[p. *1v]
origineel
Op de Tytelprent.
D
E blyde Zangkunst van een Heylig vuur geraakt
,
Om Gode in 't Eewig Ligt haar vaarzen toe te zingen
,
Wyst met haar regte hand hoe zelf Gods Liefde blaakt
,
Om op dat vreugdefeest ten Hemel in te dringen
.
De Lauwer voegt haar hooft als overwinnares
,
Van al wat Zang en Spel hanteert, en hier beneden
,
Op de ydle klank verlieft der aardse Zangmeestres
,
Aan de ontugt hangen blyft en de bedorve zeden
.
De Linker, die 't Gordyn voor 't oog houd opgeschoven
,
Vertoont de werrelt ver beneen haar spoor gedwaalt;
Waar boven
Liefde Gods
,
verheven zegepraalt
,
En 't Zangziek hart en oor verrukt, en lókt na boven
.
Verschove deugd, die in haar Liefde, en lof verdrinkt
,
En 't heylig Pinxtervuur ziet op haar voorhooft blaken:
Wenst, om haar byzyn al het aardse te verzaken
,
Daar zy in 't Hemels Koor op Davids toonen zingt
.
Dus hoog verheven, om de werrelt voor te ligten
,
Wil zy geen zang als die vermaken kan, en stigten
.
[p. *2r]
origineel
Zegepraal
der
Goddelyke
Liefde
tot Gouda
by Lucas Kloppenburg
1709.