Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 9


auteur: P.J. Blok en P.C. Molhuysen


bron: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 9. A.W. Sijthoff, Leiden 1933


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Viëtor, Conradus]

VIËTOR (Conradus), geb. te Aken in 1588, overl. te Haarlem 8 Maart 1657. Hij was luthersch predikant in 1614 tot 1617 te Leiden en (of?) te Keulen, sedert 1617 te Haarlem. Zijn vader was luth. predikant te Aken. Hij en zijn geschriften zijn vooral bekend door zijn strijd met de Doopsgezinden over den kinderdoop. Hij schreef daarover: Summarisch ende warachtig verhael.... (Haarl. 1628); Korte waarschouwinge.... (Haarl. 1632); Verdedinge der bewijsredenen voor den doop der Christenkinderen.... (Haarl. 1640). De Doopsgezinde ‘oudste’ Pieter Jansz. Moyer heeft daartegen geschreven: Wederleg van Conradi Viëtoris Bewijsredenen voor der Martinisten Kinderdoop (Haarl. 1632), en: Volger op Conradi Viëtoris Voorlooper.... (Haarl. 1632).

Zijn portret door Frans Hals in 1644 geschilderd was bij lord Bute te Londen en is gegraveerd door J. Suyderhoef; een geschilderd portret door een onbekend kunstenaar was in het bezit van J.W. Enschede.

Zie: J. Loosjes, Naamlijst der predikanten enz. der Luth. Kerk in Ned. ('s Grav. 1925), 340 v.; Catalogus der werken .... in de bibl. der Ver. Doopsgezinde gemeente te Amsterdam (Amst. 1919), 176; Doopsgezinde Bijdragen (1881), 38; S. Blaupot ten Cate, Gesch. der Doopsgezinden in Holland enz. (Amst. 1847) I, 325; J.W. Pont, Gesch. v.h. Lutheranisme in de Ned. tot 1618 (Haarl. 1911), 534, 544.

Knipscheer