
Theo van Doesburg in de ciné-dancing van het amusementscomplex Aubette in Straatsburg, 1927. Van Doesburg had een belangrijk aandeel in de binnenarchitectuur van het gebouw.
Foto: eigendom van de Rijksdienst Beeldende Kunst, Den Haag.
Begrijpen is voor kunst altijd uitgesloten... Poëzie laat zich niet begrijpen - zij grijpt.
Met deze regels corrigeert I.K. Bonset in ‘Het nieuwe vers,’ gepubliceerd in De Stijl van juni 1920, het manifest ‘De Literatuur,’ van april 1920, dat het woord zowel volgens het begrip als volgens de klank wil herstellen. De dualiteit tussen begrip en klank vormt het voornaamste kenmerk van de poëzie, het proza en de literaire theorie van Theo van Doesburg, I.K. Bonset en Aldo Camini.
Theo van Doesburg, die werd geboren als Christian Emil Marie Küpper en zijn naam adopteerde naar zijn stiefvader Theodorus Doesburg, stelde in fabels en sprookjes vanaf 1908 zijn creativiteit in dienst van de vorming van een beter menstype. Hij keert zich tegen oorlog, nationalisme en vooroordeel omdat ze godsdienst, liefde en medemenselijkheid doden. In 1916 legt hij zich voor het eerst toe op de schrijftechniek. Hij gebruikt klanken als ‘trom, rrrom, bom bom’ om het protest tegen de vernietiging uit te beelden. Zijn poëzie vertoont na 1915 onder invloed van dada en surrealisme een vrije functionele typografie gebaseerd op elementaire klankwoorden.
Met de ondertekening van het genoemde manifest eindigt in 1920 de literaire loopbaan van Van Doesburg. Einde 1918 stelde hij aan Tristan Tzara (1896-1963) de Hollandse dadaïst Bonset voor.
I.K. Bonset, een naam die met een kleine ingreep is te lezen als IK ben zot, debuteert in mei 1920 in De Stijl met het gedicht ‘X-beelden’. De identiteit van de dichter bleef geheim tot na zijn dood. Pas in 1975 verschijnt Nieuwe woordbeeldingen naar een handschrift met teksten uit 1913-1920, waaraan de letterklankbeelden uit 1921 zijn toegevoegd. In april 1921 duikt er opnieuw een onbekende schrijver in De Stijl op: Aldo Camini, ingeleid door Theo van Doesburg: ‘er schijnt echter in hen die de wereld als citroenpers gebruiken een bepaald soort intuïtie aanwezig te zijn, waarmee het hen vergund is zonder veel inspanning de sappigste citroenen te vinden.’ Van Doesburg besluit het manuscript te publiceren als Caminoscopie, 'n antiphilosofische levensbeschouwing zonder draad of systeem. In het laatste nummer van De Stijl, van januari 1932, wordt ook deze schrijver ontmaskerd. Theo van Doesburg, beter bekend als schilder en architect, wilde als Aldo Camini de filosofie verbannen uit de literatuur en als I.K. Bonset ‘de innerlijke bewogenheid rechtstreeks beelden in de klank.’ Want: ‘poëzie is geen philosofie en

Eerste pagina van de ‘Anthologie Bonset’, een aflevering van De Stijl, geheel gewijd aan de gedichten van I.K. Bonset.
Omslag van het derde nummer van het dada-tijdschrift, onder redactie van Theo van Doesburg en zijn alter-ego I.K. Bonset.