De monumenten in de gemeente Maastricht. Deel 2


auteur: E.O.M. van Nispen tot Sevenaer


bron: E.O.M. van Nispen tot Sevenaer, De monumenten in de gemeente Maastricht. Deel 2. Gijsbers & van Loon, Arnhem 1974 (ongewijzigde herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 591]

Particuliere gebouwen.

Ter inleiding.

Het MAASTRICHTSCHE WOONHUIS. Van den middeleeuwschen woningbouw is heel weinig meer in wezen. De in hout opgetrokken gebouwen zijn bij de talrijke belegeringen, door brand, of ten slotte in gevolge het streven de houten gevels door steenen te vervangen, geleidelijk verdwenen. Het laatste houten huis, in de Groote Looierstraat, had een steenen onderbouw en drie ‘voorplooien’; het is in

illustratie

Afb. 551. Zijgevel in vakwerk van den ‘Windmolen’; in 1931 gesloopt.


1868 gesloopt (vgl. Schaepkens, Het oude Tricht § 21)1).

Alleen van de gebouwen in vakwerk is het type tot op onzen tijd blijven bestaan, zooals de noordelijke zijgevel van het Dinghuis (zie hiervoren blz. 110), de westelijke zijgevel van het huis Markt nr. 71, hoek H. Geeststraat (zie afb. 552), de oostelijke zijgevel van het huis met den gevelsteen ‘In den windmolen’, hoek van de Groote Staat en van het pleintje vóór de voorm. Dominicanenkerk, maar in 1931 gesloopt (zie afb. 551). Steenenbrug 1, Gubbelstraat 36 (vgl. nr. 249) de achtergevel van het pand Eikelstraat nr. 1 (afb. 592) en ten slotte in Wijk het hoekhuis van de Rechtstraat en het Pastoorstraatje, (afb. 553). De overkraging in den zijgevel van het huis ‘de Eikel’ bewijst, dat deze bouwwijze in 1625 nog gangbaar was.

 

Van de middeleeuwsche steenen gebouwen is het type van den ‘turris’, den verdedigbaren woontoren, tot ons gekomen.

Bij de sloopingswerken aan de Maasbrug zijn in+ den zomer van 1932, aan het Cörversplein te Wijk fundeeringsmuren te voorschijn gekomen. Hoewel het de vraag is of zij van den toren afkomstig geweest kunnen zijn, die in 1267 door den Hertog van Brabant ter bescherming van den
[p. 592]
rivierovergang (vgl. hiervoren blz. 6) gebouwd is, vestig ik er de aandacht op in verband met de in de jaren 1931-1932 gesloopte overblijfsels van een woontoren in de Groote Staat, welke waarschijnlijk uit denzelfden tijd dagteekende (zie hierna).



illustratie

Afb. 552. H. Geeststraat; zijgevel van het pand Markt 71, uit vakwerk bestaand, dat rust op laat-gothische korbeels.


De toren in de Groote Staat (nr. 5) kwam in een gehavenden toestand - hij is n.l. in de XVIIe eeuw tot woonhuis verbouwd - te voorschijn tijdens de sloopingswerken der twee huizen, welke plaats hebben moeten maken voor de oostelijke helft van het Magazijn van Vroom & Dreesmann.

+ De ‘Liebaert’. In de jaren 1931-1932 is gesloopt, wat er nog stond van ‘de Liebaert’ en ‘de Landscrone’; wij lezen bij Schaepkens, blz. 150 en 151, dat in het begin der
[p. 593]
XIVe eeuw de Lansdcrone door de stadsregeering



illustratie

Afb. 553. Rechtstraat 4, hoek Pastoorstraatje te Wijk; voor den bominslag.


werd aangekocht en dat hierin - en in het ernaast gelegen huis, de Liebaert (het Luipaard), dat weldra aan het eerste werd toegevoegd - de administratiekantoren en het laag gerecht gevestigd waren. Uit ‘Het oude Tricht’, aanvullingen door schrijvers' zoon en naamgenoot op het werk zijns vaders (Public. 1931, '32 en '33) vernemen wij nog, dat den 22-viii-1605 de Lupaert verhuurd werd aan



illustratie

Afb. 554. Traptorentje van Groote Staat 9, tijdens de slooping.


Lambert Biesmans, secretaris der stad; dat de raad den 23-xii-1619 besloot ‘den lubart’ te verkoopen aan den meest biedende: dat men zulks andermaal deed den 24-v-1633. Ten slotte werd in 1657 met octrooi van den Bisschop van Luik en met machtiging van de Staten-Generaal opnieuw tot verkoop besloten ter bestrijding der kosten van het te bouwen nieuw stadhuis (vgl. ook hiervoren, blz. 119).
Nadien zijn de middeleeuwsche gebouwen in woonhuizen veranderd, welke ten deele het karakter van XVIIc nog vertoonden. De Liebaart had - evenals Groote Staat nr. 9 - een achtkant traptorentje met eikenhouten spiltrap, aan den zuidgevel; de spil was zeer kunstig uitgehold.1) Afb. 554.

Voor zoover ik tijdens de slooping heb kunnen+ nagaan, bestond de Liebaart uit de overblijfselen van een toren op rechthoekig grondplan; in den kelder was de breedte 7.33 M. (noordzijde, langs de Groote Staat) en de lengte langs den westwand tot, waar eens de zuidgevel stond - deze is bij de XVIIe eeuwsche verbouwing vervangen - 10.17 M. De dikte van den westwand bedroeg 1.32 M.; die van den oostwand 1.30 M. (tot een verzwaring

[p. 594]

aan de zijde van de Landscrone). In dezen wand was een doorgang van 1.15 M., toegang gevend tot de Landscrone, waarvan de oostwand op 5.50 M. lag. In den kelder waren de lange wanden aan de binnenzijde afgekapt om er een later (XVII) tongewelf in mergel beter te doen aanpassen. Vroeger lag er een houten zoldering in, want eenige ruwe kraagsteenen, steunpunten voor balken, staken uit de lange wanden; om den kop van een der balken meer steunvlak te bieden was bij een der kraagsteenen van den oostwand een ondiepe nis uitgespaard. De muren bestonden uit twee wanden met gietwerk er tusschen.

+ In het gelijkstraats was de westwand regelmatig gemetseld van blokken kolenzandsteen en waren de vroegere voorgevels vervangen door moderne winkelpuien.+ Een eerste wijziging van den oorspronkelijken noordgevel door het aanbrengen van groote kruiskozijnen viel nog waar te nemen, terwijl in den westwand op de tweede verdieping de schuine dagkanten van twee schietsleuven te voorschijn kwamen; de opening was opgevuld met blokken van mergel.

Uitwendig was van den oorspronkelijken westgevel een gedeelte vrij gaaf; beneden was een wand van mergel er tegen opgetrokken, dan volgde een gedeelte in klein materiaal en daarboven, een, door een verweerde waterlijst gescheiden, geleding van grootere blokken; deze geleding had eenigen voorsprong. De topgevel bevatte in de zuidelijke helft oud werk, maar is in een tijd, toen deze gevel niet meer vrij stond, vernieuwd; dit bleek uit de door den muur stekende balkeinden.

Een traptorentje op achthoekig grondplan verbond de verdiepingen; het was opgetrokken in baksteen met toepassing van hoekblokken. De trap had een getorste en geprofileerde spil; vgl. afb. 554.

Ik gis, dat de Liebaert (luipaard, leeuw), ook Luipaard geheeten, een woontoren is geweest van het geslacht de Leopardo, dat met een leeuw zegelde. Uit XIVb en c zijn verschillende zegels van den schepen Florentius de Leopardo bewaard en in XIV B zegelt een Cloes van den Liebaerde ook met een leeuw; misschien is hij een afstammeling van het gelijknamig geslacht, dat in de XIIIe eeuw den woontoren bezat en misschien ook gebouwd heeft.

2 Stokstraat nr. 55. In dit pand zijn de afmetingen van een toren aan de Graanmarkt, het zuidelijk uiteinde der Stokstraat, tot ons gekomen. Blijkens een opmeting van den architect W. Sprenger te Maastricht bedragen de afmetingen van den benedenbouw in breuksteen binnenwerks 6.33 M. (Noord-Zuid) bij 7.00 M.; de muren hebben een dikte van 1.06 M., behalve die aan de oostzijde, welke 1.12 M. dik is.

+ Voor de geschiedenis wordt verwezen naar de Refugie van St. Gerlach, hiervoren, blz. 287. Intusschen zij hier een gedeelte ervan herhaald: den 28-xii-1279 schenkt Ridder Ogerus van Haren met toestemming zijner vrouw en kinderen het vierde deel van een steenen huis aan de Graanmarkt (in foro segetum) in aalmoes aan Proost en klooster van St. Gerlach (te Houthem); Johannes, zoon van wijlen ridder Wynandus, en zijn kinderen doen hetzelfde. Theodericus de lata platea schenkt insgelijks een vierde deel benevens de helft van het laatste kwart, waarvan zijn moeder Oda de andere helft heeft; hierover beschikt ook zij op dezelfde wijze. Waarschijnlijk zijn de schenkers neven of achterneven. Al kennen wij den
[p. 595]
gemeenschappelijken stamvader niet, zooveel is toch zeker, dat er in de akte van 1279 van een goed sprake is, dat één of twee generaties eerder al bestond; hiermee komen wij in XIIIa. Wie den toenaam de lata platea droegen, weet ik niet; hij zal gevoerd zijn door een geslacht, dat in de Breede straat goederen bezat.1)
Dit gebouw, dat in het cijnsboek van 1377 (franquinet, Inv. II, blz. 208) voorkomt als de ‘turris domicellarum de sancto Gerlaco’, de toren der dames van St. Gerlach, schijnt in XVII B gemoderniseerd te zijn en tot een woonhuis te zijn ingericht. Een gekleurde



illustratie

Afb. 555. Gezicht op het koor der O.L.V.-Kerk met omgeving naar een teekening van Rademaker, in den topografischen atlas van het Limburgsch Gesch. en Oudheidk. Genootschap.


teekening in de verzameling van het Provinciaal Genootschap geeft den toestand weer vóór de verbouwing (vgl. afb. 555); de met een tentdak gedekte toren is er nog op te onderscheiden.
Uit het octrooi, door de Staten-Generaal den 27-i-1731 aan de kloosterlingen verleend, tot het aankoopen van een refugiehuis te Maastricht (franquinet, Inv. St. Gerlach, nr. 241) blijkt, dat zij haar oude Refugie hebben verkocht, omdat de herstellingskosten ‘wegens desselfs caduciteijt’ en omdat ze ‘door oudheijd sodanigh was vervallen’ al te hoog geraamd moesten worden.
[p. 596]

+ Een herinnering aan de middeleeuwen bewaart de benaming ‘poort’, waarmede vele edelmanswoningen in de stad plachten te worden aangeduid. Dit type werd gekenmerkt door een groote koetspoort, welke een binnenhof van de straat afsloot; aan dien binnenhof lagen hoofd- en dienstgebouwen. Waren poort, hof en woonhuis drie kenmerkende factoren (vgl. het Brabantsch Gouvernement, afb. 73, het huis de Vilain XIIII - thans Jezuïetenklooster - afb. 556, en het Hof van Tilly - thans

illustratie

Afb. 556. Tongersche straat 53. Voorm. Poort de Vilain XIIII met de voorm. Dragonderskazerne; de inrijpoort met de zijpoortjes (breed 14.16 M.) verplaatst, de vleugel (8.46) gesloopt.


Rijkskweekschool - (afb. 572) later en wel sedert XVIII a wordt de poort veelal in den hoofdgevel opgenomen (vgl. de Poort van Reckhem, afb. 577, het claustrale huis St. Servaasklooster 8 (afb. 557) en andere XVIIIe eeuwsche huizen). Tot in XIX a werd dit type gehandhaafd; vgl. het huis Vrijthof nr. 46 en 47; afb. 590.

Ten gevolge van verbouwingen hebben vele dier poorten haar oorspronkelijk karakter verloren; bij de navolgende beschrijving worden zij derhalve niet chronologisch behandeld, maar in alphabetische volgorde der straatnamen.

[p. 597]

De meest bekende poorten te Maastricht

illustratie

Afb. 557. St. Servaasklooster 8. Claustraal huis met gelijkstraats, en gebroken kap. Gesloopt.


waren: in de Breede straat: de Poort van Gronsveld - ook van Rimborch genaamd; de Poort van Reckheim (nr. 17), de Poort van Meer; de Spreeuwarts Porte (nr. 27). In de Kapoenstraat lagen de Poort van Gaveren, de Poort van Erkenteil (Argenteau) en de Poort van Oist (ook van Holset genaamd, vermoedelijk nr. 3 en 51)). Aan het Julianaplein (nr. 6-8) de Poort van Leuth.

Van het bovengenoemd later type zijn o.a. de huizen Groote Gracht 82, afb. 580, Looierstraat nrs. 19 en 26; Stokstraat nr. 24, vgl. afb. 623; Witmakersstraat nr. 5.

Typeering van den woonhuisgevel der XVIe eeuw.

Bij den woonhuisgevel van de XVIe eeuw komen de kenmerken van den tijd vooral tot uiting in détails; de indeeling blijft nog verwant aan die van de voorafgaande periode, maar een aan de Fransche renaissance ontleende ornamentiek overtrekt het laat-gothische schema (F.A. Vermeulen, Handbk. II, blz. 137).

[p. 598]

Kenmerkend voor Maastricht is het veelvuldig voorkomen van rechte gootlijsten aan de straatzijde, van trapgevels aan de zij-(brand-)gevels, zoodat wij aan het voorm. ‘Gildehuis’ in de Brugstraat naast de sierende elementen als de boogtrommels en frontons in verschillende vormgeving, medaillons en los in het gevelvlak geplaatste koppen, ook aantreffen een op krachtig uitgebogen consoles gedragen kroonlijst en geprofileerde waterlijsten; vgl. afb. 591.

Uit de XVIe eeuw zijn maar weinig voorbeelden tot ons gekomen, maar aan dezen tijd zijn ongetwijfeld de elementen (kroonlijst, waterlijsten en banden) te danken, welke den Maastrichtschen woonhuisgevel van de XVIIe eeuw een eigen karakter geven.

Topgevels uit de XVIe eeuw zijn nauwelijks bewaard gebleven, maar zij zullen ongetwijfeld bestaan hebben en stellig ook de voorloopers geweest zijn van de niet talrijke, maar toch typische Maastrichtsche topgevels met in- en uitgezwenkte dekstukken der XVIIe eeuw (vgl. het huis de Ridder, afb. 604 e.v.).

Opgemerkt zij nog, dat de stijlkenmerken dezer woonhuizen ontleend moeten worden aan het uitwendige, daar de plattegrond en de ruimte-indeeling der gebouwen door verbouwingen in den loop der tijden doorgaans te zeer zijn gewijzigd, om van een bepaald type te kunnen spreken.

Over het algemeen wijst de plattegrond den langrechthoekigen vorm aan der stedelijke bebouwing, vooral ook omdat Maastricht een vesting was, waarbinnen slechts bij uitzondering gelegenheid bestond om huizen op een breeder grondplan aan te leggen.

Typeering van den woonhuisgevel der XVIIe eeuw.

I. Kenmerkend is de bontheid van het materiaal: Naamsche steen, baksteen en mergel. De pui, of ten minste een plint, is opgetrokken in regelmatig werk van groote blokken Naamsche steen; de deuromlijsting bestaat, evenals die der kruisen tweelichtvensters, uit afwisselend groote en kleine blokken. Zijn de dammen tusschen de vensters smal, dan raken de groote blokken elkaar (vgl. afb. 558 en 559); voor de baksteen blijft maar weinig ruimte over. De dunne dwarsdorpel der kruiskozijnen wordt vaak over de heele breedte van den gevel als een band doorgetrokken (vgl. afb. 602); meestal bestaat deze band uit mergel. Hoekblokken in Naamsche steen - ook in mergel - omgeven den gevel, welke door smalle (geprofileerde) lijsten in verdiepingen wordt verdeeld.

De meeste Maastrichtsche woonhuizen hebben zadeldaken, welke tusschen de hooge brandgevels zijn gevat; deze eindigen in topgevels met vlechtingen, met trappen of met in- en uitgezwenkte dekstukken. Daar de voorgevel minder vaak in een topgevel - zie hierna - eindigt, wordt hij meestal horizontaal afgesloten door een sparrendak of door een hoofdgestel, dat in de XVIIIe ook wel vervangen werd door een fries (afb. 560) en zelfs door een koofvormige bekroning met relief in stucwerk, zooals bij Kleine Staat 13.

In de bovenste verdieping treft men in den regel in plaats van kruiskozijnen, lagere, tweelichtvensters aan (vgl. afb. 559), soms een reeks van deze vensters,

[p. 599]



illustratie

Afb. 558. Groote Staat 9. (Vgl. blz. 593; gesloopt.)




illustratie
Afb. 559. Kleine Looierstraat 18; breed 4.75 M. Gesloopt.


zooals in het huis Langs de Maas nr. 23, waar op de eerste en tweede verdieping twee maal een drieledig venster wordt aangetroffen, (afb. 561), of zooals op de bovenste verdieping van den Gouden Leeuw te Wijk.

Een hoofdgestel in mergel, dat den voorgevel - vaak ook den zijgevel - afsluit, bestaat gemeenlijk uit een geprofileerde front- of kroonlijst, gedragen door consoles van mergel; deze rusten op een (geprofileerde) architraaf. De consoles behooren tot een fries (in baksteen), welke tusschen de consoles een ruitvormigen

[p. 600]



illustratie

Afb. 560. Sint Pieterstraat 42. Fries in stucwerk met een jachttafereel; in Juli 1930 gesloopt.


diamant dan wel een rozet, in mergel, of beide afwisselend, vertoont (vgl. afb. 594 en 602). Kenmerkend voor den tijd is, dat deze consoles, versierd met groeven of met acanthusbladeren, in XVIIA direct onder de met een diamant versierde bekroning sterk ingehold zijn en in een gebuikte benedenhelft tegen de architraaf eindigen (vgl. afb. 559). In het midden der XVIIe eeuw is een wijziging in het beloop waarneembaar, zoodat om 1700 (vgl. afb. 597) de consoles als regel een gewelfd boveneinde hebben en geleidelijk uitloopen tegen de architraaf. Ook bij topgevels komt dit hoofdgestel voor (vgl. afb. 562 en 610), maar het wordt dan dikwijls vlakker gehouden, en de fries met consoles wordt een triglyphenfries, zooals in den achtergevel van ‘de Ridder’ (vgl. afb. 599 en 607).

Bij topgevels zijn de vensters der zolderverdieping doorgaans rondboogvensters met een omlijsting van mergel of tenminste met een sluitsteen en de aanzetsteenen van den boog in genoemd materiaal.

Gesmeed-ijzeren muurankers treft men vrij veel aan; zij zijn aan boven- en benedeneind zijwaarts omgekruld; de halve ankers eindigen meestal tegen of op de lijsten (vgl. afb. 559, 561, 562 563 en 596).

De oorspronkelijke deuromlijstingen hadden een eenvoudige latei met rechthoekig bovenlicht van dezelfde breedte, een rondbogigen doorgang of een driehoekige latei met een klein rechthoekig venster er boven (vgl. afb. 592, 595 en 605).

 

Uitgebouwde traptorens op veelhoekig grondplan komen nauwelijks meer voor; er zijn er mij slechts twee bekend Bouillonstraat 12 en Stokstraat nr. 30 (afb. 616). De beide torentjes aan de gesloopte huizen in de Groote Staat, kwamen hiervoren reeds ter sprake (blz. 593). In een litho geeft Schaepkens (het spiegelbeeld van) een torentje van een, eveneens gesloopt, huis aan de Hondstraat (vgl. Public II afb. tegenover blz. 126). Het torentje van Tafelstraat 28 is halfrond uitgebouwd (afb. 593). Deze torentjes zijn alle uit de XVIIe eeuw (vgl. ook hiervoren de Refugie v. Herckenrode afb. 246).

Voor den traptoren op rechthoekig grondplan van het huis achter de Comedie nr. 4 (vgl. blz. 241).

[p. 601]

II. Uit XVIIA zijn weinig topgevels bewaard gebleven. Het eenvoudigst zijn die, welke met vlechtingen, met een rollaag, dan wel met trappen zijn afgedekt, zooals het huis Groote Looierstraat 15, dat aan de voorzijde een trapgevel heeft, terwijl de achtergevel een top heeft met in- en uitzwenkingen

illustratie

Afb. 561. Langs de Maas 23, vóór de restauratie; breed 5.56 M.


(rollaag). (Vgl. afb. 562, 563, 605, 609 en 613.



illustratie

Afb. 562. Lenculenstraat nr. 34, vóór de restauratie; br. 4.40 M.


III. De geheel met Naamsche steen bekleede gevels zijn alle van na het midden der XVIIe eeuw. Kenmerkend is het streven de ééntonigheid van het materiaal te onderbreken door het gevelvlak meer relief te geven; vandaar, dat de blokken, welke de

[p. 602]



illustratie

Afb. 563. Voorm. Grauwzusterklooster uit het Noord-Westen, vóór de restauratie.


vensters omlijsten eenigen voorsprong hebben; het geven van voorsprong aan de omlijstingen wordt regel, ook voor de andere gevels in de XVIIIe eeuw (vgl. Stokstraat 26, afb. 618).

 

IV. Pilastergevels zijn in Maastricht schaarsch; de gevel van het huis Kleine Gracht 31 beantwoordt aan de typeering der XVIIe eeuwsche topgevels, met dien verstande, dat er in de benedenhelft drie pilasters van baksteen aan zijn toegevoegd, wier kapiteelen met tusschen gelegen consoles niet het hoofdgestel, maar slechts de kroonlijst dragen. In den top is een rondboogvenster tusschen twee pilasters gevat (vgl. afb. 622).

 

Van het oorspronkelijke interieur zijn tengevolge van moderniseeringen in vroegere eeuwen en van minder gelukkige verbouwingen slechts fragmenten overgebleven. Nu eens is het een (baluster) trap, dan weer een schouw, slechts zelden een wandbetimmering, zooals in de Bouillonstraat 10, waar de zaal op de verdieping in den achterbouw een gesneden en geschilderde betimmering heeft, waarin opgenomen zijn de portretten van den Grooten Keurvorst en zijn gade (vgl. blz. 636).

Het meest treft men nog aan ‘gespelderde’ balkenzolderingen; tusschen de balken zijn trogwelfjes in stuc aangebracht, welke op Limburgsche wijze aan de einden langs de wanden zijn afgerond. Een enkelen keer zijn deze zolderingen versierd met een stuc-ornament in relief, zooals in het huis St. Jacobstraat 8 (afb. 564).



illustratie

Afb. 564. St. Jacobstraat 8, ‘gespelderde’ zoldering met stucversiering.


[p. 603]

Typeering van den woonhuisgevel der XVIIIe eeuw.

De uitloopers dezer typen (vgl. Achter de Comedie, nr. 2, afb. 201), treft men tot in het midden XVIII aan. Kenmerkend is, dat de venster- en deuromlijstingen niet meer bestaan uit afwisselend groote en kleine blokken, maar dat hiervoor in de plaats komen groote stukken, zoodat b.v. tusschen boven- en tusschendorpel van een kruiskozijn de omlijsting niet meer bestaat uit twee groote en een klein blok er tusschen, maar uit slechts één blok. Aan dezen meer regelmatigen vorm der omlijstingen wordt eenige voorsprong gegeven. De consoles van het hoofdgestel krijgen, zooals reeds is gezegd een ander profiel (vgl. afb. 597).

Tenslotte zij opgemerkt, dat vele gevels zijn gesaust, gepleisterd, of geschilderd. Dit maakt het vaak moeilijk het oorspronkelijk karakter duidelijk te onderscheiden, want het komt mij voor, dat in de XVIIIe eeuw vele gevels van een ouder type op deze wijze werden aangepast aan den smaak dier eeuw.

