Verzamelde gedichten (ed. W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn)


auteur: Martinus Nijhoff


editeur: W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn


bron: Martinus Nijhoff, Verzamelde gedichten (ed. W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn). Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2001 (derde druk)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 117]

Vormenaant.

[p. 119]

Houtsneden

[p. 121]

Satyren Christofoor

 
‘Ach, Christofoor, vertrouwder
 
In 't water dan op 't land,
 
Til het kindje van je schouder,
 
Geef zijn handje me in de hand;
 
Ik wijs het in de bosschen
 
De bronnen en de mossen,
 
De vogels en de vossen,
 
De slang, den haas en 't hert -’
 
 
 
Maar Christofoor, op den oever,
 
Leunt zwijgende op zijn kruk,
 
De stroom was stroef, maar stroever
 
Zijn de tranen van geluk:
 
Nooit was een bedding weeker,
 
Nooit waadde hij zoo onzeker,
 
Want nooit nog, nooit nog streek er
 
Een handje hem door het haar -
 
 
 
De satyr nadert ijlings
 
Door het ritselende riet,
 
Hij ziet het kind dat schrijlings
 
Op den reus naar hem omziet -
 
Hij die langs alle wegen
 
Zijn lusten had verkregen,
 
Biedt nu, schuw en verlegen,
 
Een handvol bessen aan -
[p. 122]
 
't Kind heeft zijn hand genomen
 
En 't houdt wat het eenmaal houdt,
 
De satyr kan niet ontkomen,
 
Hij danst nooit weer in het woud -
 
Zoo sterk werd zijn hand gegrepen,
 
Dat het sap der stukgeknepen
 
Vruchten in roode streepen
 
Neerdrupt van pols naar poot -
 
 
 
O Christofoor, o satyr,
 
Uw woede en vlucht zijn getemd,
 
Men vindt op land of op water
 
Een klein geluk dat klemt:
 
Voor Christofoor ondoorwaadbaar,
 
Voor den satyr ongenaakbaar,
 
Voor mij, ach, onaanraakbaar
 
Wegzingend door mijn lied -