Deze woordenlijst is door Avé-Lallemant het eerst bekendgemaakt. Strikt genomen hoort zij niet in het nu te behandelen gebied thuis. Maar de benden, die de geheimtaal spraken, werkten zeker ook in zuidoostelijk Nederland. Het beeld dat deze benden (Van Ginneken noemt ze, m.i. ten onrechte, bokkenrijders)230 geven, is hetzelfde als dat van de Brabantse Bende van ± 1790 (c iv): Joden en christenen werken broederlijk samen. Geen wonder dat het Joodse element in deze lijst vrij groot is. We zullen dat bij lijst c iv ook zien. Toch is het type woorden anders dan bij c iv. Ik kan de lijst niet zonder meer bij de dieventaalgroep rangschikken. Slechts enkele woorden: capores ‘moorden’; classey ‘zakpistool’; cooch-halden ‘op roof uitgaan’, zijn typerend voor een dieventaal. De andere woorden zijn Bargoens, dat heel veel overeenkomst toont met het Bargoens van Maastricht.
Avé-Lallemant merkt op: ‘Ersichtlich ist aber auch die Redaction von unkundiger Hand geführt. Mehrere Wörter sind sogar ganz falsch aufgefaszt und wiedergegeben.’ Er is één fout in de lijst die ik fataal vind, en die m'n vertrouwen in het hele woordmateriaal aan het wankelen zou brengen als dit weer niet door andere gegevens versterkt werd. Er staat: offeren ‘Fleisch’. Avé-Lallemant verklaart dit woord als volgt:
Offeren, Fleisch, ist doch wol nur vom nd. offer, offeren, Opfer, opfern, abzuleiten, wo ja auch die Ausdrücke Spijsoffer, Speiseopfer, Drankoffer, Trankopfer, als allgemeine Benennung für den Stoff des Opfers im Gebrauch sind’ (l.c. p. 109).
Dit woord offeren is enkel en alleen ontstaan uit een schrijffout: oft cren (uit het Liber Vagatorum: Bossaert oft cren ‘vlees’), is geworden offeren. Met het Nederlandse offer heeft dit woord niets uit te staan.231 Maar wat erger is: het woord heeft in de geheimtaal nooit bestaan. Hoe komt nu zo'n samensteller van een lijst, die z'n materiaal aankondigt als opgetekend uit de mond van de dieven zelf, aan zo'n woord? Dat kán eenvoudig niet van een dief opgetekend zijn. De hele lijst is echter niet te verwerpen.
De Joodse elementen zijn:
| achelen, eten. Pol. en Voorz.: achelen, achiloh (znw.). Bischoff: âcha'l. |
| caffer, een boer |
| capores, vermoorden. Pol. en Voorz.: kaporoh ‘bedekking, zedelijke vergoeding, verzoening’ (met eigenaardige bet. ontwikkeling). |
| classey, zakpistool Jd. klajsajyn (zie d ii en c iii). |
| cooch halden, op roof uitgaan Avé-Lallemant: koach, kauach ‘kracht, sterkte, geweld, inbreuk’. Pol. en Voorz.: kauag ‘kracht’. |
| du manser, halts Maul oder schweige still. Volgens Avé-Lallemant te lezen: Du mamser! ‘jij beroerling’. Pol. en Voorz.: mamzeir ‘bastaard’; scheldwoord. |
| herkem duf, sla de duivel dood. Pol. en Voorz.: haureig ‘moordenaar’. Avé-Lallemant: Joods hargenen, horach. |
| isch, een meisje. Pol. en Voorz.: ishoh ‘vrouw’. |
| kilef, hond. Pol. en Voorz.: kélèw ‘hond’. |
Het aantal Joodse woorden is negen op een totaal van 62, of 14,5%. De soort woorden is heel anders dan we constateerden in a iii, a iv. Hier geen handelswoorden, maar begrippen die op rooftochten betrekking hebben. Twee woorden voor ‘doodslaan’, één woord voor ‘roven’, één voor ‘wapens’, één voor ‘de hond’ (een belangrijk element in de rooftochten). De rest van de woorden is echter gewoon Bargoens, op enkele na. We hebben hier te doen met een Bargoenssprekende groep die als roversbende aangevuld werd met Joden, welke een geheimtaalelement geleverd hebben dat paste bij het bedrijf van de bende. Eenzelfde beeld als bij c iv, de Brabantse Bende. De Joodse invloed lijkt me van het oosten te komen. In de Rijnstreek woonden in elk geval heel wat meer Joden dan in Zuid-Limburg.
