aluijn, M. |
| Abe, G.1) | Aelmoesse, V. | Aere spica, V. | Amacht, V.4) |
| Abeel, Arbor, M | Aenhank, M. | Aerde, V. | Amandel, M. |
| Acht, v. | ook behooren. | Aers, podex, M. | Ambacht, G. |
| Acker, M. | Alle woorden, | Aes, G. | Ame, V.5) |
| Adder, M.V. | die met Hank | Aessem, M. | Ampt, G. |
| Adel, M. | eyndigen, tot | Aflaet, M. | Anker, M.G. |
| Adeler, Aquila m | het Mannelic | Afscheyt, G. | Antwoorde, V. |
| Adem, M. | geslacht. | Ajuyn, M. | |
| Ader, M.V. | Aenbeelt, G. | Alaem, G.3) | |
| +Angel, M. | Feretrum, V. | bediet, G. | Bek, M. |
| Angst M. | Bare Vnda, V. | begeerte, V. | becken, G. |
| Aep m. | Baert, M. | begin, G. | beckeneel, G. |
| Apoteek, M. | Baers baes, M.7) | begrijp, G. | bedde, G. |
| Appel, M. | Bate, V. | behulp, G. | been, G. |
| Ăppēl, G. | Bagge, V.8) | behout, G. | beelt, G. |
| Arbeyt, M. | Bal, M. | behoorte V. | beest, G. |
| Arke, V. | Balk, M. | beklag, G. | beete, V. |
| Arent, M. | Balg, M. | beleyt, G. | beffe, V. |
| Arm, M. | Ban, M. | belet, G. | beytel, M. |
| Assche, V. | Banke, V. | beliefte, V. | beke, V. |
| Azijn, M. | Banket, G. | belijt, G.11) | beker, M. |
| As axis, M. | Bant, M. | belofte, V. | belle, V. |
| Avont, M. | Banier, V. | beloop, G. | beemt, G. |
| Autaer, M. | Barke, V. | bescheyt, G. | bende, V. |
| B. | Bas Latra- | bestant, G. | benne, V.12) |
| Bak, M. | tus, M. | bevel, G. | bert, G.13) |
| Bat, G. | Bas Vox | bewijs, G. | berg, M. |
| Baek, V. | Infima, m | alle tweesilbige | berrie, V. |
| Baey, G. | Bast M. | woorden, die met | Feretrum. |
| Baele, V. | Cortex. | BE, beginnen, | bezie, V. |
| Baen, V. | Bast M9) | behooren meest, | bezem, M. |
| Baer, M.6) | Laqueus, | tot het generley | bete, V. |
| Bare | Bebede, V.10) | geslacht. | beugel, M. |
| beuling, M. | Concavitas, V.1) | biechte, V. | biest, g. |
| beurte, V. | bever, M. Fiber, | bier, G. | Colostrum |
| beuk | bye, V. | bieze, V. | Byle, V. |
| +bil, M. | bogaert, m. | bot visch, m. | buffet, g. |
| blat, G. | booge, m. | botte11) | buyk, m. |
| blaker, V. | bogel, m.7) | Gemma, v. | buydel, m. |
| blaere, v. | bol, m. | bout, m.12) | buyk, m. |
| blaeze, v. | bolwerk, zouk | Obex. | buys, v.17) |
| blazoen, g. | werk.8) | bouwen | buyze, v.18) |
| blik, g. | bolster, v. | Ciclas, m.13) | bulle, v.19) |
| bleye, v. | bomme, v. | brak, v.14) | bult, m. |
| bleyne, v.2) | bondel, g.m. | brake, v.15) | busse, v. |
| blesse, v. | bonnet, g. | braessem, m. | butoor, m.20) |
| blixem, m. | bont, g. | brant, m. | C. |
| blok, m.3) | boom, m. | bras,16) | Celle, v. |
| bloet, g. | boone, v. | Commixtio, m | Cieraet, g. |