Een groot aantal op deze wijze behandelde gevels wordt bijgevolg geplaatst onder de groep Algemeen-XVIIIe eeuwsche gevels, een groep, die zonder uitgesproken stijlkenmerken te bezitten, toch van groot belang is door het bijzonder karakter, dat deze bouwwijze aan het aspect der stad heeft gegeven (zie blz. 664-670).

Van de oude kruiskozijnen werden de kruisen uitgebroken, de vensters naar onderen verlengd, de oude bergsteenen omlijsting en de toegevoegde stukken geverfd in ‘een steen couleur met Leynzaet olie verwe’, zooals in art. 25 van het bestek der verbouwingen van het Commandement (Tongersche straat 6) te lezen staat (Stadsarchief, Bestekboek 194); uitdrukkelijk wordt in dit bestek van 1772 gezegd, dat zulks gedaan moet worden ‘alzoo door het verlaegen der vensters en leggen van de nieuwe onderdurpels (en) socken de steenen geen gelijke couleur met de andere steene... zullen hebben’. Een zoo behandelde gevel geeft bij oppervlakkig bezien den indruk van een zekere eenheid. Bij nader beschouwen echter is de vroegere aanwezigheid van kruisgespannen te herkennen aan de krammen, waarmede de twee stukken van den bovendorpel verbonden moesten worden na het verwijderen van hun steun; is de verlenging der vensteromlijstingen naar onderen te zien aan de toegevoegde ‘socken’ en aan het verbreken der doorgaande horizontale banden. Het duidelijkst komt het vroegere lapwerk te voorschijn bij het verwijderen der alles bedekkende laag, zoodat b.v. aan den gevel Tongersche straat nr. 6 thans alle veranderingen in het zoo juist genoemd bestek van 1772 vermeld, zijn waar te nemen. Het ‘zuiveren’ der gevels brengt eenerzijds de oude kern der gevels te voorschijn, anderzijds het nadeel mede, dat het materiaal door het ‘afbikken’ gewijzigd is, d.w.z. dat de oude frijnslag van de Naamsche steen door afkapping kan zijn verdwenen en dat de baksteen niet meer het oorspronkelijk oppervlak vertoont.

Hiernaast komt een gevelverdeeling voor, die als een erfstuk uit de Middeleeuwen is te beschouwen. Het is, alsof de houten staanders en liggers van den vakwerkbouw zijn toegepast in een skeletbouw in Naamsche steen, die tevens een verticale en horizontale indeeling gaf aan de gevels. Deze verticale indeeling bood gelegenheid tot het maken van varianten, zoodat deze ruim vertegenwoordigde groep onderverdeeld kon worden.

[p. 604]

Uitgebreider nog is de groep woonhuizen, wier gevels een slechts algemeen-XVIIIe eeuwsch karakter hebben; zij zijn of in allen eenvoud zoo opgetrokken of zij zijn zoo geworden ten gevolge van verbouwingen, moderniseeringen in dit tijdperk. Hoewel deze gevels dus gespeend zijn van de weelderige sierelementen dan wel van de strenge vormgeving, die men in de Lodewijkstijlen aantreft, hebben zij toch nog zooveel kenmerkends, dat zij aan heele straatwanden door de aan-een-rijing van vertegenwoordigers van dit type een uitgesproken eigen karakter hebben gegeven, zooals b.v. aan de Hoogebrugstraat te Wijk.

Bijgevolg worden de XVIIIe eeuwsche woonhuisgevels hierna (blz. 653 e.v.) beschreven in de volgende groepen:

A.de uitloopers van de vorige periode (blz. 655-658),
B.de gevels van het vakwerk-type in vijf varianten (blz. 658-664),
C.de gevels van algemeen-XVIIIe eeuwsch karakter (blz. 664-670),
D.de gevels met uitgesproken stijlkenmerken (Lodewijkstijlen).

 

Wat de interieurs betreft zij opgemerkt, dat hiervan meer bewaard is, dan van de XVIIe eeuwsche. Zooals uit de afbeeldingen 647 en 656 blijkt, zijn belangrijke gedeelten tot ons gekomen; stuczolderingen zijn mede aanwezig; schoorsteenmantels in

illustratie

Afb. 565. Eiken trap met balusters en gesneden trappaal uit het huis Cortenstraat 3.


rijke en meer eenvoudige uitvoering treft men nog veel aan; royale trappen met balusters en goed gesneden trappalen zijn heden nog aanwezig; het fraaie specimen uit het huis Cortenstraat 3 is nog onlangs vervreemd en voor Maastricht verloren gegaan (afb. 565).

Lage lambrizeeringen sierden en sieren nog vele vertrekken, geschilderde bespanningen kleedden de wanden aan, zooals in het gesloopte claustrale huis St. Servaasklooster 8, vgl. afb. 557; ook komen er voor op geschilderd jute, zooals in het huis van Hasseltkade 13; een enkel maal treft men ook geheel gestukte wanden aan, zooals in het huis Groote Gracht 82 (blz. 619) en Capucijnenstraat 113 (afb. 101 en 102).

 

+ Het eigen karakter van het stadsbeeld wordt gevormd doordat de wanden der ietwat bochtige straten

[p. 605]



illustratie

Afb. 566. Eiken trap met gesneden baluster en gesneden trappaal uit het voorm. Huis de Vilain XIIII.


voor het meerendeel bestaan uit vertegenwoordigers der hiergegeven typen.

Kenmerkend nu zijn de gebruikte materialen, die immers van invloed zijn op de kleur van het stadsbeeld. Naast de bontheid der XVIIe eeuwsche gevels, treft het grauw van de Naamsche steen en de pastelachtige toon der licht-gesauste, der witgekalkte en der minder vaak voorkomende donker geschilderde XVIIIe eeuwsche gevels. Domineerend zijn voorts de aaneenrijing der rechte gootlijsten en de plastische werking der flauw-hellende zadeldaken, wier dakvlakken door dakkapellen op twee, soms op drie rijen worden doorbroken. Een levendige afwisseling brengen tenslotte de meer speelsche vormen der vrij zeldzaam voorkomende XVIIe eeuwsche topgevels.



illustratie

Afb. 567. Stadsbeeld ter plaatse van de voorm. Looierspoort.


[p. 606]

Beschrijving der Maastrichtsche woonhuizen.



illustratie

Afb. 568. De Zuid-Oostelijke helft van de stad naar de maquette van 1752 in het Hotel des Invalides te Parijs.
Foto Ir. D.C. van Schaik.


De ‘Poorten’ en claustrale huizen.

Een erfenis der middeleeuwen vormen de ‘Poorten’, welke in vroegere eeuwen binnen de stad Maastricht huisvesting boden aan adellijke en voorname geslachten. Deze woningen, aanvankelijk met mansio aangeduid, komen sedert het eind der

[p. 607]

XIIIe eeuw voor onder den naam poort, waarmede het meest kenmerkende element in den opstand werd aangeduid. De ‘poort’ gaf immers toegang tot den open hof, waaraan de eigenlijke woning was gelegen, of waaromheen zij was gegroepeerd. Daar nu de benaming ‘poort’ in archiefstukken veelvuldig en tot in het begin der XVIIIe eeuw voorkomt en het bouwkundig element van de poort tot in de XIXe eeuw toepassing vond - al deed zij geen dienst meer tot afsluiting van een achtergelegen hof, maar (zooals hiervoren op blz. 596 is gezegd) opgenomen werd in den gevel - heb ik gemeend de hieronder te rangschikken woningen, zijnde de adellijke residenties met de uitloopers ervan, alsmede de op eenzelfden opzet aangelegde claustrale huizen, in een groep samen te moeten vatten.

Een afzonderlijke studie over deze voor Maastricht zoo typische woonhuizen is nog niet verschenen. Het ligt buiten het bestek van dit werk een dergelijke studie te geven. Ik moet mij derhalve beperken tot het aangeven van eenige historische gegevens, ter motiveering van deze indeeling.

Gewezen zij hier op het feit, dat de adel in de XIIIe eeuw een afzonderlijken stand vormde; de edelen, in stukken van dezen tijd als ‘milites’ en ‘ridders’ aangeduid, maakten een afzonderlijk element van de Maastrichtsche bevolking uit (vgl. dr. g.w.a. panhuysen, Studieën over Maastricht in de dertiende eeuw, blz. 104). Het ligt voor de hand, dat de paar in de XIIIe eeuw met name genoemde ‘steenen huizen’ voor een groot deel de (verdedigbare) woningen dezer edelen waren. Bovendien hadden de ‘Buitenburgers’ der stad: edele geslachten1), wier kasteelen in de omgeving der stad lagen, alsook de voorname naburige abdijen binnen de muren der stad ruime en voorname huizen (voor de kloosterlijke Refugie-huizen zie hiervoren blz. 287 e.v.). Hiervoren op blz. 165 hebben wij reeds kennis gemaakt met de Poort van Haren; op blz. 594 had ik de gelegenheid te wijzen op het bestaan van een steenen huis aan de Graanmarkt, dat waarschijnlijk XIII A is gesticht en dat XIV B als ‘turris’ wordt aangeduid. De overblijfselen van een woontoren in de Groote Staat werden hiervoren, blz. 593 beschreven; ik heb hierbij het vermoeden uitgesproken, dat deze tot op onzen tijd gespaarde, maar in onze dagen gesloopte historische gedenkwaardigheid het overblijfsel is geweest van een door het geslacht de Leopardo gestichten woontoren.
Een omschrijving van dergelijke huizen vindt men o.a. in het testament van Siba, vrouwe van Lichtenberg.
In het part van haar zoon Godevaert van Lichtenberg viel bij loting: ‘... Dat hus ende den hof+ jn de breide strate ghelic alst ghelegen es dat wilen was minre vrouwen ver Zyben voren ghenomt also alse si der binnen wonde. achter ende vore. dat steynhus vore. dat ridderhus de cokene de scure den bongart de stalle ende de porte vor haren Jans Swaues porte ende den hof also alse he leget...’ (franquinet, Invent, Predikheeren, blz. 14).
In het deel, dat aan haar zoon Hendrik toevalt is ook een ‘poort’, maar deze is in die dagen reeds aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken; van dit gebouw wordt n.l. gezegd, dat er ‘Baudewin der touwere binnen wont’ en dat het ‘wile eyne porte was’ (alsvoren blz. 19).
De Poort van Leuth, waarvan in 1551 het dak van ‘dat gansse huijs der poorten van Leut’ (Maasg. 1888, p. 82) zal hersteld worden, kwam evenals de Poort van Oost hiervoren, blz. 597, ter
[p. 608]
sprake; Anna van Holsit staat in 1625 het gebouw af aan den toenmaligen Heer van Oost en reserveert zich ‘het quaertier vanden vooerschreven huijs, coemende vuijt aenden Hoff...’
Vgl. ook de omschrijving in noot 1 op blz. 597.
Een zekere Jehenne Bernelle heeft bij schepenbrief een huis in de Breede straat, dat gelegen was tusschen de poort, die zij van dat huis heeft afgescheiden en het huis van Mechteld van den Creefte overgedragen. In dien brief staan vele topografische bijzonderheden, die het mogelijk maken zich een voorstelling te vormen van den XVe eeuwschen toestand (doppler, St. Servaas, nr. 1268):
+ ‘... dat voerste huys neven die porte vurscreven metten saedele ende groeten huyse daerachter staende metten halven steynwege, lanxste voer dat groet huys vurscreven gelegen, te weten van den achtersten style van den vursten huyse vurscreven an den steynwech vurscreven staende ghoende ynnewaert tot tegen den achtersten stile, vanden groten huyse vurscreven . alsoe dat die partien vurscreven aldae vanden selven achtersten stile des groten huys vurscreven lynrecht over totten muyren tuwe staende neven den gueden Wilhems van Chievel soelen doen maken eyn thene op hunnen geliken cost ende daerynne eyne duyre,...’ Verder is er nog sprake van een tweede afscheiding en van een tweede deur, welke niet meer dan negen voet breed zal zijn; de put en ‘waterkuyle’, staande tegen den wand van Jehenne's huis zal voor gemeenschappelijk gebruik en - onderhoud zijn.

De meeste dezer poorten lagen in de Kapoenstraat en in de Breede straat. In eerstgenoemde komen voor de poort van Lichtenborch (1379, schaepkens, het oude Tricht, blz. 197; 1411 ‘contigue penes portam Ogeri de liechtenborch, franquinet I, blz. 42, n. 4), waarschijnlijk aan de westzijde; benevens het Gaverenhuys ofte Gaverenpoort (van de Heeren van Elsloo), aan de oostzijde nr. 23, het tegenwoordige klooster der Zusters, de zoogenaamde Mères Réparatrices; komen in het midden der XVIe eeuw nog voor het huis van Oest en het huis van Arckenteil (Argenteau; vgl. schaepkens en franquinet, Invent. O.L.V. blz. 42, n. 4).

In de Breede straat komen wij de tegen de poort van Rymborch aan de noordzijde; vroeger werd zij naar de Heeren van Gronsveld genoemd. De toegang lag blijkens een schepenbrief van St. Servaas d.d. 1367 (doppler, nr. 729) in de Heggenstraat; van het huis van een schoenmaker in deze straat wordt n.l. gezegd, dat het ligt naast de poort van Henricus de Gronsvelt1). Bij vererving is dit goed gekomen aan de

[p. *45]

PLAAT XXII.

[p. *46]



illustratie

PLAAT XXII.
Raamstraat - Van Hasseltkade. Plan begane grond en eerste verdieping. Doorsneden. Naar opmetingen van c.j.m. van der veken.


[p. 609]

Heeren van Bronckhorst-Batenburg, Gronsfelt en Rymborch. Agnes van Bylant schenkt als weduwe van een hunner met haar zoon het geheele complex, in welks tuin de oude kapel van St. Amandus gelegen was aan de Jesuïeten (vgl. schaepkens, Het oude Tricht, blz. 89; van heylerhoff, Annuaire 1830, p. 158; franquinet, Invent. I p, 98 n. 1.)1).

Aan de overzijde lagen de poort van Reckhe(i)m, blijkens een onderzoeking van Schaepkens (alsvoren, blz. 95) het tegenwoordig pand Breede straat 17, en de poort van Meer2). Ook lag er de Spreuwarts poort, want toen Johan, zoon van den Maastrichtschen schout Jan van Hildernisse en Margriet a Palude, wegens een door hem opgenomen bedrag onderpand moest stellen, legde hij bij verklaring van 23 October 1621 daartoe o.a. vast: het hem toebehoorende derde deel van het huis ‘dye Spreuwarts Poorte’, grenzend eenerzijds aan het ‘Lanterenstraetken’, anderzijds aan het huis ‘den Gulden Cop’ (Maasgouw 1920, blz. 68). Hieruit blijkt,+ dat het pand Breede straat nr. 27 in 1621 bekend was als de Spreuwartspoort.

 

Ten slotte zij hieraan nog toegevoegd, dat het deftige huis Groote Gracht 82 XVIIId is opgericht ter plaatse, waar een eeuw eerder de Thisius-porte gelegen was. Uit mij door den Heer J.H. Schöpping, Directeur van de Verzekeringsbank ‘de Maas’ (Groote Gracht 82) welwillend ter inzage verstrekte bescheiden blijkt, dat het pand als Thisius poerte in 1684 voorkomt en in 1697 beschreven wordt als een: groote poort met paardenstal+ en hof; het ontleende den naam aan het geslacht Thisius, dat het toen ook bewoonde; in 1698 werd het door Andries van Buren gekocht voor 12920 gulden. Bij den verkoop aan Hubert de Meer in 1752 werd het beschreven als: een groot huis met een stalling, een remise en een aanhoorigen hof. In dezen toestand is het weergegeven op de mede uit 1752 dagteekenende maquette der stad in het Hôtel des Invalides te Parijs.

 

Uit het hier gegeven historisch feitenmateriaal blijkt, dat er nog veel verscholen ligt, wat waard is opgediept te worden en dat ons beter inzicht kan geven in de geschiedenis en de ontwikkeling van het Maastrichtsche woonhuis in het algemeen, zoowel als in het bijzonder.

 

De Poort in engeren zin met karakter van vóór het jaar 1600 is, zij het ook in geschonden staat, bewaard in de huizen Heggestraat nr. 13 (afb. 569) en Stokstraat nr. 45 (afb. 3 570). De dagkanten van de poort in de heggestraat zijn door afkapping afgeschuind,

[p. 610]

zoodat van de oorspronkelijke profileering niet meer bewaard is, dan de sporen van geschonden veelhoekige basementjes, welke vermoedelijk uit het laatst der XVe of het begin der XVIe eeuw dagteekenen. Doorritbreedte 2.90 M. (afb. 569).



illustratie

Afb. 569. Heggestraat 13. Poort v.h. voorm. Hof van Gronsveld.




illustratie

Afb. 570. Stokstraat 45. Voormalige poort.


Vermoedelijk hebben wij hier te doen met een toegang tot de poort van Gronselt, zooals op het jaar 1367 vermeld is.
4 Een dergelijke poortomlijsting met basementjes is in 1934 op de looiersgracht blootgelegd en daarna gesloopt.

5 stokstraat 45. De omlijsting van dezen doorrit bestaat, hoewel in haar geschonden staat, uit een bolstaaf en een hol. In het midden van den boog bevinden zich twee gekoppelde tornooi-schilden, in XVe eeuwschen vorm, welke misschien onder een dikke verflaag wapenfiguren bevatten. Doorvaartbreedte 3.33 M., tegenwoordige hoogte 3.69 M. (afb. 570).

 

Van de ‘poorten’ als adelijke residentie is er geen in oorspronkelijken staat tot ons gekomen; het best kan men zich een voorstelling van dit type vormen door vergelijking van het ten deele nog XVIe eeuwsche pand Raamstraat-hoek van Hasseltkade en het XVIIIe eeuwsche Hof van Tilly op de Groote Gracht nr. 92.

 

6 raamstraat / v. hasseltkade. Bij nadere beschouwing van de gevels aan de Raamstraat ziet men links van den ingang boven een voet van blokken Naamsche steen, metselwerk in baksteen afgewisseld door banden van mergel; hoogerop alleen baksteen. Het benedengedeelte met de speklagen dateert vermoedelijk uit XVI B,

[p. 611]

wat mogelijk nader aangeduid kan worden met 15-89, welk jaartal in een der hoekblokken is ingegrift.

Rechts van den ingang bevindt zich een vleugel, mede met ‘speklagen’, welke in het gelijkstraats twee nieuwe en grootere vensteropeningen heeft dan op de eerste verdieping, waar twee smalle vensters in de oorspronkelijke omlijsting van blokken mergel aanwezig zijn; deze hebben een puntigen ontlastingsboog van baksteen met blokken mergel aan de uiteinden. Een dergelijk venster bevindt zich op de tweede verdieping.

De gevel eindigt in een onregelmatigen top met vlechtingen, den indruk makend, dat op deze wijze een beëindiging is gemaakt aan een gebouw, dat oorspronkelijk hooger is geweest.

De middenpartij tusschen twee stootvoegen bevat den ingang, die door een korfboog wordt gedekt. Hierboven bevindt zich een smal venster in den trant van het drietal, dat zooeven is beschreven bij den vleugel rechts van den ingang; opgemerkt zij, dat de profileering van dit venster afwijkt van die van het drietal, maar overeenkomt met die van de omlijsting van den ingang. Binnen de middenpartij is een rechthoekige ruimte, in welks langen wand aan de oostzijde een deur-opening met laat-gothische profileering en even verder een trap aanwezig is, waarvan de eerste treden van Naamsche steen zijn; het overige gedeelte is van hout met balusters uit de XVIIIe eeuw.



illustratie

Afb. 571. Raamstraat/van Hasseltkade; vermoedelijk een voorm. ‘poort’ van 1589.


In den anderen langen wand is eveneens een deuropening, die overblijfselen eener gothische profileering vertoont aan de zijde van het vertrek met de twee groote vensters en dat een schouw bevat.

Samenvattend heeft men hier waarschijnlijk te doen met een uit XVI B dagteekende ‘poort’ van kleine afmetingen. De voet van Naamsche steen, het metselwerk met ‘speklagen’ stamt uit dezen tijd; de ingangspartij vormt waarschijnlijk een even later aangebrachte afsluiting van de smalle rechthoekige binnenplaats; aan de oostzijde ervan bevond zich een vleugel, die bij een verbouwing in de XVIIIe eeuw een nieuwen gevel aan de v. Hasseltkade kreeg, terwijl aan de westzijde de hooge gevel van den woonvleugel oprees, die blijkens het daarin aanwezig gedicht kruisvenster uitzag op de binnenplaats.

Opgemerkt zij ten slotte nog, dat op de verdieping aan de westzijde van den

[p. 612]

woonvleugel een houten spiltrap is uitgebouwd, die oorspronkelijk waarschijnlijk tot op den beganen grond heeft doorgeloopen, daar waar thans een stal tegen het gebouw aanwezig is. Vgl. afb. 571 en Plaat XXII.

 

7 groote gracht 92, 90. Toegangspoort met woning behoorend tot het v.m. Hof van Tilly, thans Rijkskweekschool voor Onderwijzers. Vgl. nr. 338.

+ Aan de vrijgevigheid van Claudius des H.R. Rijksgraaf van 't Serclaes en van Tilly heeft de stad Maastricht o.a. dit monument te danken, dat hij blijkens een jaarsteen in het tympaan van het poortgebouw in 1714 liet oprichten, ter plaatse waar voordien een Refugie van de Abdij van Munsterbilsen heeft gestaan. In 1714 was de graaf van Tilly Gouverneur van 's-Hertogenbosch en in 1718 werd hij zulks van Maastricht, alwaar hij den 22en Juni zijn plechtigen intocht hield (vgl. dyserinck, de militaire gouverneurs van Maastricht, in de Public. 1912). Bij testament stelde hij zijn residentie ter beschikking van de Commissarissen-Déciseurs van Luiksche zijde voor hun twee-jaarlijksche ambtelijke bezoeken.

De poortdoorgang heeft eene omlijsting in Naamsche steen met breede groeven; de naar voren uitgebogen vleugels in baksteen worden omsloten door eveneens gegroefde lisenen van Naamsche steen.

illustratie

Afb. 572. Groote Gracht 92. Ingangspartij van het Hof of Poort van Tilly; breed 7.875 M.


Over ingang en vleugelstukken ligt een zware geprofileerde kroonlijst, waar een attiek met vleugelstukken op staat.

De attiek bevat een in Naamsche steen omlijst venster ter breedte van den doorgang en wordt door een driehoekigen tympaan gedekt, in welks veld van mergelsteen een cartouche het jaartal 1714 vermeldt. De vleugelstukken in baksteen worden door Naamsche steen omlijst; aan de buitenzijde boven de lisenen dienen hiertoe siervazen op voetstukken. Het metselwerk wordt onderbroken door vlakke platen Naamsche steen, waarvan de onderste rechts van den doorgang versmald is ten behoeve van een venster.

Het poortgebouw wordt gedekt door een met leien bekleede gebroken kap (afb. 572).

 

8 groote gracht 90. De bijbehoorende woning met gelijkvloers en 2 × drie vensters heeft een gevel in Naamsche steen; de vensters zijn gedekt met segmentbogen. De gebeeldhouwde ingangspartij met ovaal bovenlicht is gevat tusschen geblokte dammen, die tot het hoofdgestel zijn doorgetrokken.

[p. 613]

Kroonlijst en dakkapel met gebogen fronton; vgl. nr. 406.

Tegen de achterzijde van deze woning bevond zich oorspronkelijk waarschijnlijk een fontein, waarvan alleen de achterwand is overgebleven. Een, tusschen twee pilasters

illustratie

Afb. 573. Groote Gracht 92. Relief op de binnenplaats van de voorm. Poort van Tilly.


aan elke zijde gevat relief vult de benedenhelft van het fond; het stelt Neptunus en Amphitrite op een door twee paarden getrokken en door tritons omgeven zegewagen voor, in een woelige zee; Lodewijk XIV, (afb. 573).

[p. 614]



illustratie

Afb. 574. Voorm. Hof of Poort van Tilly. Allegorische voorstelling in stuc.


