De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Horatius Gentilesco]

Op zyn beurt komt nu te voorschyn

HORATIUS GENTILESCO. Deze was een Florentyner van geboorte, doch word onder de Italianen niet getelt, om dat hy den meesten tyd van zyn leven in Spanjen, Engeland, Braband en Holland heeft gesleten, waarom wy hem ook een kleine plaats onder de Konstschilders hebben ingeschikt. Zyne geneigtheid liep meest tot het schilderen van groote Historiestukken. Sandrart verhaalt: dat hy twee stukken tot Amsterdam van hem heeft gezien, die hy voor Koning Karel den eersten geschildert had. 'T eene verbeeldde een om hare zonden treurende Maria; 't ander Lot met zyne twee dochters, die puik goed, en zoo ten opzigt van teekening, als

[p. 81]origineel

koleur, wel gehandelt waren. Hy werd naderhand van den Koning naar Engeland geroepen, om voor hem te schilderen, daar hy ook gestorven is; maar in wat jaar heb ik niet konnen te weten komen. De Brabanders noemden hem Gentiel. Hy was een goede bekende van Sandrart, die ook, als hy te Napels kwam, zyn dogter Arthemisia, die een Schilderesse was, ging zien, en de groete van haar vader bracht. Zy ontfing hem beleeft, en vertoonde aan hem 't geen zy toenmaals gemaakt had, zynde een David, vertoonende het hoofd van Goliat levensgroot, 't welk uitvoerig en stout geschildert was. Zy schilderde ook Pourtretten, en was wel gezien by de gemalin des Onderkonings van Napels. Zy teekende ook op de Academie.