| bloeme ofte | boor, v.g. | breyn, g. | Cijffer, g. |
| blomme v. | boort, m. | bresse, v. | Cijns, Cijs, m. |
| bobbel, m. | boot, g. | Caprone | Cijngel, v. |
| bocht, m.4) | borat, g.9) | breuk, v. | Cirkel, m. |
| bok, m. | bordeel | brief, m. | Citroen, v. |
| bodem, m. | ziet deel | bry, m. | Civet, g.21) |
| bouk, m.g.5) | borgt, m. | bril, m. | D. |
| bochel, m.v. | borne, v. | brocke, v. | Dak, g. |
| boeye, v. | borze, v. | brouk, m. | Dag, m. |
| boel, m.v. | borst, v. | brom, g. | Dadel, m. |
| boerde, v. | borstel, g. | broot, g. | Daet, v. |
| boezem, m. | bosch, g. | brugge, v. | Dagge, v.22) |
| boete, v. | boter, v. | bruyloft, v. | Dal, g. |
| boetse, v.6) | bot, v. | buyt, m. | Daelder, m. |
| Cavillum. | Refultus.10) | buffel, m. | Dam, m. |
| +Damp, m. | Dogge, v.5) | Dreve, v. | Eere, v. |
| Dank, m. | Dogger, m.6) | Drift, g.m.10) | Eewe, v. |
| Dans, m. | Doyer, m. | Droessem, m. | Egdisse, v.16) |
| Darik, m., | Dolfijn, m. | Drom, m. | Egge, v. |
| Cespes1) | Domp, m.7) | Licium11) | Egelentier, m. |
| Das, m. een | Donder, m. | Dronk, m. | Ey, g. |
| beest. | Donst, g.8) | Droom, m. | Eyke, v. |
| Deeg, g. | Lanugo | Drop, g.12) | Eygendom, g. |
| Deel, g. | Doot, v.9) | Droppel, m. | Eysch, m. |
| Deessem, m. | Doom, m. | Druk, m. | Ellende, v. |
| Deyl, g. | Doop, m. | Druyve, v. | Elefant, m. |
| Deken, m.2) | Dooze, v. | Duym, m. | Elft, m. |
| Delve, v.3) | Dop, m. | Duyn, m.13) | Elle, v. |
| demoet, ootmoet | Doorn, m. | Duyve, v. | Elsen, g.17) |
| ziet moet. | Dorp, g. | Duyvel, m. | Emmer, m. |
| Deucht, v. | Dorpel, m. | Dwale, v.14) | Engde, v.18) |
| Deure, v. | Dorst, m. | Dwank, m. | Engel, m. |
| Dikte, v. | Douw, m. | Dweyl m. | Engelot, m.19) |
| Dienst, m. | Drabbe, v. | Dwerg, m. | Ente, v. Insitum20) |
| Dier, g. | Draek, m. | E. | Erve, v.21) |
| Dijk, m. | Draet, m. | Ebbe, v. | Ernst, m. |
| Dije, v. Femur. | Draey, m. | Echt, m. | Erwete, v. |
| Ding, g. | Draf, g. | Edeldom, g.m. | Esch, m. boom. |
| Disch, m. | Dragt, v. | Eekel, v.15) | Ezel, m. |
| Distel, m. | Drang, m. | Eed, m. | Etter, g. |
| Doel, m. | Drek, m. | Eegel, m. | Evel, m.22) |
| Scopus.4) | Dregge, v. | Eelt, g. Callus. | Excijs, m.23) |
| +Exter, v. | Gaerde, v. Hortus | Gemeynschap, v. | God, m. |
| F. | Gaeren, g. | Gemeynte, v. | Golve, v. |
| Fabel, v. | Gave, v. | Genouchte, v.6) | Gomme, v. |
| Fackel, m. | Gaffel, v. | Getij, g. | Gonste, v. |
| Faelje, v.1) | Galeye, v. | Getou, g. | Gordel, m. |
| Feyl, v. | Galeoen, g. | Gewis, g.7) | Gordijne, v. |
| Fenijn, g. | Galerije, v. | Geessel, m. | Gorgel, m. |