Van de oorspronkelijke residentie is de hoofdvleugel nog te herkennen; hij is opgetrokken in baksteen met toepassing van geblokte omlijstingen van Naamsche steen aan de deur en de vier vensters gelijkvloers, alsook bij de vijf vensters op de verdieping. Het gebouw wordt gedekt door een gebroken kap met leien.

Aan de oorspronkelijke bestemming herinnert nog een stuczoldering in vakken, welke versierd zijn met medaillons met allegorische voorstellingen, die binnen den rand een middellijn hebben van 0.93 M. (afb. 574).

 

9 achter de molens 6-8. Tegen de ommuring van 1229 opgetrokken ondiep woonhuis met groote koetspoort; zie nr. 62 en afb. 575.

 

10 bouillonstraat 6, 4, 2. Aan een natuurlijke helling is de bijna rechthoekige hof gelegen, die van de straat wordt gescheiden door een lagen muur met gesmeed ijzeren hek; in het midden bevindt zich tusschen twee pijlers met Lodewijk XV ornament en een vaas, het toegangshek (breed in den dag 2.97 M.).

De hof wordt omsloten door het hoofdgebouw (nr. 4) en twee haaks erop gerichte en aan de straat uitkomende vleugels (nr. 6 en 2), alle gepleisterd.

Het hoofdgebouw

illustratie

Afb. 575. Achter de molens 6-8.


met gebroken kap (oorspronkelijk met leien) en vier dakkapellen heeft op de verdieping zeven vensters, het tweede en derde venster liggen in een risaliet; een zware geprofileerde lijst scheidt de eerste verdieping van de gelijkvloersche, waar een toegang met stoep van vijf treden

[p. 615]

onder den dam tusschen het

illustratie

Afb. 576. Bouillonstraat 6, 4 en 2, gelegen om een open hof.


vierde en vijfde venster is aangebracht.

De vensteromlijstingen in Naamsche steen hebben segmentbogen met sluitsteen en springen een enkelen centimeter voor het vlak van den gevel uit.

De vleugel (nr. 6) aan de zuidzijde heeft drie dergelijke vensters aan de straat, een venster, deur en twee vensters aan den hof; in verband met de helling van het terrein heeft hij een hooge kelderverdieping met inrijpoort en twee halfronde kelderramen. Op de verdieping zijn de overeenkomstige vensters zonder omlijsting van Naamsche steen. De vleugel wordt gedekt door een flauw hellend schilddak met leien en een dakkapel in de as dezer gevels.

De andere vleugel (nr. 2) gedekt door een gebroken kap met twee dakkapellen heeft aan de straat in het gelijkvloers twee vensters gelijk aan de overeenkomstige van nr. 6 en een deur met gesneden ornament Lodewijk XV, eenvoudig bovenlicht en stoep. Op de verdieping zijn de vensters gelijk aan de overeenkomstige van den zuidvleugel. Afb. 576.

Omtrent de geschiedenis van dit pand ben ik onvoldoende ingelicht; het is blijkens de toepassing van blokken mergel in het hoofdgebouw en baksteen in de vleugels waarschijnlijk uitgegroeid en uit verbouwing ontstaan. Inmiddels dient met de mogelijkheid rekening gehouden te worden, dat op dit emplacement gelegen kan hebben de ‘poort (van ridder Wilhelmus) van Eynenberch’, waarvan sprake is in het jaar 1347 en 1362 (vgl. schaepkens, blz. 83, 84 en 106).

11 bouillonstraat 8-10. Vermoedelijk uit een Hof of Poort ontstaan complex; zie voor de beschrijving nr. 101 en Plaat XXVII.

 

12 breedestraat 8. Gesauste baksteengevel; een verdieping, dakkapel van Naamsche steen in de as, koetspoort in omlijsting. Oorspronkelijk kruiskozijnen van hetzelfde type als nr. 10 (vgl. nr. 223 afb. 624).

 

13 breedestraat 17. Breede gevel in baksteen met aan iedere zijde van de middenpartij 2 × drie vensters, en een in het midden op de verdieping; een balcon met gesmeed hek; middenpartij met gebeeldhouwde omlijsting (Lodewijk XV) van de koetspoort waarboven één venster en een driehoekig tympaan dat de kroonlijst onderbreekt. In het tympaanveld een landschap (afb. 577).

Volgens schaepkens, het Oude Tricht, blz. 94 en 95 heeft de poort van Reck(h)e(i)m,
[p. 616]
die de ‘verwoesting’ van 1579 ongeschonden doorstaan heeft, in 1639 bewoond werd door den militairen commandant von Stein Callenfels en in 1640 zetel werd der beide hoog gerechten, gelegen op de plaats van het pand Breedestraat 17; zie ook j. schaepkens, Aanvullingen, Public. 1932, blz. 73.



illustratie

Afb. 577. Breede straat 17, de voorm. ‘Poort van Reckhem’, en 19.


14 breedestraat 19. Gesauste gevel van baksteen met gelijkvloers: koetspoort deur, twee vensters, op de verdieping vier vensters; goot op zware consoles; leiendak. Bovenlicht met 7 sterren (Lodewijk XVI). Omlijsting van de koetspoort met kussenblokken. Aan de binnenplaats boven den poortdoorgang en in den uitgebouwden vleugel, dichtgemetselde en gewijzigde kruisvensters, twee geprofileerde lijsten, goot op consoles en jaarankers, waarvan zichtbaar Ao 1 (Vgl. nr. 69 en 102 en afb. 577.)

 

15 brusselschestraat 45-47. (Zuidzijde.) Oorspronkelijk een huis met groote koetspoort op nr. 45, thans vervangen door moderne winkelpui, vgl. nr. 162.

 

16 brusselschestraat 76. Zie nr. 399.

[p. *47]

PLAAT XXIII.

[p. *48]



illustratie

PLAAT XXIII.
Groote Gracht 18.
Plattegronden naar opmetingen uit 1917 van g. de hoog en j.p.a. antonietti.




illustratie

Brusselschestraat 93 (zie blz. 685 nr 456)


[p. *49]

PLAAT XXIV.

[p. *50]



illustratie

PLAAT XXIV.
Groote Gracht 82. Plattegrond van het gelijkvloerse en de eerste verdieping. Naar opmetingen van h. van beveren.


[p. 617]

17 brusselschestraat 77. Baksteenen gevel. Vier vensters, een deur, een venster, koetspoort en stal, op verdieping zeven vensters, alle met omlijsting van Naamsche steen. Koetspoort met schamppalen Lodewijk XIV. Gesneden ramen Lodewijk XVI. Dakkapellen. Vgl. nr. 400.



illustratie

Afb. 578. Brusselsche straat 77. Het ‘Huis de Stuers’, breed 18.92 M.


Inwendig. Voorhuis met trap en schoorsteentje, gemarmerde deuromlijsting ± 1700; trap Lodewijk XIV, schoorsteen en plafond 1830. Salon met lage gesneden lambris en marmeren schoorsteen Lodewijk XVI; Empire plafond; in de keuken diensttrap Lodewijk XIV.

Van 1731-1771 was hier de Refugie van St. Gerlach gevestigd, vgl. blz. 287 en 594 In den Franschen tijd werd het in bezit genomen door Loysel, fourniseur des Armées, die het omstreeks 1800 uit vier huizen tot één verbouwde. Later kwam het aan het geslacht de Stuers (vgl. schaepkens, het oude Tricht, blz. 105).

18 brusselschestraat 84. Raad van Arbeid. Gesauste baksteengevel van twee verdiepingen door 4 geblokte pilasters in drie partijen verdeeld, twee vensters breed, behalve de linkerpartij waar boven de koetspoort 2 × een venster; effen vensteromlijsting van

[p. 618]

Naamsche steen met rozet met druipers onder den onderdorpel. Gegroefde omlijsting van de koetspoort; deur hoog 3.77, breed 3 M.

 

19 groote gracht 18. Baksteenen gevel met vier vensterassen, twee verdiepingen. Gelijkstraats drie vensters en een koetspoort. Gebeeldhouwde vensteromlijstingen in Naamsche steen, segmentbogen met sluitsteen; plint met paneelen in ornament Lodewijk XV; de poortomlijsting met cartouche: 1740. Vgl. afb. 579 en plaat XXIII.

Ten jare 1740 werd dit huis met behoud van een ouder (XVII) gedeelte opgericht door Wilhelmus Thijssen, stichter van het Wijnhuis ‘Den Ancher’ (vgl. schoonbrood en grossier, II, blz. 131 en nedermaas 1922, blz. 76).

20 groote gracht 60. Gepleisterde baksteen, geblokte pilasters in Naamsche steen,

illustratie

Afb. 579. Groote Gracht 18, breed 13.79 M.




illustratie
Afb. 580. Groote Gracht 82, breed 17.01 M.


middenpartij met koetspoort (thans 2 deuren) segmentbogen met gebeeldhouwden sluitsteen; 3 dakramen Lodewijk XVI.

 

21 groote gracht 82. Gevel in gepleisterde baksteen met ruime toepassing van Naamsche steen; vijf vensterassen breed, twee verdiepingen hoog. Middenpartij met geringen

[p. 619]

voorsprong verdeeld door vier gegroefde pilasters met composiet-kapiteelen en gedekt door een driehoekig fronton. In de as van de middenpartij de groote koetspoort waarboven een balcon met gesmeed ijzeren hek en een balcondeur, welke gevat is in een eigen met een driehoekig fronton gedekte omlijsting. Onder de ramen van de tweede verdieping draperieën.

De hooge benedenbouw van Naamsche steen met geblokte dammen heeft rondbogige vensteromlijstingen. Op de eerste verdieping zijn zij gedekt met geprofileerde lateien met sluitsteen. Op de tweede met gewone lateien.

Inwendig: trap en stucwerk. Zie Plaat XXIV, afb. 580 en vgl. nr. 406.

Dit huis werd na October 1785 (datum van aankoop van het perceel) door den Maastrichtschen architect Mathias Soiron opgericht voor zijn beide broeders, de kanunniken van het kapittel van St. Servaas, André en Guillaume Soiron (vgl. fr. dazert in de Limburger Koerier van 26 October 1935: schoonbrood en grossier, schetsen uit de Geschiedenis van Maastricht, II, blz. 140-141); vgl. ook hiervoren blz. 609.
Sedert 1920 zetel van de verzekeringsbank ‘De Maas’.

22 groote looierstraat 19. Gelijkstraats 2 vensters, koetspoort, 2 vensters, voorts 2 × zes vensters; oorspronkelijk met kruisen en met middenstijl; plint van groote blokken, hoekblokken; geprofileerde lijst; afgekapt hoofdgestel.

Boven den sluitsteen van de poort: haeC prIMo / DIe IUnII / InCepta (1711) vgl. ook nr. 217.

 

23 groote looierstraat 26-28. Gevel in baksteen: gelijkstraats vier vensters, koetspoort, vier vensters, deur met stoep, een venster; op de verdieping elf (verlengde) vensters.

Uit XIXA dagteekende uitlooper van het hier behandelde type.

24 Helstraat 1. Zie St. Bernardusstraat 1.

 

25 jodenstraat (naast nr. 1). Poort van een Branderij. Erboven gevelsteen met gemuilkorfden beer tegen boomstam; tijdvers ChrIsto aUspICe DoMUs reCens eXstrUItUr (1833). Zie afb. 581.

 

26 jodenstraat 3. Zie nr. 246.



illustratie

Afb. 581. Jodenstraat 1, gevelsteen.


27 jodenstraat 12. Geschilderde baksteen met rijke toepassing van Naamsche steen; vier vensterassen en twee verdiepingen; gegroefde dammen en bovendorpels; oorspr. kruiskozijnen, op de 2e verdieping tweelicht-vensters. Gelijkstraats drie vensters en deur in welks bovenlicht een posthoorn met masker in

[p. 620]



illustratie

Afb. 582. Jodenstraat 12, geheele breedte 11,47 M.


den krul. Ernaast koetspoort met gegroefde omlijsting, gebeeldhouwde sluitsteen en wederom een posthoorn in het veld van het gebogen verloopend fronton; boven den doorrit een kamer met twee vensters als voren.

Vgl. ook nr. 409 (afb. 582).

Het twee maal voorkomen van een posthoorn houdt de herinnering levend aan den tijd toen hier een station van de paardenpost gevestigd was (vgl. j.d. van brink, Historisch overzicht van het Maastrichtsche postwezen (1936).

28 julianaplein 6-8. De ‘Poort van Leuth’, thans stalhouderij; om een langwerpige rechthoekige binnenplaats liggen de ten deele nog XVIIe eeuwsche gebouwen, te weten: a. een lange ondiepe vleugel op het Westen, b. het poortgebouw en c. een bijna vierkant blok op het Oosten.

Het in den loop der jaren verbouwde complex vertoont in den gevel van a. alle kenmerken van XVIIA, vgl. hierna nr. 59; muurankers, vensteromlijstingen, hoofdgestel. Jaarankers vermelden anno 1626. Vgl. nr. 59; afb. 583.

Ook blok c. heeft eenige dezer kenmerken; triglyphenfries, moderne dakbedekking. Het poortgebouw b. heeft weinig opmerkelijks.

Uit de geschiedenis van deze poort is mij alleen bekend het in de Maasgouw van 1888 pag. 81 gepubliceerde contract van 1551 ter vernieuwing van het bestaande maar versleten leiendak van de aan het Vrijthof gelegen poort van Leuth. Mede in verband met het bij schaepkens, het Oude Tricht, blz. 333 over deze poort medegedeelde, meen ik het pand Julianaplein 6-8 als de poort van Leuth te mogen indentificeeren.



illustratie

Afb. 583. Julianaplein 6-8. De voorm. ‘Poort van Leuth’.


[p. 621]

29 kapoenstraat 3-5. ‘Poort van Oost’ zie nr. 337.



illustratie

Afb. 583a. Kleine Gracht 39-41.


30 kapoenstraat 14.

De toegang tot het woonhuis bevindt zich in den doorrit. Oorspronkelijk volgens het hier behandeld type, maar later verbouwd.

31 kleine gracht 31. Pilastergevel, zie nr. 209 en afb. 622.

 

32 kleine gracht 39-41. Middenpartij met lagere vleugels; breede inrijpoort, gekalkt en geel gesaust (XVIII), zie afb. 583a.

 

33 Lenculenstraat 18-18a. (1725) zie nr. 343.

 

34 markt 55/Hoenderstraat. Gevel aan de markt in het gelijkstraats: koetspoort, venster, deur, twee vensters; hierboven 2 × zes vensters en attiek. Vensteromlijstingen met bijgeronde segmentbogen en gebeeldhouwde sluitsteenen. Boven de deur een gevelsteen: omhoogstaande rechterhand: 17 in de blauwe hand 54, afb. 584. Zijgevel aan de Hoenderstaat bedorven.



illustratie

Afb. 584. Markt 55. Voorm. Koetspoort.


35 o.l. vrouweplein 18. Gevel van baksteen met groote poort in omlijsting van gegroefde bergsteen; te weerszijde een venster (Lodewijk XVI, afb. 585).



illustratie

Afb. 585. O.L. Vrouweplein 18.


36 O.L. Vrouwestraat 17. Achtergelegen woning, vermoedelijk een claustraal huis; zie nr. 116.

[p. 622]

37 Platielstraat 9. (1700) zie nr. 97 en afb. 597.

 

38 raamstraat 45. Gekalkte baksteengevel met in het gelijkstraats een koetspoort in omlijsting van Naamsche steen en twee kruiskozijnen; vgl. nr. 233 afb. 586. De poort heeft twee vleugels, in een waarvan een winket; klopper en slot beslag (XVII B).



illustratie

Afb. 586. Raamstraat 45.


39 st. bernardusstraat 1.

Naar de straat gesloten gevel, gesauste baksteen; plint van ruwe blokken, geprofileerde gootlijst op zware consoles. In de Noordhelft drie vensters in omlijsting van groote stukken, ingang in geprofileerde omlijsting van Naamsche steen; bovenlicht met 12 ruiten.

De gevel op het noorden, terzijde van het pand Graanmarkt 3 uitspringend (vgl. nr. 208 afb. 621) heeft 3 × een venster met lateiboog, een halfrond gesloten zolderraam en een top met vlechtingen.

In de verzameling teekeningen van het Rijksarchief te Maastricht wordt onder nr. 3061 een plattegrond-teekening bewaard van het claustrale huis van den Kanunnik van O.L. Vrouw Jean de Saive (1725). Om een bijna rechthoekigen hof zijn twee vleugels haaks op elkaar aangelegd; door een gang langs den hof zijn de vertrekken bereikbaar. Volgens de lijst van Kanoniken bij franquinet, Invent. I, blz. 397, komt Joannes Desaive als zoodanig voor van 27-11-1705 tot zijn sterfdatum op 9-111-1741.
Opgemerkt zij, dat een gevelsteen met ‘De stad Antwerpen’ hiervandaan naar het Museum is gebracht.

40 st. bernardusstraat 15-17. Gewitte gevel van vijf vensters. Omlijsting van Naamsche steen in het verhoogd gelijkstraats lateibogen met eenvoudigen sluitsteen, drie kelderramen, gebroken kap met pannen en drie dakvensters.

Naastgelegen inrijpoort, waarboven twee vensters; gebroken kap.

De ingang aan de achterzijde van het huis is gevat tusschen twee vensters met lateiboog en sluitsteen en bereikbaar over een breede stoep van Naamsche steen; deuromlijsting met gebeeldhouwden sluitsteen. (Vgl. nr. 382.)

[p. *51]

PLAAT XXV.

[p. *52]



illustratie

PLAAT XXV.
Henric van Veldekenplein 29. Opm. g. de hoog. 1915.




illustratie

Van Hasseltkade 20. Opm. g. de hoog. 1915. (Zie blz. 673 nr 410).


[p. *53]

PLAAT XXVI.

[p. *54]



illustratie

H. van Veldekenplein 22. Kelders.
Naar opmetingen van h. van beveren. 1951.




illustratie

PLAAT XXVI.
H. van Veldekenplein 29. Kelders.


[p. 623]

41 st. servaasklooster 6. Het hoofdgebouw en twee vleugels omsluiten een hof, welke van de straat gescheiden is door een gesmeed ijzeren hek (vgl. afb. 557). Het hoofdgebouw heeft een gesauste gevel van drie vensterassen; de vensteromlijstingen van Naamsche steen met segmentboog en eenvoudigen sluitsteen liggen op de verdieping in het vlak van den gevel; in het gelijkstraats met de deur in de as hebben zij ± 1 cM. voorsprong. Van de vleugels met een verdieping, zijn de gevels aan den hof door pilasters in drie velden verdeeld; de smalle zuidgevel heeft aan de straat geen vensters, terwijl de breedere noordvleugel er gelijkstraats oorspronkelijk één had in geprofileerde omlijsting.

 

42 st. servaasklooster 8. Zie blz. 596 en afb. 557.

 

43 st. servaasklooster 20. Baksteenen gevel met gelijkstraats twee vensters en koetspoort met eenvoudige schamppalen; bovenlicht met gesmeed ijzeren lettervlechting.

 

44 st. servaasklooster (henric v. veldekenplein) 22. Gesauste baksteen; vijf vensterassen; deur met stoep en ijzeren leuning in het midden. Links koetshuis met gebroken kap; poort met bovenlicht waarin gesmeed ijzeren lettervlechting: A S. Dubbele kelders. Zie Plaat XXVI.

 

45 st. servaasklooster (henric van veldekenplein) 26-24. Twee haaks op elkaar gerichte vleugels aan een hof. De gevel aan de westzijde met ankerjaartal 1774 heeft op de verdieping vier vensters; gelijkstraats een venster, deur met stoep, twee vensters. De

illustratie

Afb. 587. Henric v. Veldekenplein 26-24.


vleugel aan de zuidzijde is gelijk van indeeling; de deuromlijsting met Lodewijk XV-ornament. Gebroken kap (pannen).

De smalle zijde aan de straat heeft 2 × twee vensters; de omlijstingen in het vlak van den gevel.

De hof wordt van de straat gescheiden door een muur met groote koetspoort in omlijsting van Naamsche steen met gebeeldhouwden sluitsteen in den gedrukten boog; driehoekigfronton met bol en op de hoeken brandende vazen; vullingen van mergel. Afb. 587.

 

46 st. servaasklooster (henric van veldekenplein) 29. Aan een hof gelegen hoofdgebouw met twee vleugels (zie plaat XXV en XXVI).

Het hoofdgebouw op rechthoekig grondplan heeft een gelijkvloers en twee verdiepingen; de tusschen gegroefde lisenen gevatte middenpartij is drie traveeën breed; de middelste, welke met afgeronde hoeken

[p. 624]

voorspringt is dubbel zoo breed als de zijtraveeën, waar de door lateibogen met sluitsteen gedekte vensteromlijstingen gevat zijn tusschen de gegroefde lisenen. In de breedere middentravee zijn de vensters geflankeerd door dammen met Lodewijk XV ornament; in het gelijkvloers zijn er de nevenlichten van den hoofdingang opgenomen.

De geheele middenpartij is gedekt door een gebroken kap met leien, welke bekroond wordt door een monumentalen schoorsteen en die in het voorschild op de kroonlijst een sierlijk dakvenster heeft. Het dak van de middenpartij sluit aan tegen het zadeldak met zijschilden van het hoofdgebouw; een eenvoudige dakkapel bevindt zich boven de buitengedeelten van den voorgevel, deelen, die (thans) blind zijn, daar de vleugels er voor zijn gezet. Afb. 588.

illustratie

Afb. 588. Henric v. Veldekenplein 29. Voorgevels.


In de later toegevoegde vleugels is de architectonische indeeling van het hoofdgebouw niet voortgezet. In front hebben zij 2 × twee vensters, aan de hofzijde drie vensterassen; alle in rechte omlijstingen van Naamsche steen. Zij zijn gedekt door ten deele nog van leien voorziene zadeldaken, welke een dakkapel hebben op het voorschild en op dat aan de hofzijde.

Een gemetselde muur met geblokte pijlers buigt uit de rooilijn naar voren; de bergsteenen poortomlijsting (in den trant van die van nr. 47) is in XXa

[p. 625]

vervangen door de even genoemde geblokte pijlers met vazen. Het gesmeed ijzeren hek is hierbij slechts ten deele behouden.

De achtergevel heeft vijf vensterassen; van de middenpartij

illustratie

Afb. 589. Henric v. Veldekenplein 29. Dubbele trap.


van den voorgevel vindt men hier slechts de breede middentravee terug, waarvan de vensters geflankeerd worden door breedere dammen, waarin paneelen met Lodewijk XV ornament.

Inwendig: Vestibule met dubbele trap; eikenhouten lambrizeering en deuren (Lodewijk XV); dubbele kelders. Afb. 589.

 

47 st. servaasklooster 32-34. Hoofdgebouw in mergel met twee toegevoegde vleugels van baksteen. In 1943 gebikt. Van de straat gescheiden door een muur met poortje.

 

48 st. servaasklooster 40.

 

49 stokstraat 24, zie nr. 235 en

50 afb. 623. - 35. (1774) zie nr. 263.

 

51 tongerschestraat 6, 8. Zie nr. 132.

 

52 tongerschestraat 41. Baksteen (gezuiverd); koetspoort, waarboven twee vensters, daarnaast huis met vijf vensterassen, pannen nieuw; deur (als bij 43, ± 1800) gemoderniseerd.

 

53 vrijthof 22, 23. Zie nr. 133.

 

54 vrijthof 47. Als laatste in deze reeks past het uit XIXa dagteekende monumentale pand, waarvan de 37.75 M. breede gevel in baksteen met overvloedige toepassing van Naamsche steen aan den noordwand van het Vrijthof werd opgericht. Het huis heeft elf vensterassen, een verdieping en een gebroken kap. Verticaal wordt de gevel verdeeld door een middenrisaliet van drie vensterassen en twee

[p. 626]

zijrisalieten met een vensteras. De middenrisaliet is gedekt door een driehoekig fronton, met een relief, waarin een Neptunus met drietand en een Mercuriusfiguur zittend zijn voorgesteld, terzijde van een rondvenster; mede in de as liggen de hoofdingang, waarboven een balcon; dit heeft een gesmeed ijzeren hek. De zij-risalieten zijn gedekt door gebogen frontons, het venster hieronder door een driehoekig, terwijl in het gelijkstraats een koetspoort aanwezig was.

