De interviewer en de schrijvers


auteur: Ischa Meijer


editeur: Connie Palmen


bron: Ischa Meijer, De interviewer en de schrijvers (samenstelling Connie Palmen). Prometheus, Amsterdam 2003  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 73]

Hugo Claus

Geruime tijd geleden, al bij het inleveren van zijn manuscript, kondigde Hugo Claus uitgeverij De Bezige Bij aan ‘alles maar dan ook alles in het werk te zullen stellen om zijn nieuwste roman in de publiciteit te brengen’. De gevolgen bleven dan ook niet uit.

Donderdag 5 oktober figureert aandeelhouder nummer één van de schrijverscoöperatie De Bezige Bij op de voorpagina van De Telegraaf. Kop boven de foto (Claus met vriendin aan incheckbalie Schiphol) meldt: hugo claus op liefdespad; het onderschrift:

hugo claus, dichter, toneelschrijver en auteur, op de foto aan de balie in de vertrekhal op Schiphol met zijn nieuwe vriendin ellen jens, scriptgirl bij de vpro, heeft een Nederlandse love story geschreven.
Het boek, Het jaar van de kreeft geheten, komt de volgende week op de markt en gaat over de geschiedenis van een romance. Hugo Claus vertelde henk van der meyden dat hij de inspiratie voor dit boek heeft geput uit de verhouding die hij drie jaar lang had met de actrice Kitty Courbois. Henk van der Meyden kreeg van Hugo Claus toestemming om morgen en overmorgen enkele fragmenten uit dit boek te publiceren en vandaag kunt u op pagina Privé lezen over Hugo Claus, de liefde en vrouwen.

In het paginagrote interview (‘Dichter-schrijver schreef boek over zijn verhouding met Kitty Courbois’) vertelt Claus:

...Uit een soort persoonlijke hygiëne, een wil om een bevrijdend gevoel te krijgen, schreef ik de afgelopen maanden een boek dat de titel het jaar van de kreeft kreeg.
Ik heb alleen elementen uit mijn romance uit de liefde tussen kitty en mij gebruikt, maar ik wil niet de indruk wekken, dat ik mijn liefde voor Kitty exploiteer in dit boek... Ik wil wel zeggen, dat kitty courbois zelf veel intelligenter en mooier is dan de hoofdpersoon uit mijn boek, toni.
[p. 74]

Het vraaggesprek om de voorpublicatie in Nederlands grootste krant (unicum, overigens) wekt enige verbazing, zo niet lichte ontsteltenis in de gelederen van ‘De Bij’; terwijl Claus in Tunesië verblijft, gonst het van geruchten als zou Kitty Courbois bijvoorbeeld een geweer hebben gekocht; tegen intimi wil directeur Geert Lubberhuizen wel loslaten dat hij weet dat de actrice godzijdank niet kan schieten, verder doet hij er het zwijgen toe: ‘Geen commentaar.’

Wanneer Claus dan terug is van vakantie grijpt er een gesprek tussen hem en Lubberhuizen plaats en meteen na dit onderhoud laat Lubberhuizen via zijn secretaresse Marijke Pieterse weten dat zowel hij als de schrijver het ten zeerste op prijs zou stellen wanneer hp's verslaggever de moeite zou willen nemen Claus naar aanleiding van de Telegraaf-publicatie te interviewen. Dat gebeurt dan ook.

 

Claus: ‘Er zijn drie oorzaken waarom dit geval zo'n rare weerklank heeft gevonden. Ten eerste: waarom in De Telegraaf? Ten tweede: waarom iets uit je privé-leven openbaar maken? Ten slotte: waarom iets uit je privé-leven verbinden aan een boek?’

 

Het belangrijkste lijkt de vraag: hóe breng je een bepaald boek in de publiciteit; een roman die gekoppeld is aan de sensatie die een zeker privé-leven (Bekend Auteur Plus Bekend Actrice) bij de massa kan wekken?