| Flabbe, v.2) | Galge, v. | Geest, m. | Gurgulio. |
| Fledercijn, g.3) | Galle, v. | Gevel, m. | Gorreel, g. |
| Flessche, v. | Galm, m. | Geyte, v. | Gort, g. Alica. |
| Flouwijne, v.4) | Gank, m. | Gelt, g. | Gote, v. |
| Fluyme, v. | Gans, v. | Genade, v. | Gout, g. |
| Fleuyte, v. | Garnaet, v. Visch | Geur, m. Odor | Gracht, m. |
| Fluweel, g. | Garreel, g. | Gier, m. | Graet, m.13) |
| Fok, v. | Garst, v. | Gifte, v. | Graefschap, g. |
| Fonteyn, v. | Gast, m. | Gijl, v.g.8) | Graen, g. |
| Forneys, g. | Gat, g. | Gilde, v.g. | Granaet, m. |
| Fort, g. Arx. | Gebet, g. | Gingber, v.9) | Graf, g. |
| Fortuyne, v. | Gebiet, g. hier | Giole, v.10) | Gras, g. |
| Frontier, v. | onder behooren | Gisse, Conjectura, v. | Graveel, g. |
| Fruyt, g. | alle tweesilbige | Gist, v. | Greepe, v. |
| Fusteyn, g.5) | Zelfstandige | Gispe, v.11) | Greyn, g. |
| G. | woorden, die met | Glas, g. | Grendel, m. |
| Gade wort | Ge beginnen. | Glent, g.12) | Griffoen, m. |
| zonder Ledeken | Gehemelt, g. | Glinster, m. | Grille, v. |
| uytgesprooken. | Convexitas. | Gloet, m. Pruna. | Groening, m.14) |
| +Groete, v. | Grutte, v. | Habijt, g. | Hagel, m. |
| Gront, m. | Gulde, Gilde, g. | Hac, m.16) | Hamel, m. |
| Grouw, m.15) | Gunste, v. | Haek, m. | Hamer, m. |
| Gruys, g. | H. | Hage, v. | Haer, g. Coma. |
| Haert, m. | Havik, m. | Hinder, g.m. | Pulsus. |
| Haze, m. | Hecht, m.4) | Houk, m. | Hoze, v. |
| Haring, m. | Hek, g. | Hoet, m. | Hout, g. |
| Haeste, v. | Hey, g.5) | Hoede, v. | Huyrling, m. |
| Haet, m. | Heye, v. | Hoen, g. | Huych, m. |
| Halfter, m.1) | Fistuca.6) | Hoep, m. | Heuyk, v. |
| Halle, v. | Heyl, g. | Hoerdom, g.m. | Huyt, m. |
| Hallebaert, g.m.2) | Hekel, m. | Hoest, m. | Huys, g. |
| Halm, m. | Helle, v. | Hoeve, v. Villa. | Huyve, v. |
| Hals, m. | Helm, m. | Hof, g. | Hutte, v. |
| Hamel, m. | Hemde, g. | Hoy, g. | I. |
| Hamme, v. | Hemel, m. | Hol, g. | Iak, g. Thorax. |
| Hant, v. | Herberge, v. | Hont, m. | Iaer, g. |
| Hantvol, v. | Herkracht, g.7) | Honichraet | Iagt, v. |
| Handel, m. | Hertoogdom, g. | zouk Graet. | Iammer, g. |
| Hangel, m.3) | Herfst, m. | Hooft, g. | Ieugt, v. |
| Harnas, g. | Herte, g. Cor. | Hoon, m. | Yeke, v.11) |
| Harpe, v. | Hert, g. Cervus. | Hoop, m.10) | Osypium. |
| Hars, g. | Heve, v. | Hope, v. | Ys, g. |
| Hazaert, g. | Fermentum.8) | Hoppe, v. | Yzer, g. |
| Haspel, m. | Heugel, m. | Horen, m. | Yvoor, g. |
| Have, v. | Hengel, m.9) | Horzel, v. | Impost, m. |
| Haven, v. | Hiele, v. | Hort, m. | Inbijt, m.g.12) |
| +Ingewant, ziet | Iuweel, g. | Kaes, v. | Kamelot, g.14) |