Horizontaal gegroefde lisenen omsluiten de risalieten; eveneens zijn de omlijstingen der koetspoorten, van den hoofdingang en van den ingang naast het westelijk risaliet gegroefd.

Een zware, over de geheele breedte van den gevel doorgaande kroonlijst met een fries van loopende ranken bekronen den gevel.

De gebroken kap is voor de benedenhelft nog gedekt met leien; op dit gedeelte treft men tusschen de frontons telkens drie hooge dakkapellen, terwijl in het bovenste, thans met pannen gedekte gedeelte, vijf ronde dakkapellen en vier zware schoorsteenen aanwezig zijn.

Door kettingen verbonden stoeppalen zetten het gebouw over zijn volle breedte af. Afb. 590.



illustratie

Afb. 590. Vrijthof 47-49; breed 37.75 M.


[p. 627]
Dit pand verrees nadat de grond, waarop het Wittevrouwenklooster (zie hiervoren blz. 576) gestaan heeft, verkaveld was. Een gekleurde teekening van den schilder Hermans geeft een variantontwerp van den gevel te zien, terwijl een plattegrondteekening het geheele complex in drie partijen verdeelt. De aan het Statenstraatje gelegen panden bevatten toen een moulin á garance (meekrap) en droogruimten; volgens de legenda hoorde een en ander toen toe aan den heer P.F. Deceuleneer. Vermeld zij hier nog, dat de Lnt.-generaal baron Dibbets, opperbevelhebber der vesting Maastricht († 2 April 1839) dit pand gedurende eenige jaren heeft bewoond. (j. nuyts. de Bouwwereld 1920, blz. 378).

55 witmakerstraat 5. Gepleisterde en geverfde gevel; gelijkstraats koetspoort, vier vensters, deur, twee vensters; op de eerste verdieping acht vensters en op de tweede acht mezzanino-vensters. Pui van hardsteen met diepe voegen.

De XVIe eeuwsche woonhuizen.

Van het XVIe eeuwsche woonhuis is vrijwel niets over; het huis van hasseltkade 9. hoek raamstraat bevat een hoeksteen met het ingekrast jaartal 1589; de drie smalle vensters met tusschendorpel en puntigen ontlastingsboog, en een dergelijk boven den later gewijzigden ingang in den gevel aan de Raamstraat kunnen evenals het metselwerk met de banden van mergel en de zware hoekblokken van Naamsche steen uit deze eeuw dagteekenen. Vgl. blz. 610 nr. 6 en afb. 571.

Dergelijke ‘speklagen’ en ontlastingsbogen boven de vensters komen ook voor aan het huis st. amorplein 3, zie nr. 155.

56 Van het huis in de brugstraat, dat in of omstreeks het jaar 1878 is gesloopt ter verbreeding van de straat, worden eenige gebeeldhouwde fragmenten bewaard in het Oudheidkundig museum; zie hierna.

Over de geschiedenis van dit huis is niets bekend. In het Eerste verslag van de Rijksadviseurs van het jaar 1875 wordt gesproken van het Huis der Edelen en van het Gildenhuis. In de Bouwk. Bijdragen, VII (1852) geeft C.W. Pasteur een beknopte beschrijving van den gevel met een plaat.
Craandijk & Schipperus geven in hun Wandelingen door Nederland, dl. III (1878) blz. 373 e.v. een beschrijving van den vervallen staat van dit gebouw en een litho van P.A. Schipperus, welke ‘iedere beschrijving overbodig maakt’. Jules Schaepkens van Riempst gist, dat dit huis, ook bekend als het Huis Gadet, een luibe geweest zou zijn van de ‘jonghe schutten’ of van de bontwerkers (Public. 1907, blz. 97-98).

Uit afb. 591, welke naar een oude foto is gemaakt, blijkt het huis boven een hooge pui vier verdiepingen te hebben gehad. De eerste had zes smalle vensters, welke in terugliggende nissen waren opgenomen; de nissen werden verkregen door rond-bogen, welke op kolonetten rustten; in de boogtrommels bevond zich telkens een borstbeeld.

[p. 628]



illustratie

Afb. 591. Het ‘Huis der Edelen’ in de Brugstraat naar een foto tijdens de slooping.


Op de tweede verdieping waren drie vensters met middenstijl, gevat in een geprofileerde omlijsting en gedekt door segmentvormige frontons; deze waren geflankeerd door in totaal vier cartouches met wapenschilden van Karel V, Filips II, Maastricht en Corn. van Bergen, bisschop van Luik; de tweelicht-vensters der derde verdieping droegen ingezwenkte en halfrond gedekte frontons met een masker in het veld. Op de vierde verdieping waren de zolderluiken gevat tusschen pilasters; boven de middenstijlen prijkten maskers, boven de pilasters medaillons met maskers.

Een architraaf en een door een reeks consoles gedragen, geprofileerde frontlijst sloten den gevel af.

Vóór de slooping was de pui van XIXe eeuwsche uitstalkasten voorzien en bestond de beglazing der vensters op de drie verdiepingen uit in lood gevatte ruitjes, terwijl de vensters op de vierde verdieping, kennelijk als zoldervensters bedoeld, slechts van luiken voorzien waren.

Horizontaal werd de gevel door geprofileerde lijsten onderverdeeld. Afb. 591.

De XVIIe eeuwsche woonhuizen.

I. Beantwoordend aan de op blz. 598 e.v. gegeven typeering zijn de navolgende gevels meer of minder gaaf behouden. Kruis- en tweelichtvensters

[p. 629]

worden slechts vermeld, wanneer deze nog aanwezig zijn; in alle andere gevallen is hun oorspronkelijke aanwezigheid vast te stellen, maar is de vorm gewijzigd. De in den loop der jaren aangebrachte wijzigingen aan de pui brengen mede, dat gesproken wordt van een gewijzigde pui, wanneer deze over het algemeen het oorspronkelijke karakter nabij komt, maar toch eenige wijziging heeft ondergaan; van een nieuwe pui, wanneer deze in de laatste eeuw is veranderd, terwijl de aanduiding modern bedoelt weer te geven, dat er een radicale vernieuwing heeft plaats gevonden, meestal tot een moderne winkelpui.

Het oorspronkelijk karakter bleef het best bewaard bij het hoofdgestel, zóó, dat het mogelijk gebleken is, een indeeling te maken volgens de twee typen der consoles (bl. 600).

 

A. Het eerst wordt besproken het type met de consoles met de zwelling in het gedeelte, dat op de architraaf rust. (Nrs. 57-89.)

 

B. Dan volgt de groep met consoles, waarvan de zwelling in het bovenste gedeelte is gelegen. (Nrs. 89-e.v.)

Hierna worden behandeld de gedateerde en vervolgens de ongedateerde gevels, welke geheel tot het type van XVII A en XVII B behooren, maar die geen hoofdgestel (meer) hebben, zoodat zij niet opgenomen konden worden onder de nummers 57 tot 135. Daarna wordt behandeld groep

 

C. welke geen hoofdgestel (meer) heeft ofwel om den geschonden, dan wel fragmentarischen toestand, waarin de gevels verkeeren hiervoren niet vermeld konden worden. (Nrs. 135-173.)

II. Topgevels. (Nrs. 173-196.)
 
III. Geheel met Naamsche steen bekleede gevels. (Nrs. 196-208.)
 
IV. Pilastergevels. (Nrs. 208-214.)

A. Tot de XVIIe eeuwsche gevels met een hoofdgestel, waarvan de consoles+ onder den bekronenden diamant (sterk) ingesnoerd zijn en een zwelling vertoonen in de benedenhelft boven de architraaf, behooren de volgende gedateerde gevels

 

57 statenstraat 11-13. Hoofdgestel, oorspronkelijk kruisvensters, banden, jaar-: ankers: 1619.

 

58 eikelstraat 1, hoek houtmaas. Gesauste gevel in baksteen met toepassing van bergsteen; in de hoogte door twee banden onderverdeeld. In het gelijkstraats: deur met rechthoekig bovenlicht en twee kruiskozijnen met luiken, mede gevat in blokken van Naamsche steen van afwisselende grootte.

[p. 630]



illustratie

Afb. 592. Eikelstraat 1.


Op de verdieping drie tweelichtvensters, op de tweede verdieping drie rechthoekige vensters. Hoofdgestel met consoles.

De gevel aan de Houtmaas heeft er een in vakwerk vervangen; deze had voorsprong, terplaatse waar een gebeeldhouwde kraagsteen nog aanwezig is, waarop een eikeblad en een cartouche met het jaartal 1625. Achtergevel ten deele in vakwerk. In vervallen staat. Inwendig schouw.

Afb. 592.

59 juliana plein 6-8, de voorm. poort van leuth, (1626) zie nr. 28 en afb. 583.

60 tafelstraat 13. Woonhuis met langgerekt-recht-hoekigen plattegrond, waarvan de lange zijden in verband met het beloop van de Tafelstraat een knik hebben, terwijl zulks ook het geval is met

illustratie

Afb. 593. Tafelstraat 13, achtergevel met traptoren.


den topgevel aan de voorm. Looierspoort, welke top hierdoor in twee ongelijke helften wordt verdeeld. Aan de lange zijde is aan de binnenplaats een halfrond traptorentje met leibedekking en gesmeedijzeren piron uitgebouwd. Vgl. afb. 567.

Hoofdgestel met consoles jaarankers: Ao (16)2.8. afb. 593 en 567.

 

61 ridderstraat 2. (1650) zie nr. 173.

 

Voorts behooren tot deze groep de volgende gevels:

[p. 631]

62 achter de molens 6-8, gewitte gevel van

illustratie

Afb. 594. Bonnefantengracht 5.


een ondiep pand, oorspr. met koetspoort en twee × drie kruiskozijnen; hoofdgestel. Vgl. nr. 9 en afb. 575.

63 achter het vleeschhuis 14. Afgekapt hoofdgestel.

64 achter het vleeschhuis 39. Gesaust; twee verdiepingen, elk met twee vensters. Consoles met diamant, om de andere versierd met een bladmotief, rozetten; de frontlijst oorspronkelijk eindigend in voluten. Dateering ± 1650.

65 bogaardenstraat 26. Hoofdgestel.

66 Bonnefantenstraat 5. Topgevel zie nr. 176 en afb. 594 en 610.

67 Boschstraat 64, zijgevel zie nr. 73 Breulingstraat.

68 breede straat (zuidzijde) nr. 9 en 9a.

Gesaust; elk twee verdiepingen, oorspronkelijk elk met twee vensters; in het gelijkvloers telkens twee ontlastingsboogjes boven den bovendorpel. Deuromlijsting van nr. 9 in Lodewijk XV stijl, oorspronkelijk met twee zijlichten. Consoles in den achtergevel; in den zijgevel (met trapgevel) volgens het tweede type. Inwendig stucplafond Lodewijk XV.

69 breede straat 19-21, vgl. nr. 14.

70 breede straat 27, zijgevel (voorm. Spreuwartsporte; vgl. blz. 609 en nr. 367).

71 breede straat (zuidzijde) 39.

Twee verdiepingen, 3 vensters breed; pui modern. Hoofdgestel met consoles, waartusschen beurtelings een ruit en een vierkant.

72 breulingstraat 39.

Geverfd; twee verdiepingen; pui modern. Hoofdgestel met consoles, waartusschen beurtelings een ruit en een vierkant.

73 breulingstraat, zijgevel van boschstraat 64: twee verdiepingen, gedichte vensters; geschonden hoofdgestel; kruiskozijnen en halfrond gesloten lichtopeningen; vgl. nr. 177.

74 groote looierstraat 17, aan de binnenplaats een vleugel met twee kruiskozijnen en een smal venster met kalf; hoofdgestel met consoles. Vgl. verder hiervoren blz. 580.

75 groote staat, zijgevel aan de helmstraat: twee verdiepingen, de voorm. kozijnen naar onderen verlengd; twee geprofileerde lijsten; muurankers. Hoofdgestel met consoles, waartusschen ruitvormige diamanten. Zie ook nr. 279.

76 helmstraat, zijgevel van groote staat, zie nr. 75.

77 hondstraat 15, gecemente topgevel; zijgevel met hoofdgestel; consoles, waartusschen beurtelings een ruit en een schijf.

[p. 632]



illustratie

Afb. 595. Kleine Looierstraat 10; breed 6.85 M.


78 kleine looierstraat 10.

In baksteen geschilderde gevel van een verdieping.

Gelijkstr.: deur in hardsteenen omlijsting; in de driehoekige latei een roos uitgehouwen; hierboven een rechthoekig bovenlicht. Verder twee naar onderen verlengde voorm. kruisvensters in omlijsting van ongelijke blokken.

Vlakke lijst met gesmeed ijzeren sierankers; op de lijst ontlastingsboogjes. Op de verdieping klein rechthoekig venster rustend op een vlakke lijst, welke bij de twee voorm. kruisvensters is doorbroken, toen deze verlengd werden.

Wederom een vlakke lijst met ankers. Afb. 595.

Gootlijst op klossen, welke waarschijnlijk een hoofdgestel op consoles heeft vervangen, waarvan de aanwezigheid aan den achtergevel nog te zien is.

79 Leliestraat zie Platielstraat 14, (zijgevel).

80 o.l. vrouwekade 18. Gecemente voorgevel; zijgevel van twee verdiepingen, elk oorspronkelijk met zes kruiskozijnen. Sierlijke ankers. Hoofdgestel afgekapt.

81 platielstraat 14. Een verdieping met vier ramen; waterlijst; hoofdgestel met consoles van het tweede type vgl. nr. 117; zijgevel aan de leliestraat met consoles.

82 st. amorplein 4. Een verdieping, twee vensters; pui vernieuwd. Hoofdgestel met consoles, waartusschen beurtelings een ruitvormige en een vierkante diamant.

83 st. pieterstraat 25 (oostzijde). Gesauste baksteengevel van een verdieping. Gelijkstr. twee ramen, een deur met rechth. bovenlicht, een raam en een gedichte smalle deuropening.

Vlakke lijst, afgekapt hoofdgestel, waarin vijf steigergaten. Muurankers; deur met klopper.

Achtergevel met twee gewijzigde kruiskozijnen; hoofdgestel met consoles.

[p. 633]

84 st. pieterstraat 46 (westzijde). Gesauste baksteengevel; een verdieping met twee vensters; ankers; pui gewijzigd. Hoofdgestel met elf consoles.

85 spilstraat 8 en 10. Thans gecemente gevel. In de XVIIIe eeuw gewijzigde ramen; pui modern. Hoofdgestel op consoles.

86 stokstraat. 59. Geheel gecement. Aan den zuidgevel hoofdgestel met consoles en rozetten.

87 tongerschestraat 10. Het westelijk gedeelte vervangen door een modernen gevel (nr. 10a). Geprofileerde vensteromlijstingen. Een verdieping met vier vensters. Geprofileerde waterlijst, ankers. Hoofdgestel met 21 consoles, steigergaten; de frontlijst eindigde oorspronkelijk in een voluut.

88 tongerschestraat 35, hoek kakkeberg.

Sterk gewijzigde XVIIe eeuwsche gevel; aan den achtergevel hoofdgestel met consoles, beurtelings van beide typen; vgl. nr. 159.

 

B. Mede XVIIe eeuwsch en tevens beantwoordend aan de op bladzijde 598 gegeven typeering zijn de volgende gevels met consoles, waarvan de zwelling in het bovengedeelte is gelegen. Over het algemeen hebben de consoles van

illustratie

Afb. 596. Hoenderstraat 24 (1645).


dezen vorm toepassing gevonden in XVII B1), zelfs in het begin der XVIIIe eeuw, maar de zwelling is dan vervlakt.

 

89 hoenderstraat 24. Achtergelegen+ woning (van de voorm. Kwadevliegenstraat 17) met de kenmerken van XVII A; hoofdgestel met consoles; jaarankers 1645. Zie afb. 596.

90 Kwadevliegenstraat 17, zie nr. 89. Hoenderstraat 24.

91 stokstraat 57. Gewijzigde gevel; hoofdgestel met consoles. Gevelsteen: een olifant met torentje op den rug en het jaartal 16-52.

92 brusselschestraat 140. Geschilderde gevel; een verdieping met twee vensters. Hoofdgestel met consoles. Jaarankers: 1656. Westgevel geheel vernieuwd.

93 markt 38. Geschilderde baksteengevel

[p. 634]



illustratie

Afb. 597. Platielstraat 9; breed 9.39 M.


met gemoderniseerde pui (café) en twee verdiepingen. Hoekblokken, plint, waterlijst, twee voorm. kruisvensters en twee tweelichtvensters in omlijsting van blokken.

Hoofdgestel met zware consoles.

De zuidgevel met behoud van kruisgespannen in de gedeeltelijk dichtgemetselde vensters der eerste verdieping, heeft van de vier gewijzigde tweelichtvensters op de tweede verdieping er een door dichtmetseling gaaf behouden. Hoofdgestel en jaarsteenen met 16 en 61.

94 sint bernardusstraat 24. Jaarankers (16) 66. Topgevel. Zie nr. 175 en afb. 609.

95 plankstraat 1, 1686; gesloopt.

96 mariastraat 23d. Afgebikte baksteengevel; twee verdiepingen met twee vensters. Hoofdgestel met consoles. Twee jaarsteenen met 16 en 95.

97 platielstraat 9. Pui in hardsteen, kruisvensters in omlijsting van rechte stukken hardsteen; hoofdgestel met consoles. Dakkapellen in mergel, gedekt met een driehoekig fronton. Jaarsteenen met 1-7-0-0. (Vgl. nr. 37; zie afb. 597).

Bij een restauratie in 1912 is de gevel gecement met nabootsing van baksteen.

Mede tot XVII B behooren de navolgende gevels van hetzelfde type:

98 batterijstraat 42. In XVIII B gemoderniseerde gevel; hoofdgestel; de consoles met knopversiering terzijde.

99 boschstraat 91. Twee verdiepingen, elk met drie vensters; hoofdgestel met consoles.

100 boschstraat 104, 106. Oorspronkelijk een pand, met op de verdieping twee en vier gekoppelde kruisvensters, op de tweede verdieping twee en vier gekoppelde tweelichtvensters. Boven de vensters der eerste verdieping halfronde frontons. Hoofdgestel met consoles.

(Het vroeger binnen de frontons geschilderde: Anno 1742 heeft met de bouwgeschiedenis niets te maken.)
[p. *55]

PLAAT XXVII.

[p. *56]



illustratie

PLAAT XXVII.




illustratie

Bouillonstraat 8-10. Plan, begane grond en kelders. Naar opmetingen van j.p.a. antonietti. 1917.


[p. 635]

101 bouillonstraat 8. 10. Vgl. Pl. XXVII.



illustratie

Afb. 598. Bouillonstraat 10. Binnenplaats.


Op een trapeziumvormig stuk grond ligt het complex, dat uit verbouwingen van oudere deelen (vgl.blz. 637) moet zijn ontstaan. In den plattegrond zijn de volgende elementen te onderscheiden: a. een middenpartij; b. en c. twee vleugels te weerszijde van a., en d. een bijna haaks op a. gelegen achtervleugel, die tevens den smallen sluitwand vormt van e., een trapeziumvormige binnenplaats. De middenpartij heeft een verdieping en is gedekt door twee achter elkaar gelegen zadeldaken, waarvan de nokinrichting evenwijdig aan de straat ligt. De zijgevels zijn opgetrokken in baksteen en door rechte toppen gedekt; de achterste heeft een geprofileerde waterlijst, welke tympaanvormig om een zolder-venster is gelegd, waarvan de tusschendorpel ter hoogte van de lijst ligt. Gesmeed ijzeren ankers, een (gedicht) tusschen-dorpelvenster en een steenen kruisvenster in omlijsting van blokken, alle in de vormgeving van XVIIA. Afb. 598.

De vleugels hebben slechts een gelijkstraats; het dak van elken vleugel wordt doorbroken door een steenen dakkapel tusschen twee eenvoudige. De voorgevel is gesaust, heeft een zware doorloopende geprofileerde waterlijst waar de vensters op rusten, een lichtere onder het hoofdgestel met triglyphen en een zware geprofileerde kroonlijst.

De eerstgenoemde waterlijst wordt in vleugel b. ten Zuiden van de middenpartij onderbroken door twee pilasters met kapiteel, waarbinnen zich thans een ingang met boven- en twee zijlichten (Lod. XV) bevindt, terwijl de tweede waterlijst boven de kapiteelen omgekornist is; door deze lijst zijn gesmeed ijzeren ankers aangebracht.

Kroonlijst en triglyphen zijn in de middenpartij onderbroken en bevinden er zich als afsluiting van de verdieping. Zoowel hier als in de vleugels wordt de kroonlijst telkens onder de steenen dakkapellen onderbroken. Afb. 599.

De achtervleugel bestaat uit een blok op nagenoeg rechthoekigen plattegrond;

[p. 636]

het heeft een verdieping en een zadeldak met leien, welks nokrichting evenwijdig aan de straat is gelegen. Vgl. plaat XXVII en afb. 598.



illustratie

Afb. 599. Bouillonstraat 8, 10. Totale breedte 29.05 M.


Inwendig. De achtervleugel heeft over de geheele oppervlakte een met een tongewelf overdekte kelderruimte met put; op het gelijkvloers een zaal met gang en op de verdieping twee kamers, waarvan de grootste tegen den zuidwand een schouw (Lod. XIV) heeft, en aan den overgelegen wand een gesneden betimmering (Lod. XIV), waarin oorspronkelijk een bedstede tusschen twee deuren was opgenomen. Boven de deuren kleine portretten van den Markgraaf van Brandenburg (1620-1668), en van Louise Henrietta van Nassau (1627-1667), de dochter van Prins Frederik Hendrik, met wie hij in 1646 gehuwd is. Het schoorsteenstuk stelt een portret voor, vermoedelijk van Frederik Hendrik. Toegang tot de verdieping geeft een eenvoudige trap met gesneden trappaal. Deze en de ruimte, waarin zij is opgenomen, zijn kennelijk een toevoeging, daar de deuromlijsting in het gelijkvloers oorspronkelijk aan de open plaats heeft gelegen. Thans ligt zij aan een gang met gebogen stuczoldering en lessenaarsdak, waardoor zij in verbinding staat met de driedeelige hoofdtrap in vleugel c. Deze trap heeft balusters en twee gesneden trappalen (afb. 601). Opgemerkt zij nog, dat de trap bij den ingang Lodewijk-XV uit XVIIIa. is en dat onder vleugel b. en het voorste gedeelte van de middenpartij kelders met tongewelven aanwezig zijn. Zie plaat XXVII.

