om de gaten in de dijk te vullen. Ik zag mijn vader ook bezig, maar die lette niet op mij. Gelukkig lette niemand op mij, want alleen de mannen van boven de achttien waren gevraagd om te komen helpen.
Ze vertelden dat er in onze stad drie mensen verdronken waren, maar dat op veel andere plaatsen dijken waren doorgebroken en dat er honderden mensen in het ijskoude water omgekomen waren. En ik keek naar het water, het zag er vooral grijs en onrustig uit, alsof het nog andere verschrikkelijke dingen van plan was.
Later klonk er geronk van zware motoren in de lucht en doken er dubbelstaartige vliegtuigen uit de natte sneeuwbuien en ze gooiden wat rood-witte reddingsvlotten, maar het water zakte al in de stad en in dat water dreef van alles: prei en kranten, stro en stoelen en damstenen.
Ik wist nog ergens een pak droge watten te pakken te krijgen, want mijn jongste broertje had oorpijn. En de volgende dag, op mijn verjaardag, kreeg ik een album waar je plaatjes die je bij de Planta-margarine kon krijgen in kon plakken. Het album ging over de Olympische Spelen en ik bracht mijn verjaardag door met het op de juiste plaats plakken van het Nederlands hockey-elftal en de hardloper Emil Zatopek.
We hadden een paar dagen geen school en de straten lagen vol modder en rommel en iedereen was bezig met vegen en schrobben en het wegscheppen van afval. Bij de drukkerij van de krant brachten ze enorme rollen papier naar buiten, het was als nat brood en totaal onbruikbaar, de afvalemmers van de slager en de groenteman puilden uit. Er reed een tankwagen met drinkwater rond en ik kon voor een paar cent een stapel tekenpapier kopen. Het was aan een hoek bruin en aan de randen een beetje krom van het vocht.