Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 2


auteur: P.C. Molhuysen en P.J. Blok


bron: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 2. A.W. Sijthoff, Leiden 1912


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Keyser, Willem Hendrikszoon de]

KEYSER (Willem Hendrikszoon de), geb. in 1603, derde zoon van den stadssteenhouwer Hendrik de Keyser (1) (kol. 674). Deze beeldhouwer en bouwmeester heeft, even als zijn broeders, het talent van zijn vader geërfd. Omstreeks 1623 vertrok hij naar Engeland, waar hij werk vond bij Nicholas Stone te Londen, die met zijn zuster Maria was gehuwd. Deze Stone was belast met het uitvoeren der belangrijke gebouwen, die koning Karel I door Inigs Jones in klassieken stijl deed ontwerpen.

Willem de Keyser trouwde in Engeland met Walburga Parker, en bleef daar werkzaam tot 1640, toen de politieke gebeurtenissen de vreemde kunstenaars noopten naar het vasteland terug te keeren. In dat jaar, 13 Aug., nam het amsterdamsche metselaarsgild hem als meester aan. In 1643 voerde hij den gevel uit van het huis, dat Joan Poppen toen naar het ontwerp van Philips Vingboons aan den Kloveniersburgwal over het Oudemannenhuis te Amsterdam liet bouwen. Willem de Keyser werd 3 Dec. 1647 als stadssteenhouwer van Amsterdam aangesteld onder bepaling ‘der stadt ten dienste te staen in de teyckenkonst’. Hij heeft Jacob van Campen geholpen bij het ontwerpen en uitvoeren van het nieuwe stadhuis en den toren der Nieuwe Kerk te Amsterdam.

Wegens minder eerlijke handelingen werd Willem de Keyser 20 Feb. 1653 uit zijn ambt ontslagen.

[p. 678]

Dit verhinderde echter Jacob van Campen niet, den meester voor het uitvoeren der grafteekenen van Maarten Harpertz. Tromp te Delft en van Jan van Galen te Amsterdam te gebruiken. In 1658 failliet verklaard, vertrok Willem de Keyser weder naar Engeland. In 1674 woonde hij nog te Londen. Kort daarop moet hij weder naar Amsterdam zijn vertrokken, althans in 1678 werkte hij aan het grafteeken van de Ruyter, waaroverhij in 1680 een rechtsgeding begon.

Wanneer en waar Willem de Keyser gestorven is bleef tot dusver onbekend.

Zie: Oud-Holland 1904, 83.

Weissman