[p. 637]
Hierboven is gewezen op verbouwingen, die nader



illustratie

Afb. 600. Bouillonstraat 8; gesneden trappaal in den middenvleugel.


bepaald kunnen worden tot XVIIB en de XVIIIe eeuw (Lod. XV) De wandbekleeding in de kamer op de verdieping van den achtervleugel in Marotstijl met de daar aanwezige portretten van den grooten keurvorst en zijn gade, geven een nadere aanwijzing omtrent dengeen die hier gewoond kan hebben. Würzbach vermeldt in zijn Niederl. Künstlerlexikon, dat G. van Honthorst in 1640 voor 16 portretten van den Keurvorst en voor 20 van diens gade betaling van 2624 Reichs-thaler kreeg; opgemerkt zij, dat het jaartal 1640 niet juist kan zijn, daar de keurvorst eerst in December 1646 de 19-jarige Louise Henrietta huwde. Intusschen is het aannemelijk, dat de Maastrichtsche portrettenverkleinde replieken of copieën van het groote portret in de verzameling van het Mauritshuis - schenkingen zijn geweest aan nabestaanden of bevriende tijdgenooten. Het verweerde schoorsteenstuk had de oplossing kunnen brengen; in de gegeven omstandigheden moet ik mij tot een gissing bepalen. Onder de naastbestaanden zijn er mij geen bekend, die in een bepaalde relatie tot Maastricht staan; onder de bevriende tijdgenooten komt hiervoor in aanmerking George Frederik, Prins van Waldeck, Graaf van Culemborg, heer van Witthem enz. (1620-1692), die op jeugdigen leeftijd in Nederlandschen krijgsdienst trad, in 1647 in een gevecht tegen de Spanjaarden gewond werd, kort daarop in het leger van den Grooten Keurvorst was en in den slag bij Warschau (18, 19 en 20 Juli 1656) het medebevel voerde als generaal-majoor (vgl. Dyserinck, de militaire Gouverneurs blz. 157 e.v.). In 1672 hield hij Condé bij Muiden tegen, in 1683 ontzette hij het door de Turken belegerde Weenen. Tusschen de vele krijgsbedrijven door was de Graaf van Waldeck tot Gouverneur van Maastricht benoemd. Den 28 November 1678 werd hiervan door den Burgemeester mededeeling gedaan, waarop besloten werd het hof te laten repareeren (Dyserink, blz. 156). Eerst in April 1679 heeft zijn Excellentie zijn ambt aanvaard, dat hij tot zijn dood in 1692 heeft vervuld. Zijn echtgenoote, Elisabeth, gravin van Nassau-Siegen, vestigt zich na den dood van haar gemaal te Culemborg, waar zij in 1694 overleed. Na het afsterven van den Prins van Waldeck (vgl. ook hiervoren blz. 258) bleef de hooge betrekking van Gouverneur van Maastricht eenigen tijd onvervuld. 6 April 1693 vinden wij aangeteekend, dat de Luitenant-generaal Tettauw verzocht enkele kamers voor hem te willen meubileeren op het hof. (Dyserinck, blz. 165). De gissing waarvan hiervoren sprake was is nu deze, dat het ‘hof’ waaraan herstellingen plaats vonden in 1678 ten behoeve van den graaf van Waldeck en waar in 1693 enkele kamers gemeubileerd werden, niet in het tegenoverliggende Gouvernement (blz. 103) maar in het pand Bouillonstraat 8 en 10 gezocht moet worden, zoodat dit mogelijk eens het ‘Hof van Waldeck’ geheeten kan hebben.
[p. 638]

102 Breede Straat 19, 21. Type van ‘de Poort’, zie nr. 14.

Hoofdgestel met consoles.

103 breulingstraat 6. Topgevel; in den zijgevel hoofdgestel met consoles, zie nr. 180.



illustratie

Afb. 601. Bouillonstraat 10. Hoofdtrap in den vleugel aan de straat.


104 groote gracht 40. Een verdieping met twee vensters. Hoofdgestel: architraaf geschonden, consoles met knopversiering terzijde; frontlijst eindigend in een voluut.

105 groote gracht 45. Een verdieping met een venster; hoofdgestel met consoles, doorbroken door dakvenster.

106 groote gracht 62. Zijgevel capucijnenstraat. Hoofdgestel met consoles. Vgl. nr. 182. Helstraat, zie Sint Bernardusstraat.

107 kleine gracht 31, zie pilastergevels nr. 209.

108 lenculenstraat 19. Achtergevel. Op de verdieping een gekoppeld venster; hoofdgestel met consoles, waartusschen beurtelings een diamant en een schijf. Vgl. nr. 189.

109 lenculenstraat 34. Topgevel zie nr. 189.

[p. 639]

110 looiersgracht 22. In de laatste jaren ontsierde gevel met hoofdgestel, de architraaf afgekapt; gecanneleerde consoles met vlakke dekplaat, rozetten en diamanten.

111 markt 33, achtergelegen woning. - 76. Rechter gedeelte van twee verdiepingen met telkens twee vensters heeft een hoofdgestel met consoles. Zie ook nr. 285.

112 muntstraat 1 en 3 (zie nr 205 en 206) - 6. Moderne winkelpui, twee verdiepingen met elk twee vensters. Hoofdgestel met consoles. Dakkapel in omlijsting van bergsteen en gedekt met segmentvormig fronton.

113 muntstraat 23. Gesauste baksteengevel van twee verdiepingen, elk van twee vensters. Hoofdgestel met consoles. Gevelsteen: zwart schaap op gouden veld. Zijgevel aan de mariastraat: dichtgemetselde kruisvensters en oorspronkelijk vijf tweelichtvensters. Hoofdgestel in mergel. Moderne winkelpui (1938). - 4. Hoek Jodenstraat, zie nr. 419.

114 nieuwstraat (oostzijde) 15. In XVIII B gewijzigde, geverfde baksteenen gevel van twee verdiepingen met telkens twee vensters. Hoofdgestel met consoles. Drie gevelsteenen met AN-NO en een zespuntige ster. Raamhekjes Lodewijk XVI.

115 nieuwstraat 17. Twee verdiepingen, elk van twee vensters, pui vernieuwd; hierboven afgekapte wapensteen. Hoofdgestel met consoles.

116 o.l. vrouweplein 25, twee vensteromlijstingen met gebroken frontons en anno-1655. - o.l. vrouwestraat 17. Achtergelegen woning met triglyphenlijst, gesmeed ijzeren ankers; vgl. nr. 36.

117 plankstraat 3. Geschonden topgevel (zie nr. 192). Hoofdgestel met consoles gelijk aan die van plankstraat 1 (1686; gesloopt), vgl. nr. 95. Platielstraat 14, zie nr. 81.

118 sint amorplein 6. Twee verdiepingen, elk met twee vensters. Hoofdgestel met consoles. XVII B.

119 sint amorplein 17. Gevel in Naamsche steen, zware consoles, zie nr. 207.

120 sint antoniusstraat 68, 70. Geschonden; consoles verwijderd.

121 st. bernardusstraat 1. Claustraalhuis, zie nr. 39.

122 sint jacobstraat 6. Gootlijst op consoles met acanthusbladeren.

123 smedenstraat 1, hoek stokstraat. Twee verdiepingen; gelijkstraats oorspronkelijk kruiskozijn op den hoek, en deur; op de verdieping hoekblokken, twee houten kruis- en twee houten tweelicht-kozijnen. Muurankers. Gecanneleerde consoles; aan de stokstraat één.

Stokstraat, hoek Smedenstraat, zie nr. 123.

124 stokstraat 6 en 8. Oorspronkelijk één pand. Twee verdiepingen, elk van drie vensters; geprofileerde waterlijsten. Hoofdgestel met consoles nog aanwezig bij nr. 8, midden-XVII.

125 stokstraat 21 a en b. Achtergelegen woning van gesauste baksteen. Een verdieping; hoofdgestel met consoles, onderbroken door drie vierkante vensters. Jaarankers: A.O. 16. 5. In het gelijkvloers hardsteenen deuromlijsting met Lodewijk XV-schildje; vensters

[p. 640]



illustratie

Afb. 602. Achterzijgevel van Stokstraat 26/28.


in dezen tijd gewijzigd. Inwendig schoorsteenen, plafonds en trap Lodewijk XV. In de gang naar de achtergelegen woning eiken spiltrap.

126 stokstraat 26, 28. Zie hierna nr. 196.

Achtergebouw met drielichtvenster en hoofdgestel; consoles met acanthusblad, zie afb. 602.

127 stokstraat 31. Baksteenen gevel van twee verdiepingen, elk met vier vensters. In de XVIIIe eeuw gewijzigd (zie nr. 288). Hoofdgestel met consoles.

128 stokstraat 32. Topgevel, zie nr. 193. - 38. 129 Geprofileerde gootlijst, oorspronkelijk op consoles, zie nr. 194.

130 stokstraat 44. Uit twee gedeelten bestaande gevel van een verdieping; het linkergedeelte met een vijflichtvenster, het rechter met een kruisvenster op de verdieping. Muurankers, puien gewijzigd. Hoofdgestel op consoles.

131 tafelstraat 8, 10. Hoofdgestel, triglyphen.

132 tongersche straat 6 en 8. Oorspronkelijk één pand, het ‘Huis van den Commandant’, met twee verdiepingen, elk van tien vensters. Thans in het gelijkvloers: een deur en twee vensters; vijf vensters en een inrijpoort (XIX). Hoofdgestel met consoles; in de fries steigergaten en ankers. Vgl. nr. 51; midden-XVII, 1772.

Nr. 6 verhoogd met een zolderverdieping.

(Door het afbikken van den gevel nr. 6 is het mogelijk geworden al de wijzigingen van de verbouwing in 1772 af te lezen. Vgl. wat hierover gezegd is op blz. 603).

133 vrijthof 22, 23. In de XVIIIe eeuw gemoderniseerde, oorspronkelijk waarschijnlijk nog XVIIe eeuwsche woning. Aan de westzijde uitgebreid met een koetspoort (XIX). Het bijbehoorend woonhuis heeft in den zijgevel hoofdgestel met consoles, aan den achtergevel een met gecanneleerde consoles en rozetten er tusschen (vgl. nr. 53).

134 vijfharingenstraat 15. Consoles met acanthusbladeren (gesloopt).

 

C. Tot het type der hiervoren beschreven gevels behooren de volgende, die echter geen hoofdgestel (meer) hebben, of die om hun geschonden, dan wel fragmentarischen toestand hiervoren niet vermeld konden worden:

[p. 641]

135 brusselsche straat 59. Op de verdieping oorspronkelijk twee kruiskozijnen; op+ de tweede verdieping twee kozijnen met middenstijl, muurankers; cartouche met 1629. Pui gewijzigd.

136 groote looierstraat 6. Zijgevel met ankerjaartal 1638.

137 tongersche straat 7. Geschonden hoofdgestel; lijst eindigend in een voluut; hierboven een cartouche met 1644 (?).

138 brusselsche straat 36. Zijgevel met hoekblokken, half-rond gesloten zoldervenster, trapgevel met geprofileerde dekplaten, jaarankers 1662.

139 tongersche straat 22. Jaarsteenen boven de pui met 16-90; oorspronkelijk met trapgevels.

140 graanmarkt, hoek stokstraat. Pui gewijzigd, bovendorpels der voormalige kruiskozijnen afgeschuind; jaarsteenen 16-96.

141 achter het vleeschhuis 9. 16-97.

 

142 bogaerdenstraat 52. In XVIII B gewijzigde gevel met behoud van een hoofdgestel+ met triglyphen.

143 brusselsche straat 30. -94. Geschilderde baksteengevel met gekoppelde vensters op de beide verdiepingen. Nieuwe winkelpui. Afgekapt hoofdgestel met triglyphen.

144 breede straat 24. Gewijzigde gevel, thans zes vensters breed, hooge plint van Naamsche steen.

145 Groote Gracht 64 en 64a. Zijgevel aan de capucijnenstraat met topgevel (zie nr. 183) en fries met triglyphen. Voorgevel verbouwd in 1711 (zie afb. 612).

146 groote looierstraat 15. Topgevel (zie nr. 184); - 19, verbouwd in 1711 (zie 147 nr. 22 en 217).

148 groote staat 57a, hoek leliestraatje. In de XVIIIe eeuw gemoderniseerde gevel (zie nr. 405); fries met triglyphen.

149 gubbelstraat 34. Oorspr. met twee kruiskozijnen; boven elk twee ontlastingsboogjes; pui gewijzigd, vgl. nr. 303.

150 van hasseltkade 12. Hoofdgestel met triglyphen en ruitvormige diamanten. Zie ook nr. 373.

151 jodenstraat 9. Smal geveltje; pui van Naamsche steen met deur en twee vensters op de verdiepingen telkens drie vensters in mergelblokken; doken van luikjes. Op de cour zouden zich twee gemetselde putten bevinden; vgl. afb. 603a.

152 kersenmarkt 7, hoek smedenstraat. Voorgevel met gewijzigde pui van Naamsche steen, banden van mergel; in den zijgevel oorspronkelijk een kruisvenster en kleine vensters in omlijsting van blokken; gesmeden ankers; naast het huis een half-rond gesloten omlijsting in Naamsche steen van een poortje.

153 markt 63. Fragment van een hoofdgestel; gevelsteen met vergulden ruiter.

154 o.l. vrouwe kade 12. Sterk gewijzigde gesauste baksteenen gevel van twee verdiepingen, elk van vijf vensters. Ankers. Afgekapt hoofdgestel. Pui modern.

155 sint amorplein 3. Gesauste baksteengevel met op de verdieping drie puntige ontlasting sbogen van baksteen, waarvan de toppen een band van mergel

[p. 642]



illustratie

Afb. 603. St. Jacobstraat 8. Relief vermoedelijk met voorstelling van een St. Anna, aan den hof.


doorsnijden (vgl. van hasseltkade 9, raamstraat; nr. 6). In den zijgevel aan de heggestraat banden van mergel afwisselend met vijf lagen baksteen; twee dichtgemetselde kleine vensters op 3 M. boven het peil van de straat.

156 sint jacobstraat 8. Gesauste gevel in baksteen; voorm. kruiskozijnen, uitspringende vleugel aan de westzijde. Hierin geprofileerde waterlijsten, een verweerd relief met voorstelling van St. Anna. In een vertrek gelijkvloers aan de straat een stuczoldering (XVII B), zie afb. 603 en 564.

Misschien dat hier het St. Anna conventje gelegen heeft, zie hiervoren blz. 149 en 597, noot 1.

Smedenstraat, hoek kersenmarkt, zie nr. 152.

157 stokstraat 30, met uitgebouwd traptorentje in vakwerk (zie afb. 616); - 32.

158 Topgevel met afgekapt hoofdgestel dan wel vlakke fries met triglyphen. Zie nr. 193.

159 tongersche straat 35, achtergevel aan den Kakkeberg, hoofdgestel met consoles, vgl. nr. 195, zie nr. 275.

 

Voorts:

160 achter het vleeschhuis 31-33; hoofdgestel afgekapt.

illustratie

Afb. 603a. Jodenstraat 9.


161 boschstraat 38; - 89.

162 brusselsche straat 32; 45, 47, vroeger met koetspoort; vgl. nr. 15.

163 groote looierstraat 19, in 1711 verbouwd, zie nr. 147.

164 v. hasseltkade 16-17, gesmede ankers.

165 heggestraat 3-3a; - 12; - 14.

166 kesselskade 45.

167 kleine looierstraat 12.

168 koestraat 6-8.

169 lenculenstraat 1; - 32, achtergevel met hoofdgestel op consoles; vgl. nr. 283.

170 markt 60.

171 tongersche straat 47.

172 vijfharingenstraat 2-4, met koetspoort.

[p. *57]

PLAAT XXVIII.

[p. *58]



illustratie



illustratie



illustratie

PLAAT XXVIII.
Ridderstraat 2. Huis ‘de Ridder’. Plattegrond. Voorgevel. Schouw. De plattegrond en de schouw opgemeten door g. de hoog in 1916/17.


[p. 643]

Topgevels.

II. Alle kenmerken van den Maastrichtschen bouwtrant uit XVII A: hoekblokken en banden van mergel, kruiskozijnen in omlijsting van afwisselend groote en kleine blokken, een hoofdgestel met consoles, enz. vertoont:

173 ridderstraat 2. Het woonhuis met voorgevel+ aan de Ridderstraat is opgetrokken op een trapeziumvormigen plattegrond; het is over de Jeker gebouwd en staat

illustratie

Afb. 604. Ridderstraat 2, het huis ‘de Ridder’; breed 10.47 M.




illustratie
Afb. 605. Het huis ‘de Ridder’, uit het Noord-Oosten.


door een lateren achterbouw (schuur) met open plaats in verbinding met de Minderbroederstraat.

In baksteen opgetrokken gevel met toepassing van Naamsche steen en mergel. Zie plaat XXVIII en afb. 604-607.

Een geprofileerde waterlijst scheidt de verdieping van het gelijkvloers, waarin zich een kruisvenster, de rondbogige deur met rechthoekig bovenlicht en nog twee kruisventers bevinden.

Hierboven wordt de gevel smaller, zoodat boven het eerste kruisvenster een

[p. 644]

borstwering een zadeldak met pannen draagt; de druiplijst aan de straat (Noorden) en een topgevel met in- en uitgezwenkte dekstukken van mergel op het Oosten. Deze borstwering heeft hoekblokken van mergel en een (afgekapte) thans vlakke cartouche. De hooger opgaande gevel heeft eveneens hoekblokken en in de borstwering drie (vlakgemaakte) cartouches, waarvan de middelste het grootst is. Van de drie

illustratie

Afb. 606. Het huis ‘de Ridder’; detail gevels op het Oosten.




illustratie
Afb. 607. Het huis ‘de Ridder’; achtergevel.


kruisvensters op de verdieping is het oostelijke weer geopend, het bevindt zich even oostwaarts van de as van de ingangspartij.

Terwijl de gewitte zijgevel een hoofdgestel met consoles in gaven staat heeft bewaard, is dit in den voorgevel vlak evenals drie blokken mergel vermoedelijk tengevolge van afkapping.

De top gedekt door in- en uitgezwenkte dekstukken, wordt onderbroken door drie rondbogige zolderopeningen, waarvan de middelste het hoogst is.

De sluitsteen boven den ingang vermeldt het jaartal: 1650.

De achtergevel, ten deele zichtbaar, vertoont hetzelfde type als de voorgevel, maar de kruiskozijnen op de verdieping zijn hier van hout met ontlastingsboogjes. Het op afb. 607 zichtbare zolderluik snijdt in de triglyphenfries,

[p. 645]

waarvan de bovenste waterlijst bij de

illustratie

Afb. 608. Het huis ‘de Ridder’; gevelsteen in den achtergevel, grootste breedte 1.34 M.


onderbreking in een voluut eindigt. Door de schuur aan het oog onttrokken bevindt zich op de verdieping een gevelsteen in cartouche; voorgesteld is een galoppeerende ruiter (afb. 608).

Vermoedelijk heeft hier een wisselwerking plaats gehad tusschen voorstelling en naam van eigenaar of huis. In het cijnsregister van 1377 wordt immers reeds gesproken van ‘ex opposito quondam domus Ridder carbonarij’ = tegenover het huis van wijlen den kolenman Ridder (franquinet, Invent. II, p. 214).

Inwendig: Een schouw met bladkapiteelen en -basementen; zie plaat XXVIII.

174 brusselsche straat 36, zijgevel aan den oprit naar de Beyaard: baksteen met

illustratie

Afb. 609. St. Bernardusstraat 24, naar een teekening van G. de Hoog Hzn.


toepassing van mergel aan banden, hoekblokken van afwisselend formaat, aan de omlijsting van rond-boog-vensters en aan de afdekking der treden van den trapgevel. Jaarankers 1662.

175 sint bernardusstraat 24. Topgevel met vlechtingen, hoekblokken. Gelijkstraats, onlangs gewijzigd. Op de verdieping mergelbanden en twee vernieuwde vensters; geprofileerde lijst. Op de tweede verdieping twee kleine vensters. Hoofdgestel met vlakke kroonlijst en consoles, onderbroken voor het rondbogig zoldervenster, dat te weerszijde een voluut heeft, vgl. nr. 189, lenculenstraat 34. Op de tweede verdieping van den zijgevel een rondbogigvenster. Jaarankers (16)66. De gevels zijn thans geheel gewit. (Afb. 609; vgl. nr. 94).

176 bonnefantenstraat 5. Over de+ Jeker gebouwd pand; voor- en

[p. 646]



illustratie

Afb. 610. Bonnefantengracht 5. Voorgevel br. 7.18 M.


achtergevel afgedekt met trappen in mergel; gelijkstraats een kruiskozijn en een deur (de omlijsting met MDCCXXXIII van elders afkomstig); op de verdieping een kruiskozijn. In den noordgevel telkens een. Voorgevel, breed: 7.18 M. Zie afb. 594 en 610.

177 boschstraat 64. Gecemente topgevel, twee vensters breed; zijgevel aan de breulingstraat met hoofdgestel en consoles, zie nr. 73.

178 boschstraat 70 Zijgevels met topgevel met in- en uitgezwenkte dekstukken.

179 breulingstraat, hoek boschstraat, zie nr. 177.

180 breulingstraat (noordzijde) 6. Gesauste baksteenen topgevel met vlechtingen, drie verdiepingen. Oorspronkelijk met breede, halfrond gedekte inrijpoort. Gesmeed-ijzeren ankers. Aan den zijgevel hoofdgestel met consoles, vgl. nr. 103.

181 ezelmarkt 2 en 4. Topgevels thans met vlechtingen. Zie nr. 225 en afb. 611.



illustratie

Afb. 611. Ezelmarkt 2, 4 en 6.


182 groote gracht 62. Baksteenen gevel, twee vensters breed, een verdieping. Vlaamsche top met mergel afgedekt. Zijgevel met hoofdgestel, zie nr. 106.

(De liggende leeuw op den top is een moderne toevoeging.)

183 groote gracht 64 en 64a, hoek capucijnenstraat; zijgevel met hoofdgestel; top met door geprofileerde mergelplaten gedekte trappen; vgl. nr. 145 en afbeelding 612.

184 groote looierstraat 15. Gesauste baksteengevel; gelijkvloers: hooge smalle deuropening in omlijsting van Naamsche steen, twee vensters in omlijsting van

[p. 647]

rechte stukken, plint van

illustratie

Afb. 612. Groote Gracht 64 en 64a, voorgevel breed 11.45 M.


groote blokken. Op de 1e en 2e verdieping elk twee vensters. Twee geprofileerde waterlijsten, een hoofdgestel met triglyphen, waarboven een venster met middenstijl. In den top met in- en uitgezwenkte dekstukken een rond venster, (vgl. nr. 146) 13 gesmeedijzeren muurankers. Voor den overeenkomstigen achtergevel zie afb. 613.

185 groote looierstraat 24, achtergevel.

186 Helstraat, zie sint bernardusstraat.

187 kleine gracht 31, zie Pilastergevels nr. 209.



illustratie

Afb. 613. Groote Looierstraat 15; achtergevel.


188 de leeuwenmolen, zie hierna nr. 457.

189 lenculenstraat 19, zie nr. 108.

lenculenstraat 34. In 1928 gerestaureerde baksteenen gevel. Gelijkvloers: laag hardsteenen plint, drielichtvenster, deur met tweedeelig bovenlicht. Geprofileerde waterlijst in mergel. Op de verdieping: twee kruiskozijnen in omlijsting van afwisselend groote en kleine blokken hardsteen. Hoofdgestel met consoles, waartusschen St. Andries-kruisen. De top met ingezwenkte dekstukken en voluten, wordt door drie geprofileerde waterlijsten in drie gedeelten van afnemende hoogte verdeeld. In het onderste een rondbogig zoldervenster in omlijsting. Een vlakke lijst ligt ter hoogte van de geboorte van den boog en deze lijst is door een voluut te weerszijde van het venster met het hoofdgestel verbonden, (vgl. nr. 175, sint bernardusstraat 24). In het volgend gedeelte wordt het vlak van den

[p. 648]



illustratie

Afb. 614. Lenculenstraat 33.


gevel door vlakke lijsten in vieren verdeeld; in de kruising ervan een vierkante gevelsteen, waarin een ronde licht-opening. Gesmeed ijzeren muurankers. Vgl. afb. 562.

Het gevelsteentje met wapen en 16-06 is van elders afkomstig en bij gelegenheid van de restauratie aangebracht.

190 lenculenstraat 33. Het complex dat in 1690 als gereformeerd Weeshuis werd betrokken (vgl. blz. 585) en sedert 1913 de verzamelingen van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig genootschap huisvest, bestaat uit drie achter elkaar gelegen blokken (a.b. en c.) elk van twee verdiepingen; zij zijn gedekt door zadeldaken met pannen tusschen vier topgevels met trappen. Hoofdgestel en banden van mergel vinden er toepassing, alsmede hoekblokken en gesmeed ijzeren ankers. Blok a. dat smaller is dan de beide andere heeft een

illustratie

Afb. 615. Lenculenstraat 33; zijgevel van blokken c.b. en a.


[p. 649]

topgevel met trappen aan de straat, waarin 2 × twee kruiskozijnen, twee halfrond gesloten zoldervensters en een dergelijk boven het hoofdgestel in den top; naast den voorgevel een aanbouw (met platdak), waarin een door blokken omlijste ingang met rechthoekig bovenlicht (afb. 614). Blok b. heeft negen vensterassen; de vensters voorzien van kruisgespannen en op de verdieping negen vensters met middenstijl. Blok c., dat het jongste is, heeft zes vensterassen; de vensters op de verdiepingen zijn halfrond gesloten en door gelijkmatige blokken omlijst. In den op het Zuiden gelegen sluitgevel een dergelijk groot venster in den top. Opgemerkt zij, dat de toepassing van banden in mergel in blok b. schaarscher is dan in blok a. en in blok c. minder dan in het middelste. (Afb. 615.)