Claus: ‘Ja, die dingen lopen door elkaar. Je kunt in dit land doen wat je wilt, maar je kunt 't blijkbaar niet in De Telegraaf doen. Iemand uit “Onze Club” gaat niet met De Telegraaf om, dat “hoort” blijkbaar niet. Nou, ik heb een boel geschreven en geen van de andere kranten heeft mij gevraagd. De Telegraaf heeft mij gevraagd, niet andersom; zie je mij met m'n manuscript onder de arm naar De Telegraaf gaan?

Kijk, ik praat hier uit een soort “luxe” hoor, ik ben niet van plan me hier te verantwoorden. Goed, als de grootste krant van Nederland mij vraagt, dan zeer graag. Hoe ze van 't boek wisten? De Telegraaf weet toch alles. Ik was toch met dat boek in de rubriek “Privé” gekomen, ook wanneer ik helemaal niets had gedaan. Gisteren stonden Henk Hofland en Harry Mulisch ook in die krant en onder de foto: “Zij poseerden voor onze bladen.” Nou, dan kun je 't beter in eigen hand houden.

Ik heb tegen dat interview, noch tegen de voorpublicatie enig bezwaar. Omdat ik wil dat dit boek in tegenstelling tot mijn vorige roman Schaamte, die maniëristisch, duister, ontoegankelijk is, door meer mensen gelezen wordt. En wie ben ik om de grote massa dit boek te onthouden? Dat de grote massa er op de beste manier kennis van kan nemen, namelijk door tóch op de tekst te kunnen oordelen, en ze kunnen oordelen over wat ik vind van parallelle problemen zoals de liefde, enzovoorts.’

[p. 75]

Hoe reageerde Lubberhuizen op het plan van deze voorpublicatie?

Claus: ‘Nou, gewoon: dat hij 't ermee eens was. Die houding van Geert (“geen commentaar”) irriteert me. Ik heb een soort moreel contract met De Bij; dus 't eerste als ik zoiets doe is vragen of 't kan - en deze stap schijnt hij te ignoreren. Een volgend probleem: De Telegraaf wordt in bepaalde kringen als een soort boeman gezien; mij valt op hoe de mensen reageren als je zoiets doet wat ik gedaan heb. De reacties amuseren mij. Ik behoor niet tot een club die mij kan voorschrijven hoe mijn gedragingen moeten zijn. Een of andere anoniemeling in De Groene signaleert eerst dat 't “een aangrijpend boek is” om zich vervolgens af te vragen of 't “door het papier van De Telegraaf” of door “het patronage van Henk v.d. Meyden” komt, of is 't intussen toch een goed boek?’

Misschien heeft Claus er iets mee willen bewijzen, bijvoorbeeld dat de nette Pierre een lafferik is en de hippies rondom Toni toch maar heel wat beter. Maar ik denk dat de Telegraaf-lezer overhoudt dat de hippies op die boten er toch maar een rotzooitje van maken en 't maar goed is als ze de kaa krijgen... maar 't leest lekker weg, dat wel.

‘Dat vind ik van een onnoemelijke arrogantie - dat jij de kwaliteit van het boek zou kunnen bepalen, alleen de “Telegraaf-lezer” zal wel weer dat & dat & dat... Nou, 'n miljoen mensen lezen De Telegraaf en ik vind 't zware discriminatie om te stellen dat dat miljoen niet zou kunnen lezen en die man van De Groene wel. Er bestaat de term “Telegraaf-lezer” als cliché, bruikbaar in een of andere polemiek - je kunt de “Telegraaf-lezer” niet als realiteit aannemen.’

Harry Mulisch, naar zijn opinie gevraagd: ‘Ik zou zoiets niet doen, alleen al om de rol die deze krant vanaf '66 (Provo) t.e.m. Reconstructie gespeeld heeft. Hou 't daar maar op. Ik tennis elke maandag met Hugo en zie geen enkele reden daarmee op te houden.’