Deze geheimtaal is kramertaal. Ik heb er een lijst van samengesteld, bestaande uit 75 woorden (De Kramertalen: p. 64-83). Er komt slechts één woord in voor dat misschien van Joodse oorsprong is: poen ‘geld’. In m'n artikel over dit woord (l.c. p. 77) schreef ik: ‘De heele uitleg (van Günther) hoe aanlokkelijk ook (namelijk de verklaring uit melech punem) lijkt me niet goed, vooral als we bedenken, dat het woord in het Vlaamsch, waar al heel weinig Jiddisch voorkomt, inheemsch is.’ Als het woord Joods is, hoort het in de oudste laag.
In de kramertaal van de Kempen komt dus praktisch geen Joods voor. De Teuten, die deze taal spraken, kwamen blijkbaar niet met Joden in aanraking en hadden ook geen contact met de onderste lagen van de zwervers. Ook in de kramertaal van Mettingen vinden we heel weinig Joods. Toch zwierven deze lui, de Teuten en Tiötten, in streken waar zeer zeker wel Joodse elementen in de geheimtalen zitten. Een bewijs te meer dat we kramertalen moeten scheiden van de overige geheimtalen.
De volgende woorden uit de door Julius Labbé te St.-Truiden genoteerde lijst, zijn van Joodse oorsprong:
| jonen, bedriegen Avé-Lallemant i, p. 6: verkorte vorm van jedionen, uit Hebr. joda ‘weten, kennen’. Uit de Joodse tovermystiek in de christelijke overgenomen met de bet. ‘bedrieglijke magische wetenschap’. |
| kaffer, kafferin, boer, boerin. |
| loes smoezen, is lau smoezen, niets zeggen. |
| moos, geld. |
| schachelen, sjachelen of chachelen, verruilen, met een begrip van ‘bedriegen, woekeren, verpassen’. |
| tallevelen, tallevelaar, bedelen, bedelaar. |
| toffe, tof, goede, goed. |
| verkimmeren, verkopen. Pol. en Voorz.: qinjon ‘koop, het gekochte, verworven goed, bezitting’. |
In totaal vinden we dus acht woorden, welke evenals die in Roeselare (a iv) betrekking hebben op de handel: ‘verkopen’ (tweemaal), ‘geld, bedriegen, niets zeggen’, zijn wel de echte handelswoorden. Een absoluut andere invloed dan we in b i zagen, heeft hier gewerkt.
Deze Joodse woorden lijken me al heel oud. De lijst woorden die Labbé uit de mond van St.-Truidenaren heeft genoteerd, is absoluut te vertrouwen. En nu valt van deze lijst het oude karakter op. De meest zeldzame woorden, die in de eerste lijst van het Liber Vagatorum, in de Nederlandse vertaling van 1547, voorkomen, zien we hier. Ik noem de volgende, die precies overeenstemmen en die zeldzaam zijn:
| St.-Truiden | Liber Vagatorum |
|---|---|
| avelcoert, tesch, zak | avelcoert, een borse oft een tessche |
| glyde, hoer, slechte vrouw | glyde, een hoere |
| gogelfrentse, non | gogelfrentse, een nonne |
| ionen, bedriegen | ionen, bedriegen |
| kabas, korf | kabbas, eenen korf |
| kroener, man | kroener, een man |
| kroenie, wijf | kronie, een wijf |
| nering doen, spieden, winst zoeken | Neeringhe doen, bespien oft spijse zoeken |
| verkimmeren, verkoopen | verkimmeren, vercoopen |
| vermonen, bedriegen | vermonen, bedrieghen |
| vosken, goudstukje | vosch, eenen gouden penninck |
| windvang, mantel | wintfanck, een mantel |
| zwikker, henker, beul | zwicker, een hancker |
| zwierlink, oog | zwirlic, een ooghe |
Onder deze alleroudste woorden komen twee Joodse voor: verkimmeren en jonen. Deze zijn dus zeker heel oud. Maar ook de andere woorden, waar ze in zo'n omgeving voorkomen, lijken me uit de eerste tijd van het verblijf van de Joden in Brabant, dus van voor ± 1348.