Voor het inwendige zie hierna. (Museum).

191 oude vischmarkt. Top met vlechtingen. In het gelijkstraats een deur en een kruisvenster. Op de verdieping een twee-lichtvenster. Zijgevel met een gedicht kruisvenster; op de verdieping een drielicht. Vgl. afb. 617.

192 plankstraat 3. Geschonden, gecemente topgevel met hoofdgestel, vgl. nr. 117; verdieping met een venster; oorspronkelijke pui in Naamsche steen, deur met rechthoekig bovenlicht en venster met lateiboog en sluitsteen. Achtergevel met rechte kroonlijst op consoles.

193 stokstraat (westzijde) 32. Een verdieping met twee vensters; pui gewijzigd, geprofileerde lijst. Top met in- en uitgezwenkte stukken; afgekapt hoofdgestel of vlakke fries; ovaal zoldervenster. Ankers. Achtergevel eveneens met vlakke fries; rondbogig zoldervenster. Afb. 616; vgl. nr. 128.



illustratie

Afb. 616. Stokstraat 30 en 32, achtergevel.




illustratie

Afb. 617. De oude Vischmarkt van over het Kanaal.


[p. 650]

194 stokstraat 38, hoek plankstraat. Gesauste gevel, top met vlechtingen, twee rondbogige zoldervensters; vlakke fries met triglyphen. Pui gewijzigd; twee gekoppelde deuren, elk met rechthoekig bovenlicht. Aan de plankstraat geprofileerde gootlijst oorspronkelijk met consoles, vgl. nr. 129.

195 tongerschestraat 12, zie nr. 288. - 35, vgl. nr. 159. - 60, gesauste baksteengevel met trapgevels en een dakkapel in mergel met voluten en gebogen fronton.

 

III. De geheel met Naamsche steen bekleede gevels dagteekenen vooral uit de tweede helft der XVIIe eeuw, alsook uit het begin der XVIIIe eeuw.

In deze paragraaf worden alleen de gevels behandeld, die nog voor de XVIIe eeuw kenmerkende eigenschappen hebben, zooals hoekblokken, geprofileerde lijsten, hoofdgestellen en uit blokken samengestelde omlijstingen van kruisvensters of van vensters met middenstijl.

Vertoonen zij de indeeling van vakwerk (vgl. hiervoren blz. 603) of de stijlkenmerken+ der XVIIIe eeuw, dan worden zij behandeld bij de vakwerkgevels of bij

illustratie

Afb. 618. Stokstraat 28, ‘In den Steenen bergh’.


de woonhuizen dezer eeuw (zie hierna blz. 658, 670 e.v.).

196 stokstraat 26, 28. Op de eerste verdieping oorspr. twee kruisvensters en een half er tusschen; op de tweede verdieping overeenkomstig, maar met middenstijl. Onder de vensters der eerste verdieping festoenen en een gevelsteen met: in den steenen bergh, welke gevat is tusschen de voorstelling van een heilige met boek en veeren pen en een lam aan zijn voeten ter linker- en van een St. Nicolaas met kuip en kinderen ter rechterzijde. In de fries onder de tweede verdieping het jaartal 1669 Pui gewijzigd.

Inwendig: schoorsteen met boezem in stuc (Lodewijk XV).

De achterbouw heeft een zijgevel in mergel, versierd met gebeeldhouwde koppen en

[p. 651]

een hoofdgestel met gebeeldhouwde consoles met acanthusbladeren. (Afb. 618 en 602; vgl. nr. 126).

197 breede straat (zuidzijde) 43. Gevel van twee verdiepingen en vijf vensterassen, twee geprofileerde lijsten; geblokte vensterdammen, zware geprofileerde kroonlijst. Ingang in het midden. Gevelsteen met 1696 tusschen twee takken.

198 markt 15. Twee verdiepingen; drie vensterassen.

Op de eerste verdieping balcondeur met fronton en hek. In het fronton 1714.

Een breede lijst; hoofdgestel met vlakke, gegroefde consoles.

Het jaartal thans verdwenen.

199 st. pieterstraat (westzijde) 48.

Een verdieping met twee vensters; hierboven een gebeeldhouwde band, waarin het jaartal 1714 tusschen twee bladeren. Tusschen de verdieping en het gelijkstraats een gebeeldhouwde band met gevelsteen; een waag, en: in de oude waegh -vier consoles en twee paneelen. De gewijzigde pui heeft twee halfrond gesloten winkelramen en een deur ertusschen.

200 plankstraat 4. Een deur met rechthoekig bovenlicht en een venster; op de verdieping twee vensters, de omlijstingen in groote blokken. Gevelsteen met schaap tusschen leeuw en wolf: in de duysent vrees. Boven de deur: eXstrVCtVM baVDVIn Conser VetVr (1741).

 

Verder behooren tot deze groep de gevels:

201 Brugstraat 12. Vensters en pui gewijzigd; gevelsteen+ met Sint Joris vernieuwd.



illustratie

Afb. 619. Plankstraat 4. Gevelsteen.


202 Brugstraat 16. Vgl. hierna nr. 367.

203 groote staat 43, geblokte gevel met 2 × drie vensters. Op de binnenplaats ingemetseld een gevelsteen met in den pellicaen. Inwendig: Trap met gebeeldhouwde trappaal, een haardsteen met den Luikschen perroen en 1696. - 56.

204 kleine staat (oostzijde) 5. Drie verdiepingen, elk van drie vensters in gegroefde omlijstingen; geprofileerde kroonlijst; gebroken kap, winkelpui nieuw.

205 muntstraat I. Twee verdiepingen van drie vensters. Gelijkstraats: een deur tusschen twee gebogen uitstalkasten van omstreeks 1830. Op den bovendorpel van de deur staat: Ao 1612 Di.

Op de eerste verdieping zijn kruiskozijnen hersteld; onder de vensters festoenen en draperietjes. Op de tweede verdieping vensters met middenstijl, waaronder eveneens festoenen. Hierboven een geprofileerde lijst. Hoofdgestel met consoles van het jongere type. Dakkapel (XVIIId). Afb. 620.

[p. 652]



illustratie

Afb. 620. Muntstraat 1 en 3.


Inwendig: voorkamer op de eerste verdieping met Lodewijk XV stuc schoorsteen met familie-wapens. Trogwelfjes op balken. Afb. 620.

206 muntstraat 3. Verwant aan de vorige (zie nr. 112 en 205 en afb. 620).

Geschilderd en zonder kruisgespannen.

207 st. amorplein 17. Twee verdiepingen, elk van zes vensters; zware consoles van het jongere type. Gesmeed-ijzeren raamhekjes; vgl. nr. 119.

IV. Pilastergevels.

208 graanmarkt 3. Geschilderde en gepleisterde baksteenen gevel, met zes Ionische pilasters der groote orde, vijf vensterassen en een verdieping. De

illustratie

Afb. 621. Graanmarkt 3; breed 10 M.


kapiteelen met kussenvormigen impost (vgl. vrijthof 29; nr. 213) boven de architraaf. (Afb. 621.)

209 kleine gracht 31. Gesauste baksteengevel met drie pilasters der groote orde, en twee maal twee vensters. De pilasters dragen een hoofdgestel in mergel met consoles van het jongere type (vgl. blz. 602).

Top met in- en uitgezwenkte vleugelstukken; tusschen twee pilasters gevatte middenpartij met half rondgesloten zoldervenster en een klein hierboven.

Ten Westen van het pand een binnenplaats, van de straat gescheiden door een hoogen muur, waarin de rondbogige toegang in bergsteenen omlijsting;

[p. 653]

deze is gedekt door een driehoekig fronton; er naast een rechthoekig venster. Vgl. nr. 31 en afb. 622.

210 markt 31, 32. Oorspronkelijk één pand; geschilderde baksteen.



illustratie

Afb. 622. Kleine Gracht 31, totale breedte 10 M.


211 markt 41. Baksteenen gevel, drie vensterassen, twee verdiepingen. Op de verdieping afgekapte slingers. Gesneden trappaal.

212 vrijthof 7. Op de eerste verdieping vier gecanneleerde pilasters; vensters in bergsteenen omlijstingen met ooren en gedekt door een fronton.

213 vrijthof 29. Geverfde baksteenen gevel; vier pilasters met Ionisch kapiteel en boven de architraaf een gebogen kussen (vgl. graanmarkt 3, nr. 208).

[p. 654]

De XVIIIe eeuwsche woonhuizen.

Het talrijkst zijn de gevels, welke in de XVIIIe eeuw zijn opgericht. Daar echter de stijlkenmerken van deze groep gevels niet geheel samenvallen met de jaren der XVIIIe eeuw, vindt men naast de voor dezen tijd kenmerkende eigenschappen

illustratie

Afb. 623. De Stokstraat (nrs. 32, 30, 28-26, 24 enz.) naar het Noorden gezien.


[p. 655]

ook zulke, welke als voortzetting te beschouwen zijn van de uitingen van de voorafgaande eeuw, als ook andere, welke de inleiding vormen tot een volgende periode. In verband hiermede wordt de stof onderverdeeld in de navolgende groepen:

A.de uitloopers van het XVI-XVIIe-eeuwsche type (blz. 655-658).
B.gevels met een verticale en horizontale indeeling, welke herinnert aan de stijlen en liggers uit den vakwerkbouw, onderverdeeld in varianten (a, b, c en d) met uitgesproken verticale, en (e) met uitgesproken horizontale indeeling (blz. 658-664).
C.een groot aantal, wier karakter algemeen-XVIIIe eeuwsch is. Hoewel deze groep gevels niet de uitgesproken kenmerken bezit van een bepaalden stijl, heeft zij toch door haar talrijke vertegenwoordigers in hooge mate bijgedragen tot het eigen aspect van de stad Maastricht (blz. 664-670).

De gevels zijn doorgaans gesaust of gepleisterd in een gebroken wit; de deur- en vensteromlijstingen bestaan uit groote stukken Naamsche steen; de eerste zijn geprofileerd; een sluitsteen - al dan niet voorzien van een gebeeldhouwd motief (Régence of Lodewijk XV) - treft men veelal aan. De bovendorpels der vensteromlijstingen komen voor in de varianten: lateibogen (al dan niet met sluitsteen), waarvan de gestrekte bovenlijn herinnert aan de latei, terwijl de onderkant boogvormig is; de segmentboog - al dan niet met sluitsteen - met een gewelfde buitenen binnenlijn. Soms zijn gedeelten van den gevel, zooals de dammen tusschen de vensters, door horizontale groeven geblokt. De rechtstanden zijn veelal doorgetrokken, waardoor deze aan de stijlen van den vakwerkbouw herinneren.
Voor de andere varianten, waartoe de rechtstanden aanleiding geven, vergelijke men de beschrijving op blz. 661 e.v.
In plaats van een zadeldak komt veelal een dak voor met gebroken kap, gedekt met pannen, oorspronkelijk met leien. Dakkapellen in meer of minder rijke vormgeving, soms op meer dan een rij, onderbreken de dakvlakken.
D.Gevels met stijlkenmerken, ontleend aan de Lodewijk-stijlen (blz. 670 e.v.).

 

A. Op blz. 603 is in de Inleiding een typeering gegeven van de hier te beschrijven groep uitloopers van het XVIIe eeuwsch type; gewezen werd op de gewijzigde vormgeving der kruiskozijnen en der consoles. Thans volgt de beschrijving van gedateerde voorbeelden, daarna van ongedateerde.

214 smedenstraat 4. Gevel met twee kruiskozijnen op de eerste- en twee vensters+ met een middenstijl op de tweede verdieping. Pui gewijzigd; deuromlijsting met rechthoekig bovenlicht en tot voor kort met boven- en onderdeur. Gevelsteen met een laurierboom tusschen

in den lauw
rier boom
17 03.

215 witmakerstraat 23. Smalle, gewijzigde gevel met twee jaarsteenen: 17 - 06.

[p. 656]

216 breede straat 10. Baksteenen gevel ter breedte van zeven vensters. Plint van Naamsche steen; deur- en vensteromlijstingen in natuursteen. Bij de restauratie in XIXa zijn de kruisen in de vensteromlijstingen hersteld. De ingang in een

illustratie

Afb. 624. Breede straat 10, het ‘oude huis de Crassier’.


gebeeldhouwde omlijsting ligt in de as van den gevel; boven de middelste vijf vensters een attiek van Naamsche steen, waarin vijf tweelicht-vensters; de attiek vlak afgedekt en terzijde door voluutvormige sluitstukken afgesloten. In de kroonlijst het jaartal mdccviii (1708). Afb. 624.

Dit huis werd opgericht door den in 1731 overleden schepen Servaas Loyens, wiens kleindochter het door haar huwelijk in 1750 met Guillaume Jean Joseph libre baron de Crassier et du St. Empire Romain, kapitein in Statendienst, aan een geslacht bracht, waarnaar het tot in deze eeuw het ‘oud huis de Crassier’ werd genaamd. Het is bekend geweest door de kunstverzameling, welke Guillaume Pascal de Crassier (1662-1750) aangelegd heeft en welke eerst na den dood van Douairière van der Does de Willebois in 1910 door de Firma Fr. Muller & Co. in November 1911 is geveild. (Flament, Het Huis Oud en Nieuw 1916, Nuyts, in de Bouwwereld (1923) blz. 412-415).

217 groote looierstraat 19. Vijf vensters breed; koetspoort met sluitsteen: haeC prIMo/DIe JUnII/InCepta (1711); vgl. nr. 22 en 163.

218 achter het vleeschhuis (noordzijde) 20. Oorspronkelijk met drie kruis- en drie vensters met middenstijl op de verdiepingen. Gepleisterd, geblokte dammen; pui gewijzigd. Forsch geprofileerde ingang met chronogram: aDVenIt CzarVs MosCoVIae (1717) ter herinnering aan het bezoek van Czaar Peter den Groote.

[p. 657]

219 sint pieterstraat (westzijde) 62. Eenvoudige gesauste baksteenen gevel; een deur en twee ramen; op de verdieping twee vlakke lijsten. Gevelsteen met zonnebloem: 17 in de sonnebloem 27.

220 abtstraat 22. Met tusschendorpel-vensters+ en deur met rechth. bovenlicht. Afb. 625.

221 achter het vleeschhuis 32. Oorspronkelijk gekoppeld kruisvenster en dito met middenstijl.

222 batterijstraat 28. Koetspoort, waarboven zolderdeur in gebeeldh. omlijsting (vgl. Oud Vroenhoven/Wolder Bilserbaan 131; hierboven een hijschkapel. - 32. Twee kruisvensters.

223 breede straat 8. Koetspoort in omlijsting van natuursteen; de voorm. kruiskozijnen van het zelfde type als thans van Breede straat 10. Dakkapel van natuursteen. Vgl. nr. 12.

224 Brugstraat 10, verbouwd; vgl. nr. 272.

225 ezelmarkt 2 en 4. Hardsteenen vensteromlijstingen, gedeeltelijk met lateibogen; in den top halfrond gesloten en twee ovale zoldervensters. Top met vlechtingen (vernieuwd). Vgl. afb. 611.

226 groote looierstraat 10, 2 × vier vensters.



illustratie

Afb. 625. Abtstraat 22, breed 12.43 M.




illustratie
Afb. 626. Stokstraat 24. Dakkapel.


227 gubbelstraat (noordzijde) 32.

228 kapoenstraat (westzijde) 20.

229 kleine looierstraat 25.

230 kleine staat 3, op de derde verdieping vier ovale zoldervensters, elk met drie sluitsteenen.

231 koestraat 16, twee kruisvensters, twee twee-licht-vensters; pui modern.

232 markt 24; - 35, 35a.

233 Raamstraat 45; vgl. nr. 38 en afb. 586.

234 stokstraat 24, met koetspoort, twee verdiepingen; 235 gesneden dakkapel. (Vgl. nr. 49 en afb. 623, 626 en 639.)

Tongerschestraat 86, zie nr. 384.

[p. 658]

Voorts nog:

236 achter het vleeschhuis (zuidzijde) 11, 13, oorspronkelijke kruisvensters. Helstraat, zie sint bernardusstraat.

237 plankstraat 14; - 16.

238 sint bernardusstraat 8; - 10; - 11.

239 vijfharingenstraat 19.

 

B.a. Gevels met een verticale en horizontale verdeeling volgens de staanders en liggers in den vakwerkbouw.

+ 240 stokstraat (westzijde) 14, geverfde gevel van baksteen, vijf vensters breed. Geen aanwijzingen voor de oorspronkelijke toepassing van kruiskozijnen; hoekblokken; deur in geprofileerde omlijsting. Gevelsteen erboven, een koetspoort voorstellend: 17 inde: rode: poort: 39.

241 Markt 6, (1792), zie nr. 255.

 

+ 242 Boschstraat 104, 106. Vgl. nr. 100.

243 breede straat (noordzijde) 12, gesauste baksteengevel van 9 vensterassen. Hoekblokken, oorspronkelijk kruiskozijnen en op de verdieping vensters met middenstijl. Onder de vensters paneelen.

De ingang, thans in de zesde vensteras, bevond zich oorspronkelijk in het midden van den gevel. Vgl. de plattegrondteekening uit de Verzameling Soiron in het Rijksarchief te Maastricht.

 

244 gubbelstraat 36. Achtergevel in vakwerk.

245 van hasseltkade 6. Baksteenen gevel met pui in Naamsche steen: twee vensters en deur; op de eerste verdieping: een venster, deur met balcon, een venster; op de tweede verdieping drie vensters, alle gedekt met lateibogen met eenvoudigen sluitsteen. Onder de vensters en onder de niet oorspronkelijke gootlijst vlakke paneelen met ‘hakken’. Balconhek met vlechting van de letters J en B.

246 jodenstraat 3. Elf vensters breede, geschilderde gevel in baksteen; twee verdiepingen, vijf dakkapellen, waarvan een nieuw. Gelijkvloers gewijzigd; koetspoort met geprofileerde omlijsting en schamppalen. Vgl. nr. 26.

247 kapoenstraat (westzijde) 4a en 4b. Tot twee woningen verbouwd pand met 2 × vijf vensters. De geprofileerde deuromlijsting met maskaron verbreed.

248 kleine staat (westzijde) 6, 3 × twee vensters, zware bovendorpels; - 10.

249 lenculenstraat (zuidzijde) 7-9, gewijzigd; - 15, deur met bovenlicht Lodewijk XVI; - (noordzijde) 32.

250 markt 7. 2 × vijf vensters, gedekt door lateibogen.

251 muntstraat (westzijde) 24. Geblokte dammen; - 26. Gepleisterde en geschilderde baksteengevel; drie verdiepingen; op de eerste en tweede lateibogen met eenvoudigen sluitsteen. - 37, 2 × twee vensters, de dam horizontaal gegroefd.

[p. 659]

Raamhekjes; - 48, geverfde baksteengevel oorspr. twee kruiskozijnen, twee twee-lichtvensters; winkelpui gewijzigd. Raamhckjcs; gevelsteen, een munt, den ‘rozenobel’ voorstellend: in een kogge is een te halven lijve zichtbare geharnaste figuur gezeten: het hoofd gedekt door een antieke kroon, in de rechterhand een zwaard, voor de linkerhelft van de borst een gevierendeeld wapenschild met het wapen van Engeland. In het midden van de stuurboordzijde is de kogge gesierd met een vijfbladige roos. Het randschrift luidt: dn̄s re ed-vard dei gra rex ang et fran. Afb. 627.



illustratie

Afb. 627. Muntstraat 48. Gevelsteen.


252 nieuwstraat (westzijde) 26. 2 × drie (kruis)vensters, moderne winkelpui.

253 plankstraat 12, gekoppelde segmentbogen op de verdieping.

254 witmakerstraat (zuidzijde) 21; - 25, 3 × vier vensters.

 

255 markt 6, 2 × drie gekoppelde vensters; middenpaneel met gevelsteen: Minervakop Van Naamsche steen. in medaillon; op een lint: 17 in den ver-gulden cop 92, vgl. nr. 241. en nr. 427, twee verdiepingen; moderne winkelpui. - 70, 71, vgl. nr. 442.

256 achter het vleeschhuis 15.

257 breede straat 3; - 5.

258 brugstraat 12. Vgl. nr. 201.

 

b. Van het begin der XVIIIe eeuw tot het laatste kwart ervan werden gevels opgericht,

illustratie

Afb. 628. Koestraat 20.


waarin vooral het verticale element der ‘staanders’ tot uiting komt. Tot zulke behooren:

259 koestraat 20. Eenvoudige, gesauste baksteengevel+ met oorspronkelijk twee kruiskozijnen op de verdieping. Deuromlijsting met rechthoekig bovenlicht, waarin een gesneden raam. Twee jaarsteenen met 17 - 09. Afb. 628.

260 stokstraat 53, baksteenen gevel met toepassing van Naamsche steen aan deuren vensteromlijstingen, oorspronkelijk kruiskozijnen. Hoofdgestel. In de pui paneelvullingen met ingezwenkte hoeken. Jaarsteenen met 17 en 09. Afb. 629.

261 muntstraat 39. Gevelsteen: in de galeye anno 1739.

[p. 660]



illustratie

Afb. 629. Stokstraat 53.


262 groote staat 53 (1754), zie nr. 270.

263 stokstraat (oostzijde) 35, 37; gesauste gevel in baksteen, op de verdieping zeven vensters; gelijkvloers: koetspoort vier vensters, deur, en een venster. Flauwe segmentbogen; de deuromlijsting met een schildje; een gevelsteen met een zwaan en: 17 in den swaen 74. Lodewijk XV. Vgl. nr. 50 en 362.

264 breede straat 26. Groote baksteenen gevel van vijf vensterassen. De deur met gebeeldhouwde omlijsting is in een door horizontaal gegroefde pilasters gemarkeerde middenpartij. Segmentbogen met eenvoudigen sluitsteen.

 

De erker boven den ingang is niet oorspronkelijk. In den thans door bebouwing aan het oog onttrokken zijgevel op het Westen bevinden zich muurankers Ao 1778.

+ 265 Boschstraat 88, pui, vgl. nr. 393.

266 Breede straat 5, zie nr. 431; afb. 652.

267 groote staat 18. 2 × vier vensters in diepe, hol geprofileerde omlijstingen met lateien; smalle, geblokte dammen; moderne winkelpui.

268 groote staat 29, zie nr. 435.

269 groote staat 31, 2 × drie vensters, geblokte dammen; pui modern.

270 53, pui modern; gevelsteen: 17 in het/gulde schip 54. Vgl. nr. 262.

271 tongerschestraat 17, okerkleurig gesaust.

+ 272 Brugstraat (noordzijde) 10. Vgl. nr. 224 en 367.

273 groote looierstraat 14. Gesauste baksteenen gevel; 2 × vier vensters; gelijkstraats: twee vensters, deur, venster; geprofileerde deuromlijsting met fraai schildje; paneelvullingen, gebeeldhouwd kraagblok; lateibogen, gebroken kap, ten deele nog met leien.

groote looierstraat 16, 2 × vier vensters, deuromlijsting met schildje; pannendak; - 18.

274 muntstraat 33, 3 × drie vensters; spiegelbogen; pui nieuw; - 37.

275 tongerschestraat 35. De deur oorspronkelijk in het midden; in den door reclames ontsierden topgevel op het Westen kleine rechthoekige vensters (XVII) in den gekalkten achtergevel ten deele nog kruiskozijnen met beglazing (XVIId?) en hoofdgestel met consoles, vgl. nr. 159.

Inwendig: in het voorhuis glaswand met roede-indeeling Lod. XV

[p. 661]

276 vrijthof 14, 2 × vier vensters, gebroken kap, raamhekjes Lodewijk XVI; pui nieuw.

vrijthof 31, 2 × drie vensters; kleine paneelvullingen met hangers.

