Het leven van Cécile Goekoop-de Jong van Beek en Donk was een van de onderwerpen tijdens de Couperusdag op 18 mei 1984.
De Neerlandici I. van Geest-Jacobs en dr. M. Klein hielden er een voordracht (te publiceren in het tijdschrift De Nieuwe Taalgids) over de parallellen tussen het leven van de schrijfster van Hilda van Suylenburg en Couperus' roman Langs lijnen van geleidelijkheid.
Couperus, moet aldus I. van Geest-Jacobs en M. Klein, op de hoogte zijn geweest van Cécile Goekoop's vlucht naar Rome, haar leven daar en de schijnbare verzoening met haar man Adriaan Goekoop. Het echtpaar Goekoop en Couperus hadden namelijk te Rome een gemeenschappelijke vriend: de beeldhouwer Pier Pander, en uit een brief van Cécile aan haar zuster blijkt hoe zowel zij als Adriaan met Pander gesproken hebben over de breuk in hun huwelijk. Dat is in 1898, op 24 december. Driekwart jaar later zijn Cécile en Adriaan met elkaar verzoend, en in die periode maakt Couperus (juli-oktober 1899) zijn roman af over een geëmancipeerde vrouw die op haar schreden terugkeert en zich in de sensualiteit schikt (die haar noodlot is) als echtgenote van baron Brox. Van der Geest-Jacobs en Klein wijzen erop dat Couperus in de naamgeving van zijn romanfiguren veel ontleent aan de namen van befaamde (pamfletten)schrijfsters over het feminisme in die dagen. De hoofdpersoon in Langs lijnen van geleidelijkheid heet Cornélie Brox-De Retz van Loo, welke naam in ritme overeenkomt met Cécile Goekoop-
de Jong van Beek en Donk en ‘splinters’ bevat van de namen Cornélie Huygens (pamflettiste en romanschrijfster), Anna de Savornin Lohman die in haar roman Het Eenig Noodige de hoofdpersoon Kathie de Reth tegen de ver doorgevoerde emancipatiegedachte stelling doet nemen, en Alphons Diepenbrock (zwager van Cécile Goekoop en zeker geen feministenvriend).
Langs lijnen van geleidelijkheid bevat thematisch ook vele overeenkomsten met Cécile's roman Hilda van Suylenburg - alleen is de afloop grondig verschillend. Hilda triomfeert in haar emancipatiestrijd, Cornélie Brox-de Retz van Loo geeft de strijd op, en schikt zich naar haar man.
Couperus voltooide zijn roman in zekere zin een maand te vroeg. Terwijl hij de echtelieden weer verenigde, bleek in werkelijkheid de verzoening tussen Cécile Goekoop en haar man brozer; Couperus' roman was nog geen maand af of de scheiding tussen de echtelieden Goekoop werd toch uitgesproken.
Couperus was bij geen enkel maatschappelijk vraagstuk aktief betrokken. En sceptisch was hij altijd, of het nu ging om behoud van oude waarden dan wel de vooruitgang naar nieuwe normen. Zijn scepsis remde zijn nieuwsgierigheid niet; hij was een goed kenner van de eigentijdse geschiedenis, las kranten en aktuele brochures, en zag de essentie van de vragen die tijdgenoten stelden.
In zijn roman Langs lijnen van geleidelijkheid blijkt hij uitstekend op de hoogte met de vloed van pamfletten en brochures die na de publikatie van Hilda van Suylenburg verschenen, zoals Van der Geest-Jacobs en Klein uitvoerig aantonen. Ook daarom is het lezen van zijn roman een mooie aanvulling op de lektuur van Hilda van Suylenburg - het gaat om dezelfde thema's en dezelfde levens. Maar op een heel verschillende manier. Het is de tegen-
stelling tussen gepassioneerd aktivisme en het sceptische sensuele van twee mensen die allebei op hun eigen manier verlicht, liberaal en baanbrekend dachten en schreven. Zij het met geheel verschillend succes. Hilda van Suylenburg beleefde vele drukken. Helaas is het archief van de oorspronkelijke uitgeverij, de boekhandel en uitgever Scheltema en Holkema, enkele jaren geleden bij een verhuizing vernietigd. We weten dus niet hoeveel duizend exemplaren er van het boek gedrukt zijn.
Couperus' roman werd geen succes. Integendeel. Niet omdat de auteur te reactionair was, maar omdat hij aan Cornélie te veel sensualiteit en onbeschaamd-seksuele verlangens had meegegeven.
Want ook dat mocht niet. In Holland 1900.
Tessel Pollmann
1 oktober 1984