Bij de Zigeunerwoorden zullen we ook één speciale groep woorden in alle lijsten zien weerkeren: bink, mollen enz. (zie hoofdstuk v). Hier zijn het: moos, kaffer, lau, tof.
De nieuwe tijd geeft er andere woorden bij, doch deze oudste vinden we overal. Ik meen hier, evenals in a iii, a iv en a v, te doen te hebben met Joodse invloed die dateert uit de tijd van het verblijf van de Joden in de zuidelijke provinciën, voordat ze door verordeningen en vervolgingen verdreven werden.
Het woordmateriaal heb ik in Maastricht opgetekend van een Zuid-Limburgse zwerver. Omdat het in de gemelde studie Brg. v. Maastricht heet, gebruik ik hier die naam ook. Het Bargoens stamt uit het westelijk deel van Zuid-Limburg en staat tussen de Oost-Limburgse geheimtaal, het ‘Henese Fleck’ van Breyell en het Bargoens van Bilsen en St.-Truiden in (Brg. v. Maastricht, p. 232). Het is, evenals het hierna te bespreken materiaal van Groenstraat, gebaseerd op kramertaal, maar is Bargoens geworden omdat het element ‘geleerde’ ontwikkeling ontbreekt, en Joodse woorden opgenomen zijn (zie hoofdstuk ii, ‘Kramertaal’).
Aantal joden in 1915 |
|
| De kerkelijke gemeente Beek, omvattend: Beek, Elsloo, Geulle, Stein, Urmond. Beek: 9 mannen, 2 vrouwen; Urmond: 2 mannen en 2 vrouwen. In Elsloo, Geulle, Stein wonen geen Joden. De synagoge in Beek is gesticht in 1866. | |
| Gemeente Eysden. Deze gemeente omvat het hele zuiden, van Gronsveld tot Slenaken: 9 mannen, 18 vrouwen. De synagoge in Eysden is van 1793. | |
| Gemeente Gulpen. Deze gemeente omvat veel plaatsen. Joden wonen alleen in Gulpen: 23 mannen en 21 vrouwen, en Vaals: 16 mannen, 13 vrouwen. De synagoge van Gulpen dateert van 1823. | |
| Gemeente Heerlen. In de kleine plaatsen onder deze gemeente ressorterende, wonen geen Joden. Heerlen telt 19 mannen en 22 vrouwen. | |
| Gemeente Maastricht. 146 mannen, 163 vrouwen, met St.-Pieter mee: 159 mannen en 170 vrouwen; Heer: 6 mannen en 7 vrouwen. De synagoge van Maastricht dateert van 1840. | |
| Gemeente Meerssen. 25 mannen, 28 vrouwen; Schimmert: 4 mannen, 4 vrouwen. Synagoge te Meerssen van 1853. | |
| Sittard. 72 mannen en 68 vrouwen (volgens opgave meest Portugees Israëlitisch. Deze opgave is zonder twijfel fout).235 | |
| Gemeente Valkenburg. 8 mannen en 11 vrouwen. | |
We zien dat op het platteland geen Joden wonen. De centra zijn: Maastricht, Sittard, Gulpen. De synagoges zijn over het algemeen niet gebouwd voor 1800 (Eysden 1793).
De volgende Joodse woorden komen in het Bargoens van Maastricht voor:
| bajis, gevangenis Pol. en Voorz.: baïs ‘huis’. |
| betske, ei Pol. en Voorz.: beiçoh ‘ei’. |
| casprement, zwangerschap Een casprement flikken, coïre. |
| doft, goed. |
| gannefen, stelen Er maast geganneft en hokt in bajis. Pol. en Voorz.: ganow ‘dief’, gannewen ‘stelen’. |
| gochel, vagina; gochels, heet, hartstochtelijk. Avé-Lallemant iv, p. 348: gacheles ‘die glühende Kohle’, gachel ‘er hat Feuer angezündet’. |
| joucher, slecht 't Maast hier joucher. |
| kaffer, boer Ook in samenstellingen: kaffersjuk ‘boerenkermis’ en kaffersmokum ‘dorp’. |
| kajim, jood; ook als verkleinwoord: kajimke. |
| kazer, vlees. |
| ken, ja. |
| kilef, hond Kilef voor te trafakken, trekhond. |
| kluft, het hele voorkomen van iemand Die bink heeft kwanke kluft, die man ziet er goed uit. |
| lau, nee Lau prevelen, nee zeggen. |
| leichen, brood Pol. en Voorz.: légèm ‘brood, spijs’. |
| majem, water. |
| majemen, regenen. |
| mokum, stad; kaffersmokum, dorp. |
| poen, geld. |
| posjer, cent. Pol. en Voorz.: poshut ‘eenvoudig, penning, duit’. |
| schok, markt; ook ‘winkel’ Bischoff: Hebr. schûk. |
| sjachelen, handelen; versjachelen. |
| sjaufel, slecht, dom. Pol. en Voorz.: shopheil ‘laag, nederig’; (van zaken sprekende) ‘slecht’. |
| sjoof, gulden. |
| smeris, veldwachter. Pol. en Voorz.: shemiroh ‘inachtneming, wacht, toezicht’; shemirus ‘wachter, bewaker, politieagent’. |
| sossele, paard. |
| zeibel, manufacturen, slechte waar. Pol. en Voorz.: zeiwel ‘bedrag, zwendel, slechte waar’. |
We vinden in totaal 27 Joodse woorden op 222, of ruim 12%.
