Moeder de Gans. Baker- en kinderrijmpjes


auteur: Marie Hildebrandt


bron: Marie Hildebrandt, Moeder de Gans. Baker- en kinderrijmpjes. Van Holkema & Warendorf, Amsterdam z.j. [1915].  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 35]

[Ais een aapje, dat eet uit zijn poot,]

 
illustratie IS een aapje, dat eet uit zijn poot,
 
B is een bakker, die bakt voor ons brood;
 
C is Charlotte, die drinkt chocolaad,
 
D is een dame, die drentelt op straat.
 
E is een ezel, die gaat naar het land,
 
F is een fruitvrouw met fruit in haar mand.
 
G is een geitje en Gijs staat er bij,
 
H is een held met een houwer op zij.
 
I is een inktpot, waar Izaak uit schreef,
 
J is een jasje, dat kreeg ik van neef.
 
K is een koopman, die koffie verzond,
 
L is een landman, die leeuwrikken vond.
 
M is een molen, die waait door den wind,
 
N is een nestje, dat Nicolaas vindt.
 
O is een otter, die zwemt in het meer,
 
P is een papje, dat pikt aan een peer.
 
R is een roover, die appelen steelt,
 
S is een scheepje, waar Steven mee speelt.
 
T is een trommel, die tante mij schonk,
 
U is een uiltje, dat zit op een tronk.
 
V is een visscher met visch in zijn schuit,
 
W is een wagen, daar rijd ik mee uit.
 
IJ is een ijsbeer, die wit is van vel,
 
Z is een zeeman, die zegt u vaarwel!