apocrief / de analphabetische naam


auteur: Lucebert


bron: Lucebert, ‘apocrief / de analphabetische naam’. In: Lucebert, verzamelde gedichten (redactie en samenstelling Victor Schiferli). De Bezige Bij, Amsterdam 2002, p. 13-79  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 59]

[eten]

 
eten
 
 
 
zoals vroeger toen
 
mijn mond nog een klein bed
 
met warme poeder opgemaakt hier en daar
 
nog niet toesprak
 
 
 
later gesloten als een wonderbus
 
lachte een dame maar
 
dat betekent mijn gezicht moet gaan jagen
 
achter een ondergedoken deken vel achtervolgde ruimte
 
in de luchtfabriek feitsterren taartstenen
 
op jeware met een dungevoelige streep
 
vore
 
van een wartaal over de schoorsteel
 
vore goed zichtbaar
 
gauw verdacht
 
het verdachte woord dat mij op de hielen
 
als een stomdronken tong voor mij knielt
 
spuwt
 
een te dure zoen
 
als alle kussen
 
onwederoud
 
ontzagwekkend geleerd
 
 
 
toen toen ook
 
kwam de poppensnellerschij
 
uit ui
 
tu
 
it
 
au
 
 
 
scheurde uit mijn voorhoofdrempels
 
torens tabellen
 
bij kattebellen af
 
(een pauwkind ingepeperde vlinder)
 
ja
 
vaak af
 
vaak opgemaakt
 
heel veel stapel
 
en kogelrond snakkend
 
 
 
en in mijn mond als eten