Verschillende van deze Joodse woorden zijn nieuw en van jonge datum. Bajis, betske, gannefen, leichem, posjer, schok, sjaufel, zeibel, smeris, troffen we nog niet aan. Twee groepen werken hier in: 1 de dieventaal - bajis, gannefen, smeris; en 2 het jargon, waarvan we hier bij Houthem-St.-Gerlach een centrum vinden.236 Posjer, schok, sjoof, zeibel zijn hieruit te verklaren. Ook woorden als majem, majemen zijn van jonge datum. We hebben hier met invloeden te doen die voor de dieventaalelementen te verklaren zijn uit een grotere stad als Maastricht; en voor de jargonwoorden uit het genoemde centrum. In deze centra werkt een invloed uit het noorden. Zie hoofdstuk ii, ‘Vergelijking van het jargon van Goor en dat van Houthem-St.-Gerlach’. Aan directe ontlening van de Joden in Limburg hoeven we hier niet te denken, hoewel de aanwezigheid van een Joods element in de centra niet helemaal zonder invloed gebleven zal zijn.
Het materiaal is genoteerd door dr. Endepols. In mijn studie De Kramertalen heb ik het Groenstraats gekenmerkt als kramertaal uit de tweede periode, dus zonder de ‘wetenschappelijke’ ontwikkeling (zie hoofdstuk ii, ‘Kramertaal’).
De volgende Joodse woorden treffen we erin aan:
| †bachem, Grosschen Zie rad in ‘Louter Lekoris’. Vgl. aldaar ook: bas.238 Endepols noteert dit woord als ‘algemeen erkend, onvervalscht Bargoens’. Hij geeft dit door een † aan. |
| †bajes, gevangenis |
| †begiet, angst; begiet sien, angst hebben Pol. en Voorz.: bechïoh ‘geween’ (vgl. ‘Louter Lekoris’: begitem ‘bang’). |
| †beis, twee. Pol. en Voorz.: beis ‘2de letter Hebr. alfabet, als getalwaarde: “2”’. |
| †besjoelme, betalen |
| †bezol, goedkoop Pol. en Voorz.: bezaul ‘koopje’. |
| jatte, hand. Pol. en Voorz.: jad, status constructus238* en in plaats van jod. |
| kazer, vlees |
| †ken, ja |
| †kielef, hond |
| malbusj, kleed Pol. en Voorz.: malbush ‘kleed, hulsel, bv. van de wetsrol’. |
| talfe, bedelen; talfer, bedelaar |
| †tof(t), goed |
De lijst, door dr. Endepols genoteerd, bevat 257 begrippen. (De lijst is Nederlands-Bargoens.) Hiervan zijn er 13 aan het Joods ontleend. Het percentage is ± vijf. Merkwaardig is dat de woorden die als ‘algemeen erkend, onvervalscht Bargoensch’ gegeven worden (de met † getekende), over het algemeen nieuwe woorden zijn.