Voorts nog:

277 achter het vleeschhuis, (noordzijde) 12. boschstraat 79, 3 × drie vensters.

278 brusselschestraat 67, op de eerste verdieping gesneden ramen (Lod. XVI).

279 groote gracht 28.

280 groote staat 16; - 22; -56, segmentbogen met sluitsteen, hoekblokken (vgl. nr. 75, 436).

281 kersenmarkt 4; - 6. Vgl. nr. 321. - 282 kesselskade 53; - 62.

283 Lenculenstraat 32, vgl. nr. 169.

284 mariastraat 17.

285 markt 35, op de tweede verdieping paneelen met hangers; oorspr. kruiskozijnen; - 59; - 64. Gevelsteen met een Moriaan. - 76, vgl. nr. 111.

286 muntstraat 4; - 7; - 9; - 16; - 36; - 38.

287 spilstraat 25; - 27.

288 stokstraat 29. - 31, vgl. nr. 127.

289 tongersche straat 12, de brandmuren met trappen gedekt; gebeeldhouwde deuromlijsting verdwenen, moderne winkelpui; - 25, thans twee huizen.

290 vrijthof 9; - 10. Oorspronkelijk kruiskozijnen, pui modern; - 11, als voren, gesneden ramen; - 14, 2 × vier vensters, gebroken kap; pui nieuw.

 

c. In het tweede en derde kwart der XVIIIe eeuw heeft men blijkens de vrij talrijk bewaard gebleven en gedateerde gevels smaak gehad in het verbreken van het verticale element door de ‘staanders’ op de verdieping naar onderen te doen uitbuigen. Bij voorkeur geschiedde zulks met het middelste paar, zoodat bij een in de as geplaatsten ingang de gevelsteen hierboven

illustratie

Afb. 630. Platielstraat 10. Gevelsteen.


omlijst werd door de uitbuigende staanders. Het vroegste, gedateerde voorbeeld is van het jaar 1714.

291 platielstraat 10, zie hierna+ nr. 307. Gevelsteen met de Aanbidding der Wijzen en het jaarschrift: epIphanIa DoMInI-CaeLo eXaLtata (1714). Afb. 630.

platielstraat 8 (1724).

292 markt 11, 12 (1726 en 1729); gevelsteen: man met molensteen voor den buik: in den meulensteen/t is een sterken - die hem drachen kan.

293 brusselsche straat 21 (1734).

294 smedenstraat/kersenmarkt, gevelsteen met een lanspunt (?) en 17-34.

295 sint-pieterstraat 50 (1737). - 44 (1739) verdwenen.

296 brusselsche straat 105 (1743). - 297 market 9 (1745). Vgl. nr. 350.

[p. 662]



illustratie

Afb. 631. Sporenstraat 14.


298 kleine staat 14 (1751). Zie nr. 306.

299 kersenmarkt 8; 2 × twee vensters, segmentbogen; oorspronkelijk: venster, deur, venster; deuromlijsting met Lodewijk XV schildje. Gevelsteen: 17 · in · t · molen · yser 67.

300 sporenstraat 14, pui van Naamsche steen, deuromlijsting met Lodewijk XV ornament, segmentbogen met eenvoudigen sluitsteen. Gevelsteen: in den orangeboom (1768). Afb. 631.

301 groote staat 23. 2 × twee vensters, segmentbogen met sluitsteen. Gevelsteen met twee draken en: 17 in het draakenveld 69. Gesloopt.

+ 302 achter 't vleeschhuis 34, op de verdieping oorspronkelijk twee kruiskozijnen; thans gesneden ramen Lodewijk XVI. Gevelsteen:

int hooghuys

303 Gubbelstraat 34, zie nr. 149.

304 kesselskade 64, 2 × twee vensters; pui van Naamsche steen.

 

+ 305 capucijnenstraat 15, smalle gevel met deur en gewijzigd venster; op de verdieping twee vensters met tusschendorpel en geblokte dammen. Gevelsteen: kruis op heuvel en sub signo crucis ex... tuta roma.

306 kleine staat (westzijde) 14. Geverfde gevel, geblokt langs de zijden en in de dammen; 3 × twee vensters, segmentbogen met eenvoudigen sluitsteen; paneelen met ingebogen hoeken. Gevelsteen: een leeuw komend uit een berg: 17 leeuwen steen 51. Vgl. nr. 298.

307 platielstraat 10, 2 × twee vensters; pui vernieuwd; raamhekjes Lodewijk XVI. Gevelsteen (1714) zie hiervoren en afb. 630.1)

308 stokstraat 5, met geblokten dam.

 

d. Een andere wijze om het verticalisme der ‘staanders’ te temperen, werd verkregen door de rechtstanden niet te laten doorloopen, maar ze te onderbreken. Zoo bleven er boven en (of) onder de vensters kleine of groote stukken van den voormaligen

[p. 663]

‘staander’ over, welke als een sierelement werden toegepast. Om deze stukken aan te duiden bedien ik mij voor de grootere onder de vensters van de benaming ‘beenen’, voor de kleine van ‘hakken’, terwijl de kleine stukken op de bovendorpels met ‘ooren’ worden aangeduid.

Deze elementen worden vrij willekeurig toegepast; nu eens aan de vensteromlijstingen van de tweede verdieping, dan weer alleen in het gelijkstraats, een ander maal bij 309 gevels van de zooeven onder c. beschreven groep, zooals bij het geveltje Kersenmarkt 8, waar ‘beenen’ op de tweede verdieping (zie nr. 299).

Belangrijke gevels van deze groep zijn:

 

310 muntstraat 43. 2 × twee vensters met segmentbogen, ‘hakken’ en gevelsteen:+ 17 in den gouden haen 67.

 

311 Boschstraat 60, zie nr. 391.+

312 groote looierstraat 18.

313 groote staat 2, zie hierna nr. 323; - 33, 2 × drie vensters; die op de tweede verdieping op ‘beenen’ en met ‘ooren’; geprofileerde lijsten, segmentbogen met verschillend gebeeldhouwde sluitsteenen (Lodewijk XV); - 45, 2 × drie vensters; op de tweede verdieping zijn zij op ‘beenen’ geplaatst met een paneel er tusschen; segmentbogen en hoofdgestel met hooge consoles, van boven eindigend in een voluut, van onderen in een zwelling met een bladmotief; - 65, 3 × drie vensters; segmentbogen; het middenvenster van eerste en tweede verdieping met driedeeligen sluitsteen. Winkelpui; raamhekjes (XIX) op de tweede verdieping.

314 kapoenstraat 6, zie nr. 408, afb. 645; - 19.

315 kleine gracht 16 en 18. 2 × vier en 2 × vijf vensters in hardsteenen omlijstingen ‘op beenen’; segmentbogen met

illustratie

Afb. 632. Kleine Gracht 16 en 18.


geprofileerden sluitsteen. Zie afb. 632.

316 kleine staat 12, gesauste baksteen; 3 × vier vensters; die van tweede en derde verdieping, alsmede de vernieuwde gootlijst ‘op beenen’. Nieuwe pui.

317 maria straat 23, a, b, c.

318 muntstraat 19; - 27; - 28; - 41.

319 nieuwstraat 18, met geblokten dam. Voorts nog:

320 achter het vleeschhuis 22, op ‘beenen’.

321 kersenmarkt 4; - 6. Vgl. nr. 281.

322 witmakerstraat 11.

 

e. Een uitgesproken horizontale indeeling ontstaat door veelal vlakke lijsten op de bovendorpels; soms ook ontstaat dit effect bij smalle gevels doordat de bekroningen der bovendorpels elkaar raken.

[p. 664]

323 groote staat 2, gesauste gevel van baksteen met smalle dammen; 3 × vier vensters in geprofileerde omlijsting met segmentbogen en gebeeldhouwde sluitsteenen; twee zware geprofileerde lijsten boven de bovendorpels, de onderdorpels met ‘hakken’ (vgl. nr. 313). Pui nieuw.

324 jodenstraat 26.

325 nieuwstraat 18.

Verder zijn nog te noemen:

326 brugstraat 30.

327 brusselsche straat 38; - 60.

328 groote staat 21, met 2 × een gekoppeld venster.

329 heidenstraat 5.

330 kleine staat 6.

331 lenculenstraat 14.

332 markt 29.

333 spilstraat 2, 2 × drie vensters; raamhekjes.

334 stokstraat 22.

335 vrijthof (westzijde) 27.

336 wolfstraat 6 en 8; - 33.

 

+ C. Tot de groep met een algemeen XVIIIe eeuwsch karakter behooren de volgende:

337 kapoenstraat 3 en 5. Gesauste baksteenen gevel van vier vensterassen. In het gelijkstraats een koetspoort, (oorspronkelijk twee vensters) deur en een smal venster. De poort, gevat in een omlijsting van blokken Naamsche steen, heeft een bovenlicht (XIX) met pijlen, en het jaartal CIƆ IƆ CCVII (1707); de deur met eenvoudige omlijsting en rechthoekig bovenlicht. Twee dakvensters, het grootste vroeger met hijschblok. Terzijde overblijfselen van trapgevels.

Vgl. de aanteekening over de Poort van Oost, hiervoren blz. 597 en 607.

338 Groote Gracht 92. (1714). Zie de Poort van Tilly, blz. 612, nr. 7.

339 tongerschestraat 11, anno-1719.

340 steenenbrug 12. Gezuiverde baksteen; gevelsteen met St. Maartengroep en een

illustratie

Afb. 633. Steenenbrug 12. Gevelsteen met Sint Maarten (1723).


chronogram: hoC teMpore DestrUItUr nUnC erIgItUr (1723). Schoorsteen met gesneden bovenboezem. Afb. 633, 634.

341 tongersche straat 29-31, dubbele woning; pui van Naamsche steen; jaarsteen: 1725.

342 markt 11, 1726.

343 lenculenstraat 18 en 18a. Oorspronkelijk: koetspoort, twee vensters, deur, twee vensters; twee verdiepingen. Op het kalf van de deuromlijsting: paCe faVente eXtrVCta DoMVs (1725). Vgl. nr. 33.

[p. 665]



illustratie

Afb. 635. Vrijthof 15. Gevelsteen.




illustratie

Afb. 634. Steenenbrug 12. Schoorsteen met gesneden bovenboezem.


344 vrijthof 15. Geverfde baksteenen gevel van twee verdiepingen; gelijkstraats: deur, drie vensters, deur - oorspronkelijk twee vensters, deur en twee vensters. Op de verdiepingen telkens vier vensters. Zware hoekblokken. Gevelsteen: een naar links stappende struisvogel: in den vogel struys / 1730.

 

Opgemerkt zij hier, dat de gebroeders Paep, waarvan hiervoren op blz. 595, noot 1, sprake was, in 1309 een cijns verkochten op 't steenen huis van de ridderfamilie van Schonegge, dat in de XVIde eeuw der Stroys genoemd werd (vgl. Franq., Inv. O.L. Vr. II, blz. 155, noot 1 en Schaepkens, blz. 337).

 

345 maria straat 5. Als baksteen geschilderde gevel van twee verdiepingen; gelijkstraats: deur - oorspronkelijk met bovenlicht - met venster gekoppeld door omlijsting in Naamsche steen met latei. Boven de waterlijst een gevelsteen: 17 in:de:vergulde:pluym 32.

De tweede verdieping is van later.

346 markt 34, 1732.

347 brugstraat 18. In baksteen geschilderde gevel, oorspronkelijk met drie maal drie vensteromlijstingen in Naamsche steen in rechte stukken. Boven de bovendorpels een geprofileerde lijst. Moderne winkelpui. Goot vernieuwd. Jaarsteen met 1734 (verdwenen).

[p. 666]

348 sint anthoniusstraat (zuidzijde) 3. Lateibogen; jaarankers (1)737.

349 nieuwstraat 1-3, 2 × vier vensters met lateibogen; op de 3e verdieping boven de beide middelste vensterassen twee vensters met middenstijl en segmentboog. Top gewijzigd. Gevelsteenen met an - no en hiertusschen een kruik tusschen 17-38: in den kulschen pot.

350 markt 8, (1745) vgl. nr. 389; - 9, In den spiegel, 1745. Vgl. nr. 297.

351 tongerschestraat 45. Deuromlijsting met rechthoekig door lateiboog gedekt bovenlicht; ijzeren deurklopper. Uitstalkast (XIXa). In den achtergevel jaarsteen: 1749.

352 raamstraat 10. Gesauste baksteenen gevel van een verdieping met drie vensters; geprofileerde hardsteenen deuromlijsting met rechthoekig bovenlicht. Ingezwenkte gevelsteen met vergulde ster(5): inde staer, waarboven 17 - 53.

353 maria straat 11, lateibogen; gevelsteen:

in den
distileer

17 ketel 57.

354 van hasseltkade 7. Gesauste baksteenen gevel van een verdieping met vier vensters; lateibogen met eenvoudigen sluitsteen. Geprofileerde deuromlijsting met bladornament en het jaartal 17 - 62.

Twee dakvensters; moderne pannen.

355 platielstraat 18. Twee vensters, deur, twee vensters; de laatste thans winkelraam. Twee verdiepingen; op de tweede zijn de vensters nagenoeg vierkant. Vensteromlijstingen van Naamsche steen met segmentbogige, aan de onderzijde afgeschuinde bovendorpels met sluitsteen. Deuromlijsting met segmentbogigen bovendorpel, waarin cartouche (Lodewijk XV).

356 capucijnenstraat 82. Baksteenen gevel van een verdieping; segmentbogen met eenvoudigen sluitsteen. Gevelsteen met bloeiende lelie: 17 in de liliet 64.

357 kleine looierstraat 21. Geheel gecemente gevel. Geprofileerde deuromlijsting; segmentbogen met sluitsteen. (1766).

358 platielstraat 2. Gesauste baksteenen gevel van vijf ramen. Omlijstingen in Naamsche steen met aan de onderzijde afgeschuinde bovendorpels. De deuromlijsting met Lodewijk XV schelp op den bovendorpel, tusschen twee nieuwe winkelpuien. Gevelsteen met voluten en een papegaai1): 17 in de papegaey 66.

359 vijfharingenstraat 2a. Op de verdieping drie vensters in omlijstingen van blokken, maar gedekt door segmentbogen met eenvoudigen sluitsteen. Gevelsteen met drie kronen en het jaartal 1766; het onderschrift is onleesbaar.

360 sint pieterstraat 40. Gesauste baksteenen gevel van drie vensterassen en een verdieping. In de middenpartij boven het gelijkstraats een gevelsteen met een schip en: anno au bataux 1773. Afb. 636.

361 Sint Servaasklooster (Henric van Veldekenplein) 26, 24, (1774), zie nr. 45.

[p. 667]

362 Stokstraat 35, 37. (1774) vgl. nr. 50.



illustratie

Afb. 636. St. Pieterstraat 40.


363 sint bernardusstraat 26, 28. De ancker, ook, maar ten onrechte genoemd het ‘voormalig Pesthuis’, vrijstaand gebouw vóór de Helpoort. De zuidgevel aan de Jeker heeft boven een hoog plint van Naamsche steen met een versnijding een onderbouw van regelmatige blokken mergel, waarin kleinere en grootere, dichtgemetselde vensters, gevat in Naamsche steen en gedekt door segmentbogen met eenvoudigen sluitsteen. Eenige kleine vensters zijn later aangebracht. In het baksteenen bovengedeelte onregelmatig aangebrachte lichtopeningen zonder omlijsting. Onder het overstekende en met roode pannen gedekte zadeldak, acht lage, breede vensters. Het dak wordt onderbroken door een reeks luchtopeningen.

De gewitte, baksteenen oostgevel met een afschuining op het Noord-oosten, waarin een laag, breed venster zonder raam, heeft een onderbouw van mergel, twee ongelijk hooge vensters in omlijsting van Naamsche steen, gedekt door segmentbogen met eenvoudigen sluitsteen; een later ingebroken deuropening. Op de eerste verdieping drie vensters zonder omlijsting; hierboven in sierlijke, gesmeedijzeren ankers Ao 1775, en drie lage vensteropeningen. Ter hoogte van de luchtopeningen in het dak zijn in den met vlechtingen afgesloten top nog drie vensteropeningen, eveneens zonder ramen.

De gewitte noordgevel van baksteen heeft in het gelijkstraats een venster, drie koetspoorten, een venster, de vensters gevat in hardsteenen omlijstingen met segmentboog en eenvoudigen sluitsteen, de middelste koetspoort met een gebeeldhouwden sluitsteen. Op de verdieping vier kleine vensters met eenvoudigen sluitsteen, en drie groote, later aangebrachte. Onder het overstekende dak zes lage, breede vensters, zooals aan de zuidzijde, benevens een zolderdeur met hijschblok. Twaalf eenvoudige ankers. Afb. 637.

Dit gebouw is op het door Herbenus genoemde bolwerk in blokken Naamsche steen (vgl. hiervoren blz. 60) opgericht als papiermolen (vgl. Schaepkens, het oude Tricht, Public. 1907, blz. 173) door den drukker-uitgever Lekens.
De aanwezigheid van barakken voor pestlijders op dit bolwerk heeft waarschijnlijk aanleiding gegeven tot de onjuiste benaming van ‘voormalig Pesthuis’.

364 smedenstraat 11, gevelsteen: 17 in het schip 82.

[p. 668]



illustratie

Afb. 637. De voorm, papiermolen, de Ancker vóór de Helpoort.


365 bogaerdenstraat 50. Geschilderde baksteenen gevel van twee verdiepingen, elk van vier vensters; segmentbogen met eenvoudigen sluitsteen. Hardsteenen plint; geprofileerde deuromlijsting. Gevelsteen met (vergulden) leeuw en: au lion rouge 1789 in den rooden leeuw.

 

Tot de hier behandelde groep behooren voorts nog de volgende niet gedateerde gevels:

 

+ 366 achter het vleeschhuis, hoek kersenmarkt; - 11; - 24; - 24a, oorspronkelijk met kruis- en vensters met middenstijl; hoofdgestel met triglyphen. - 26.

 

367 bogaerdenstraat 31, pui; boschstraat 70; bouillonstraat 6, 4, 2, zie nr. 101. breede straat 13, 15, zie nr. 395; - 18; - 25 (zuidzijde), genaamd ‘de Gulden Cop’ (vgl. blz. 609);

Gesauste baksteenen - 27. gevel van twee verdiepingen. Gelijkstraats twee vensters, deur, een venster. Vgl. blz. 609; brugstraat 10; - 16; - 18; - 20; - 28; - 30.

368 brusselschestraat 33; - 85, lateibogen met eenvoudigen sluitsteen; raamhekjes Lod. XVI; - 88; - 90; - 109, spiegelbogen met eenvoudigen sluitsteen.

 

369 grachtstraat 8, met baksteenkleurige cement bestreken, en hierin donkergrijze voegen getrokken!

370 groote gracht 3 en 5, met afgeschuinde bovendorpels; - 7; - 32.

371 groote looierstraat 10, oorspronkelijk met kruisvensters; - 18, oorspronkelijk met kruisvensters; 21, dakvenster; 23; - 24; - 25; - 26; - 28; - 30;

372 groote staat 4, 4 × drie vensters; raamhekjes Lod. XVI; -6, 3 × drie vensters, moderne winkelpui; - 16; - 17; - 27, 3 × drie vensters; - 30; - 32; - 32a; - 37; - 39; - 41; - 42; - 43; - 51.

373 v. hasseltkade 8, hoek Raamstraat. Gevel in baksteen; gelijkstraats: venster, deur met schildje Lod. XV, twee vensters; op de verdieping vier vensters; segmentbogen, hoekblokken, gebroken kap. Zijgevel aan de Raamstraat met gedichte tusschendorpelvensters en zes (1, 2 en 3) ovale zolderlichten. - 9, 10 en 11, in de XVIIIe eeuw

[p. 669]



illustratie

Afb. 638. v. Hasseltkade 11.


gemoderniseerd, driehoekig fronton, afgeschuinde bovendorpels; vensteromlijstingen op de tweede verdieping van 11 in cement; het balconhek hier met het monogram (A.R en M) en de deuromlijsting als op 9; balconhek; - 12, vgl. nr. 150. Afb. 638.

 

374 heggenstraat 9; - 11.

Helstraat, zie sint bernardusstraat.

 

375 kapoenstraat 7; - 8, 10, 12 (afb. 645; keizer karel plein 6, zie nr. 41 (st. servaasklooster 6); kersenmarkt 10; - kesselskade 60, pui oorspronkelijk; sluitsteen boven de deur met: sleutel. kleine looierstraat 14; - 18; - 21; (1766); - 25. kleine staat 4; - 7, met segmentbogen; - 8; - 9, de derde verdieping toegevoegd; - 11; - 16; - 18; - 20; - 22. Koestraat 18, deuromlijsting.

 

376 langs de maas 21, tweede verdieping nieuw; lenculenstraat 17; - 19, vgl. nr. 189 en zie nr. 108; 27; - 29; looiersgracht 2; - 4.

 

377 muntstraat 17; - 20; - 22; - 30; - 32.

 

378 nieuwstraat 5; - 7; - 14, gebroken kap met dakkapel; - 16; - 19; - 21.

 

379 o.l. vrouwe kade 4, zie nr. 421; 7; o.l. vrouwe plein 24, 2 × drie vensters en een gesneden dakkapel (vgl. afb. 626) afb. 639; o.l. vrouwe wal 6; - 7.



illustratie

Afb. 639. O.L. Vrouwe plein 24. Dakkapel.




illustratie

Afb. 640. Tongerschestraat 86.


380 plankstraat 10; - 16; - 20; platielstraat 6a en b; - 22.

 

381 raamstraat 50.

[p. 670]

382 sint bernardusstraat 1, zie nr. 39; - 3; - 5;- 5b; - 7; - 8; - 11; - 12; - 13; 15-19, zie nr. 40; sint pieter straat 28; - 52; - 64; sint servaas klooster 20; - 22, zie nr. 44. - 26; 28; 32, 34, zie nr. 47; - 36; - 39; stokstraat 1; - 23; - 30; - 39; - 41; - 42; - 51;

 

383 steenenbrug 6, met schoorsteenmantel (boezemkast midden- XVIII).

 

384 tongerschestraat 2; - 4; - 20; 43; - 49; - 54; - 86, op de verdieping kruisvensters, gelijkstraats segmentbogen; vgl. nr. 234, afb. 640.

 

385 vijf haringenstraat 8; - 10; - 19; vrijthof, hoek groote staat 1; - 14; - 26; - 30, 2 × vier vensters; dakkapel met fronton en consoles. Huis van het voorm. Kapittel van Sint Servaas; - 35.

 

386 witmakerstraat 5 en 7, zie nr. 55 en 445; - 9; - 27; wolfstraat 5; - 16; 20; - 22, raamhekjes Lod. XVI; - 24; 26, gesaust, 2 × vijf vensters; - 27; - 28; - 30; - 32.

D. Gevels met kenmerken der lodewijk-stijlen.

+ 387 Breede straat 10, (1708), zie nr. 216.

 

388 koestraat 9. Deuromlijsting in Naamsche steen, hol geprofileerd; de stijlen voorzien van een paneelmotief, de bovendorpel van een zwaren, gecanneleerden sluitsteen; het kalf met symmetrisch bladmotief en 17 - 36.

 

389 markt 8 (1745), zie nr. 427.

markt 17 a, b, c. Gesauste baksteenen gevel van twee verdiepingen en vijf vensterassen. De geprofileerde vensteromlijstingen in Naamsche steen hebben op de eerste verdieping driehoekige frontons. De linkervensteras vermoedelijk toegevoegd, daar hier oorspronkelijk geen kruiskozijnen zijn geweest en de overige vier gedekt worden door een afzonderlijk met leien gedekt dak. Boven de middelste van deze vier vensters een driehoekig fronton op consoles; in het veld twee engeltjes met een cartouche, waarop 1738. Pui vernieuwd.

390 markt 55. 1754, zie nr. 34.

 

391 st. pieterstraat 42 (1775), ontluisterde gevel; natuursteenen vensteromlijstingen met segmentbogen en sluitsteenen met schelp. Lod. XV. Jachtvoorstelling in stuc, zie afb. 560.