 

Claus: ‘Omdat ik nou met een bepaalde groep mensen in Reconstructie een bepaald ideaal verwerkt heb, zou ik dan niet eenzelfde opinie in De Telegraaf mogen zetten? Is Carré een reactionair gebouw? Ja. Toch vond Reconstructie daar plaats.

En dan het feit dat je je privé-leven in de openbaarheid brengt. Dat mag wél in Vrij Nederland of in de Haagse Post - in die periodieken mag een kunstenaar rustig over z'n hebbelijkheden of afwijkingen voortkabbelen, dát is voor de heren entr'eux, dát richt zich dan tot die 50.000 mensen die 't appreciëren, die weten “waarover je het hebt”, maar mensen van De Telegraaf, daar mag je 't dan niet aan vertellen, dat is dan raar. Ik heb niet het minste schaamtegevoel over mijn privé-leven. Is 't dan zo verachtelijk om met mij een verhouding te hebben? Ik beschouw de Telegraaf-lezers als mijn vrienden.

Dat boek is door mijn relatie met Kitty geïnspireerd. Het is geen verslag. De zucht van de Nederlander om alles reëel te willen zien: het Straatje van

[p. 76]

Vermeer is daar & daar, nee, het is een schilderij.’

Toch lijkt zijn roman zeer dicht ‘op de huid van de werkelijkheid’ geschreven te zijn.

Claus: ‘Nee. Ik heb alleen de conventie van de werkelijkheid als vorm gehanteerd.’

 

Kitty Courbois zegt zich geen geweer te hebben aangeschaft, bovendien blijkt ze op het telefoontje van de verslaggever voorbereid te zijn: ‘Ik wist dat je zou bellen. Mij is namelijk ter ore gekomen dat Hugo Claus jou zaken die Van der Meyden verkeerd zou hebben opgeschreven wilde corrigeren. Als je zijn “gedichten-doosje” dag-jij goed leest, zie je dat 't de voorbereiding op dat boek is. Claus moet overigens z'n eigen publiciteit maar verzorgen. Er staan in het boek veel werkelijk gebeurde dingen. Vaak combineert hij twee zaken, maar hij trekt 't altijd naar zichzelf toe. Ik neem 'm dat boek niet zo kwalijk. De publiciteit eromheen is een beetje beneden mijn niveau. Het is een persoonlijke wraak, hij wil expres iets kapotmaken, hij is een verwend kind dat z'n zin niet heeft gekregen. Die zelfmoordpoging van mijn ex-echtgenoot die hij in dat boek verwerkt, is smeerlapperij, maar hij weet zeer goed dat-ie afgaat. Iemand die hem vernedert, kwetst hij terug - dat is zijn stelling. Ik heb wel emotioneel last van dat boek gehad, ik moest 't gedurende een paar dagen verwerken. Ik wist trouwens dat-ie 't zou schrijven. Hij kondigde mij dat boek aan als “zijn klachtenboek”. Het verbitterde, het eenzijdige wekt medelijden bij me op, een gevoel ook van “dood-maken”, van kou. Stel je voor dat ik mijn dagboek zou publiceren! Dat zou dan Het Jaar van de Langoustine gaan heten. Op iets chiquer niveau, hè. Trouwens, ik wacht op m'n procenten, na al deze stof.’

 

Topauteur Jan Cremer, vanuit Londen: ‘Een klap in het gezicht van de jubilerende Bezige Bij, die toch al een tijdlang aarzelt welke richting te kiezen: de goede literaire uitgeverij blijven waaraan ze naam en faam te danken hebben, of de richting uit van de ramsjpartij-uitgeverij door het op de markt gooien van sprookjesboeken en reeds lang achterhaalde zeurpieterij over hippies in India van zich schrijvers noemende querulanten, die ik De Papiervervuilers noem. Ik heb mij persoonlijk laten overtuigen door Geert Lubberhuizen (tijdens mijn laatste bezoek aan Holland) dat deze publiciteitscampagne in De Telegraaf (een krant met 980.000 abonnees die hem niet lezen) direct afkomstig is van de Belg Hugo Claus die hiermee desperaat probeert zijn nieuwste Vlaamsche Rose Champagne aan de man te brengen. Buiten dat ik 't onaangenaam vind voor Kitty Courbois en Elly Claus, de vrouw van de Belg, zie ik wanhopige pogingen van de “poor man's Emile Zola” om er ook bij te horen en lekker gek te doen. Ik ben ervan overtuigd dat De Bezige Bij zich volkomen zal distantiëren van deze actie, maar tegenwoordig aan de dag weet ik 't

