[p. 33]
De eend op de pot
[p. 35]
Marijke is gek
op honden en katten.
Marijke houdt veel
van haar kleine marmot.
‘Maar mijn lievelingsdier,’
zegt Marijke,
‘staat hier!
En dat is de eend op mijn pot.’
[p. 36]
De eend aan de muur
en de eend op de kast,
de eend met de kuikentjes
op de gordijnen,
de andere eenden
- grote en kleine -
zijn ook wel lief,
maar toch niet zo lief
als de eend waar Marijke op plast.
[p. 37]
[p. 38]
De eenden in bad
kunnen zwemmen en duiken.
Ze pikken de zeep
met hun snavel kapot.
Ze zeggen heel trots
dat ze lekkerder ruiken
dan de eend
op Marijke d'r pot.
[p. 39]
Buiten - ‘Kwaak, kwaak’ -
schreeuwen eenden om brood.
Ze weten niet eens
van die andere eenden.
Ze happen en schrokken,
op zijn de brokken.
De eenden gaan waggelend weg
naar de sloot.
[p. 40]
De eend op de pot
zit zielig te kijken.
Hij staat al zo lang
op de grote
wc
.
En niemand doet aardig,
behalve Marijke.
Ze zegt:
‘Kom maar mee!’
[p. 41]
Mee naar de kamer
omdat er bezoek is.
Marijke moet vreselijk nodig
een plas.
En je weet het maar nooit -
grote mensen
hebben soms iets
voor een kind in hun tas.
[p. 42]
De eend op de pot
moet natuurlijk wel helpen.
Met blokken versjouwen
en vrachtauto zijn.
Toet-toet... boem,
een botsing!
‘Ga weg, gekke tafel.
Je doet met je poten
ons alletwee pijn.’
[p. 43]
Haar vader en moeder zeggen:
‘Marijke, iedereen gaat
naar de grote
wc
.
Daar is hij toch voor.
Daarna trek je door.’
Marijke zegt boos:
‘Ik doe het niet - NEE!’
(Ze durft niet te zeggen
waarom ze niet durft:
als je erdoor zakt,
neemt het water je mee.)
[p. 44]
De eend op de pot
zit ook in de auto;
Jasper is jarig vandaag.
Hij heeft op de kaart
aan Marijke geschreven:
‘Ik ga voor mijn vriendjes
een feestje geven.
Als je wilt komen
- heel graag!’
[p. 45]
[p. 46]
Jasper zegt:
‘Mag ik jouw pot eens proberen?
Dan krijg je van mij
een rolletje drop.
Broek laten zakken,
piemeltje pakken...
‘Pas op,’ schreeuwt Marijke,
‘je plast op zijn kop!’
[p. 47]
De pot is de pan
om soep in te koken.
Het gras is de groente,
het zand is het zout.
Marijke is moeder
en Jasper is vader.
De eend is het kind
- maar soms wel heel stout!
[p. 48]
De bel gaat, en nog eens,
en daarna alweer.
Hallo, kom maar binnen,
het feest gaat beginnen.
Met slingers en pakjes,
limonade, gebakjes,
met spelletjes spelen
en met nog veel meer...
[p. 49]
[p. 50]
‘De eend op de pot
is weg!’ schreeuwt Marijke.
‘We moeten hem zoeken,
en vlug!’
Allemaal gaan ze
overal kijken.
Maar als het te laat wordt,
als het donker op straat wordt,
komen ze zonder pot terug.
[p. 51]
De eend op de pot
zit niet in de auto.
Jasper blijft zwaaien
zo lang als hij kan.
Hij denkt: Als Marijke
vanavond moet plassen,
en als er geen pot is
- wat dan?
[p. 52]
De eend aan de muur
en de eend op de kast,
de eend met de kuikentjes
op de gordijnen,
de andere eenden
- grote en kleine -
weten de volgende morgen
heel zeker
dat ze in bed heeft geplast.
[p. 53]
De eenden in bad
denken: Eindelijk zonder,
eindelijk zonder die eend op de pot.
Voor straf duwt Marijke
ze flink kopje-onder.
‘Jullie krijgen geen zeep,’
zegt ze boos,
‘blijf eraf!’
[p. 54]
Buiten - ‘Kwaak kwaak’ -
schreeuwen eenden om brood.
Ze weten niet eens
van die andere eenden.
Ze happen en schrokken,
op zijn de brokken.
Ligt de eend op de pot
in een andere sloot?
Jasper belt op:
[p. 55]
‘Dag Marijke,
ik heb een verrassing voor jou!
De eend op de pot
stond gewoon bij de buren.
Ik ga hem vanmiddag
als pakje versturen,
dan krijg je hem vast
heel gauw.’
[p. 56]
De grote
wc
is opeens
niet zo groot meer.
Marijke is niet meer
zo bang als ze was.
Als de eend op de pot
morgen weer thuiskomt,
denkt Marijke,
durf ik misschien
nu wel een plas.
[p. 57]
Dat durft ze gelukkig,
en ook nog wel meer.
Plassen en drukken,
alles gaat lukken;
broek naar beneden,
broek weer omhoog...
Vannacht blijft Marijke
wel droog!
[p. 58]
Marijke is gek
op honden en katten.
Marijke houdt veel
van haar kleine marmot.
‘Maar mijn lievelingsdier
staat gelukkig weer hier,’
zegt Marijke,
‘en dat is de eend op mijn pot.’
[p. 59]