 

+ 392 boschstraat 60. Geschilderde baksteengevel met vier vensterassen; middenrisaliet met deur en venster. Paneelvullingen, spiegelbogen. Bovenste verdieping met gebogen fronton en oeuil-de-boeuf toegevoegd. Deur (Lod. XV) niet oorspronkelijk. - Lod. XV. Afb. 641.

Inwendig: trap, deuren en schoorsteenen uit den tijd.

 

Deze gevel wordt toegeschreven aan Mathias Soiron.

[p. 671]

393 boschstraat 86. Smalle, gepleisterde baksteenen gevel; 2 × twee vensters met lateibogen; pui gewijzigd. Gebeeldhouwde sluitsteenen in gelijkvloers, op eerste verdieping; paneelen in de borstwering onder de vensters. Het ‘beeldhouwwerk’ is waarschijnlijk

illustratie

Afb. 641. Boschstraat 60, breed 10.53 M.


uitgevoerd in stuc.

- Lod. XVI.

 

394 boschstraat 88, zie nr. 430.

 

395 boschstraat 110-108. Vroeger een pand; gepleisterd met toepassing van veel Naamsche steen. 2 × vijf vensters; geblokte pilasters, bekroond door kapiteelen met groeven en schubben. Gebroken kap met leien, schoorsteenen en windvanen, drie dakkapellen. Gesneden ramen, raamhekjes. Stoeppalen (6) met kettingen. Lod. XVI (XIXa).

 

396 Breede straat 3; - 5; - 17, zie nrs. 431 en 13.

boschstraat 13-15. In de XVIIIe eeuw verbouwd (Lod. XV) pand uit XVIIA, gebroken kap; met vlakke balusters (± 1745).

 

397 Brugstraat 6, zie nr. 432.

 

398 brusselschestraat 51. Gegroefde dammen, paneelen; deuromlijsting met spiegelboog en Lod. XV schildje.

399 brusselschestraat 76 (noordzijde). Baksteen (gecement) en Naamsche steen; een verdieping met drie vensters tusschen vier pilasters met cannelures en Lod. XVI ornament aan kapiteel en basement. Het middenvenster in een rijkere omlijsting van Naamsche steen heeft een op twee consoles rustend balcon (het hek van later tijd). Gelijkstraats: een koetspoort, twee vensters en een deur. De deuromlijsting in haar symmetrisch Lod. XV ornament, mogelijk van elders afkomstig. Het venster in de as, geflankeerd door pilasters met een leliestaf op het verdiepte voorvlak; zij dragen de consoles van het balcon,

[p. 672]



illustratie

Afb. 642. Capucijnenstraat 57, breed 15, 13 M.


maar missen basementen, zoodat het mogelijk is, dat hier oorspronkelijk de deur is geweest. (Vgl. nr. 16, afb. 663 blz. 686).

400 brusselschestraat 77, zie nr. 17. - 84, zie nr. 18. - 85 (zuidzijde). 2 × drie vensters, gelijkstraats deur en twee vensters, gebroken kap.

 

401 capucijnenstraat 51. Geschilderde baksteenen gevel van een verdieping. Rijk geornamenteerde

illustratie

Afb. 643. Groote Gracht 29; deur breed in den dag 1.35 M.


deuromlijsting Lod. XV.

402 capucijnenstraat 57. Baksteenen gevel van twee verdiepingen, door zes geblokte pilasters onderverdeeld; middenpartij met deur, boven- en twee zijlichten, heeft eenigen voorsprong. Gebroken spiegelbogen; zijpoortje; de vensteromlijstingen hierboven in cement. - Régence-Lod. XV. Afb. 642.

403 capucijnenstraat 73. Geschilderde baksteen, een verdieping. Tentdak met pannen. Middenpartij met gebeeldhouwde deuromlijsting. Lod. XVI.

 

groote gracht 18, zie nr. 19 en afb. 579.

[p. 673]



illustratie

Afb 644. Van Hasseltkade 20.


404 groote gracht 29. Geschilderde baksteen; vijf vensterassen, twee verdiepingen; paneelvullingen, segmentbogen met eenvoudigen sluitsteen. Drie dakvensters. Gebeeldhouwde deuromlijsting met bovenlicht, sluitsteen met Lod. XV schildje, dubbele deur met oude koperen krukken en in den bovendorpel: in den coelen mey. Afb. 643.

406 groote gracht 56, zie nr. 433. - Lod. XVI. - 82, zie nr. 21. - Lod. XVI. - 90, zie nr. 8. - Régence.

 

405 groote staat 24; - 29, zie nr. 434; - 32, 32a, 2 × zes vensters; raamhekjes; moderne winkelpui; - 56, zie nr. 280; - 57a, vgl. nr. 148, in de XVIIIe eeuw gemoderniseerde gevel met 2 × drie vensters; op de verdieping met zware geprofileerde omlijstingen.

 

407 van hasseltkade 13. Baksteen; 2 × vier vensters. Gelijkvloers: venster, deur, twee vensters; geprofileerde lateibogen, verschillend versierde sluitsteenen (Lod. XV), raamhekjes (Lod. XVI); gebroken kap.

 

410 van hasseltkade 20. Gevel van baksteen met ruime toepassing van Naamsche steen; twee verdiepingen, zeven vensterassen, gebroken kap oorspronkelijk met leien. Door horizontaal gegroefde dammen in zeven traveeën verdeeld, welke voor de middelste drie traveeën op de verdieping vervangen zijn door pilasters met terugliggende velden. Een zware lijst scheidt het gelijkstraats van de eerste verdieping. In de middentravee ligt de ingang, waarboven een balcon met hek; de balcondeur halfrond gedekt. Afb. 644. Pl. XXV.

Inwendig: Vestibule met door (oorspronkelijk gemarmerde) kolommen gedragen koepel. Trap, deuren, schoorsteenmantels en stuczolderingen uit den tijd. - Lod. XVI. Afb. 646.

 

409 jodenstraat 12, zie nr. 27.

[p. 674]



illustratie

Afb. 646. Van Hasseltkade 20. Vestibule.


[p. 675]

408 kapoenstraat 6 (vgl. nr. 314),

illustratie

Afb. 645. Kapoenstraat 6-12.


gesauste baksteen. 2 × drie vensters, deur oorspronkelijk in het midden. gesmeed ijzeren balconhek, middenpartij met gebroken spiegelbogen; op de 2e verdiepingvensters op beenen. Afb. 645.

 

411 kleine gracht 30. Gekalkte baksteen met ruime toepassing van natuursteen. Middenrisaliet bekroond door gebeeldhouwd houten dakvenster. Segmentbogen en op de eerste verdieping gebroken spiegelbogen Lod. XV.

412 kleine gracht 32. Gepleisterde baksteen door geblokte lisenen in drie traveeën verdeeld, waarvan de binnenste een risaliet vormt met gelijkstr. deur in gebeeldhouwde omlijsting en twee smalle nevenlichten, op de beide verdiepingen telkens een venster met gebeeldhouwden sluitsteen. Drie dakkapellen, waarvan de buitenste rond. - Lod. XVI. Afb. 647.

 

413 kleine staat 13, zie nr. 437.

 

koestraat 5. Geschilderde baksteen: geblokte vensteromlijstingen met eenvoudige lateibogen; vgl. afb. 559.

koestraat 7, zie nr. 438.

 

414 markt 14, zie nr. 440. - 16. Geschilderde baksteen; bekroonde lateibogen; hoog wolfdak met leien, dakkapellen Winkelpui.

415 markt 18. Gepleisterde gevel met rijke toepassing van Naamsche steen; twee ver-

[p. 676]



illustratie

Afb. 647. Kleine Gracht 32.


diepingen met mezzanine hoog, vier vensterassen breed; gebroken kap met leien. De gevel is door horizontaal gegroefde pilasters onderverdeeld. Het middenrisaliet heeft in het gelijkstraats de deur en een venster, voorts 2 × twee vensters en twee mezzanine vensters, een driehoekig tympaan met oeuil-de-boeuf in het geschubd veld. De verdiepingen hier geaccentueerd door een zware lijst op consoles, waar tusschen festoenen en krulornament; in de zijtraveeën vlakke paneelen. - Lod. XVI (± 1800). Afb. 648.

416 markt 20. Dergelijke gevel van thans ontpleisterde baksteen en voorheen geschilderde vensteromlijstingen van Naamsche

illustratie

Afb. 648. Markt 18, breed 8.45 M.


steen. Middenrisaliet in het gelijkstraats gegroefd, en bekroond door een gebogen fronton met een schelpmotief in top; het veld doorbroken door een staand ovaal zoldervenster; het zadeldak met twee oorspronkelijke dakkapellen is gedekt met pannen. De vensteromlijstingen zijn door weelderige segmentbogen met symmetrisch schelpmotief bekroond. - Lod. XV. Afb. 649.

417 markt 31, 32, 5 vensterassen met 3 × zes pilasters, die telkens een hoofdgestel dragen; drie dakkapellen; - 33, zie nr. 111. - 70, 71.

418 muntstraat 14. Baksteenen gevel van twee verdiepingen, geblokte hoekpilasters. Op de verdieping twee voormalige kruisvensters, gedekt door een latei met groeven; op de tweede oorspr. twee-licht vensters. Raamhekjes (Lod. XVI). Winkelpui. Lod. XIV.

419 muntstraat 45, 47. Dergelijke gevel. Aan den hoek aan de Jodenstraat een gevelsteen met een bok: in den groenen bock.

[p. 677]

Inwendig: op de eerste

illustratie

Afb. 649. Markt 20, breed 9.13 M.


verdieping een schoorsteen met gesneden boezem, stucplafonds en trap (XVII d). Vgl. nr. 113.

 

420 Nieuwstraat 11; - 13, zie nr. 443.

 

421 o.l. vrouwekade 4. Op den ouden stadsmuur gebouwdewoning; de noordelijke helft door drie gegroefde pilasters met Ionische kapiteelen in twee traveeën verdeeld, elke voorzien van een venster met segmentboog en sluitsteen met festoen. Hierboven een paneel met twee takken door een krans. Geprofileerde gootlijst, twee dakvensters, gedeeltelijk met leien gedekte gebroken kap. De zuidelijke helft heeft drie vensters met gekoppelde lateibogen; op de verdieping twee met segmentbogen. Zadeldak met pannen; vgl. nr. 379.

 

422 O.L. Vrouwe plein 18, zie nr. 35.

 

423 tongersche straat 60. Twee verdiepingen met telkens twee en een venster, oorspronkelijk met kruis, respectievelijk middenstijl. Zadeldak tusschen twee gevels met trappen. Steenen dakkapel, gedekt door een gebogen tympaan met bol; terzijde voluutvormige sluitstukken. Pui gewijzigd. Vgl. nr. 195.

[p. 678]



illustratie

Afb. 650. Stokstraat 11, (1790) breed 4.57 M.


424 vrijthof (zuidzijde) 21. Met segmentbogen en fronton met Lod. XV ornament.

 

425 Wolfstraat 18, zie nr. 445.

426 vrijthof 15. Op de verdieping gebogen fronton met sic avdaci misereatur (1714).

 

427 markt 8, smalle gevel met gevelsteen: in het eenhoorn 1745; vgl. nr. 389.

 

+ 428 stokstraat 11 (oostzijde). Eenvoudige gevel van een verdieping; pui gewijzigd; oorspr. twee vensters en deur; gegroefde dammen. Op de verdieping vier pilasters met rozet (zonnebloem), waartusschen drie vensters; deze hebben op den bovendorpel beeldhouwwerk: 2 × een iele slinger en op de middelste twee takken. Onder de benedendorpels en boven een zware waterlijst drie paneelen, de buitenste met gekruiste takken, het binnenste met draperie en een ovaal medaillon, waarop: nous / desirons / la paix / 1790. Hoofdgestel met fijn lijstje van kraalornament (astragaal). Afb. 650.

 

+ 429 markt 6. (1792) zie nr. 255.

 

430 boschstraat 88. Geblokte dammen (van pleister?); 2 × vier vensters met segmentbogen; eenvoudige raamhekjes (Empire). Gelijkvloers twee vensters, deur met segmentbogig bovenlicht; vgl. nr. 394. - Lod. XV/XVI.

 

431 breede straat 3 (zuidzijde), 2 × vier vensters; gelijkstraats: venster, deur, twee vensters. Dammen met paneelen.

breede straat 5. Dergelijke gevel. Dakkapel van Naamsche steen; paneelen, gelijkstraats: twee vensters, deur, een venster. Vgl. nr. 266, afb. 652.

 

432 brugstraat 6 (noordzijde). Geblokte dammen, middenrisaliet; 2 × drie vensters, mansarde kap; winkelpui. Paneel vullingen, deels met vlakke festoenen. Gebeeldhouwde sluitsteen, deels bladornament, deels met kop. - Lod. XVI.

[p. 679]

433 groote gracht 56. Door geblokte pilasters verdeeld in vijf traveeën. Gelijkstraats: oorspronkelijk twee vensters, deur, twee vensters. Ramen met schubmotief. Laat-empire raamhekjes, met monogram I.V.B. Drie dakkapellen. - Lod. XVI. Afb. 651.

 

groote gracht 90, zie nr. 8.

 

434 groote staat 24 (noordzijde). Geschilderde gevel met 2 × drie gekoppelde vensters; nieuwe winkelpui. Raamhekjes. - Lod. XVI.

 

435 groote staat 29. (Gesauste) gevel van vijf vensterassen en twee verdiepingen. In het gelijkstraats oorspronkelijk

illustratie

Afb. 651. Groote Gracht 56, breed 12.50 M.




illustratie
Afb. 652. Breedestraat 5, breed 8.41 M.


twee vensters, de deur en twee vensters. Afb. 653.

De deur in een rijk versierde omlijsting met lateiboog, waarin een symmetrisch schelpornament, rechthoekig bovenlicht met lateiboog en eenvoudigen sluitsteen.
[p. 680]


illustratie
Afb. 654. Kleine Staat 13. Kroonlijst met stucwerk.


De dammen met terugliggende paneelen, waarop symmetrisch schelp- en bladornament (afb. 653). De pui aanvankelijk met behoud der dammen tot winkelpui met galerijen gewijzigd, is in 1943 vervangen door een moderne.

 

Op de verdiepingen gebeeldhouwde dammen; twee dakkapellen; vgl. nr. 405. - Régence.

436 groote staat 56. Zie nr. 75 en vgl. nr. 280.

 

437 kleine staat 13, met 2 × drie vensters, middenrisaliet met groeven; koofvormig hoofdgestel met versiering in stucwerk: putti met honden boven de middenpartij en twee cartouches in Lod. XV vormen ter zijde. Pui nieuw. Afb. 654.

 

438 koestraat 7. 2 × drie vensters, geprofileerde lateibogen; geblokte dammen; moderne winkelpui. Afb. 655.

 

439 markt 8. Smalle gevel; gevelsteen: in het eenhoorn 1745.

Zie nr. 427.



illustratie

Afb. 653. Groote Staat 29.


440 markt 14. Door geblokte pilasters in drie traveeën gedeelde gevel; twee verdiepingen, gebroken kap; de middelste travee met twee, de buitenste travee met één vensteras. Onder de ramen paneelen met snijwerk. Stoeppalen met kettingen Lod. XVI. Afb. 656.

Inwendig: Vestibule met door zuilen gedragen architraaf, gesneden deuren en supra-portes in stuc. Afb. 657.

Dakbedekking gewijzigd, twee zinken dakvensters. Pui omstreeks 1928 tot winkelpui verbouwd met behoud van de deur.

441 markt 33. 2 × drie vensters met segmentbogen en geprofileerden sluitsteen; zware kroonlijst. Moderne café-pui. Gebeeldhouwde deur-

[p. 681]

omlijsting met ovaal bovenlicht. Gevelsteen: bloem. - Régence. Inwendig: Tot de zoldering doorloopende trap met gebeeldhouwde trappaal; stucplafond ± 1800.



illustratie

Afb. 655. Koestraat 7, 4.45 M.




illustratie

Afb. 656. Markt 14, breed 9.67 M.


442 markt 69. Gevel van twee verdiepingen; attiek; hoofdgestel; twee dakvensters. Pui modern. Door vijf geblokte en omgekorniste pilasters wordt de gevel in vier traveeën verdeeld. - Lod. XVI. - 70, 71, zijgevel in vakwerk (afb. 552) vgl. nr. 255.

 

443 nieuwstraat 11. 2 × zes vensters, sluitsteenen met schubmotief; gcbroken kap met twee dakvensters. Pui nieuw; raamhekjes. - Lod. XVI.

nieuwstraat 13. 2 × drie vensters; alsvoren, maar met een dakvenster.

 

444 vrijthof 44. Gevel van vijf vensterassen; paneelvullingen met slanke slingers, gebroken kap;

[p. 682]



illustratie

Afb. 657. Markt 14. Vestibule.


[p. 683]



illustratie

Afb. 658. Vrijthof 44, hoek Statenstraat.


raamhekjes; zijgevel aan de Statenstraat vernieuwd.

Lod. XVI. Afb. 658. Pui onlangs verdwenen.

 

445 wolfstraat 18. 2 × drie vensters; met segmentbogen met gebeeldhouwden sluitsteen; in de dammen terugliggende paneelen met schelp- en bladmotieven.

Lod. XV. Winkelpui nieuw.

De XIXe eeuwsche woonhuizen.

Vermeldingswaardige huizen uit de eerste helft der XIXe eeuw zijn de navolgende, die over het algemeen als laatste uitloopers van een voorafgaand type zijn te beschouwen. Eenvoud, dan wel vereenvoudiging zijn kenmerkend, terwijl eigentijdsche vormentaal vooral tot uiting komt in details (stucwerk, deuren, enz.).

 

446 breede straat 7 (zuidzijde). Baksteenen gevel van een verdieping; in het gelijkstraats een koetspoort, vijf vensters en een deur. Strakke vensteromlijstingen, in Naamsche steen; rechte dakgoot. Late uitlooper van het hiervoren (blz. 606-627) beschreven type der Poorten.

 

447 groote staat 1. Baksteenen gevel met 2 × drie vensters; moderne winkelpui.

 

448 v. hasseltkade 14 en 15. Geschilderde baksteengevel; 2 × zes vensters; gebroken kap met pannen; twee dakkapellen, waartusschen een driehoekig fronton, in welks veld in relief een op zijn rechter elleboog steunende Neptunus; gemetselde segmentbogen. Gelijkstraats; (oorspr.) koetspoort, deur, drie vensters koetspoort. Deze poorten gedekt door een latei met deklijst, welke op gebeeldhouwde consoles rust.

 

449 kesselskade 63. 2 × drie vensters; geprofileerde vensteromlijstingen met lateibogen; paneelvullingen; pui gewijzigd. Vermoedelijk opgericht in 1818.

[p. 684]

450 kleine gracht 17. Gesauste natuursteenen

illustratie

Afb. 659. Kleine gracht 17, breed 12.62 M.


gevel; twee vensters, deur, drie vensters; een verdieping, gebroken kap. De dammen in het gelijkvloers met horizontale groeven, op de verdieping met cannelures. ± 1830. Afb. 659.



illustratie

Afb. 660. Spilstraat 9, breed 5.05 M.


451 markt 19. Bijna geheel met Naamsche steen bekleede gevel van twee verdiepingen; geblokte hoekdammen; op de eerste verdieping balcondeur, gedekt door een driehoekig fronton; gesmeed ijzeren balconhek; gecemente kop, half rond gedekt uitloopend in voluten. Gelijkvloers: deur en twee vensters; stoeppalen met hekjes.

 

452 sint antoniusstraat 88, 90. In XIXa verbouwde gevel; dubbele deur met leeuwenkoppen en bovenlicht; stoep van drie treden.

 

453 spilstraat 5, raamhekjes. - 9. Eenvoudige gevel van Naamsche steen; 2 × drie vensters; lijsten en paneelvullingen; gevelsteen; leeuw met vijzel: in de goude leeuw en anno 1809. Afb. 660.

[p. 685]

454 spilstraat 18, 20. 2 × vijf vensters; raamhekjes.

tongersche straat 43. Drie vensters breed, deur ± 1800 met bovenlicht in omlijsting; rood pannendak.

 

455 vrijthof 4. 3 × drie vensters; pui nieuw. -47. Zie nr. 54 en afb. 590.

Boerderijen.

456 brusselschestraat 93. Baksteenen voorgevel (XVIII) van twee verdiepingen en vijf traveeën; rechthoekige venster- en ingangsomlijstingen van Naamsche steen; onderpui gedeeltelijk verminkt. Aan de achterzijde vakwerk; bedrijfsgedeelte fragmentarisch bewaard. Pl. XXIII.

 

457 calvariestraat 20. Baksteenen voorgevel (XVIII) van twee verdiepingen en vijf traveeën; venster- en ingangsomlijstingen van Naamsche steen; bedrijfsgedeelte sterk verbouwd. Aan de achterzijde een poort met in den sluitsteen 1612.

Molens.

Van de talrijke molens op den Jeker zijn er slechts twee als zoodanig in gebruik.

 

458 De Bisschopsmolen, gelegen aan de Steenenbrug.

Volgens Nuyts (De Maastrichtsche straatnamen, blz. 120) komt de bisschopsmaltmolen reeds in een schepenbrief van 1291 voor. In latere eeuwen is er bij herhaling sprake van.



illustratie

Afb. 661. De Bisschopsmolen, Stenenbrug.


De voorgevel, in baksteen met toepassing van Naamsche steen en mergel, bestaat uit een middenpartij, van Naamsche steen in het gelijkstraats; hierin bevindt zich een deuropening, welke gedekt is door een lateiboog met geprofileerde lijst; de deur heeft een ijzeren klopper.

Het beneden gedeelte der middenpartij is van de bovenhelft gescheiden door een geprofileerde lijst en deze bovenhelft is gevat tusschen twee breede pilasters met zware bekroning; hierop rust een aan de onderzijde geopend driehoekig

[p. 686]



illustratie

Afb. 663. Brusselschestraat 76, breed 9.62 M. (Zie blz. 671).


[p. 687]

fronton met Lodewijk XV cartouche, waarin een korf met twee gekruiste scheppen(?) In het midden onder de cartouche bevindt zich een kruisvenster met lateiboog en sluitsteen; dit venster heeft een houten kozijn en houten roeden. Het muurvlak om het venster is geschilderd in nabootsing van baksteen.

Over de beide zijhelften loopt de geprofileerde lijst, welke de middenpartij in een beneden- en bovenhelft scheidt, door en heeft een weinig voorsprong boven de vensters, die een gebogen latei hebben. In de oostelijke helft is beneden een garagedeur aangebracht en zijn op de verdieping twee kruisvensters over, in de westelijke zijn de vensters gewijzigd.

Afb. 661.

Het gebouw is gedekt met een pannendak

illustratie

Afb. 662. De Leeuwenmolen.


met twee dakkapellen aan de voorzijde, dat aan de westzijde van de middenpartij onderbroken wordt door den top van een brandgevel.

De achtergevel is ouder (XVII).

De machinerieën voor het bedrijf zijn voor het grootste gedeelte uit den tijd van den bouw.

 

459 De Leeuwenmolen achter de oostelijke huizenrij der St. Pieterstraat, (vgl. Public., 1932, blz. 105) bestaat uit twee huizen; het eene, gelegen aan een tak van den Jeker, is midden XVII - het andere is een bijbouw (XIX a?) zonder bijzondere kenmerken.

De Leeuwenmolen is opgetrokken in mergel met toepassing van Naamsche steen; de topgevel is bekroond door een leeuw.

De ingang heeft twee halve deuren en een rondbogige omlijsting van Naamsche steen; ter weerszijden hiervan waren oorspronkelijk twee smalle, rechthoekige vensters, waarvan dat aan de westzijde in gewijzigden staat over is. Op de verdieping wijzen de vensters op latere wijziging; de gevel heeft vijf gesmeed ijzeren ankers en een hijschblok. Afb. 662.

Inwendig is het gerei voor het grootste gedeelte uit de XVII.

 

460 De molen aan den Heksenhoek, buiten gebruik gestelde vernismolen.