[p. 77]

ook niet meer. Er zijn geruchten dat Harry Mulisch correspondent van De Telegraaf in Cuba wordt. Wacht maar eens tot ik met een nieuw boek kom. Dan gooi ik alle remmen los. Voorpublicaties in Trouw! Toen ik mijn eerste boeken bij De Bij uitgaf heb ik zogenaamde “ernstige gesprekken” met Lubberhuizen gehad. Mij met mijn beperkt begrip van “links” en “rechts” werd voorgehouden dat De Telegraaf zoveel mogelijk buiten de publiciteit gehouden moest worden. Nota bene: De Telegraaf krijgt niet eens recensie-exemplaren van De Bezige Bij. Ik begrijp er niets meer van. Ik zou voor zoiets wat Claus nu doet gegarandeerd op m'n sodemieter gekregen hebben, misschien was ik er wel bij De Bij uit gestuurd...’

Geert Lubberhuizen: ‘In principe heb ik geen commentaar. Van tevoren heb ik Hugo wel gewaarschuwd en alle kanten van de zaak met hem doorgenomen. Maar ja, een van m'n beste vrienden is op De Telegraaf geabonneerd. In alle ernst: het enige wat ik wist was dat Hugo gezegd heeft: “Ik ga wat aan de publiciteit doen.” Ik wist niet dat dit eruit zou komen. Trouwens, wat kan ik doen: hij tekent nooit z'n contracten. Alleen het contract voor De Metsiers, z'n eersteling, heeft hij getekend. Daarenboven: als hij z'n toestemming voor zoiets geeft kan ik er niets meer aan doen. Als hij nou maar zorgt dat hij z'n honorarium krijgt.’

 

Hugo Claus: ‘Jaja, dat is wel de reactie van Geert: “jajaja” zeggen en dan lachen. Of hij mijn plan afgekeurd heeft? Wie is Lubberhuizen om mij af te keuren? ik schrijf toch boeken. Hahaha. Wat leuk: Lubberhuizen die mij de les zou lezen! O, o, o, o oooo. Hahahaha! Ik ben geen employé van De Bij. De Bij bestaat dankzij mij, hoor, en niet andersom.

Kijk, het is toch hetzelfde wanneer een wrattige student twintig jaar na mijn dood komt onderzoeken wie nou toch wel model gestaan heeft voor Het jaar van de kreeft - dan komt Kitty ook te voorschijn. En waarom zou ik nu ontkennen dat Kitty model heeft gestaan, mij een aantal elementen heeft geleverd. 't Zou wat anders zijn als ik haar benadeelde. Ik hou van om 't even met wie ik naar bed geweest ben.’

Kitty Courbois: ‘'t Is wel zo dat ik blij ben dat mijn moeder die pas overleden is dit niet heeft hoeven lezen. Dat zei mijn broer ook nog.’

In ieder geval, Hugo Claus heeft zijn publiciteit gehad: een foto op de frontpagina van Neerlands Grootste Krant - had hij dáárop gerekend?

Claus: ‘Nee, daar wist ik niets van af. Hád ik 't wel geweten, dan zou ik mijn haar gekamd hebben, een ander pak hebben aangetrokken en gelachen in de camera.’

Geert Lubberhuizen: ‘Het kán zijn dat ik hem dit plan heb ontraden. Maar ja, ik sta bekend om mijn slechte geheugen.’