in het jaar van haar huwelijk gaf zij een treurspel in 5 bedrijven en alexandrijnen uit, getiteld Osman en Ophelia, dat gewone rijmelarij bevat. Ook De Witte had voorheen zijne krachten aan het drama beproefd: zijn treurspel Constantia de Saint-Denis was van 1787, Christoffel de Gama (in vijf bedrijven en proza) van 1788. Sedert gaat hij op dien weg voort. Het treurspel Siegwart (1794), getrokken uit Miller's toentertijd beroemden roman, vol sentimenteele griezeligheden, sluit zich aan bij de sentimenteele poëzie van zijn eersten tijd. In het ‘tooneelspel’ Burger Herman of de Republiquinsche vader (1795) komt de patriot naar voren; wij zien er een vijftigjarigen burger, die de wapens opneemt voor zijn vaderland en tevens om zijne, door de Pruisen weggevoerde, zoons te verlossen.
Niet heel diep echter kan het patriottisme gezeten hebben bij den man, dien wij in de jaren na 1795 den naam Van Haemstede bij den zijne zien voegen. Ook De Witte van Haemstede blijft tooneelstukken schrijven. In 1800 hooren wij hem zijn eerbied betuigen voor ‘de zoo menschkundige als achtingwaardige Kotzebue’ en ‘den grooten Schiller’; iets van den invloed dier dramatici zien wij dan ook in het ‘toneelspel’ Eduard Stanley of de gelukkige Wedervinding, in welks Voorbericht hij zich over de beide Duitschers uitlaat. De hier verwerkte stof is van het gewone soort: de dochter van baron van Fonrose loopt weg met Eduard Stanley, wordt arm, schrijft haar vader een berouwvollen brief; de baron gaat haar opzoeken, vergezeld door zijn vriend Van Gransbergen, die zijn zoon verloren heeft; de beide oude heeren worden aangevallen door roovers, ontzet door Eduard, die de zoon van Gransbergen blijkt te zijn. Een roerend weerziens- en vergevingstooneel besluit het stuk; de oude baron, die de hand zijner dochter aan zijn hart brengt met een: ‘Hier Julia! hier klopt nog het warme vaderhart voor U’, is niet opgeschroefder dan de overige