Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 1


auteur: P.C. Molhuysen en P.J. Blok


bron: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 1. A.W. Sijthoff, Leiden 1911


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Elout, Cornelis Pieter]

ELOUT (Cornelis Pieter), fabrikant, geb. te Haarlem 31 Oct. 1741, overl. aldaar 19 Mrt. 1796, zoon van Cornelis E., ijzerkramer, schepen (als zoodanig heer van Schoten), raad, thesaurier en hoofdschout van Haarlem; 't laatste in 1795 tot zijn dood, nadat hij sinds 1788 zonder stedelijke fuctie was geweest.

De Elouts, die in de 18e eeuw te Haarlem verschillende ambten bekleedden, o.a. Theodorus, predikant aldaar van 1706-1729, Theodorus Jr., notaris (1726), Jacob, makelaar in vaste goederen (1749), Jacob, notaris (1787), stammen waarschijnlijk af van den Gentenaar François Elout, overl. te Haarlem 1615, geh. met Josina de Potter en daarna met Cathrijna de Vos, 21 Oct. 1596.

De bovengenoemde Cornelis, geb. 11 Mrt. 1714 te Haarlem, overl. aldaar 3 Nov. 1779, o.a. lid van het tweede Genootschap van Teylers Stichting, regent van het Armekinderhuis, bezitter van eene verzameling schilderijen, teekeningen en prenten), was de zoon van Jacob (1687-1728) en kleinzoon van Jacob (begr. te Haarlem 11 Oct. 1725). In de verzameling portretten op het gemeente-archief te Haarlem bevindt zich eene teekening: ‘de heer Jb. Elout, eyserkooper eet met zijn meijde een kreefje in de keuke’.

Cornelis Pieter was geh. met Sara Salome van Orsoy en liet twee zonen en eene dochter na; een derde zoon Jan Salomon, geb. te Haarlem 8 Febr. 1774 was reeds 5 Oct. 1791 te Batavia overleden. Zijn oudste zoon Cornelis Theodorus volgt (kol. 805); de andere, Jacobus Nicolaas, geb. te Haarlem 5 Febr. 1771, overl. ongeh. te Amsterdam 10 Febr. 1830, trad in krijgsdienst, dien hij in 1809 verliet, werd in dat jaar commissaris van de kleine bank van justitie te Haarlem, was van 1816-1826 referendaris der 2de klasse bij den Raad van State en van 1824 tot zijn dood (1830) lid der commissie van het Amortisatie Syndicaat.

Zie: Naamwijzer van de .... regeering .... der stad Haerlem (z.g. Heerenboekjes, 18e eeuw); Eggen, de Invloed door Zuid-Nederl. op Noord-Nederl. uitgeoefend (1908) 11; Nederland's Patriciaat I (1910) 129; Opr. Haarl. Crt. 1780 no. 28; 1796, no. 35 enz.; Vruchten ingez. door .... de Wijngaardranken te Haarlem II (1836) 44; Kon. Cour. 1809, 166.

Rutgers van der Loeff