Bachem, begiet, beis, besjoelme, bezol, ken, zijn in het jargon algemeen. De Joodse invloed in deze kramertaal is zeker van een jongere periode. De echte kramertalen, als de Tiöttensprache van Mettingen of het Henese Fleck van Breyell zijn, mét de kramers zélf, in stand vooruitgegaan: de ‘wetenschappelijke’ dóórvorming is er een bewijs van. De kramertaal van Groenstraat is in oorsprong dezelfde als het Henese Fleck. Winkler zegt ervan:239
Deze breielsche, nieuwenhaagsche en groenstraatsche kooplieden en marskramers spreken onder elkaar een bijzondere vorm van roodwaalsch, dat door andere menschen meestal kramerlatijn wordt genoemd, maar dat zij zelven henese flik, dat is schoone of goede taal noemen. Breiel is de hoofdzetel van deze taal.
Verder zegt Winkler:240
Het roodwaalsch van Nieuwenhagen en Groenstraat wijkt slechts in enkele woorden af van dat van Breiel. Zoo is het breielsche blag, man, te Nieuwenhagen en Groenstraat oak, en het breielsche thoeren, vrouw, is daar gruus. ... Eenigen van deze woorden zijn uit het jode-hebreeuwsch (loschaun-hakaudisch) (Winkler p. 412).
Het enige woord dat Winkler als Joods opgeeft, benk ‘man’, is niet te verklaren uit Hebr. ben ‘zoon’, maar is Zigeuners. Andere Joodse woorden geeft hij niet. De gegevens van Winkler en Endepols kloppen goed met de feiten: de Joodse invloed in het zuiden is, behalve bij de paar woorden uit de oude laag, van jonge datum en te verklaren uit dóórdringing van Joodse elementen uit de noordelijke geheimtaalgroepen.
Ik heb dit materiaal opgetekend uit de mond van twee personen. C.K. uit Weert is een zwervend stoelenmatter, die bijvoorbeeld ook in Nijmegen komt. H., ook een zwerver, geboortig uit Weert, was de tweede zegsman. Ook hij strekt z'n zwerftochten tot Nijmegen uit en was daar zelfs, toen ik hem ondervroeg, woonachtig. We zullen zien of zich in de geheimtaal een sterkere Joodse invloed aftekent.
Weert behoort tot de kerkelijke gemeente Roermond. Er woonden in 1915 geen Joden.
| bachem, stuiver |
| bajes, gevangenis |
| beis, twee |
| beisje, dubbeltje |
| bescholmen, betalen |
| betske, ei |
| gajes, volk, mensen |
| gekloft (zie kluft), gekleed |
| gesjocht, arm, ellendig Gesjocht gajes. Pol. en Voorz.: geshogten, zie shegten ‘geslacht’, d.i. ‘door slachten gedood, geruïneerd; in desolate toestand’. |
| gokken, kaarten, spelen. Pol. en Voorz.: çegoqen ‘lachen, schertsen, spelen, speculeren’. |
| Grootmokum, Amsterdam |
| heitje, kwartje |
| jatten, handen, stelen |
| joedje, tien gulden |
| jofel, mooi |
| joker, duur |
| kaffer, boer |
| kaser, vlees |
| kasperen, coïre |
| kimmel, drie. Pol. en Voorz.: ǵimel ‘drie’. |
| kinnef, luizen. Pol. en Voorz.: kinim ‘ongedierte’. |
| kluft, kleren (zie gekloft) |
| leichem, brood, zwartbrood |
| lou, niet, slecht |
| majem, water |
| majemen, regenen |
| mesjokke, gek. Pol. en Voorz.: meshugo' ‘krankzinnig’. |
| mesommen, geld. Pol. en Voorz.: mezumon ‘geld’. |
| Mokum, stad (zie Grootmokum) |
| niese, vrouw, meisje; jofele niese. Pol. en Voorz.: samenstelling van 'n iese: zie ishoh ‘dame, meid’. |
| peiger, dood. Pol. en Voorz.: peigeren ‘doodgaan’. |
| schim, naam Linke schim ‘valse naam’. |
| sikker, dronken |
| sjacheler, koopman |
| sjoof, gulden |
| smoezen, praten Lou smoezen. |
| sossem, paard |
| talleven, schooien; de talf ‘het schooien’; talver ‘bedelaar’ |
| tokus, achterste, vagina |
| verkienen, verkopen |
| zwijntje, fiets. Pol. en Voorz. zie: hashiweinu. |
Totaal 38 woorden op 187 of ruim 20%.