| want. | K. | Kaetse, v. | Kamp, m. |
| Inhout, g.m. | Kabel, m. | Kaf, g. | Kanker, v. |
| Inkt, m.g. | Kabeljouw, m. | Kalander, v.13) | Kandelaer, m. |
| Iok, Iocus, wort | Kaye, v. | Kalk, v. | Kaneel, v. |
| zonder Ledeken | Kake, v. | Kalf, g. | Kanse, v. |
| uytgesproken. | Kaerde, v. | Kalkoen, m. | Kant, m. |
| Iok, g. Iugum. | Kaerte, v. | Kam, m. | Kap, v. |
| Kapelle, v. | Keele, v. | Keur, v. | klier, v. |
| Kapitael, g. | Keer, m. | Kieken, g. | klip, v. |
| Kapittel, g. | Keerse, v. | Kint, g. | klippel, m.7) |
| Karbonkel, m. | Keest, m.4) | Kin, m. | klocke, v. |
| Karmezijn, g. | Kegel, m. | Mentum | kloove, v. |
| Karote, v. | Keye, v. | Kiste, v. | klooster, g. |
| Karper, m. | Kelk, m. | Kladde, v. | kloot, m. |
| Karre, v. | Kelder, v. | Klage, v. | klouwen, g.8) |
| Kartouwe, v. | Kemel, m. | klagte, v. | klop, m. |
| Kasse, v. | Kennip, v.5) | klamp, v. | kluyze, v. |
| Kastanie, v. | Keper, v. | klank, m. | kluyt, v. |
| Kasteel, g. | Kerke, v. | klap, m. | knevel, v. |
| Kater, v. | Kerf, m. | klaver, v. | kneukel, m.9) |
| Kateyl, g.1) | Kerne, v. | klauw, m. | knie, v. |
| Katte, v. | Nucleus | klawier, v.6) | knip, m. |
| Katoen, g. | Kerse, v. | kleet, g. | knic, m. |
| Kavel, v. | Kervel, v. | kley, g. | knobbel, v. |
| Kauwe, v.2) | Ketel, m.v. | klepel, | knodse, v. |
| Kawoerde, v.3) | Keten, v. | kleppel, m. | knol, v. |
| +knoop, m. | komkommer, v. | kostuyme, v. | krat, g. |
| knop, v. | konst, v. | koot, v. | krebbe, v. |
| kouk, v. | kool, v. | kooye, v. | kreeft, v. |
| koukouk, m. | koop, m. | krakbe, v.12) | krekel, m. |
| koetse, v. | koor, v.10) | krabbel, v. | krieke, v.14) |
| koffer, v. | koorde, v. | kraem, g.13) | kristael, g. |
| kogel, m. | koortse, v. | kraem, kinder- | krijt, g. |
| kooker, m. | koper, g. | bedde, v. | krijg, m. |
| kolk, m. | kopie, v. | kraey, v. | kroes, v. |
| koole, v. | korf, m. | kraege, v. | kroon, v. |
| koleur, g. | kork, g. | kraen, v. | kruk, v. |
| kolf, v. | koren, g. | kragt, v. | kruyn, v. |
| kom, v. | koriander, v.11) | krackeel, g. | kruys, g. |
| komijn, g. | korst, v. | kram, v. | krop, m. |
| kommer, m. | kost, v. | krans, m. | kruyk, v. |
| kruymel, v. | Lancie, v.1) | Leere, v. | Lengde, v. |
| kruyd, g. | Lampe, v. | Leed, g. | Lepel, v. |
| kudde, v. | Lant, g. | Leem, g. | Lesse, v. |
| kus, m. | Lantaern, v. | Leen, g. | Letter, v. |
| kuyl, m. | Lap, m. | Leest, v. | Lever, v. |
| kuyp, v. | Last, m. | Leeuw, m. | Leugen, v. |
| L. | Laster, m. | Leger, g. | Leur, v.5) |
| Lae, v. | Lattoen, g.2) | Legioen, g. | Leye, v. |
| Laege, v. | Lavuyt, g.3)< |