|
|
|
| |
| | | |
[Ga met me mee en hand in hand]
 A met me mee en hand in hand
Luiden we de klokken van Nederland,
Zeggen de klokken van Loenen,
Zeggen de klokken van Delft.
't Kost dubbeltjes en centen,
Zeggen de klokken in Drenthe.
Vraagt de klok van IJmuiden.
Roept de klok van Jutfaas.
Zegt de klok van Biervliet.
't Is kermis van de week,
Zeggen de klokken van Sneek.
Daar met z'n allen naar toe,
Zeggen de klokken van Stroe.
| | | |
Maar wie zal dat betalen,
Vraagt de klok van Hooghalen.
Dan trekken, wie 't wordt,
Zeggen de klokken van Dordt.
En juist als ze nu trekken gaan,
Begint het middernacht te slaan
En is het met de pret gedaan!

|
|
|