Verschillende woorden die we in de zuidelijke groep nog niet opmerkten, komen hier tevoorschijn: gesjocht ‘arm, ellendig’; gokken ‘kaarten, spelen’; Grootmokum ‘Amsterdam’; kimmel ‘drie’; kinnef ‘luizen’; mesjokke ‘gek’; mesommen ‘geld’; niese ‘vrouw, meisje’; peiger ‘dood’; schim ‘naam’; zwijntje ‘fiets’. Weert zelf heeft geen Joden. Van directe ontlening is dus geen sprake. De woorden zijn, evenals die van
Groenstraat en Maastricht, uit het noorden. Grootmokum en zwijntje zijn uit de Amsterdamse dieventaal. Veel van de nieuwe woorden zijn in de lagere taalkringen algemeen bekend; gokken is zelfs algemeen beschaafd Nederlands; gesjocht(en) en mesjokke kent de doorsnee Nederlander. Geheel beschaafd zijn ze nog niet. De hele Joodse woordvoorraad van Weert draagt een noordelijk karakter als we bachem, gekloft, kaser, kasperen en talleven uitzonderen. Op zwerftochten, die zich minstens tot Nijmegen uitstrekten, is dit materiaal opgevangen, en het heeft voor een deel het autochtone Bargoens verdrongen.
We zien uit het overzicht van de hele zuidelijke groep dat het minste Joods voorkomt in de Belgische geheimtalen; dat Antwerpen meer oplevert dan de andere Belgische westelijke groepen; dat verder Noord-Brabant al een sterke Joodse inslag gaat tonen (Schijndel) en dat in Limburg het Joodse woordmateriaal toeneemt van zuid (Maastricht) naar noord (Weert). Het aantal aanwezige Joden beslist geenszins over het aantal Joodse woorden. Weert, dat geheel geen Joden heeft, toont het grootste percentage (20%) van aan het Joods ontleende woorden. Verdere conclusies zullen we opschorten tot we het Joods woordenmateriaal in de noordelijke groepen nagegaan hebben.
Voorlopig dit: men zij voorzichtig uit Joodse woorden te besluiten tot directe Joodse invloed.
Een dievenbende wiens geheimtaal een sterke Joodse inslag heeft, hoeft daarom nog niet uit Joden te bestaan. Eén Jood kan een bende veel Joodse woorden verschaffen.
Een overzicht van de Joodse woorden in de zuidelijke geheimtalen: groep A en B moge hier volgen.
Het overzicht spreekt voor zichzelf. In groep A zowel als in groep B neemt de Joodse invloed toe naarmate we in tijd opklimmen. Ook neemt deze invloed toe als we meer contact met het noorden (voor b i met het oosten) mogen verwachten. De laatste lijsten van elke groep, a viii en b vi, vertonen de sterkste Joodse inslag.
De oudste laag is in dit overzicht ook goed te constateren.
| a i - | Liber Vagatorum (1563) |
| a ii - | Cornelis de Bie (± 1680) |
| a iii - | Bargoens van Zele (1840) |
| a iv - | Bargoens van Roeselare (1890) |
| a v - | Bargoens van Antwerpen (1922) |
| a vi - | Bargoens van West-België (1916) |
| a vii - | Bargoens van Tilburg, Schijndel e.o (1922) |
| b i - | Das Duisburger Vocabular (1724) |
| b ii - | Kramertaal van de Kempen (1837) |
| b iii - | Bargoens van St.-Truiden (1892) |
| b iv - | Bargoens van Maastricht (1917) |
| b v - | Bargoens van Groenstraat (1924) |
| b vi - | Bargoens van Weert (1927) |
| Joods | A I | A II | A III | A IV | A V | A VI |
|---|---|---|---|---|---|---|
| â cha'l, eten | - | - | - | - | - | - |
| pach. of B.-G., kleinigheid | - | - | - | - | - | - |
| baïs, huis | - | - | - | - | - | - |
| bechïoh, geween | - | - | - | - | - | - |
| beis, twee | - | - | - | - | - | bijs |
| meshaleim zijn, betalen | - | - | - |
beshom- melen |
- |
beschal- men, bescho- leme |
| beiçoh, ei | - | - | - | - | - | - |
| bezaul, koopje, goedkoop | - | - | - | - | - | - |
