Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 8


auteur: P.J. Blok en P.C. Molhuysen


bron: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 8. A.W. Sijthoff, Leiden 1930


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Hondius, Hendrik (1)]

HONDIUS (Hendrik) (1), teekenaar, plaatsnijder, kunstdrukker, uitgever en wiskundige, geb. te Duffel in Brabant 9 Juni 1573 (de Bie), overl. na 1649 vermoedelijk in den Haag. Zoon van Willem Hondius, een geleerde uit een adelijk geslacht. Hij woonde eerst in Mechelen, dan in Antwerpen en vervolgens te Brussel. Hij was leerling van den goudsmid Godefroy van Gelder, van Jan Wiericx en Jan Vredeman de Vries. Na Keulen, Parijs en Londen bezocht te hebben, vestigde hij zich (24 jaar oud) in den Haag. Van 5 Dec. 1597 komt hij

[p. 806]

voor als lid van het haagsche St. Lucas gild. In dit jaar trouwde hij daar met een meisje uit Breda.

De literatuur over H. is, volgens W. Stechow, vol verwarring, daar de gravures met zijn naam of monogram, geheel willekeurig tusschen hem en Hendrik (2) verdeeld worden De oorzaak hiervan zal wel de dwaling zijn, dat Hendrik in 1610 gestorven zou zijn en het latere werk daarom aan den jongeren H. moest worden toegeschreven. Het is toch reeds lang bekend (zie Mariette, Abecedario II, 375) dat de gravures ‘Ad proverbia Salomonis’ en ‘Schellebelle’ tot het werk van Hendrik (1) behooren, daar zij aetatis 66 (1639) resp. 75 (1648) geteekend zijn. De toeschrijvingen van deze en andere gravures kunnen dus op chronologische gronden bestreden worden. Er is verder geen enkel bewijs voor een werkzaamheid als plaatsnijder van den amsterdamschen cartograaf en uitgever Hendrik (2), terwijl het bestaan van een anderen Hendrik H. (misschien een zoon van Hendrik (1), zie onder Hendrik (3) nog zeer twijfelachtig is, daar er geen gravures van hem bekend zijn.

Als het meest bekende werk van H. kan genoemd worden de copieën der portretten van kunstenaars uit de verzameling van H. Cock, die iconographisch zeer belangrijk zijn (uitvoerig behandeld door v. Szwykowski in Naumann's Archiv II, 1856, 13).

Hij gaf uit: Korte Beschrijvinge ende afbeeldinge der generale regelen der fortificatie, der artillerie munitie ende vivres van deselver en hare commissien van de leger, aerde wallen de approchen met het legenweer ende van vyerwerken (Hagae-Comitis 1624, 4 dl.) fol.; dit werk werd vertaald en uitgegeven onder den titel: Discription et déclaration des règles générales de la fortification de l'artillerie, et des munitions et des vivres (1625); Alghemeine regelen der sterkebouw (den Haag, 1625) fol., vertaald en uitgegeven in het Italiaansch onder den titel: Descorsi sopra la necessita della architectura militaris (Venetié, 1642) 4o; Pictorum aliquot celebrium praecipue Germaniae Inferioris effigies Pars I [III] (Hagae Com. [1610?]) kl. fol., 2e dr. o.d.t. Theatrum honoris in quo nostri Apelles saeculi, seu pictorum, qui patrum nostrorum memoria vixerunt, celebriorum pracipue quos Belgium tulit, verae et advivum expressae imagines in aes incisae exhibeniur (Amst. 1612, 1618), kl. fol. 68 portr., kopieën naar de tweede verm. uitgaaf met verzen van Dominicus Lampsonius, in 1572 door de Wed. van Pieter Clocke van Aelst uitgegeven, door Jeronimo Cock, Wierix e.a. gesneden; Icones virorum nostra patriumque memoria illustrium, quorum opera cum literarum studia tumvera religio fuit restaurata, ab Henr. Hondio sculptae, aeneisque typis excusae, (z.p. 1599) 4o. plaatdruktitel, 34 prtn. en pl.; deze werden wederom opgenomen in J. Verheiden, Praestantium aliquot theologorum qui Rom. Antichristum praecipue oppugnarunt, effigies: quibus elogia librorumq. catalogi... (Hag. Com. 1602 met titel, 50 portr. en 1 krt.; 2e ed. 1725); nederlandsche vertaling hiervan: Afb. van sommige in Gods woordt ervaren mannen die bestreden hebben den roomschen Antichrist door P. de K(empenaar) ('s Gravenh. 1603) 4o; de kaarten enz. voor: M.Z. Boxhorn, Toonel ofl Beschrijvinge der steden van Holland (Amst. 1634) 4o obl.; Belgiae Pacificatorum vera delinealio. Pourtraicture vraye des pacificaleurs des Pays Bas. Ware afbeeldingen vande vredemakers der Nederlanden (Hagae Comitis Ex off. Henri Hondii, 1608) kl.-fol. 2 drukken; Les hommes illustres, gravés et imprimés par H.H. 121 pll. 4o; Les portraits des hérésiarques et autres hommes illustres par H. Hondius, J. Muller, J. Matham, J. Stadeler,

[p. 807]

etc. 86 planches. kl. fol.; Topographia variarum regionum etc. ou les vues d'après nature, par Matthieu Bril, très bien gravees sous l'oeil de Henri Hondius (1611 en 1614) 2 dl. m. 25 en 29 pll. 4o obl.; Pompe funèbre de Charles V, exécutée par ordre de Philippe II (Bruxelles), 37 planches; Joan à Duelecum, Luc. Duetecum fec. Hondius exec. 1619.

Met Jan Vredeman de Vries gaf hij een Leerboek der perspectief uit. Leiden 1604-1605, waarvan verschillende drukken zijn verschenen.

Zijn zelfportret, gesneden door Fr. Bouttats, bevindt zich in J. Meyssens' Ikonographie van 1649 (overgegaan in de Bie's Gulden Cabinet).

Zie: de Bie, Gulden Cabinet, (1661-62); Sandrart, Teutsche Acad. (1675) [I, 357; A.v. Wurzbach, Niederl. Künstlerlexikon I (1906), 706; W. Stechow in Thieme-Becker, Allgem. Lexikon der bild. Künstler (Leipzig 1924) XVII, 436; Nagler, Künstler Lexikon, 2. Aufl. Bd. 7 (1906) 93; verder: Obreen's Archief III, 261, 275, 283, V, 68; Renouvier, Des types des maitres graveurs (Montpellier 1856) IV, 170; Univ. Catal. of books on art, South Kensington Museum (London) I, 1870; Mireur, Dict. des ventes dal III (1911); L. Cust, Index of artists.... in the Brit. Museum I Dutch and Flem. schools, 62; Cat. of engr. Brit. portr... Brit. Museum I-IV; Mariette, Abecedario II, 375; Oud- Holland IX, 109.

Hoogeveen