Het vlot


auteur: Wim Hofman


bron: Wim Hofman, Het vlot. Van Holkema en Warendorf, Houten 1989 (tweede druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Aanpappen 2

‘En?’ vroeg Luitwieler. Zijn wenkbrauwen gingen een heel eind omhoog en er kwamen rimpels in zijn voorhoofd. Hij stond voor me en huppelde van het ene been op het andere. Het waaide wel wat die dag, maar echt koud was het niet.

‘Ik moet aardappelen halen,’ zei ik.

‘Dat bedoelt Luitwieler niet,’ zei Luitwieler.

‘En andijvie.’

‘Dat bedoel ik ook niet,’ zei hij.

Hij sprong nu met twee benen tegelijk op en neer, zoals een boxer dat wel doet en hij snoof een beetje, maar dat deed hij bijna altijd.

‘Ik heb al een klein stompje kaars,’ zei ik. ‘Het is een stukje kerstkaars, is dat ook goed? Maar het is wel tamelijk klein. Het is maar zo'n stukje.’

‘Dat bedoel ik eigenlijk ook niet,’ zei hij.

[p. 73]

Hij bedoelde natuurlijk het aanpappen en infiltreren.

‘O, je bedoelt?’

‘Juist, ja,’ zei Luitwieler. ‘Je moet een beetje opschieten. Ik heb haast.’

Hij begon een beetje tegen mijn spierballen te meppen, als stelden die niet veel voor.

‘Dat weet ik,’ zei ik. ‘Maar ze mogen het niet merken.’

‘Nee,’ zei hij. ‘Ze mogen het zeker niet merken. Anders breek ik je ribben, ja. Je moet voorzichtig zijn, maar toch opschieten. En ga nu maar vlug aardappels kopen voor je moeder.’

En hij ging een beetje in de lucht boxen.

 

Een paar dagen later kreeg ik het volgende briefje.



illustratie