| kaporoh | - | - | - | - | - | - |
| classey: keli en eimo, schrik- werktuig |
- | - | - | - | - | - |
| kauach, kracht, geweld | - | - | - | - | - | - |
| gajus, toestand van leven; levendig- heid |
- | - | - | - | - | - |
| ganow, dief | - | - | - | - | - | - |
| gàwer, collega, vriend | - | - | - | - | - | - |
| geshogten, geruïneerd | - | - | - | - | - | - |
| gacheles, gloeiende kool | - | - | - | - | - | - |
| çegoqen, lachen, spelen | - | - | - | - | - | - |
| hei, 5 | - | - | - | - | - | - |
| haureig, moorde- naar |
- | - | - | - | - | - |
| ishoh, vrouw | - | - | - | - | - | - |
| jad, hand | - | - | - | - | - | - |
| jud, 10 | - | - | - | - | - | - |
| jopheh, schoon | - | - | - | - | jofel, goed | - |
| jauqèr, duurte | - | - | - | - | - | joker |
| A VII | B I | B II | B III | B IV | B V | B VI |
|---|---|---|---|---|---|---|
| - | achelen | - | - | - | - | - |
| bachem | - | - | - | - | bachem | bachem |
| - | - | - | - | bajis | bajes | bajes |
| - | - | - | - | - | begiet | - |
| - | - | - | - | - | beis | beis(je), dubbeltje |
| - | - | - | - | - | besjoelme |
beschol- men |
| - | - | - | - | betske | - | betske |
| - | - | - | - | - | bezol | - |
| - | capores, ver- moorden |
- | - | - | - | - |
| - | classey, zakpistool | - | - | - | - | - |
| - | cooch halden, op roof uitgaan | - | - | - | - | - |
| gaje, volk | - | - | - | - | - | gajes, volk, mensen |
| - | - | - | - | gannefen, stelen | - | - |
| gappen, stelen | - | - | - | - | - | - |
| - | - | - | - | - | - | gesjocht, arm, ellendig |
| - | - | - | - | gochel, vagina, gochels, heet | - | - |
| - | - | - | - | - | - | gokken, spelen, kaarten |
| heitje, kwartje | - | - | - | - | - | heitje, kwartje |
| - | herkem duf | - | - | - | - | - |
| - | isch | - | - | - | - | niese |
| - | - | - | - | - | jatte | jatten |
| - | - | - | - | - | joedje, tientje | |
| - | - | - | - | - | jofel, mooi | |
| - | - | - | - | joucker | - | joker |
| Joods | A I | A II | A III | A IV | A V | A VI |
|---|---|---|---|---|---|---|
| joda, bedrieglijke magische wetenschap | - | - | - | - | - | - |
| kaphri, plattelands- bewoner |
- | - | - | kaffer | kaffer, kafferine | kaffer, kafferin, kaffriaan |
| chajjim, Jood | - | - | - | - | kajim | - |
| kaloh, bruid, verloofde | - | - | - | - | - | kalle, dwaas vrouws- persoon, penis |
| kosaw, beliegen, huichelen | - | - | - | - | - | kasperen, coïre, kasper- geeze, kasprement |
| kosheir, geschikt (van vlees) | - | - | - | - | - | - |
| kein, ja | - | - | - | kine | kien | kiene |
| kélèw, hond | - | - | - | - | - | - |
| ǵimel, drie | - | - | - | - | - | - |
| kinim, ongedierte | - | - | - | - | - | - |
| k'luft, kleed | - | - | - | - | - | - |
| légèm, brood | - | - | - | - | - | - |
| lau, nee, niet | - | - | - | - | lau | lauw |
| maïm, water | - | - | - | - | - | - |
| maso umaton, uitoefenen van koopman- schap |
- | - | - |
maasmat, massemat, maas- matter |
- | masmat, massemat, mazemat |
| malbush, kleed, hulsel | - | - | - | - | - | - |
| mamzeir, bastaard, beroerling | - | - | - | - | - | - |
| meshugo', krankzinnig | - | - | - | - | - | - |
| mezumon, geld | - | - | - | - | - | - |
| moqaum, stad | - | - | - | - | - | - |
| mo'aus, geld | - | - | - | blankmoes, moes | moos | moes |
| A VII | B I | B II | B III | B IV | B V | B VI |
|---|---|---|---|---|---|---|
| - | - | jonen, bedriegen | - | - | - | - |
| kaffer | caffer | - | kaffer, kafferin |
