Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 6


auteur: P.J. Blok en P.C. Molhuysen


bron: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 6. A.W. Sijthoff, Leiden 1924


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Bleyswijk, Mr. Dirk Evertsz. van]

BLEYSWIJK (Mr. Dirk Evertsz. van), zoon van Evert Dirksz. van Bleyswijk en Petronella van Hoogenhouck Adr.dr., geb. te Delft 28 Dec. 1639, gest. aldaar 11 Sept. 1681. Hij zou te Leiden en te Utrecht hebben gestudeerd, maar in de alba dier universiteiten komt zijn naam niet voor. Hij heeft veel gereisd, zoodat hij waarschijnlijk aan een buitenlandsche universiteit heeft gestudeerd en is gepromoveerd. In 1671 werd hij veertigraad in zijn vaderstad, in 1672 schepen, in 1675 burgemeester, in 1681 raad in de admiraliteit van Zeeland. Hij was zwak van gezondheid en bleef ongehuwd. Hij is bekend gebleven door zijn uitnemende en zorgvuldig bewerkte Beschrijvinge der stadt Delft.... voor-af met een korte Beschrijvinge van Delflandt, de steden, dorpen en heerlijcke huysen daer onder gelegen.... (Delft 1667, 4o), die nog altijd voor de studie der geschiedenis van Delft onmisbaar is. Daarna verscheen nog het Vervolg van de beschrijvinge der stadt Delft, met een generaal register over beyde de stucken voorsien (Delft z.j. 4o). De platen van het werk werden afzonderlijk uitgegeven bij het plan van de stad door I. de Ram, omstreeks 1675. Zij komen ook voor in de Beschrijving van Delft van Boitet. Bovendien gaf de uitgever der Beschrijvinge van van Bleyswijk een soort prospectus uit onder den titel Generale tafel over de Beschrijvinge der stadt Delft (Delft 1668, 4o). Van Bleyswijk hield op verzoek der regeering van Delft toezicht op het teekenen en bewerken van de ‘caerte figuratyf van de stad Delft’; deze arbeid hield hem blijkens de resolutiën van 1675 tot 1678 voortdurend bezig.

Zijn portret werd geschilderd door een onbekend kunstenaar en gegraveerd door J. Verkolje.

Zie: Maandbl. Ned. Leeuw XVIII, 121, 184; Arch. voor Ned. kunstgesch. III, 197 vlg.; Nijhoff, Bibliographie van Noord-Ned. plaatsbeschr., 9 vlg.

Brugmans