kaffer, kaffers- mokum, kaffersjuk |
- | kaffer |
| kajim | - | - | - | kajum, kajimke | - | - |
| - | - | - | - | - | - | - |
| - | - | - | - | casprement, zwanger- schap |
- | kasperen, coïre |
| kazerik | - | - | - | kazer | kazer | kaser |
| - | - | - | - | ken | ken | ken |
| - | kilef | - | - | kilef | kielef | - |
| - | - | - | - | - | - | kimmel |
| - | - | - | - | - | - | kinnef |
| kluft | - | - | - | kluft | - | kluft, gekloft |
| - | - | - | - | leichen | - | leichem |
| lau | - | - | loes | lau | - | lou |
| majem | - | - | - | majem, majemen | - | majem, majemen |
| - | - | - | - | - | - | - |
| - | - | - | - | - | malbusj | - |
| - | du manser | - | - | - | - | - |
| - | - | - | - | - | - | mesjokke |
| - | - | - | - | - | - | mesommen |
| mokum | - | - | - | mokum | - |
mokum, Groot- mokum |
| - | - | - | moos | - | - | - |
| Joods | A I | A II | A III | A IV | A V | A VI |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ishoh, vrouw | - | - | - | - | - | - |
| peigeren, doodgaan | - | - | - | - | - | - |
| ba'almil- gomoh, koloniaal |
- | - | - | - | - | palemagom |
| peh, mond | - | - | - | - | - | - |
| melech punem, aangezicht des konings | - | - | - | - | poen | poen |
| ponim, gezicht | - | - | - | - | - | - |
| poshut, penning, duit | - | - | - | - | - | - |
| sakin, mes, sakonoh, gevaar | - | - | - | - | - | - |
| sheim, naam | - | - | - | - | - | - |
| shageren, uitvorsen | - | - | chachelen, chachelas | - | - | |
| shiqçoh, vr. van sheiqèç, lelijk jongmens | - | - | - | - | - | - |
| shopheil, slecht | - | - | - | - | - | - |
| shikaur, dronken | - | - | - | chiken | - | - |
| schkûk, markt | - | - | - | - | - | - |
| zohow, goud | - | - | - | - | - | - |
| shemirus, wachter | - | - | - | - | - | - |
| shemu'aus, praatjes | - | - | - | smoezen | - | smoezen |
| sus, paard | - | - | - | - | - | sossem |
| dal, arm, dalphaun, arme | - | - | - | - | - | - |
| taltal, tiltal, heen en weer bewegen | - | - | - | - | tantel, tandem | tantel, tandem, Antwerpen |
| tipaul, uit de voeten | - | - | - | - | - | - |
| togas, achterdeel | - | - | - | - | - | - |
| tauw, goed | - | - | - | tof | toffe | toft, toffig |
| qinjon, koop, het gekochte | - | - | - | - | - | - |
| zeiwel, bedrog | - | - | - | - | - | - |
| hashiweinu | - | - | - | - | - | - |
| A VII | B I | B II | B III | B IV | B V | B VI |
|---|---|---|---|---|---|---|
| - | isch | - | - | - | - | niese |
| - | - | - | - | - | - | peiger |
| - | - | - | - | - | - | - |
| pei | - | - | - | - | - | - |
| - | - | - | - | poen | - | - |
| ponem | - | - | - | - | - | - |
| - | - | - | - | posjer | - | - |
| - | sackem, mes | - | - | - | - | - |
| schim | - | - | - | - | - | schim |
| - | - | - | sjachelen, chachelen | sjachelen | - | sjacheler |
| sjikse | schiksgen | - | - | - | - | - |
| - | - | - | - | sjaufel | - | - |
| - | - | - | - | - | - | sikker |
| - | - | - | - | sjok | - | - |
| sjoof | - | - | - | sjoof | - | sjoof |
| - | - | - | - | smeris | - | - |
| smoezen | - | - | smoezen | - | - | smoezen |
| sossem | - | - | - | sossele | - | sossem |
| talven | - | - | tallevelen, tallevelaar | - | talfe | talleven, de talf, talver |
| - | - | - | - | - | - | - |
| - | - | - | - | - | - | tippelen |
| tochus | - | - | - | - | - | tokus |
| tof | - | - | toffe, tof | doft | toft | - |
| - | - | - |
ver- kimmeren |
- | - | verkienen |
| - | - | - | - | zeibel | - | - |
| - | - | - | - | - | - | zwijntje, fiets |